Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: amyamina - 2 months ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Les 1
De ziekte van Crohn en colitis ulcerosa vallen onder de inflammatoire darmziekten. Vaak ontstaan bij mensen jonger dan 30 jaar.

Risicofactoren: Als het in de familie voorkomt. Roken verhoogt kans op de ziekte van Crohn, maar verlaagt risico op colitis ulcerosa (onduidelijk waarom).

Etiologie: Genetische aanleg, omgevingsfactoren en een abnormale immuunreactie.

Pathofysiologie: De inflammatie komt door een abnormale immuunreactie in de mucosa van de maag-darmwand. Er komen hierbij ontstekingsmediatoren vrij zoals cytokinen. De ziekte van Crohn ontstaat hoofdzakelijk in terminale ileum en het colon ascendens, kan in hele maag-darmkanaal optreden. Er is sprake van segmentale ontsteking. Bij heftige ontsteking, kunnen littekenweefsel en hypertrofie van de spierlaag van de darm optreden, wat kan leiden tot vernauwing en obstructie. Als ontsteking via darmwand in contact komt met andere organen/ander deel van de darm kunnen fistels (tunnelvormige verbinding) ontstaan. Hierdoor kan pus en feces lopen. Kan uitmonden in de huid, vaak rondom anus. Colitis ulcerosa begint meestal in rectum en kan uitbreiden naar proximaal gelegen colon. Hierdoor vaak sprake van bloederig diaree, buikpijn en loze aandrang. Ontsteking zit in mucosa. Scherpe grens tussen normaal en aangetast weefsel.

Symptomen gastro-intestinaal: (Bloederig) diaree, (chronische) buikpijn en verandering van defecatiepatroon. Algehele malaise, gewichtsverlies, anemie en koorts.

Diagnostiek: Bij ziekte van Crohn kan bij palpatie van de buik een massa voelbaar zijn. Bij beide ziektes word gekeken naar ontstekingsverschijnselen en anemie bij bloedonderzoek. Infectieuze oorzaak word uitgesloten door een feceskweek. Beeldvormend onderzoek: sigmodoscopie, coloscopie, CT/MRI-scan.

Behandeling:
o Inflammatieproces remmers: ontstekingsremmers, immunosuppressiva (onderdrukken immuunsysteem, waardoor er minder ontstekingsreactie ontstaat), biologicals (remmen werking TNT-alfa, dat is een cytokine wat een rol speelt bij ontstaan onstekingen).
o Overige medicijnen: Antibiotica (bij fistels abcessen en bacterile overgroei), motiliteitsremmende middelen (diaree remmers), operatie (stoma) en aandacht voor psychologische ondersteuning en leefstijl.

Complicaties: Risico op colorectaal carcinoom. Complicaties van ziekte van Crohn: abces, fistel en obstructieve ileus. In ernstige gevallen: malabsorptie door aantasting van dunne darmwand. Hierdoor worden vitaminen en mineralen minder goed opgenomen > vitaminegebrek, anemie, stollingsproblemen en osteoporose. Bij kinderen kan dat uiten tot vertraagde groei en ontwikkeling. Ook kunnen galstenen, nierproblemen en amyloidose optreden.
Fulminante colitis (toxisch megacolon) is zeldzame, maar ernstige complicatie, voornamelijk bij colitis ulcerosa. Dit is verwijding van het colon en sepsis bij acute ontsteking in de dikke darm > operatie.
Meestal als de colon is aangedaan kan je huid-mondslijmvlies, oog, lever/galgang en gewrichtsafwijkingen en trombo-embolische complicaties krijgen.

Prognose: Ziekte van Crohn geneest zelden en verloopt met exacerbaties en remissies. Sterftekans door de ziekte is erg laag. Bij zorgvragers waar de colitis ulcerosa beperkt is tot het rectum hebben de beste prognose. Bij zorgvragers met colitis ulcerosa die een totaal proctolectomie ondergaan, zijn genezen. Zij hebben permanent stoma/pouch.

Preventie: NSAIDs kunnen een exacerbatie uitlokken, alleen in overleg met de arts dus. Afweer onderdrukkende medicatie vermijden bij infecties. Screening op bloedarmoede, osteoporose en deficintie van vitaminen en mineralen. 8 jaar na diagnose word gestart met screeningscoloscopie om risico op colorectaal carcinoom te bepalen. Er worden uit elke colonsegment biopten genomen om maximale historische uitbreiding te bepalen.

Bij diverticulosis coli is er sprake van divertikels (uitstulpingen) vanuit het colon. Dit gebeurd vooral bij ouderen. Als divertikels ontstoken raken, heet het diverticulitis coli.
Etiologie: Divertikels komen vaker voor bij zorgvragers met obstipatie en mogelijk is een dieet met weinig vezels een factor. Bij sprake van diverticulitis, kan door de zwelling de bloedtoevoer naar colonwand worden belemmerd en kan perforatie ontstaan > feces in buikholte > peritonitis.
Symptomen: Zorgvrager met diverticulosis heeft alleen soms last van obstipatie. 15-20% krijgt symptomen met bloedverlies en pijn als gevolg van complicaties. Symptomen van diverticulitis zijn (sub) acute hevige pijn links in de onderbuik, veranderd defecatie patroon en soms rectaal bloedverlies. Evt koorts, misselijkheid en braken.
Diagnostiek: Asymptomatische diverticulosis word meestal gevonden tijdens coloscopie of CT-abdomen. Bij verdenking diverticulitis worden naast lichamelijk onderzoek, lab onderzoek en beeldvorming zoals echografie en CT-scan verricht.
Behandeling: Geen behandeling nodig bij asymptomatische diverticulosis coli. Bij diverticulitis kan gekozen worden voor een conservatieve behandeling met ruime vochtinname en pijnstilling, maar ook voor antibiotica behandeling. Groter abces word gedraineerd. Bij ileus of perforatie mag de zorgvrager niet eten/drinken (komt via infuus). Evt operatie.
Complicaties en prognose: Bij 15-20% word diverticulosis gecompliceerd door diverticulitis of arterile bloeding vanuit divertikel. Een bloeding is meest voorkomende oorzaak van rood/bruin bloedverlies uit de tractus digestivus bij volwassenen. NSAIDs zijn risicofactor. Indien bloeding niet vanzelf stopt, word het tijdens coloscopie behandeld. Bij 20-25% van zorgvragers met diverticulitis treden complicaties zoals abces, fistel, obstructie of perforatie op. Obstructie kan leiden tot obstructieve ileus.


Een darmpoliep is een benigne tumor vanuit de darmwand die in de darm steekt. Ongeveer 30% van de bevolking ouder dan 60 jaar heeft 1/meer heeft darmpoliepen.

Symptomen: Kan gering (meestal occult) bloedverlies aanwezig zijn.

Diagnostiek en behandeling: Diagnose meestal op basis van coloscopie. De poliep kan meteen verwijderd en histologisch onderzocht worden, om te bepalen of deze goedaardig is.

Prognose: Er bestaan veel erfelijke syndromen die gepaard kunnen gaan met veel poliepen, deze zorgvragers krijgen regelmatig coloscopie. Er wordt bevolkingsonderzoek gedaan naar (dikke) darmkanker. Grootste zorg is dat benigne, maligne wordt.

Preventie: Als poliep is weggehaald hangt het af van verschillende factoren (aantal poliepen en leeftijd) of er vervolg coloscopie plaats vind.

Colorectaal carcinoom (dikkedarmkanker) is een van de meest voorkomende typen kanker.

Risicofactoren:
o Hogere leeftijd
o Ongezonde leefstijl
o Inflammatoire darmziekten
o Familielid die het heeft
o Dragerschap van bepaalde erfelijke aandoening

Etiologie: Ontstaat meestal vanuit goedaardig poliep. Klein deel kan doorgroeien en veranderen in kwaadaardige tumor.

Pathofysiologie: Kenmerkende symptomen aan de rechterkant van colon zijn occult bloedverlies en anemie. Obstructie komt daar minder vaak voor i.v.m. vloeibare darminhoud. Linkszijdige laesies geven meer klachten van obstructie zoals buikpijn, darmdiameter is hier kleiner. Bloedverlies kan vermengd zijn met feces. Bij rectum kanker is een kenmerkend symptoom: helderrood bloedverlies tijdens def en loze aandrang. Colorectaal carcinoom kan lymfogeen en hematogeen metastaseren. Bij hematogene mestasering, worden vaak metastasen in lever gezien > bloedafvoer vanuit colon gaat via vena porta.

Symptomen: gewichtsverlies en symptomen van anemie zijn algemeen. Gastro-intestinale symptomen zijn rectaal bloedverlies, veranderd defecatiepatroon, bloed vermengd met ontlasting, buikpijn en loze aandrang. Symptomen van levermetastasen zijn o.a. verminderde eetlust, misselijkheid, gewichtsverlies, vermoeidheid, geelzucht en jeuk. Symptomen longmetastasen zijn o.a. (prikkel)hoest, benauwdheid of recidiverende luchtweginfecties.

Diagnostiek: Bij lichamelijk onderzoek wordt o.a. gekeken of er een tumor te voelen is bij palpatie van de buik en via rectaal toucher. Lab onderzoek: hemoglobine, anemie. Een immuno chemische fecaal occultbloedtest, bij bepaling van niet-zichtbaar bloed in de feces. Beeldvormend onderzoek: coloscopie (hier kunnen biopten/tumoren weg worden gehaald en onderzocht). CT-thorax en abdomen.

Behandeling: Operatief verwijderen van de tumor. Chemo/radiotherapie. Bij 10-30% van zorgvragers met levermetastasen wordt met een operatie (thermische ablatie) genezing bereikt. Als genezen niet mogelijk is berhaupt, kan d.m.v. een palliatieve operatie (> de klachten afnemen) de obstructie worden verwijderd. Of het plaatsen van een stent bij obstructie/palliatieve chemotherapie.

Complicaties: Na operatie kans op pneumonie, urineweginfectie, trombose, wondinfectie, nabloeding of naadlekkage (> peritonitis). Aanleg van stoma kan gecompliceerd worden door ischemie van uitwendige deel van de darm, uitpuilen stoma, littekenbreuk in de buikwand bij stoma, vernauwing of irritatie van de huid rondom stoma. Na de operatie kan er ook last zijn van problemen bij def, blaas- en seksuele functiestoornissