Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: Virg - 5 months ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: H1: Denkkaders omtrent dierenwelzijn
De vijf vrijheden

- Denkkader gemakkelijk te begrijpen = makkelijk verspreid
- Grote internationale bekendheid omvatten meerdere dimensies van dierenwelzijn
Gedrag, subjectieve gevoelens en gezondheid
- Niet bedoeld als definitie van dierenwelzijn maar als denkkader
Sterke en zwakke punten inschatten
Aan zwakke punten verbeteringen aanbrengen
- Provisions gekoppeld aan vijf vrijheden
- Later werden de vijf vrijheden genterpreteerd als fundamentele vrijheden
Biologisch onderzoek toont aan dat een dier nooit volledig vrij kan zijn van negatieve ervaringen
- Recent onderzoek toont aan dat de vijf vrijheden vandaag de dag te kort schieten
De drie benaderingen
Welzijn en het biologisch functioneren
Concept
- Dierenwelzijn gedefinieerd in termen van het normaal biologisch functioneren
Het welzijn zal dus vermindert zijn bij ziekte, verwonding en ondervoeding
- Goed welzijn
Aangeduid door sterke groei en goede reproductie, een lang leven en het normaal functioneren van fysiologische en gedragsprocessen
- Deze benadering wordt aangenomen om verschillende redenen
Sommige beschouwen de ervaringen van lijden, plezier, als de bepalende kenmerk voor levenskwaliteit volgens hun moeilijk wetenschappelijk te bepalen
Metingen van biologisch aspect adequate en geschikte manier om relevante info te bekomen
Zowel subjectieve ervaringen als biologisch functioneren van belang naar hirarchie
Onderzoeksmethoden
- Pathologie
Letsels omschrijven/ identificeren
Goede gezondheid: geen wonden, ziekten = goed welzijn
Wondes, ziektes slechte gezondheid = verminderd welzijn
- Productiviteit ( groei en voortplanting)
Goed = goed welzijn
Gaat niet altijd op vb. koe die veel melk produceert kan nog een mastitis krijgen wat dan ook niet goed is voor het welzijn
Verminderd welzijn = verminderde productiviteit
- Veel wetenschappers die het onderzochten zijn sterk benvloed geweest door stress
Vaak secretie van glucocorticoden (vb. cortisol) gebruikt in studies
- Moeilijk om grens te trekken tussen verminderd welzijn en lichaamsaanpassingen
Kenmerken zoals hartslag en cortisol variren volgens veranderingen in omgeving en gedrag
Nood aan criterium op welk punt zijn deze metingen geen routinematige lichaamsaanpassingen
Cutt-off-waarde (vb. langdurige toename van > 40%)
Opmerkingen
- Praktische redenen verwachten we dat veranderingen in biologisch functioneren gemakkelijk aangetoond kan worden
- Conceptueel
Problemen met verband tussen biologische functioneren en welzijn niet altijd duidelijk
- Grote gezondheidsveranderingen algemeen aangenomen dat levenskwaliteit benvloed wordt
- Hoge waarden andere aspecten van biologisch functioneren (bv. Groei) verband minder duidelijk
Welzijn en de subjectieve-ervaringen van dieren
Concept-denkbeeld
- Meeste mensen geloven dat dieren gevoelens, emoties kunnen ervaren en dat ze dus kunnen lijden in slechte omstandigheden of goed
- Lijden en tevredenheid belangrijke aspecten bij ethische beslissingen
- Visie Dawkins
To be concerned about animal welfare is to be concerned with the subjective feelings of animals, particularly the unpleasant subjective feelings of suffering and pain
Volgens deze visie welzijn verminderd bij negatieve subjectieve toestanden zoals pijn, angst, frustratie , honger en dorst
Welzijn verbeterd bij positieve gevoelens zoals ervaren van comfort en plezier van sociale interacties
Onderzoeksmethoden
- Bestuderen van voorkeuren van dier
Preferentietesten
Dieren verschillende opties aanbieden en kijken wat ze kiezen ( staat in verder hoofdstuk uitgebreider uitgelegd)
- Sterkte van voorkeuren bestuderen
Motivatietesten
Testen hoe sterk dier gemotiveerd is om iets te bekomen ( verder uitgebreider uitgelegd)
- Voorkomen abnormaal gedrag
Vaak genterpreteerd als symptoom van negatieve gevoelstoestand
- Vocale/ andere communicatieve signalen
Info over subjectieve ervaringen van dieren
Emergency calls bij biggen
Opgemerkt tijdens verschillende pijnlijke angst uitlokkende procedures

Opmerkingen
- Subjectieve ervaringen moeilijk te meten
Niet eenvoudig opmeten
Niet talig bevragen bij dieren
Indirect meten voornamelijk door gedragsstudie
Overlap tussen biologisch functioneren en subjectieve ervaringen-visie
- Als aan een behoefte niet voldaan is, gaat dit vaak gepaard met een onaangename subjectieve ervaring, en omgekeerd
Vb. voedingstekort hebben honger ervaren
Vb. gewond zijn pijn ervaren
- Dierenwelzijn heeft betrekking op de situatie van het dier, hoe het dier met de situatie omgaat en hoe het dier dit ervaart
Welzijn en de natuur van dieren
Concept
- Dieren moeten leven in natuurlijke omgevingen en natuurlijke gedragingen kunnen vertonen
Onderzoeksmethoden
- Gedrag van dieren in het wild vergelijken met gedrag in gevangenschap
Hierbij wordt duidelijk dat gedragsverschillen tekortkomingen in de omgeving van de gevangenschap aantonen
- Wetenschappers hebben reeds geprobeerd om omgevingen te ontwerpen die dieren toelaten hun volledige gedragsrepertoire te vertonen.
Stolba en Wood-Gush
Huisvestingssysteel voot varkens op basis van volledig ethogram
Opmerkingen
- Definitie van natuurlijk is onduidelijk en de welzijnsvoordelen van een natuurlijke omgeving niet altijd duidelijk
- In beginperiode visie
Dieren volledig gedragsrepertoire moesten kunnen uitvoeren
Tekortkomingen om dit als criterium te gebruiken
Dit bevat bijvoorbeeld bepaalde activiteiten die aanpassingen zijn om het hoofd te bieden aan onaangename omstandigheden
Vb. konijnen verbergen zich voor predatoren, vallen indringers aan
De omgevingen die deze gedragingen uitlokken hebben de neiging het welzijn te verminderen en niet verbeteren
Niet alle aspecten van natuurlijk gedragsrepertoire essentieel voor goed welzijn
Wel gedragingen die als dier ze niet kan uitvoeren schade aan welzijn
Aangeduid met term behavioural need
Slapen, wroeten(varkens), legnest vinden (kippen),
Voorbeeld: Nestbouwgedrag bij zeugen
- Vrijlevend: vlak voor partus nest bouwen
1. Geen externe stimuli (vb droog gras, takken) afgewerkt nest geen motivatie om nest te bouwen?
wel gemotiveerd!
2. Voldoende om motorische activiteit uit te voeren zonder dat nest wordt gemaakt?
nee; enkel bewegingen uitvoeren doet de nestbouwmotivatie niet stoppen
Needs vlak voor partus: motorische gedragingen kunnen uitvoeren die horen bij nestbouwgedrag en feedback krijgen van hun activiteiten (echt nest bouwen)
Conclusie
- Dierenwelzijn = multidimensioneel concept

- Aanvankelijk was de orintatie op biologisch functioneren dominant
- Tegenwoordig biologische functies en affectieve toestanden beschouwd als dynamisch interagerende elementen in een lichaam
- Natuur orintatie altijd naast de andere denkkaders bestaan
- Vanuit deze denkkaders definitie ontstaan voor dierenwelzijn
- Recente definities van dierenwelzijn zijn gebaseerd op een multidimensioneel concept en omvatten aldus vaak aspecten van de driebovenstaande benaderingen.
Het vijf domeinen doel
- Oorsprong in jaren 90
Aanvankelijk ontwikkeld voor gebruik binnen RTT-contexten en testing met proefdieren
- Uitgebreid naar diverse contexten
Gaandeweg aangepast
Bredere variteit aan diersoorten in uiteenlopende contexten
Overzicht
- Voeding
Voedsel en water
Inclusief beschikbaarheid en kwaliteit
- Omgeving ( fysieke omgeving)
Ruimte, temperatuur, behuizing en leefomstandigheden die het dier dagelijks ervaart
- Gezondheid
Fysieke en fysiologische toestand
Ziekte, verwonding en functionele capaciteit
- Gedrag ( gedragindicaties)
Interacties met omgeving, andere dieren en mensen in dagelijkse leven
- Mentale toestand
Subjectieve, emotionele en affectieve ervaringen die voortkomen uit andere domeinen
Structuur en samenhang
- Model omvat 4 fysieke/functionele domeinen
Voeding , fysieke omgeving , gezondheid en gedragsinteracties
- De subjectieve, emotionele of affectieve ervaringen geassocieerd met deze deze omstandigheden worden gebundeld in het vijfde domein: de mentale mentale toestand. Deze uitkomst vertegenwoordigt de algehele welzijnstoestand welzijnstoestand van het dier.

- Het vijfde domein maakt duidelijk dat wat telt voor het welzijn van een dier zijn subjectieve ervaringen zijn. Het model heeft een affectieve toestand-orintatie.
Dit betekent dat biologisch functioneren en emotionele beleving beleving onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn in de welzijnsbeoordeling.
Vroeger
- Fysiologische mechanismen = fundament van affectieve ervaringen
- Affectieve toestanden opgenomen in 5de domein beperkt
1 verzamelterm voor negatieve zaken = distress
- Positieve affects ( zoals ervaren van plezier) geen sprake over
Vanaf 2000
- Meer inzicht in belang van positieve affects
- Erkenning dat welzijn niet simpelweg het vermijden van negatieve effects is
- Waarom positeve affects essentieel zijn
Een goed of aanvaardbaar welzijnsniveau kan niet eenvoudigweg bekomen worden door negatieve ervaringen te vermijden of verminderen. Hiervoor zijn aangename en belonende ervaringen essentieel.
Het model werd daarom herbekeken en in elk van de vier fysieke domeinen werden de omstandigheden opgenomen die leiden tot positieve affects. De positieve affects zelf werden vervolgens opgenomen in het vijfde mentale domein.
- Voorwaarden positieve ervaringen
Stimulusrijke en veilige omgeving
Omgeving met voldoende ruimte voor belonende gedragingen en natuurlijke activiteit
Comfort en keuze
Toegang tot geprefereerde rustplaatsen, thermisch comfort en variatie met optimale balans tussen prikkels
Bewegingsvrijheid
Afgestemd op de soortspecifieke behoeften met exploratie- en foerageergedrag
Sociale interacties
Verbindende activiteiten met soortgenoten zoals allogrooming, zorg voor jongen
- Aanvankelijk negatieve affectieve states die werden opgenomen beperkt
Opgedeeld vanaf jaren 2000 in 2 groepen
Survival-critical negative affects
Gegenereerd door sensorische input die veranderingen of onevenwichten detecteert in de interne fysieke toestand van het organisme.
Deze affects motiveren tot levensnoodzakelijke gedragingen die de overleving van het individu waarborgen
Voorbeelden
Honger, dorst, pijn, misselijkheid, zwakheid, duizeligheid ,
Door de gedragsaanpassing zal de interne fysieke toestand geleidelijk veranderen en zal de intensiteit van de negatieve affect verminderen
Het effectief managen van dieren houdt in dat we dieren proberen te behoeden voor extreme negatieve affects en de intensiteit binnen aanvaardbare grenzen proberen te houden

Situation-related negative affects
Gegenereerd door sensorische input die invloed heeft op cognitieve inschatting van externe omstandigheden en situaties perceptie
Voorbeelden:
angst, vrees, paniek, frustratie, woede, hulpeloosheid, eenzaamheid, eenzaamheid, verveling, hyperalertheid, depressie
Neutraliseren versus vervangen
- survival critical
Meestal tijdelijk geneutraliseerd
Een verbetering van onevenwichten in de
interne fysieke toestand resulteert meestal in een neutrale, geen positieve, affectieve uitkomst.
- Situation-related
Vervangen door positieve affects
Dieren in situaties gehouden worden waarbij ze gedragingen kunnen uitvoeren die ze ervaren als belonend
Vanaf 2020
- Model nogmaals aangepast
Naam 3de domein aangepast naar fysieke omgeving
Naam 4de model aangepast naar gedragsinteracties hierin nog eens een opdeling
Interacties met omgeving
Interacties met mens
Interacties met andere dieren
Flexibiliteit en Aanpasbaarheid van het Model
- Belangrijk !
Bij toepassing op nieuwe diersoorten of in nieuwe contexten moeten de voorbeelden in elk domein kritisch worden herbekeken en zo nodig aangepast
Vooral bij minder bestudeerde dieren
- Kritische herziening
Bij nieuwe diersoorten of contexten
- Unieke sensorische capaciteit
Erkenning van dierspecifieke ervaringen
- Voortdurend onderzoek
Nodig voor minder bestudeerde soorten
Interpretatie van risicosituaties
- Vijf domeinen model identificeert risicosituaties aanwezigheid zegt niet direct dat er een welzijnsprobleem is
. Bijvoorbeeld, de aanwezigheid van scherpe structuren in een dierverblijf duidt op een risico voor verwonding, maar betekent niet noodzakelijk dat het dier op dat moment pijn ervaart.
- Elke aanname van negatieve of positieve affects moet ondersteund worden




























H2: welzijnsindicatoren
- Dierenwelzijnsindicatoren
Niet-diergebonden indicatoren
Omgevingsgebonden
Managementsgebonden
Diergebonden indicatoren
Fysiologische indicatoren
Gedragsindicatoren
Gezondheids- en productieparameters
Fysiologische indicatoren
Stress
- Reactie van het lichaam op omstandigheden die het fysieke of psychologisch functioneren verstoren of dreigen te verstoren
- Concept dat de nadelige lichaamseffecten op bepaalde stimuli beschrijft
Omstandigheden en stimuli = aversieve stimuli
Stressoren
- Pijnlijke procedures vb. castratie
- Transport
- Sociale diersoorten: scheiding van groepsgenoot
- Huisvesting met onbekende dieren
- Heel hoge en lage temperaturen
- Zware fysieke inspanning
- Fixatie
-
Standaard stress
- Selye en Cannon: general adaptation syndrome of standard stress model
Onderzochten hoe lichaam reageert op bedreigende of schadelijke stimuli
Min of meer hetzelfde bij verschillende stimuli
- Bedreigende stimuli
2 reeksen van fysiologische respons
1) Activatie sympathisch zenuwstelsel
Snel en kortstondig
Werkt op bijniermerg
Toename van hartfrequentie en bloeddruk, verminderde gastrointestinale motiliteit en toename in secretie van catecholamines
Lichaam klaar gemaakt om in actie te schieten
Adrenaline en noradrenaline uit bijnier
Fight or flight reactie, freeze, fiddle of fawn (sussen)

2) Tweede set gaat langzamer
Hypothalamus wordt geactiveerd hypofyse geactiveerd effect op bijniercortex
Hypothalamus stelt hormoon vrij CRH (= corticotropine-releasing) toegenomen secretie van ACTH (= adrenocorticotroop hormoon) gaat via bloedbaan naar bijniercortex en stimuleert secretie gaan corticosteroden ( cortisol)
Cortisol moet op een gegeven moment terug dalen systeem neutraliseert
Cortisol zorgt dat de flight en fight weggaan en organen beschermd worden
Cortisol komt in bloedbaan na paar minuten

Als eerste set gebeurt = niet erg is om te reageren op bepaalde situatie geeft geen probleem
Probleem zit bij tweede set als het blijft duren of veel na elkaar je krijgt serieuze lichamelijke effecten je komt in uitputtingsfase je kan bijvoorbeeld maagzweren krijgen
Beperkingen
- Standaard stress model niet volledig
- Bijnierschors gaat niet altijd reageren
Men kan dus de acute cortisolverhoging niet hanteren als gouden standaard om te bepalen of een gebeurtenis stresserend is of niet.
- Voorbeeld met rhesuapen
graduele toename omgevingstemperatuur geen verhoging van cortisolgehalte
- Cortisol gehalte meten om te ween of dier stress heeft of niet is niet voldoende omdat het niet altijd wordt vrijgesteld
- Situatie zonder stressor verhoging van corticosteroidgehalte
Vb copulatie, balts, jacht
- Diersoort- en individuele verschilen
Het is niet mogelijk om de acute cortisolverhouding te hanteren als gouden standaard om te bepalen of een gebeurtenis stresserend is of niet
- Stress treedt op wanneer een dier er niet meer in slaagt het hoofd te bieden aan de omgeving en zijn fitness vermindert vanaf dan spreken we van stress
- Situatie waarbij cortisol altijd aangemaakt word
Nieuwe situaties
Onvoorspelbare situaties
Weinig/gene controle over situaties
Voorspelbaarheid en benvloedbaarheid
- Experiment van Weiss voorspelbaarheid
3 ratten in individuele kooien elektrode aan staart bevestigd zodat ze elektrische schokken (= stressoren) konden ontvangen
2 ratten (ratten A en B) waren verbonden door het hetzelfde elektrisch circuit zodat ze telkens beide dezelfde elektrische schokken kregen toegediend - 3e rat was een controle die nooit schokken ontving
1 van de 2 ratten die schokken ontving (rat A) kreeg een voorspellend signaal voor elke schok (geluidssignaal enkele sec. voor elke schok) - rat B kreeg geen voorspellend signaal
rat A kreeg minder maagzweren dan rat B hoewel ze exact dezelfde hoeveelheid pijn ondergingen verschil was de mogelijkheid tot het voorspellen van de schok

- Experiment van Weiss benvloedbaarheid
Situatie idem vorige experiment
Rat A kon beetje controle uitoefenen over de schokken eens de stroomstoot er was kon de rat de stroom afzetten door aan een wiel te draaien hierdoor werd de lengte van de schok verkort (zowel voor rat A als B)
rat A kreeg minder maagzweren dan rat B hoewel ze exact dezelfde hoeveelheid pijn ondergingen
Verschil was de mogelijkheid tot het benvloeden van de schok

- Conclusie
Effecten van een stressor hangen vooral af van het feit of een dier de stressor kan voorspellen en controleren en niet zozeer van de fysieke karakteristieken van de stressor (intensiteit, duur, frequentie)
- Controle
Uitvoeren van een gedrag relevant voor de stimulus
Vb. zeug die gaat werpen: intern gemotiveerd om nest te bouwen
Zeugen A en B worden verhinderd dit te doen
Zeug A: individuele box (kan niet lopen)
Zeug B: in grotere box ( kan rondlopen)
Zeug B minder stress kan meer rondlopen en kan iets doen wat wel relevent is
- Hond naar asiel
Nieuwe omgeving, niet weten wanneer iemand komt, niet weten wanneer ze eten krijgen, niet weten wanneer ze naar de DA moeten veel stressoren cortisol gehalte stijgt
Alle honden die binnenkomen ongeacht geslacht en leeftijd krijgen stijging in cortisol
Individuele verschillen
- Muizen in wild gevangen
Reactie op een indringer ( vreemde muis in kooi)
2 reactiepatronen
Nieuwe muis wordt direct aangevallen
Nieuwe muis wordt niet direct aangevallen
In populatie van wilde muizen bestaan 2 niet- overlappende subpopulaties met verschillend reactiepatroon
Niet enkel verschillende reactie bij nieuwe muis maar ook bij andere stressoren
Verder gegaan op dit experiment
De twee muizen moesten door doolhof lopen leerden even snel
Gingen dan iets veranderen in doolhof (stukje plakband)
Muizen die snel aanvielen besteedden er geen aandacht aan, muizen die niet aanvielen vergaten hun taak en exploreerden de plakband
Agressieve muizen patroon van proactive copers = active copers (copen =omgaan met)
reageren sympathisch
Ontwikkelen snel routines vertonen gedragspatronen die hun succes reeds bewezen hebben
Vrij agressief, exploreren snel/niet diepgaand, ongevoelig voor externe stimuli
Rustige muizen reactive copers = passive copers
activatie sympathicus laag
Passen gedrag aan aan veranderingen in de omgeving
Lage agressiviteit, traag in exploratie, gevoelig voor externe stimuli
Cortisol/corticosterongehalte meten
- Bij carnivoren, primaten, runderen, schapen, geiten, paarden, varkens, nertsenen vele vissoorten wordt er cortisol gevormd door de bijnier. Bij vele vogels en knaagdieren is dit corticosteron.
- Vooral bruikbaar om acute stress te gaan evalueren
Niet voor langdurige situaties want cortisol gaat terug een normaal niveau aannemen na een tijd
- Stalen genomen in
bloedplasma, speeksel, feces, urine, melk, eieren, haren, veren
In haren en veren wordt cortisol voor langere tijd opgestapeld
Je kan info krijgen over bijvoorbeeld 3 maand
Feces heb je ook info over de uren vooraf



- Speekselstaal : swab
Je kan dier daar laten op kauwen
- Je moet staal nemen zonder stress te veroorzaken bij dier en snel verzamelen
Als je te lang erover doet en stress geeft dan gaat je cortisol gehalte weer hoog zijn

- Diersoortverschillen en rasverschillen
Basale niveaus (zonderstress) en stijging bij stress
Bv: rund lager dan nerts
Vb: ras
Meishan hoger dan bij large white varkens
Andere fysiologische indicatoren
- Hartfrequentie
Voor kortdurende
Rekening houden met activiteit
Uit een studie die de reactie (hartfrequentie) van schapen op verschillende stimuli onderzocht bleek dat de sterkste verhoging in hartslag werd waargenomen bij de benadering door een hond.
Ook transport, introductie in nieuwe groep en isolatie zorgt voor toename maar minder
- Bloeddruk
- Gewicht bijnier
- Immunologische parameters



Gedragsindicatoren
- 3 grote types gedragsonderzoek
1) Gedrag in natuurlijke/ideale omgeving vergeleken let gedrag in omgeving die wordt onderzocht
Tijdsbudgetten = time budgets
= procentuele weergave van hoeveel tijd een deer besteedt aan verschillende activiteiten over een dag
Interpretatie in relatie tot welzijn moeilijk
Gedrag komt minder/niet voor doordat het niet wordt uitgelokt door de omgeving geen frustratie
Vb. Anti-predator gedrag eerder geen welzijnsprobleem
Gedrag komt minder voor omdat het dier wordt verhinderd om het uit te voeren frustratie
Vb. Op stok gaan kippen eerder wel een welzijnsprobleem
2) Preferentie- en motivatietesten
Voorkeuren van dieren bestuderen = preferentietesten
Kan iets zeggen over welzijn nadien
Sterkte van voorkeur bestuderen = motivatietesten
Hiermee weten we echt voor wat het dier gemotiveerd is
3) Identificatie van abnormaal gedrag en gedrag verbonden met slecht copen
- Frustratie: wanneer dier wordt belemmerd om een gedrag uit te voeren waartoe het gemotiveerd wordt
Experimenteel frustratiesituatie creren gedrag observeren
Vb. kippen: overspronggedrag verenpoetsen, toegenomen agressie, pacing
Eten geven en zorgen dat dier er niet aankan frustratie bij dier
Pacing bij kippen = heel de tijd over en weer lopen
Abnormaal gedrag
Abnormaal gedrag
- Om abnormaal gedrag te herkennen moet je normaal gedrag kennen
- Norm is het gedrag zoals het gevolueerd is in de natuurlijke habitat van een diersoort
- Informatiebronnen omtrent normaal gedrag
Gedrag van wilde voorouders
Gedrag van verwilderde dieren
Gedrag van gedomesticeerde dieren in omgeving van voorrouders
- Normaal gedrag van dieren zal in bepaalde omstandigheden variatie vertonen
Er is dus een range
- Gedrag abnormaal indien niet aanwezig/ in andere context/met andere frequentie bij vrijlevende omstandigheden
- Onderscheid normaal/abnormaal NIET op basis van mate van voorkomen bij individuen
- Niet letten of het veel of weinig voordoet bij individuen geen maatstaf
Je ziet gedrag bij veel individuen voorkomen daarom is het niet normaal
Veel dieren kunnen tegelijk abnormaal gedrag vertonen


Stereotypien
- 3 eigenschappen
Bewegingen steeds op dezelfde manier uitgevoerd
Volgens relatief constant ritme herhaald
Ogenschijnlijk zinloos
Soorten/voorbeelden
- Pacing = over en weer lopen

- Rondcirkelen = circling eigenlijk pacing maar continu in een rondje

- Weven

- Kribbebijten

- Luchtzuigen windzuigen


- Looskauwen

Er zijn kaakbewegingen zoals bij het kauwen op voedsel aanwezig echter zonder dat er voedsel aanwezig is in de mond.
Na tijdje kan je klodder speeksel zien
- Stangbijten

Zie je ook vaak bij hamsters
- Tongrollen

Bij runderen meest voorkomend stereotype gedrag zeker weten !
- Stereotype likken
Kan gerelateerd zijn aan medische zaken die eronder liggen
Maag darm aandoeningen kunnen zorgen voor meer likken
- Staartjagen
Probleem als dier dit groot percentage van de dag doen
Oorzaak en relatie tot welzijn
- Ze komen vaak voor in omgevingen waarin een dier weinig controle kan uitoefenen. = > frustratie
- Bij belemmering van normale en sterk gemotiveerde gedragingen
- Vaak multifactorile oorzaak
Vaak verschillende parameters samen
Vb zeugen
Beperkt gevoederd, weinig plaats, slechte hygine kan samen zorgen voor stereotype gedrag
- Stereotypien = indicator voor verminderd welzijn want
Ontstaan in suboptimale omgevingen
Ontstaan uit gedragspatronen die duiden op intern conflict of aversie
Review paper 2004: Mason and Latham
Alle publicaties die er waren samen genomen

Vergelijkende studies tussen verschillende behandelingen: variatie in verrijking, variatie in huisvestingsomstandigheden
Om te kijken of er een link met welzijn is
Kijken naar veel parameters
Slechtere omstandigheden (verminderd welzijn) meer stereotyperen
MAAR niet altijd zo stereotyperende dieren hebben niet altijd een beter welzijn
In omgeving die stereotypien uitlokt: dieren die stereotypien uitvoeren hebben goed welzijn
Omgevingen die stereotypien induceren suboptimaal qua welzijn
Binnen suboptimale omgeving (stereotypie- inducerend) welzijn best bij meest stereotyperende dieren
- Stereotypien relatie met welzijn niet altijd duidelijk
- Stereotypien kunnen ontwikkelingsproces ondergaan
begin: uiting van frustratie, geassocieerd met een emotionele toestand
nadien: worden motorische automatismen
- st. kunnen zich emanciperen van de oorspronkelijke causale situatie
d.w.z. dat sommige dieren zullen blijven stereotyperen wanneer men de frustratie opheft (vb. stro toedienen)
emanciperen hakt los van frustratie en gedrag blijft doordat het iets automatisch is geworden
zaken in verleden waren niet in orde omgeving verbeterd dier blijft toch stereotyperen
- Stereotypien in emancipatiestadium
moeilijker te benvloeden door omgevingsverrijking
Dit kan bv. verklaring zijn waarom omgevingsverrijking bij woelmuizen minder effectief wordt in het reduceren van stereotypien met toenemende leeftijd
Verrijking die niet onmiddellijk niveau van stereotyperen doet dalen niet zomaar besluiten dat verrijking niet werkt (ook naar andere parameters kijken welzijn ingeschat op basis van heel veel parameters)
- Emancipatie ja of nee
Valt niet te voorspellen
Soms bij knaagdieren na enkele maanden
Soms geen emancipatie er bestaat gene regel
Vb stereotyperend paard 7 jaar lang kan stoppen door verbetering aan te brengen in de omgeving
Probeer iets te doen/ veranderen en kijk naar het effect
- Do-it-yourself enrichments
Misschien zijn st. uiting van natuurlijke gedragingen, zij het op onnatuurlijke substraten en in onveranderlijke vorm om natuurlijk gedrag toch nog te kunnen uitvoeren en zo hun eigen welzijn te verbeteren
Vb. jonge kalveren zuiggedrag op artificile objecten toename insulinegehalte betere vertering
Vb. kalveren die niet kunnen grazen: st. tongbewegingen tongbewegingen worden geassocieerd met minder maagzweren
Mechanisme? Tongbewegingen productie van speeksel komt in de maag en zorgt voor hier voor het bufferen van zuren (krachtvoeder)
DUS door st. bewegingen uit te voeren die lijken op grazen kunnen runderen eigen welzijn verbeteren potentile negatieve effecten van dieet verminderen daling hartritme
Maar pas op: soms zijn st. geen bevredigende uitingen van natuurlijk gedrag
Vb. stereotypisch graven van gerbils in de hoeken van de kooi wordt niet voorkomen door substraat ter beschikking te stellen zodat ze meer natuurlijk graafgedrag kunnen vertonen maar door het ter beschikking stellen van een tunnel dus de mogelijkheid om te graven kan geen vervanging zijn voor het willen hebben van een tunnel
- Mantra-effect
Kalmerende werking door herhaling
Vnl. humane voorbeelden
Temple Grandin
Vond het leuk zichzelf steeds rond te draaien of steeds muntstukken doen draaien
Als ze dit deed ervaarde ze rust
Men vermoed dat dit bij dieren ook het geval is
- Steeds naar oorzaak zoeken ipv alleen symptomen te willen doen verdwijnen
Tenzij stereotyperen zelf schadelijke gevolgen heeft
vb. herhaaldelijk likken: vorming van haarballen in maag kalveren
vb. automutilatie
- Gemeenschappelijke kenmerken
Ontwikkelen vanuit motorische patronen typisch voor de species
Ontwikkelen in situaties waarin dieren frustratie ervaren
Raken meer en meer gefixeerd en onveranderlijk bij herhaling
Mogelijkheid tot emancipatie: blijven voorkomen ook in de afwezigheid van de uitlokkende stimuli
Abnormaal gedrag gericht naar andere dieren
- Andere dieren kunnen hiervan schade oplopen = mutilerend gedrag 2 soorten
Allomutilatie
Als dier zichzelf kwetst
Meestal niks met agressie te maken
Meestal productie van endogene opioieden ( morfine-achtige stoffen = endorfines)
De neuropeptide beta-endorfine heeft een pijnstillende werking en gelijkt scheikundig sterk op ACTH
Beide treden op bij stress
Dieren mutileren zichzelf om stress beter te verdragen
Automutilatie
- Voorbeelden
Verenpikken en kannibalisme leghennen
Forms of bird-to-bird pecking
Gentle feather pecking
o without removal of feathers, often ignored by the recipient
Severe feather pecking
o forceful pecking at or pulling out of feathers, victim usually reacts
Aggressive pecking
o Mainly to head and neck region, to establish a dominance hierarchy
Vent pecking
Directed at the cloaca often around the onset of lay
Cannibalism
o Consumption of flesh or blood
o Kannibalisme: geen omgerichte vorm van agressie
o Multifactorieel
Kan serieuze schade geven
Vele onderzoek naar ook genetisch
Staart- of oorbijten
Urinezuigen bij kalveren
Kalveren zuigen aan navel, preputium, uier, oren, lippen van andere dieren
Kan zorgen voor letsel bij andere dieren
Belly-nosing
Varken duwt heel de tijd tegen buik/flank ander varken
Typisch voor jonge vleesvarkens
- Voorbeelden van zelfbeschadiging
lik granuloma acral lick dermatitis

Paard


Apathisch gedrag
- Gebrek aan reactie op externe prikkels
Sommige dieren vertonen een langdurige immobiliteit en schijnen geen belangstelling voor de omgeving meer te vertonen
Voorbeeld: zittende zeugen hondenzit)
- Learned helplessness aangeleerde hulpeloosheid
Vb. hond leert in een kooi een probleem oplossen: na het verschijnen van een signaal moet hond naar ander deel van kooi springen om een elektrische schok te vermijden
Dan wordt proef onoplosbaar gemaakt doordat de hond steeds gestraft wordt, waar hij zich ook bevindt
Na paniekfase ondergaan een aantal individuen passief de schokken zonder te reageren
Proef wordt terug oplosbaar gemaakt aantal honden kunnen zich niet meer aanpassen en blijven passief
Lijkt alsof ze geleerd hebben dat ze geen controle meer hebben niets meer ondernemen
Chronisch verminderde drempelwaarde
- Stresstoestanden drempelwaarde voor bep. gedragingen vermindert
polydipsie (overdreven drinkgedrag)
Vb. zeugen: polydipsie
polyfagie (overdreven eetgedrag)
Hyperseksualiteit
Hyperagressiviteit
Vb. hyperagressieve hengst: moeilijke hengst + sociale isolatie nog agressiever nog minder manipuleren grotere isolatie .
Preferentietesten
- Je geeft dier meerdere opties en je laat dier gewoon kiezen
- Een fundamentele veronderstelling bij dit type onderzoek is dat dieren keuzes maken in hun eigen voordeel
- Keuze altijd relatief
Het dier heeft keuze die je aanbied en daar blijft het bij
Als je andere niet aanbiedt weet je niet of hij iets anders beter vindt
- Parameters
Tijd gespendeerd in verschillende opties
Opties van keuzes
Snelheid waarmee keuze gemaakt wordt
Aantal dieren die de optie kiezen
- Eerste experiment
Door Brambell Committee
Bodemmaterialen die werden gebruikt voor leghennen in kooien niet voldeden
Meerdere bodemmaterialen ter beschikking gesteld aan hennen en men keek waar men het meeste tijd op doorbracht
Het toonde aan dat hennen geen specifieke voor- of afkeur hadden
- Normaal water en andere oplossing
Kijken naar smaakvoorkeuren
Rekening houden met plaatseffecten flesjes eens van plaats verwisselen zodat je deze eruit haalt

- Vele ingezet voor
voorkeuren voor omgevingstemperatuur, lichtsterkte, beddingmaterialen, bodemmaterialen... te bestuderen.
- Kritiek op eerste testen
Omgevingsvoorkeuren van dieren onderschat
Voorbeeld zeug
Te warm kiezen voor betonnen vloer
Drachtige zeug die moet werpen kiest voor stro
Daarom meerdere testen gaan uitvoeren om een deftige conclusie te kunnen trekken
Dier weet niet dat het een keuze moet maken benut gewoon hele omgeving
Dier gebruikt gewoon omgeving
Observaties koppelen aan gedragsobservaties
Voorbeeld muis die kan kiezen tussen licht en donker je moet kijken waar ze meeste tijd spenderen maar ook kijken hoe ze ruimtes benutten

Motivatietesten
- Via dit soort testen probeert men de sterkte van de voorkeur voor een bepaalde optie vast te stellen.
- Consumer demand theory

- Dieren laten werken om iets te bekomen
Hoe meer dier bereid is te werken voor bepaalde optie hoe meer gemotiveerd dier is om deze optie te bekomen , hoe belangrijker optie voor dier
Niet elastische behoefte dier zal blijven werken

Voorbeeld leghennen met toegang tot legnest met duwdeur
Gewicht om deur open te duwen stapsgewijs verhoogd leghennen bleven erdoor gaan ook moesten ze meer moeite doen = niet-elastische behoefte
Gezondheids- en productie-indiciatoren
- Gezondheid = belangrijk aspect welzijn
- Parameters zoals
Aanwezigheid verwondingen
Ziekten
Kreupelheid
- Gedragingen waarbij allomutilatie optreedt worden in welzijnsbeoordelingsprotocollen vaak niet zelf geobserveerd, echter wel de schade die ze aanrichten.
- De relatie tussen productie-indicatoren en welzijn is niet altijd even duidelijk
Onze hoogproductieve dieren zijn immers geselecteerd op productie en deze doorgedreven selectie is niet altijd verbonden met een beter welzijn
Goede productiedata geen garantie voor goed welzijn
Vermindering in productieparameters kan wel goede indicatie zijn voor welzijnsvermindering
Voorbeeld: minder melkgift, tragere groei
- BCS




H3: welzijnsbeoordeling
Terminologie indicatoren
- Dierenwelzijn
Wetenschappelijke literatuur: verschillende definities aspecten van subjectieve ervaringen, biologisch functioneren en natuurlijkheid van omgeving verschillende benaderingen meenemen want dierenwelzijn is een multidimensioneel concept (+ ! Acceptatie door EU-burgers)
- Welke diersoorten welke productiestatus ?
Rundvee
Melkkoeien
Vleeskoeien
Vleeskalveren
Pluimvee
Leghennen
Vleeskippen
Varkens
Zeugen en biggen
Vleesvarkens
- Parameters zo veel mogelijk diergebonden
Diergebonden grootste focus hierop
Dierenwelzijn is kenmerk van het dier (oa afh van genetica, vroege ervaringen, temperament)
! Om inschatting te kunnen maken los van het bedrijfssysteem (!welzijn kan verschillen in bedrijven met een zelfde huisvestingssysteem)
Door directe of indirecte metingen
Directe metingen verzameld door
Observaties
Agonistisch gedrag bekijken
Bepalen BCS
Inspectie van het dier
Effecten van respons op omgeving
Slappe feces op de grond
Indirecte metingen verzameld door
Data register
Melkproductie
Afvoerpercentage
Niet diergebonden ( management en omgeving)
Opgedeeld in resource besed indicators
Bv: oppervlakte per dier
Bv: beschikbaarheid en reindheid drinkpunten
Of opgedeeld in management-based indicators hierbij landbouwer spreken
Bv: hoe vaak worden koeien gemolken
Bv: gebruik van pijnstillers
Bv: mogelijkheid tot weidegang
Welzijnsbeoordelingsprotocolen
Projecten
- Welfare quality project
Protocollen voor pluimvee, varkens en rundvee
Uitgangssituatie
Dierenwelzijn is een belangrijke bezorgdheid van EU-burgers
EU-consumenten voelen zich te weinig genformeerd over dierenwelzijn en kunnen te weinig rekening houden met dierenwelzijn bij de aankoop van voedsel
Er bestaan verschillende welzijnsbeoordelingsschemas in Europa.
Een universeel schema zou de geloofwaarigheid van de welzijnsclaims verhogen
- Animal welfare indicators
Protocollen voor paarden, geiten, schapen, ezels en kalkoenen
- WelFur project
Protocollen voor nertsen en vossen
Basisprincipe welfare-quality
Principes criteria metingen

- Gebaseerd op 4 principes te kennen !!!!
Good feeding = goede voeding
Goud housing = goede huisvestiging
Good health = goede gezondheid
Appropriate behaviour = normaal gedrag
- Binnen elk principe 2-4 welzijnscriteria vastgelegd
Voor hele protocol dus 12 welzijnscriteria allemaal kunnen opnoemen
- Hetzelfde voor alle diersoorten
- Welzijnscriteria uitgelegd
1. Mogen niet lijden door langdurige ondervoeding geschikt dieet krijgen
2. Watervoorziening moet voldoende bereikbaar zijn
3. Comfort tijdens rusten
4. Niet in te koude of te warme omgeving
5. Vrij rond kunnen bewegen
6. Geen verwondingen op lichaal
7. Goede hygine
8. Dieren ervaren geen pijn bij ingrepen
9. Dieren kunnen sociaal gedrag uitvoeren
10. Mogelijk zijn om species-specifieke natuurlijke gedragingen zoals foerageren uitvoeren
11. Mens dier interactie moet goed zijn
12. Positieve gevoelens bevorderen
- Je moet eerst een score hebben voor je criteria om je principes een score te geven

Op examen kunnen zien dat het voedselpododermatitis is weten bij welk principe het hoort en welke criteria erbij hoort
Kan ook met drinkbakken gevraagd worden kunnen zeggen dat het bij rpincipe good feeding hoort en criteria afwezigheid langdurige dorst
Voorwaarde metingen (of indicatoren)
- Selectievoorwaarden van metingen
1. Haalbaar = praktische uitvoerbaarheid
Beoordeling moet uitgevoerd kunnen worden op 1 dag
Metingen met te veel tijd vallen uit de boot
2. Validiteit
Ze moeten iets zeggen over het welzijn
Meting moet mee variren als welzijn veranderd
3. Integratie
zoveel mogelijk de lange-termijn gevolgen van voorbije veehouderijpraktijkenintegreren
vb: ECS voeding voordien
vb: huidletsels bij varkens sociale problemen voordien
4. mate van verstoring
dieren zo min mogelijk verstoren in natuurlijk gedrag
De volgorde van de metingen moet zodanig zijn opgebouwd dat eerst de minst storende observaties worden uitgevoerd en de metingen die handeling vereisen helemaal op het einde worden uitgevoerd
5. Robuustheid (= betrouwbaarheid)
Metingen gedaan door verschillende observatoren ongeveer dezelfde resultaten between-observer reliability
Moet voldoende hoog zijn
Verschil kan verminderd worden door training
Berekening scores
- Bottom-up approach
Om globale welzijnsbeoordeling te verkrijgen
Resultaten van metingen gecombineerd per criterium een score
0 = slechtste
100 = beste
Vervolgens criterium-scores gecombineerd om per principe een score te krijgen
Principe-scores gebruikt om diereenheid die werd beoordeeld in te delen bij overeenkomende welzijnscategorie






- De scores worden nog opgedeeld in gewichten ze zijn niet allemaal even belangrijk
- Als 1 van de 4 niet goed is maar andere wel dan gaat dat compenseren
- In criteria ook gewichten gestoken ze wegen niet allemaal evenveel door wel geen onderlinge compensatie mogelijk


Welfare quality runderen kunnen op examen

Gedragsobservaties
- Stel je hebt een stal met 100 koeien dan ga je die opdelen in 4 compartimenten
Er mogen max 25 dieren per compartiment hebben
- Totale observatietijd in bedrijf is 120 min
Klinische scores
- Steekproef
- Ad random
Good feeding
Good feeding 1. Absence of prolonged hunger BCS (% very lean animals)
2. Absence of prolonged thirst Availability & cleanliness water

BCS
- Bij steekproef (% zeer magere dieren)
-
-
Score(s) van de indicatoren (metingen) worden omgezet naar een criteriumscore die varieert tussen 0 en 100
- Omzetting metingen criteriumscore
Bij metingen op individueel niveau met inschatting van ernst
Berekening gewogen som omgezet naar criteriumscore via niet lineaire curve
Beschikbaarheid en properheid van water
- Water voorziening
# dieren - # waterpunten / lange drinkbakken

- Properheid van drinkbakken

- Water flow
Controleer de hoeveelheid water die per minuut eruit komt
- Group level
# waterbakken met goede water flow
- Functioning of water points
Controleer of ze correct werken
Controleer of hendels beweegbaar zijn
Score
0 = ze werken correct
2 = ze werken niet
- Gebruik maken van beslissingsboom

Good housing = goede huisvestiging
Good
housing 3. Comfort around resting Lying down duration; % collisions; on
edge of lying area; cleanliness
4. Thermal comfort -
5. Ease of movement Tethering; access to pasture

Comfort around resting
- Tijd meten van hoe lang ze gaan neerliggen
Vanaf je ziet dat ze willen gaan liggen klaarhouden
Indrukken als carpus buigt
Stoppen als ze volledig liggen
Dier dat pijn heeft gaat niet soepel verlopen duur gaat oplopen
- Botsen ze op zaken als ze gaan liggen (collisions)
Op moment dat dier gaat liggen bitst het tegen de uitrusting
Noteren als ze botsen
- Liggen ze op de rand van de ligbed
Liggen ze met het achterste over de rand
Liggen ze volledig van de ligbed
Liggen de achterbenen over de rand

Dieren tellen
Hoeveel staan er recht
Hoeveel liggen neer
Liggen ze goed of liggen ze op de rand van iets
Hoeveel eten
Als een klein stukje van de uier erover ligt tellen ze dat niet mee
- Zijn ze vuil (bevuilingsgraad dier)
Als ligbed niet proper is, dan is dit niet aangenaam voor het dier
Weeg iets minder door
Je gaat een steekproef doen
Hoe?
Je kiest een koe
1 zijkant en de achterkant bekijk je
3 gebieden
Onderste deel achterbeen
Achterhand en staart (behalve topje is vaak vuil )
Uier ( zijkant en achterkant)
Je geeft een score per gebied
Geen vuil oppervlakkig vuil aangekoekt vuil
Handpalm of meer vuil dan spreken we erover dat het vuil is
0/2
Als ze score 0-0-0 geeft moet je weten dat het over bevuilingsgraad gaat
Oefening
score 2-2-2
Thermal comfort
- Geen specifieke indicator
Ease of movement (bewegingsvrijheid)
- Worden ze aangebonden (tethering)
Stel dat ze aangebonden zijn
Wanneer is dit
En welke beweging hebben ze toch nog
Kunnen ze nog even vrij bewegen of kunnen ze dit niet

Good health = goede gezondheid
Afwezigheid van verwondingen = absence of injuries
- Lameness (mankheid)
Je gaat ze doen stappen
Onderscheid in
Niet kreupel
Ik zie kreupelheid maar je kan niet zien welke poot
Serieus kreupel ze ontlasten echt een been
Omzetten via grafiek zoals BCS
- Veranderingen aan de huid ( integument)
5 gebieden
1 kant van rund bekijken

Voorpoot
Voorhand met kop en bovenste stuk rug
Zijkant
Achterhand vanboven
Benen en uier
Op wat ga letten
Haarloze plekken
Zwellingen
Letsels

Afwezigheid van ziekte = absence of disease ( weegt het zwaarste door bij rund)
- Hoesten
Je luistert tijdens de observatie naar het hoesten
- Neusuitvloei
Steekproef
Als er echt iets uitkomt
Natte neus is gewoon normaal
- Ooguitvloei
Een klein beetje is normaal
Als het ten minste 3 cm is dan ga je zeggen dat er oogvloei is

- Ademhaling
Als het dier echt staat te pompen
- Diarree
Achterkant dier kijken
Aan staart kijken en kijken is het vuil of proper

- Vulva uitvloei
Staart opzij doen en kijken wat eruit komt

- Mortaliteit
Ga je vragen aan landbouwer

Afwezigheid van pijn bij management procedures
- Gaat vooral over onthoornen of staart couperen
Vooral vragen aan landbouwer
Hoe hij het doet en wat de procedure is
Voldoende dieren moeten het hebben ondergaan
Minstens 15%
Disbudding groeipunten van hoornen verwijderen
beslissingsboom weer
Gepast gedrag = appropriate behaviour
Expressie van sociaal gedrag = expression of social behaviour
- Voorkomen agonistische gedragingen
Hieronder zie je er twee lijstje is wel veel uitgebreider
Kopstoot
Stevige beweging tegen ander dier
Dier die kopstoot krijgt blijft staan
Verplaatsing
Dier geeft stoot aan ander dier en dier gaat zich verplaatsen
Expressie van ander gedrag
- Toegang tot weidegang
Dit vraag je gewoon aan landbouwer
Hoeveel dagen per jaar (duur)
Dit in percentage uitdrukken
Moet minstens 6 uur per dag zijn
Ook score geven met grafiek

Goede mens dier interactie = good human-animal relationship
- Met soort benaderingstest = avoidance distance at feeding place
Je gaat op moment dieren aan het eten zijn
Je gaat er twee meter van staan
Zorgt dat rund je ziet
Ja gaat naar rund toestappen en hand in hoek van 45 houden met bovenkant naar dier en stapt rustig naar dier
Je probeert rund aan te raken
Als dit niet lukt dan stopt het
Afstand inschatten tussen hand en neus van koe
Het gaat per 10 cm
- Score
Kijken naar percentages en dan omzetten naar score
Positieve emotionele staat
- QBA = Qualitative Behaviour Assesment term kennen !!!!
- Het eerste wat je doet als je toekomt is dit
Je wilt dieren hebben als ze nog niet gestoord zijn geweest
- 20 min observeren
Je noteert niks je kijkt alleen
Na 20 min pak je papier
descriptoren
Verschilt per diersoort
Lijstje voor rund
Active Frustrated Irritable Relaxed Friendly Uneasy
Fearful Bored Sociable Agitated Playful Apathetic
Calm Positively occupied Happy Content Lively Distressed Indifferent Inquisitive
Stel je staat in stal en je hebt lijnstuk
Als de globale indruk veel activiteit is dan gaat je streepje meer naar rechts gaan is er weinig activiteit dan gaat het meer naar links gaan
Na lijntjes aan te doen dan ga je omzetten
Je gaat meten van begin punt tot waar je streepje staat en dat getal vermenigvuldigen met wegingsfactor
Diegene met een minteken voor zijn minder goede signalen negatief naar welzijn toe
Gewogen som dan via curve nog omzetten naar score
Omzetten criteriumscores naar principescores
- Verschillende gewichten voor de verschillende criteria

- 4 principescores finale inschaling
Zeer goed goed voldoende niet geclassificeerd
Andere welfare quality en welfa indicators projecten
Uitgebreid zie hierboven algemene theorie
Paarden
Goede voeding
- BCS

- Water beschikbaarheid
Geen
Waterbak
Elektrische drinkbak
- Controle of ze werken
Werken of werken niet
- Properheid
Vuil
Water en drinkbak vies
Gedeeltelijk vuil
Water proper drinkbak vies
Proper
- Bucket test
Zie rund
Goede huisvestiging
- Comfort om te rusten
Bedding

Bedding proper of niet
Vuil
Nat , mest
Proper
Box grootte
Meet de schofthoogte
Bereken opp box

Min opp: (2 x schofthoogte) ^2
Goede gezondheid
- Afwezigheid van pijn bij management ingrepen
Gezichtsuitdrukkingen schaal paard
Bekijk het gezicht van het paard 1 min en let opvolgende zaken


Hoefgezondheid

Zijn de hoeven verwaarloosd of niet
Tekenen van verwaarloosde hoef
Overgroeide hoeven
Tenen omhoog
Verschillende barsten in hoef
Schade van mondhoeken
Kijk of er in de mondhoeken scheuren, wondjes of roze plekken zijn

Gepast gedrag
- Expressie sociaal gedrag
Sociale interactie
Paarden zijn sociale dieren
Sociaal gedrag belangrijk voor een goed welzijn
Contact met andere dieren
Kijk naar het paard in de box en of ze sociaal contact kunnen hebben

- Expressie van ander gedrag
Stereotypes
Herhaaldelijk gedrag zonder betekenis tonen vaak een tekort in welzijn aan
Observeer het paard voor 1 min en kijk of het paard 1 van volgende gedragingen toont
Cribbe bijten
Weven
Hoofd schudden
Hout bijten

Fear test
Gebruik een plastic flesje en doe er steentjes in
Plaats het flesje aan de ingang van de stal
Als het paard het flesje naderd laat je het vallen
Wacht tot paard het terug benaderd
- Goede mens-dier relatie
Mens-dier relatie test
Avoidance distance test
Start op 2,5m afstand van stal
Doe je arm omhoog tot 45 en de achterkant van je hand naar het dier
Zorg dat het paard aandachtig is
Stap dan naar het paard toe
Als afstandelijk gedrag getoond wordt stop en schat de afstand
Voluntary animal approach test
Draai je lichaam 450 van de deur
Leg je hand op de hendel om de deur te openen
Wacht tot het paard je benaderd en kijk 20s naar het gedrag
Score

Forced human approach test
Open de staldeur en wacht 5 seconden voor het binnen gaan
Als het paard niet agressief is benader het rustig
Doe je arm omhoog en beweeg naar de linkerkant van het paard en ga zo naar achter
Score

Geiten
Goede voeding
- In de rij staan voor het drinken
Geiten worden verplicht om te wachten
- Scoren
Schrijf het aantal wachtende geiten op gedurende 15 minuten
Pas op ze wachten niet als ze met twee aan het drinken zijn
Ezels
Goede voeding
- Beschikbaarheid water
Skin test
Om te bepalen of ze dehydratatie hebben
Vraag de eigenaar het dier vast te houden en trek een stukje huid naar boven en kijk hoe rap het terugkeert
Asielhonden
Goede huisvestiging
- Thermisch comfort
Beven = shivering
Duidelijk rillen van het lichaam
Huddling = ineengedoken
1 of meerdere dieren zitten samengekropen en ineengedoken
Panting = hijgen
Hond is hevig aan het hijgen
Varkens
Goede gezondheid
- Afwezigheid van wonden
Wonden op het lichaam
5 gebieden
Oren
Voorkant ( hoofd tot achterkant schouders)
Flank (zijkant, buik)
Achterhand
Poten
Schade aan vulva
Schapen
Goede gezondheid
- Afwezigheid van ziekte
Kleur van mucosa

Er wordt hiernaar gekeken om te kijken of er geen anemie is
Hennen
Gepast gedrag
- Mens-dier relatie

- Positieve emotionele staat
Nieuwe object test
Kies 4 plaatsen in het kippenhok en plaats er een nieuw voorwerp
Tel elke 10 sec om te kijken hoeveel dieren er naderen voor 2 min
Oefening
Je staat in een varkensstal waar ga je op letten voor het welzijn te beoordelen
Omgeving en management
- Temperatuur
- Luchtvochtigheid
- Ventilatie
- Licht
- Eten
- Water
- Scherpe randen
- Groepsgrootte
- Verrijking
- Functionele gebieden
- Lawaai
- Properheid stal
- Hygine medewerkers
- Ongedierte aanwezig of niet
- Buitenbeloop
- Opp / dier
- Worden de klauwen gedaan
Diergebonden
- Letsels / ziekte
- BCS
- (agressief) gedrag
- Sociaal gedrag
- Tanden
- Properheid dier















H4: rol van de overheid
Beleid
Wetgeving
- Vroeger federaal nu gewestelijk
Gewesten
Vlaams
Waals
Brussels hoofdstedelijk gewest
Vlaanderen
dierenwelzijn wordt gereguleerd vanuit de Vlaamse overheid
Departement Omgeving (vroeger: Leefmilieu, Natuur en Energie)
Bevoegde minister: Ben Weyts
Beleidsnota: strategische keuzes ged. regeerperiode via Beleidsnota_Ben_Weyts_Dierenwelzijn_2024_2029.pdf
Gevolg verschillen tussen gewesten
- Beleid
Wetgeving
Dienst dierenwelzijn
Raad voor dierenwelzijn
- Dierenwelzijsncontroles
Inspectiedienst dierenwelzijn
Gezelschapsdieren, landbouwhuisdieren, proefdieren, exotische dieren
- Wetgeving
Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren = dierenwelzijnswet
Tal van specifiekere wetteksten (KBs, MBs, decreten)
Vb: zie cursus
Herziene samenhangende versie van de dierenwelzijnswet Vlaamse Codex voor Dierenwelzijn (goedgekeurd decreet van 17 mei 2024, in voege vanaf 1 jan 2025)
Samenbrengen bestaande wetgeving en wijzigingen
+ nieuwe regelgeving
Vb. verplichte beschutting voor weidedieren (vanaf 1 jan 2029)
Vb. verbod op thuisslachtingen van varkens, geiten en schapen
Vb. verbod op lijmvallen voor dieren
Vb. elke politiezone => verantwoordelijke dierenwelzijn
Vb. kooisystemen voor leghennen verboden (tegen 2036 bestaande bedrijven)
Deels gestuurd vanuit Europa
Voorbeeld
Richtlijn 1999/74/EG: verbod op batterijkooien vanaf 2012, wel verrijkte kooien of niet-kooi-systemen KB van 17 okt 2005: verbod op batterijkooien vanaf 2012, wel verrijkte kooien of niet-kooi-systemen Vlaamse Codex: verbod op kooisystemen (2036 voor bestaande bedrijven)
Nog steeds verschillen tussen Europese landen
Dienst voor dierenwelzijn
- Voorbereiding en uitwerking van wetgeving
- Ondersteuning en aansturing van adviesorganen
Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn
Vlaamse Dierentuinencommissie
Deskundigen
Uitwerken van wetgeving, minimumnormen inzake dierentuinen
Erkenningsaanvragen nakijken
Vlaamse Proefdierencommissie
Proefdieren
Bezig met alle alternatieven
- Opvolging van wetenschappelijke projecten (overheid financiert dit)
https://www.vlaanderen.be/dierenwelzijn/werking-en-beleid/onderzoeksprojecten-in-opdracht-van-de-dienst-dierenwelzijn/
Vb. beschutting voor dieren op een weide
Vb. project op het ILVO ivm de huisvesting van voedsters (konijnen)
Raad voor dierenwelzijn
- Aanvankelijk was er een federale Raad voor dierenwelzijn, nu gewestelijke raden dus
Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn
Waalse Raad voor Dierenwelzijn
Brusselse Raad voor Dierenwelzijn
- Samenstelling
Voorzitter en ondervoorzitter
5 deskundigen (wetenschappers)
14 vertegenwoordigers van belangengroepen (oa dierenasielen, boerenbond, orde der dierenartsen, gaia, nationale raad voor dieren liefhebbers,)
Wetenschappelijk adviseur (dienst dierenwelzijn)
- Taken: adviseren van minister en dienst Dierenwelzijn
Adviezen: https://www.vlaanderen.be/dierenwelzijn/werking-en-beleid/vlaamse-raad-voor-dierenwelzijn/adviezen-en-publicaties-raad-voor-dierenwelzijn
Dierenwelzijncontroles
Zie gastles !








Gastles dierenwelzijn: dierenwelzijn Vlaanderen
Inleiding
- Voor 2014
Federale overheidsdienst(FOD) dierenwelzijn
1 regelgeving
- Vanaf 2014
Vlaams gewest dierenwelzijn Vlaanderen

Brussels hoofdstedelijk gewest Departement dierenwelzijn
Waals gewest SPW bien-tre animal
3 regionale diensten
Eigen minister
Eigen administratie
Eigen regelgeving
Team inspectie DWZ
- Teamhoofd
- 18 inspecteur-DA
Controles + administratie
Elk eigen regio in Vlaanderen
Van opleiding DA
- 11 controleurs
Controle + administratie
Ondersteuning inspecteurs en administratief gebruik deskundige
Geen eigen regio
Meestal opleiding DZ
Erkende inrichting
- Erkenning vereist voor
Hondenkwekerijen: vanaf 3 nesten per jaar
Kattenkwekerijen: ongeacht aantal nestjes
Dierenasielen
Dierenpensions
Handelszaken voor dieren; markten
Dierentuinen
- Erkenning afgeleverd door inspectie DWZ na controle
- Procedure
Erkenningsaanvraag indienen
Binnen 4 maanden onaangekondigde controle
Controle huisvesting, verzorging en administratie
Gevolg:
gunstig advies
brief met opmerkingen (in orde: gunstig advies)
ongunstig advies
- Controle erkende inrichtingen
Erkenningsaanvraag
Routinecontroles
Bij klachten
- Wetgeving aangepast
Bijkomende voorwaarden als
Beperking aantal gekweekte nesten per jaar
Volgen van erkende opleiding
Plaatsing brandalarmsysteem
Verhoging speenleeftijd en verplichte vaccinatie
Vaker controle door dierenarts
Groepshuisvesting en buitenbeloop voor honden
Aanpassing huisvesting handelszaken
(minimumnormen, schuilplaatsen, knaagvoorwerpen,)
Klachten
- Overal waar dieren zitten
Particulieren
Erkende inrichtingen
Landbouwbedrijven
Markt, kermis, circus, dierentuin, natuurgebied, slachthuizen,
- Afkomstig van
Particulieren (buren, familie, voorbijgangers, )
Dierenartsen
Politie / Parket
Overheidsdiensten: FAVV, Departement Landbouw en Visserij
Gemeenten, milieudienst, OCMW (sociale dienst),
- Gemeld via
Meldingsformulier
Meldpunt voor DA
Mail
Telefonisch niet aanvaard
- Voorbereiding
Nuttige info opzoeken oa
Rendac: aantal gestorven dieren, eventueel een piek Sanitel: aantal landbouwdieren
DogID: aantal honden + nesten geregistreerd
CatID: aantal katten + nesten geregistreerd, sterilisatie historiek: vorige controles, al maatregelen opgelegd, verbod houden van dieren,
Contact opnemen met FAVV, politie, ANB,
Eventueel klacht doorgeven aan politie (zelfde bevoegdheid)
- Controle
Administratieve controle (2249 in 2022)
Ter plaatse
liefst met politie of collega
onaangekondigd
mogen alle lokalen/gronden betreden waar levende dieren gehouden worden
voor betreden woning toestemming eigenaar nodig of met visitatiemachtiging politierechtbank
gebruik maken van audiovisuele middelen
baseren op wetgeving
Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17/05/2024
Meer specifieke wetgeving
KB bescherming van landbouwdieren
KB erkenning van dierentuinen
KB minimumvoorschriften voor bescherming van vleeskuikens
BVR identificatie, registratie en sterilisatie katten
BVR roofvogels
..
Bijkomende info: adviezen Raad voor Dierenwelzijn,
- Gevolg
Proces-verbaal van waarschuwing / brief
indien lichte/eerste overtredingen
geen boete of vervolging
maatregelen opleggen
Proces-verbaal
bij zwaardere overtredingen of herhaling van de feiten
vermelding historiek, vaststellingen (beschrijving en fotos), overtredingen, maatregelen
Uitnodiging tot verhoor of verklaring via inlichtingenblad
Kopie binnen 15 dagen na vaststelling aan overtreder
Origineel PV politie: overgemaakt aan het Parket van de Procureur des Konings
-> boete
-> dagvaarding
-> seponering
Origineel PV afdeling DWZ: overgemaakt aan eigen juridische dienst
-> minnelijke schikking
overgemaakt aan het Parket van de Procureur des Konings
-> boete
-> dagvaarding
-> seponering
Inbeslagname
dieren overgebracht naar asiel of opvangcentrum
PV en beslissing inbeslagname
Uitnodiging schriftelijk verweer
(Uitnodiging tot verhoor)
Kopie pv binnen 15 dagen na vaststelling aan overtreder
Origineel overgemaakt aan Parket Procureur des Koning
-> boete
-> dagvaarding
-> seponering
Laatste oplossing

Welzijn van dier
Wanneer het welzijn van het dier ernstig is geschaad.
Wanneer het dier in een levensbedreigende situatie zit.
Wanneer dringend medisch ingrijpen noodzakelijk is.
Wanneer de herhaaldelijk opgelegde maatregelen niet zijn opgevolgd.
Verbod op houden van dieren
o Uitspraak rechtbank
o Al dan niet bepaalde termijn
o Al dan niet bepaalde diersoort
Fysiologische en etiologische toestanden
Voeding
Kwantiteit en kwaliteit
- Geschikt
- Voldoende
- Voorraad aanwezig
- Hyginische opslag
- Kwalitatief
- Proper recipint
Voedingstoestand
- Verslag aan DA vragen
-




Drinkwater
- Primaire levensbehoefte
- Voldoende
- Proper
- Permanent
- Werking automaten
Omgeving
Huisvesting en omgeving
- Veilig
- Ruim
- Natuurlijk
- Correcte T
- Licht
- Ventilatie
(extra fotos zie ppt)
Verzorging
- Hoeven, klauwen
- Vacht
-
Interacties
- Soortgenoten
- Verrijking
Fotomateriaal
kooi vuil en besmeurd met uitwerpselen
de hond is extreem mager
de grond vol met uitwerpselen




Maatregelen na controle
Omgeving

Gezondheid

Voeding

Maatregelen opleggen
- Dieren afstaan
- Hulp zoeken
De bestemming



Sancties
- Parket
Administratieve boete
Celstraf 8 dagen tot 5 jaar
Sluiting erkende inrichting
Tijdelijk of definitief verbod op het houden van dieren
- Afdeling DWZ
Minnelijke schikking
- Knelpunten bij huidig systeem minnelijke schikking
Kan niet afgedwongen worden
Geen rekening gehouden met de soort overtreding of de ernst
van de overtreding
Aantal dieren
Beperkt rekening houden met omstandigheden (b.v. agressie,
gedeeltelijk uitvoeren van maatregelen)
Verhoging voor historiek is quasi verwaarloosbaar
Toekomst
- Alle pvs naar het Parket
strafrechtelijke vervolging
of terugsturen naar afdeling Dierenwelzijn (adm. transactie)
- Administratieve transactie (door afdeling Dierenwelzijn) (kan via dwangbevel ingevorderd worden)
- Of een alternatieve sanctie
Een vorming
Een taakstraf
Professionele begeleiding


















Hoofdstuk 7: Dierethiek
7.1 inleiding
- sowieso te maken met dierethische dilemmas als dierenzorger
- zelf een goed overwogen standpunt in te kunnen nemen en te begrijpen vanuit welke visie(s) jij reageert en welke visies anderen hanteren

7.2 moraal, ethiek en ethische dilemmas
- welke waarden en normen mensen hebben is het gevolg van de wisselwerking tussen erfelijke factoren en omgevingsfactoren (vb. opvoeding en onderwijs). omgevingsfactoren zijn hierbij ook van belang

1) waarden
- = belangrijke en nastrevenswaardige situaties of eigenschappen
idealen van goed leven die we willen nastreven
geven gewenste richting aan zoals: streven naar kennis, gezondheid, biodiversiteit, eerlijkheid,..
- = zijn die doelen en idealen die we nastreven en waaraan we ons zelf, anderen en onze samenleving afmeten.
- soorten waarden
ecologische waarden
vb. biodiversiteit en natuurlijkheid
milieuwaarden
vb. veiligheid en duurzaamheid
socio-economische waarden
vb. welzijn en werkgelegenheid
maatschappelijke waarden
vb. gezondheid en voedselzekerheid
morele waarden
vb. autonomie en rechtvaardigheid.
= normatieve waarden die zodanig zijn gevolueerd dat mensen met elkaar kunnen samenleven
onderliggende redenering (de uitleg) van de moraal kan verschillen tussen individuen, afhankelijk van cultuur, wetenschap, opleiding, sociale achtergrond en wetgeving.
Uitleg van de moraal en manier waarop morele waar

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit