Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: schottecharlotte - 5 months ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 1 1 Didactische bouwstenen
De wetenschappelijke basis
2 onderdelen die basis vormen:
Cognitieve psychologie
Leereffectiviteitenstudies
De cognitieve psychologie:
Bestudeert hoe menselijk denken werkt
Het geeft ons inzichten over hoe mensen leren, onthouden, vergeten, toepassen
Voorbeeld: wiskundeoefeningen -> ene groep krijgt theorie gespreid, andere groep in 1x
De lerareneffectiviteitsstudies:
Bestuderen verschillende leermethodes van verschillende
leerkrachten
Kijken op einde welke methode meeste vooruitgang boekte
Onderzoeken zo welke meest effectief werken voor leren bij lln
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
2
Inzichten uit de wetenschap
Inzicht 1) Werkgeheugen heeft beperkte capaciteit
De 3 onderdelen van geheugen:
1. Sensorisch / zintuigelijk geheugen
2. Werkgeheugen
3. Langetermijngeheugen
Sensorisch/ zintuigelijk geheugen: (kort termijngeheugen)
korte termijn geheugen
Registreert ervaringen uit onze omgeving
Kan info maar kort vasthouden
Selecteert de belangrijkste info en stuurt door naar werkgeheugen
Werkgeheugen:
Hier vindt het denken plaats
Beperkte opslag ruimte -> kunnen maar 2 tot 6 nieuwe elementen verwerken
Wisselwerking met andere delen -> ontvangt zowel de sensorische prikkels uit omgeving als
informatie uit het langetermijngeheugen
Hoe meer info in lange termijn -> hoe makkelijker nieuwe info verwerken
Langetermijngeheugen:
Onze opslagtank van al onze info dat we weten
Onbeperkte opslag
The cognitive load theory/ cognitieve belastingtheorie:
Te veel info op korte tijd opvatten -> werkgeheugen slaat tilt
Intrinsieke belasting: de complexiteit van het onderwerp -> ene onderwerp is moeilijker dan
ander
Extrinsieke belasting: te veel irrelevante informatie dat niet met onderwerp te maken heeft
Inzicht 2) De expert denkt anders dan beginner
Primair leren:
Leren gebeurt natuurlijk -> door evolutionaire erfenis (wandelen, praten, kijken)
Secundair leren:
Leren gebeurt door volwassene die aanleert -> in onderwijs (schrijven, rekenen, vertalen)
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
3
Vakdidactische kennis:
Kennis over de wijze waarop het specifieke vak of onderwerp moet worden onderwezen
Weten hoe je een onderwerp moet uitleggen en overbrengen
Pedagogisch- didactische kennis:
Kennis van effectieve onderwijs methoden en soorten didactiek
Weten wanneer het goed of minder goed is om een bepaalde werkvorm in te zetten.
In het algemeen weten hoe je moet lesgeven, welke methoden goed zijn
Belang van alle 2 hebben:
Verschillende methoden weten om leerstof over te brengen, dan kan je deze toepassen op
jouw specifieke onderwerp en inhoud duidelijk uitleggen
Expert vs beginner:
Expert: heeft grondige kennis en cognitieve schemas over onderwerp
Beginner: heeft nog geen cognitieve schemas of kennis
Cognitieve schemas:
Kennisschemas in het langetermijngeheugen
The curse of knowledge:
De kennisvloek
Weten dat lln nog niet zoveel voorkennis hebben als jou -> gaan niet snel nieuwe leerstof
opvatten zonder cognitieve schemas
Inzicht 3) Generieke vaardigheden aanleren: het doel is niet altijd het middel
De 4 generieke vaardigheden:
1. Kritisch denken
2. Leesstrategien
3. Studeervaardigheden
4. Probleemoplossende vaardigheden
Je kunt geen generieke vaardigheden aanleren zonder achterliggende basiskennis van
zaken
Bv: je kan kritisch historische bronnen analyseren -> maar niet automatisch dan een
kritische mening vormen over klimaatopwarming zonder voorkennis hierover Inzicht 4) Leren is niet hetzelfde als presteren
Verschil leren en presteren:
Presteren: op korte termijn, in de les na uitleg
Leren: op lange termijn, na enkele weken nog steeds beheersen
Snel en onmiddellijk presteren -> leidt niet altijd tot leren op lange termijn
Veel herhalen: vergeten voorkomen
Inzicht 5) Wat de effectiefste leraren doen is gewoon goed lesgeven
Goed lesgeven:
Er is een grote overlap tussen de cognitieve psychologie en lerareneffectiviteitsstudies.
Goede instructies van een effectieve leraar = zorgt voor goed leren op lange termijn
De 12 bouwstenen
Overzicht alle bouwstenen:
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
5
Bouwsteen 1) Activeer relevante voorkennis
Belang van voorkennis activeren:
Je hebt meteen een kapstok om nieuwe leerstof te verbinden aan eerder geziene leerstof
Je kan richting geven aan verdere verloop van je les
Nieuwe info onthoud je beter wanneer ze vastkleeft aan voorkennis
Een advanced organizer:
Een schema -> mentale kapstok
Hoofd onderwerp staat in midden -> daar rond begrippen die lln al kennen -> verbind met
pijlen
Biedt structuur
Geven richting aan verdere leerproces
Kwaliteit van voorkennis naar kwaliteit van leren:
Goede voorkennis kan helpen bij goed opvatten/ leren van nieuwe info
Slechte voorkennis en misconcepties kunnen leren van nieuwe info tegenwerken
Als je iets fout hebt geleerd, ken die kennis mengen met juiste info
Manieren kennis activeren:
Whiteboards
Cold calling
Worden wolk op bord
Bouwsteen 2) Geef duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructies
Belang van duidelijk uitleggen:
Als leerlingen niet begrijpen wat er geleerd moet worden, wordt leren lastig
Afgebakende lesfasen en doelen brengen structuur
Uitdagende doelen en snel lestempo in warm leerklimaat motiveert leerlingen.
Heldere communicatie in je les:
Gebruik begrijpelijke taal voor jongeren -> niet te moeilijke begrippen
Leg dingen meerdere keren op verschillende manieren uit
Verklaar nieuwe begrippen nauwkeurig en met concrete voorbeelden
Structuur bieden in je les:
Verdeel je les in duidelijke en afgebakende lesfasen
Orden je lesfasen op logische manier
Geef/ vraag een samenvatting over inhoud als je fase afrondt
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
6
Uitdaging en tempo houden in je les:
Vlot schakelen tussen je lesfasen en geen tijd verliezen
Goed voorbereid zijn
Klasroutines opstellen in begin van schooljaar
2 manieren om theorie uit te leggen:
1. Deductief werken
2. Inductief werken
Deductief:
Vertrekt van theorie -> geef nadien voorbeelden
Inductief:
Vertrekt voorbeelden -> geef nadien theorie
Bouwsteen 3) Gebruik voorbeelden
Waarom voorbeelden:
Zijn gekoppeld aan abstracte begrippen
Kunnen concrete situaties makkelijker voorstellen
Mentale schemas uitbreiden
3 verschillende types voorbeelden:
1. Worked examples
2. Modeling examples
3. Concrete examples
Worked:
Uitgeschreven oefeningen
Stappenplan om tot resultaat te komen
Modeling:
Demonstratie
Vertel luidop verschillende stappen
Concrete:
Letterlijke voorbeelden
Fotos of fysiek materiaal
Voorbeelden binnen BE:
Producten tonen in les gelaat
Gezichtsbehandeling plan uitschrijven aan bord -> stappen in volgorde
Demonstratie geven van lipopmaak aanbrengen
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
7
Bouwsteen 4) Combineer woord en beeld
Dual- coding theorie:
Beelden komen binnen in visuele verwerking
Woorden komen binnen in verbale verwerking
Beide verwerkingen in werkgeheugen gaan verbinden + samenkomen
Dit leidt samen tot kennis in lange termijngeheugen
Ontwerpprincipes voor multimedia- leren:
1. Coherentie principe:
Minder is meer
Beperk hoeveelheid tekst en beeld -> alleen essentie
2. Modaliteitsprincipe:
Bij beelden moet je praten ipv tekst
Inhoud zelf zeggen of audio afspelen -> geen uitgeschreven zin
3. Nabijheidsprincipe:
Worden zo dicht mogelijk bij afbeelding zetten -> namen lichaamsdelen vlak naast
4. Overbodigheidsprincipe:
Beeld niet combineren met EN tekst EN spraak
2 is voldoende -> geen 3
Geschreven tekst niet/ weinig bij afbeelding als je ook wil vertellen
5. Signaleringsprincipe:
Benadruk belangrijkste zaken -> op bord of in boek
Voorbeelden binnen BE:
Les opp en diepe reiniging: kaders van huidtype op behandelplan staan in kleur
(signalering)
Laat afbeelding zien van huidlagen en functie per laag uitleggen zonder uitschrijven
(modaliteit)
Spieren van gelaat leren: benamingen bij spier schrijven (nabijheid)
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
8
Bouwsteen 5) Laat leerstof actief verwerken
Belang van productieve strategien:
Je verplicht lln om leerstof actief te herkneden -> samenvatten, schema maken, verklaren
Lln onthouden leerstof meer dan als ze gewoon herlezen
Voorbeelden binnen BE:
Na theorie les zon beschadiging- en bescherming: lln zelf samenvatting van tips laten maken
Mindmap laten maken aan bord met alle stappen van voetverzorging
Verschillende huidlagen zelf laten uittekenen na theorie
Vuistregels bij strategien:
Strategien gebruiken hangt samen met voorkennis hebben
Altijd controleren op juistheid
Training nodig -> laten oefenen op samenvatting maken etc
Pas je techniek/ strategie aan bij je type leerstof
Waarneembare activiteit niet zelfde als mentale activiteit:
Waarneembaar: lln zijn druk bezig
Mentaal: lln denken na
Lln kunnen uiterlijk betrokken lijken maar misschien niet echt denken
Lln kunnen stil lijken maar grondig nadenken over leerstof
Bouwsteen 6) Achterhaal of hele klas begrepen heeft
Belang van achterhalen en controleren:
Lln moeten betrokken blijven en begrijpen voor effectief te leren
Belangrijk voor lang termijn geheugen
Summatief evalueren: Beoordelen
Vaststellen of er daadwerkelijk is geleerd -> door info die je krijgt kan je slaagkansen bepalen
Formatief evalueren: Begeleiden
Vaststellen wat lln nog nodig hebben om leerdoel te behalen -> op basis van punten kijk voor
eventueel extra instructies te geven
Gaat over beslissing die je neemt als leraar op basis van info van een toets
Goede vragen stellen:
Gaat concreet over inhoud van onderwerp
Laat lln denken
Open vragen
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
9
Voorbeelden binnen BE:
1 lln laten samenvatten wat ze hebben gezien tijdens demonstratie
Lln de stappen van gelaatsverzorging laten opsommen
1 lln laten demonstreren, tijdens demonstratie gerichte vragen stellen aan de anderen en
elkaar feedback laten geven bij fouten
Bouwsteen 7) Ondersteun bij moeilijke opdrachten
Scaffolding:
Steiger/ stelling op een bouw
Staat voor aanpasbare ondersteuning en begeleiding die wordt gebruik om lln te
helpen tijdens leren
Als lln moeite heeft -> ondersteuning bieden tot die leerstof begrijpt
3 voorwaarden van scaffolding:
1. Ondersteuning van leerkracht vermindert geleidelijk aan (fading)
2. Er wordt duidelijke transfer van verantwoordelijkheid gemaakt in richting van lln
3. Een-op-een- ondersteuning is op maat van de leerling -> zonder ondersteuning had ll niet
gekund
3 didactische fasen naar zelfstandigheid:
Fase 1: presenteer nieuwe leerstof en zorg dat relevante info (de essentie) wordt versterkt
Sturende rol
Fase 2: begeleide oefeningen -> lln proberen zelf al maar wel nog ondersteuning
Ondersteunende rol
Fase 3: zelfstandig werken -> lln proberen zelf en leerkracht staat op afstand
Monitorende rol
Zone van de naaste ontwikkeling:
Gaat over leerstof die net te moeilijk is alleen, maar gaat wel met ondersteuning
Taak leerkracht: uitleg geven + ondersteunen tot lln zelf kunnen -> afbouwen (scaffolding)
Belangrijk verschil: gaat niet over 1 aparte schoolvaardigheid -> maar over hele ontwikkeling
van het kind
Voorbeelden scaffolding binnen BE:
Veel ondersteuning geven bij huidanalyse uitvoeren door dingen aantonen op gelaat
Corrigeer houding en handplaatsing bij massagetechnieken oefenen
Eelt wegsnijden voortonen, dan samen met hand van leerling, nadien alleen laten
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
10
Bouwsteen 8) Spreid oefening met leerstof over de tijd
Belang van leerstof spreiden:
Geheugen heeft meet tijd om info te verwerken
Kunnen inhoud beter + langer onthouden in langetermijngeheugen
Niet alle oefeningen in 1 initile leersessie -> maar verdelen over vervolgsessies
Vergeetcurve van Ebbinghaus:
Na 1 leersessie vergeet je heel snel groot deel van leerstof -> lijn daalt sterk
Oefenen en herhalen op verschillende momenten -> vergeten wordt onderbroken
Je vergeet trager en onthoudt meer op lange termijn
Lijnen gaan minder steil dalen
Voorbeelden binnen BE:
Oogopmaak bij make-up in verschillende
praktijk lessen oefenen
Aan begin van les gelaat producten
samen overlopen en doel bespreken
Bouwsteen 9) Zorg voor afwisseling in oefentypen
Belang van afwisselen:
Lln leren verschillende oplossingsstrategien gebruiken -> leren anders nadenken over zelfde
leerstof
Je doorbreekt eenvoudigweg routine
Maakt lln actiever en gemotiveerder
Verschillende variaties in oefen types:
1. Wissel soortgelijke oefeningen af -> zelfde leerstof maar andere vorm
2. Wissel af tussen: uitgewerkte voorbeelden, deels uitgewerkte voorbeelden, volledige
oefeningen, doelvrije oefeningen
3. Wissel af tussen verschillende productieve oefening typen -> laat op verschillende manieren
denken
4. Varieer in samenwerkingsvormen
Het interleaving effect:
Afwisselen van aan te leren categorien is beter dan ze groeperen
Bevordert leren op lange termijn
Bv: schilderijen van verschillende kunstenaars door elkaar, ipv alle werken van 1 persoon
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
11
Waarom interleaving zo effectief:
Lln stellen vraag naar wat voor probleem kijk ik -> ipv blindelings 1 werkwijze toepassen
Wanneer interleaving:
Oefeningtypen/ leerstof die op elkaar lijken -> soorten schilderijen
Lln moeten nadenken over welke oplossingsstrategie ze moeten volgen -> vervoeging ww
Lln moeten voorbereiden op een toets met verschillende leerstof onderdelen
Wanneer gegroepeerde oefeningen behouden:
Oefeningen die weinig gemeenschappelijk hebben
Oefeningen zijn te complex/ moeilijk
Lln moeten meer aandacht besteden aan overeenkomsten dan aan verschillen -> zelfde
klanken bij Franse woorden
Als je net nieuwe vaardigheid hebt aangeleerd
Voorbeelden binnen BE:
Variatie 2:
Uitgewerkt voorbeeld: Toon complete huidanalyse met productadvies van een model
Deels uitgewerkt voorbeeld: Geef een huidtype met enkele gegevens, maar laat leerlingen
zelf rest van analyse invullen.
Volledige oefening: Laat leerlingen zelfstandig een huidanalyse doen en producten
voorstellen voor een klasgenoot of model.
Doelvrije oefening: Laat leerlingen zelf een mini-schoonheidsroutine samenstellen voor een
fictief scenario (bijv. bruiloftsdag)
Bouwsteen 10) Gebruik toetsing als leer- en oefenstrategie
Belang van toetsen:
Actief informatie op halen uit hun geheugen versterkt hun geheugen -> in vergelijking met
passievere technieken (zoals herlezen)
Onthouden daardoor leerstof beter n langer
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
12
Retrieval practice:
Meest effectieve aanpak voor leren, onthouden en toepassen van informatie
Verbetert leren meer -> dan gewoon herlezen
Wanneer we informatie uit het langetermijngeheugen proberen te herinneren
Wordt geheugen voor die informatie versterkt + ga je in toekomst ook beter herinneren
Voorbeelden binnen BE:
Quiz
Flashcards maken voor hele klas
Free recall
Soorten evaluatie:
1. Summatieve evaluatie:
Testen VAN leren
Nagaan wat lln kunnen + cijfer/ beoordeling geven
2. Formatieve evaluatie:
Testen OM leren
Feedback geven waar lln duidelijkheid van krijgen
3. Retrieval practice:
Testen ALS leren
Lln actief laten herhalen en herinneren om geheugen versterken
Bouwsteen 11) Geef feedback die leerlingen aan denken zet
Belang van feedback geven:
Leerlingen inzicht geven waar ze staan
Leerlingen een houvast geven bij het behalen van leerdoelen
Verduidelijken wat van hen verwacht wordt
Ineffectieve feedback: zet leerling niet aan het denken
Tips voor effectieve feedback:
Feedback moet gaan over opdracht en inhoud -> niet over persoon/ leerling zelf
Geef duidelijke uitleg -> leerling weet hoe hij probleem moet oplossen
Geef overzichtelijk feedback -> overbelasting voorkomen
Geen vergelijkingen tussen leerlingen
Zelfvertrouwen niet naar beneden halen
Model Hattie & Timperley = vragen over leerproces:
1. Feedup: Waar ga ik naartoe? -> wat zijn de leerdoelen
2. Feedback: Hoe sta ik er nu voor? -> welke vooruitgang geboekt
3. Feedforward: Wat is mijn volgende stap? -> welke aanpak nemen om te groeien
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
13
4 niveaus van feedback:
1. Taakniveau: hoe goed is taak uitgevoerd/ begrepen
2. Procesniveau: hoe is proces verlopen
3. Zelfregulatie niveau: jezelf monitoren + bijsturen van je acties
4. Zelf niveau: feedback over persoon zelf
Bouwsteen 12) Leer leerlingen effectief leren
Begrip metacognitie:
Het denken over je eigen denken -> over hoe jij leert/ studeert
Je moet metacognitieve vaardigheden toepassen
Metacognitieve vaardigheden:
Je eigen leerproces:
Plannen
Monitoren
Evalueren
Bijsturen
Als leerkracht (meta) cognitieve vaardigheden stimuleren:
Leer ze de vaardigheden aan -> focus op plannen, evalueren
Praat in klas hardop over je eigen vaardigheden
Praat er meerdere keren over in je lessen + stel vragen aan lln om hun leermethodes te delen
Geef gerichte feedback
2 2 Lesfiche
Waarom lesfiche:
Goede mentale voorbereiding
Gestructureerd werken
Houvast
Denken aan vraagstelling/instructie/
Didactisch model en LINK model
Wat is het didactisch model:
Een vereenvoudigde weergave van een onderwijssituatie
Alleen meest relevante aspecten worden weergegeven
Biedt steun bij voorbereiden lessen + wordt ook gebruikt voor evaluatie en reflectie na het
geven van les
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
14
Het LINK model:
Een didactisch referentiekader om naar een onderwijsleersituatie te kijken
Linken uit LINK model:
Er zijn linken tussen:
Verschillende componenten van didactisch handelen
Verschillende schakels binnen 1 vak
Verschillende vakken
1 schakel van een LINK model:
1 stuk van lange ketting
1 schakel = 1 les
Door aan elkaar hangen krijg je een samenhangend geheel
Zo krijg je doordachte samenhang van leerstof geven
Alle componenten van LINK model:
1. Mens en maatschappij beeld:
Welke taken een school zal vervullen om een vormingsdoel bij lln te bereiken
2. Algemene doelen:
Doelen die iedereen moet bereiken over hele onderwijsloopbaan -> (participeren in
maatschappij)
3. Lesdoelen:
Wat lln in een les moet bereiken
4. Beginsituatie:
De kenmerken van klasgroep, school, specifieke lln
5. Wisselwerking lesdoelen beginsituatie:
- Beginsituatie bepaalt lesdoel
- Lesdoel bepaalt hoe beginsituatie geanalyseerd word
6. Onderwijsleersituatie:
Wordt voorgesteld als didactische driehoek met componenten
7. Didactische bouwstenen:
Algemene didactische krachtlijnen die basis vormen van effectieve les
8. Proces evaluatie:
Evaluatie van gegeven les of inschattingen correct waren en wat huidige situatie is
9. Transparantie:
Lln moeten ook duidelijk beeld hebben van het didactisch handelen, lesdoelen
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
15
De lesfiche
Wanneer:
Bij voorbereiden van les
Alle componenten vastleggen in schriftelijk document
De beginsituatie
Begrip beginsituatie:
Het geheel van persoons- en omgeving gebonden factoren die bij aanvang van de
onderwijsleersituatie bepalend zijn voor de leerprocessen van lln.
Belang beginsituatie:
Is belangrijk om je onderwijsleeromgeving vorm te geven + aan te passen naar huidige
situatie
Je moet weten vanwaar je vertrekt bij les
Verschillende categorien van beginsituatie:
1. Leerling:
Veel verschillen tussen lln -> voorkennis, interesse, fysieke toestand
Bv LL A heeft haar arm gebroken, kan bijna niet meedoen tijdens praktijklessen
2. Klasgroep:
Dynamische gegevens:
Netwerkstructuur in klas, interacties tussen lln, groepsdynamiek, rollen in groep
Bv LL B wordt gepest door LLC en D, slechte sfeer hierdoor en vaak uitlachen
Inhoud gebonden gegevens:
Welke voorkennis hebben ze over onderwerp
Bv bij les eyeliner, vorige les oogschaduw
3. Leerkracht:
Leeftijd, pedagogische en didactische visie, fysieke conditie
Bv mevr D gaat door echtscheiding
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
16
4. School:
Formele school:
Alle officile en formele afspraken op school
Bv bij een les over gevaar/ waarschuwing pictogrammen bij EHBO moeten lln door school
pictogrammen gaan zoeken -> rekening houden met regels
Fysieke school:
Praktische zaken rond organisatie -> klasindeling, materiaal..
Bv les make-up -> school heeft geen mascaras dus eigen mascara meenemen
Informele school:
Manier van samenleven, omgaan met elkaar
5. Situationele gegevens:
Over situatie die leerproces kan benvloeden
Bv vrijdagnamiddag, uur na middagpauze
Doelen
Van algemene doelen naar concrete doelen:
Algemeen: Eindtermen
Concreter: Leerplannen
Meest concrete: Lesdoelen
Door wie zijn doelen opgesteld:
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
17
Een taxonomie:
Een classificatiesysteem
We classificeren/ organiseren/ ordenen zaken in groepen op basis van gelijke kenmerken/
criteria
Taxonomie van Bloom:
Taxonomie systeem dat wordt gebruikt voor doelen in onderwijs
Wanneer taxonomie van Bloom gebruiken:
Eindtermen/ LPD/ lesdoelen ordenen
Meerwaarde taxonomie gebruiken voor lessen:
Evenwichtige doelen: niet alleen kennis aanbrengen, ook aandacht hebben voor
vaardigheden, attitudes, en verschillende niveaus van denken
Doelgerichte leer- en instructieactiviteiten: helpt bij juiste onderwijsstrategie/ werkvormen
kiezen
Evaluatie: je toetsen en evaluatievormen worden afgestemd op je (soort) doelen
Differentile doelen: kan makkelijk basis- en verdieping oefeningen bepalen
3 persoonlijkheidsdomeinen in taxonomie Bloom:
1. Cognitieve domein: gaat over het verstandelijk functioneren, doelen over kennis, geheugen..
2. Affectieve domein: gaat over affectieve aspecten binnen persoon, doelen over attitudes/
gedrag
3. Psychomotorische domein: gaat over lichamelijke/ motorische vaardigheden, doelen over
juist hanteren van materiaal, correcte uitspraak
Als lkr moet je inspelen op totale persoonlijkheid van lln voor evenwichtige vorming
-> niet alleen verstandelijke vermogens
1. Cognitieve domein
2 dimensies van cognitieve domein:
Cognitieve dimensie
Kennisdimensie
Gaan met elkaar in interactie -> zo wordt leerdoel gevormd
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
18
2. Affectieve domein:
Bespreekt 5 zaken:
Bewust worden van gebeurtenissen, attitude, info..
Reageren op waarden, normen..
Voorkeur tonen/ belang hechten aan waarden, gebeurtenissen, taken..
Handelen uit persoonlijke voorkeuren van waarden, gedragingen..
Op consequente en oprechte manier handelen
3. Psychomotorische domein:
Gaat over een vaardigheid:
Observeren/ nadoen
Uit voeren na instructie of uit geheugen
Zelfstandig uitvoeren
In een andere vorm toepassen
In combinatie met andere vaardigheden natuurlijk toepassen
Wat zijn sleutelcompetenties:
Inhoudelijke competenties dat een leerling moet aanleren om te functioneren in de
maatschappij + zich persoonlijk ontplooien
16 sleutelcompetenties: (6 voorbeelden)
Inhoudelijke vs transversale eindtermen:
Inhoudelijk: over specifieke kennis/ vaardigheden van een vak -> Ned, andere talen, historisch
bewustzijn..
Transversale: hebben geen losstaand vak maar moeten toegepast/ vermengd worden in andere
vakken -> leercompetenties, digitale competenties, burgerschap..
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
19
Eindtermen in 1
e
graad:
Eindtermen basisgeletterdheid: alle lln moeten een minimale basis van competenties bereiken
binnen hun vakken
Nederlands= kunnen schrijven/ lezen
Wiskunde= basis rekenen
Noodzakelijk om volwaardig te kunnen meedraaien in samenleving
Uitbreidingsdoelen Nederlands: voor lln die behoefte hebben aan extra uitdaging
Eindtermen in 2e
3e
graad:
Zijn geformuleerd voor basisvorming en specifieke vorming
Worden per finaliteit geschreven
Cesuurdoelen: gelden voor 2e
graad D + D/A finaliteit
Specifieke eindtermen: gaat over specifieke kennis voor 3e
graad D + D/A finaliteit
Beroepskwalificaties: geldig voor 2e en 3e
graad uit D/A + A finaliteit
Een leerplan:
Een oplijsting van alle doelen die behandeld moeten worden binnen bepaalde graad
Eindtermen moeten letterlijk opgenomen zijn
Bevat ook: algemene inleiding, beschrijving van beginsituatie, suggesties voor werkvormen..
Verschillende leerplannen in Vlaanderen:
1. Leerplannen van Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KO.V)
Vertalen de 16 sleutelcompetenties -> naar vak leerplannen
Hebben ook 2 gemeenschappelijke leerplannen:
- Gemeenschappelijk LP ICT = basis ict
- Gemeenschappelijk funderend LP = focust op totale vorming van persoon
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
20
2 vormen van doelen in KOV:
Verbredingsdoelen: geeft lln duidelijker en groter inzicht in hun interesses
Verdiepingsdoelen: hebben hogere moeilijkheidsgraad
2. Leerplannen van Gemeenschappelijk onderwijs (GO!)
Nemen de 16 sleutelcompetenties letterlijk over -> geen vakleerplannen!
4 soorten onderwijskoepels:
1. Katholiek (KOV)
2. Gemeenschap (GO!)
3. Provinciaal (PO)
4. Stedelijk en Gemeentelijk (OVSG)
Belang van doelgericht lesgeven:
Voor leerkracht:
Elke les begint vanuit je doelstellingen (eindtermen/ LPD/ lesdoelen)
Doelen worden bepaald vanuit wisselwerking met beginsituatie
Vanuit doelen werkvormen en media bepalen
Hoe duidelijker lesdoelen -> hoe efficienter het leerproces en evaluatie
Voor lln:
Lln weten wat van hen verwacht wordt, en wat nieuwe leerinhouden zijn
Lln kunnen beter taken maken als ze toewerken naar opgestelde doelen
Opbouw van les doel:
Werkwoord: gedrag dat je verwacht van lln (herkennen, opsommen, uitleggen)
Zelfstandig naamwoord: kennis dat moet geleerd worden (landen van Europa..)
6 criteria van les doel opstellen:
1. Het gedrag zo observeerbaar mogelijk formuleren
2. Kennis zo concreet mogelijk omschrijven
3. Per lesdoel 1 vorm van gedrag + 1 vorm van kennis
4. Lesdoelen steeds formuleren in leerlingengedrag
5. De werkvorm niet opnemen in lesdoel
6. Gebruikte hulpmiddelen en minimumprestaties aangeven
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
21
Didactische werkvormen en groeperingsvormen
Begrip didactisch werkvorm:
Onderwijs- en leeractiviteiten, die door leerkrachten en/of door lln worden ontplooid om de
leerdoelen zo efficint mogelijk na te streven
Zijn een hulpmiddel om bepaalde doelen te bereiken
De manier waarop je leerstof gaat overbrengen naar lln
Leerkracht doen dingen zoals uitleg geven, vragen beantwoorden..
Lln doen dingen zoals luisteren, noteren..
Relatie tussen werkvorm en media:
Werkvorm: hoe je leerstof gaat overbrengen, je aanpak
Media: de middelen die je gebruikt
Begrip groeperingsvormen:
Slaat op de manier waarop de leerkracht de klas indeelt om een didactische werkvorm uit te
voeren
4 basis groeperingsvormen:
1. Individueel
2. Per 2
3. Subgroep
4. Klassikaal
2 manieren groepsindeling zelf vastleggen:
Willekeurig: gebruik van kleurkaarten, nummering van lln, puzzel
Doelgericht volgens bepaalde lln kenmerken: tempo, interesses
Begrip klasschikking:
De manier waarop de leerkracht de beschikbare ruimte organiseert in functie van de gekozen
werk- en groeperingsvorm
4 meest voorkomende klasschikkingen:
1. Rijen
2. Rechthoek / U vorm
3. Eilanden
4. Kring
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
22
Begrip binnenklasdifferentiatie:
Het proactief, positief en planmatig omgaan met verschillen tussen lln in de klas met oog op
het grootst mogelijke leerrendement voor elke leerling op het vlak van motivatie, leerwinst
en leer efficintie
Onderdelen binnenklasdifferentiatie:
1. Proactief: lkr anticipeert bewust (speelt in ) op wat er in klas gebeurt en reageert niet
zomaar toevallig
Goed beginsituatie bekijken op voorhand!
2. Planmatig: op basis van analyse van beginsituatie kan de lkr zich voorbereiden op structureel
binnenklasdifferentiatie
3. Positief: verschillen tussen lln is meerwaarde, het is een kans tot verrijking
3 verschillen tussen leerlingen:
1. Verschillen in interesse
2. Verschillen in leerstatus: waar staan ze in leerproces
3. Verschillen in leerprofiel: hoe leren ze
6 soorten vragen:
1. Kennis- reproductievragen
2. Begripsvragen
3. Toepassingsvragen
4. Analysevragen
5. Evaluatie vragen
6. Synthese vragen
1. Kennis/ reproductie: lln moeten al aanwezige kennis uit geheugen herkennen of herinneren
2. Begrip: lln verwerken leerinhoud actief om tot het antwoord op de vraag te komen
3. Toepassing: bepaalde regels en oplossingsmethoden kunnen toepassen
4. Analyse: peilen naar een principe, veralgemening of conclusie.. -> leerlingen denken dieper
na over waarom iets zo is
5. Evaluatie: vragen een oordeel over kwesties, opvattingen.. en om dit te motiveren
6. Synthese: lln voegen verschillende elementen samen tot 1 geheel
Aandachtspunten bij vragen stellen:
Formuleer duidelijke vragen
Stel 1 vraag tegelijk
Formuleer vraag, pauzeer even, dan iemand aanduiden voor antw
Herformuleer vraag als die te moeilijk is
Breng afwisseling in vraagstelling
Vermijd suggestieve vragen
Stel open vragen -> geen JA/NEE
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
23
Aandachtspunten omgaan met leerling antwoorden:
Geef niet te vlug zelf juiste antwoord -> doorvragen, doorspelen
- Techniek van doorvragen: vraag door bij onduidelijk antwoord, zo kan ll zich verbeteren
- Techniek doorspelen: bij onduidelijk antwoord, vraag aan andere ll stellen
Reageer constructief op gegeven antwoord -> zeg dat ll goed geprobeerd heeft ook al is het
antwoord fout
Gebruik techniek van onmiddellijke respons om alle lln bij vraag te betrekken
Opbouw van instructie geven:
1. Vertel het doel van instructie
2. Bouw instructie stapsgewijs op + vermeld verschillende stappen in chronologische volgorde
3. Geef alle praktische info mee (organisatie, verloop, groepsvorming)
Aandachtspunten instructie formuleren:
Gebruik eenvoudig woorden
Formuleer korte zinnen
Gebruik gebiedende wijs -> (maak, kijk, luister..)
Gebruik signaalwoorden -> (ten eerste, tot slot..)
Ondersteun wat je zegt non-verbaal + goede intonatie
Gebruik visuele hulpmiddelen
5 categorien van didactische werkvormen:
1. Instructievormen
2. Interactievormen
3. Opdrachtvormen
4. Samenwerkingsvormen
5. Spelvormen
1. Instructievormen:
Wanneer gebruik je dit als leerkracht:
Basiskennis meegeven aan groep
Interesse bij lln opwekken
Leerinhoud samenvatten
Richtlijnen geven voor taak
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
24
Doceren:
Basiskennis of net heel complexe leerstof op een gestructureerde manier in een heel korte
tijd overbrengen
Max op 15min
Gebeurt kort maar krachtig
Zorgen voor heel duidelijke communicatie + lln moeten goed luisteren
Demonstreren:
Je brengt op een aanschouwelijke manier informatie over aan groep lln
Je toon hoe handeling wordt uitgevoerd, toont het verloop en denkwijze..
Lln moeten vooral kijken
Zorgen dat iedereen kan zien
2. Interactievormen:
Interactie in klas:
Tussen lkr lln en lln onderling
Dingen overleggen, luisteren naar elkaar, vragen stellen..
Onderwijsleergesprek OLG:
Lkr start gesprek en stelt vragen aan lln
Lln antwoorden en komen zo via vragen antwoorden zelf tot kennis en inzichten
Lkr moet vragen voorbereiden voor goede kwaliteit van vraagstelling
Is heel krachtige werkvorm door interactie met lln
Leergesprek:
Gesprek over gemaakte oefening/ opdracht zodat lln inzicht krijgen hoe ze hun aanpak
kunnen verbeteren
Kan individueel of in groep
Klemtoon op leren leren en hoe ben jij te werk gegaan
Wordt gebruikt als aanpak of manier van werken moet worden verbeterd
Lkr = rol van moderator -> lln moeten zelf tot oplossing/ inzichten komen
Think-pair share:
Fase 1: lln voeren opdracht alleen uit, denken individueel na
Fase 2: 2 lln die dicht bij elkaar zitten vergelijken antwoorden met elkaar
Fase 3: antwoorden worden klassikaal besproken
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
25
3. Opdrachtvormen:
Wat is het:
Lln werken voor bepaalde tijd aan taak of opdracht
Kan individueel, per 2..
Lln leren zelfstandiger werken om opdracht tot goed einde te brengen
Als lkr duidelijke instructies geven
Vooral begeleidende rol afhankelijk van mate waarin lln hulp nodig hebben
Feedback geven op product en proces
Individuele opdracht:
Lln krijgen individueel de verantwoordelijkheid om zonder directe ondersteuning tot een
oplossing van omschreven opdracht te komen
Vb: info opzoeken, samenvatten, experimenteren
Moeilijkheidsgraad kan aangepast worden beheersingsniveaus in de klas
Preteaching:
Lessen die lkr geeft voor hij aan nieuwe leerstof begint -> fysiek les, filmpje..
Lkr gaat nzelfde instructie meerdere keren herhalen zodat alle lln kans krijgen om te leren
We houden zo rekening met verschillen van leerstatus
Lln maken minder fouten want hebben les al eerder gezien
Flipped Classroom:
Lln moeten zelf op voorhand leerstof bekijken
Les wordt vooral gebruikt voor: vragen beantwoorden, extra ondersteuning geven
Contractwerk:
Lln moeten binnen een afgesproken periode (het contract) zelfstandig een pakket taken
uitvoeren
Lln mogen kiezen in welke volgorde, tempo..
Kan voor hele klas zelfde zijn, of aangepast per lln/ groepje..
3 soorten: individueel contract, klas contract, gedifferentieerd contract (subgroepen)
Hoekenwerk:
Klas is verdeeld in verschillende hoeken/ werkplekken
Lln werken individueel/ in groepjes
Ze bewegen tussen hoeken
Zorgt voor actief, afwisselend en zelfstandig leren
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
26
Directe instructie en zelf ontdekkend leren:
Dit is manier om aan binnenklasdifferentiatie op basis van leerstatus te doen
Zoveel mogelijk lln bereiken basisniveau en lln die op zoek zijn naar uitdaging kunnen ook
diepgaande leerstof verwerken
Entry en Exit tickets:
Lln moeten ticket invullen op einde van les (fase)
Polsen naar interesses en voorkennis van lln
Lln moeten blaadje invullen
Lkr kan zo nagaan of die leerstof begrepen heeft
4. Samenwerkingsvormen:
Wanneer samenwerken, 3 voorwaarden:
1
e
voorwaarde:
Er moet positieve onderlinge afhankelijkheid zijn -> lln hebben elkaar nodig
Het moet meerwaarde zijn om in groep te werken
2
e
voorwaarde:
Lln individueel aanspreekbaar, leveren allemaal bijdrage aan groep
3
e
voorwaarde:
Samenwerkingsvaardigheden opbouwen: rekening houden met elkaar, kunnen luisteren..
Parallel groepswerk:
Alle groepjes werken aan zelfde taak
Starten tegelijk
Complementair groepswerk:
Elk groepje krijgt deel van onderwerp om te behandelen
Iedereen werkt op eigen tempo
Jigsawmethode:
Eerst homogene groepen maken: bekijken allemaal deel van onderwerp
Groepen worden dan gemixt tot heterogene groepen: lln leggen elk hun onderdeel uit aan de
rest van groep
Didaktiek en Praktijk 1 Phelice Van Wymersch
27
Placemat:
Om voorkennis van lln activeren / om te brainstormen
In groepjes van 4
Iedereen denkt eerst individueel na over antwoorden
Nadien antwoorden samenleggen en hoofdzaak in midden
noteren
5. Spelvormen:
Doelen:
Leren stimuleren
Zorgen voor afwisseling
Concentratie en motivatie verbeteren
Leerspel/ educatief spel:
De leerinhoud wordt in bekende spelvorm (ganzenbord, kwartet..) gegoten
Zo kun je specifieke doelen bereiken
Spel bestaat uit vaste regels
Dus competitie aanwezig
Taalgerichte werkvormen:
Activiteiten waarbij de leerkracht spreekkansen en taalondersteuning voorziet voor lln
Lln komen veel aan bod, bespreken leerinhoud met elkaar, besteden aandacht aan
woordenschat
Taalgerichte oefeningen zorgen voor:
Interactie tussen lln
Zinvolle context waarin theorie voorkomt
Hulpmiddelen voor lln om taal beter begrijpen/ produceren
Voorbeelden binnen BE:
Lln oefenen per 2 dialoog van schoonheidsspecialiste en klant
Woordenlijst geven van Engelse benamingen van praktijk
Bewegingsgerichte werkvormen:
Activiteiten die leerkracht kan toepassen met het oog op het bereiken van kennis,
vaardigheden en het verhogen van fysieke activiteitsgraad . De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 30.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit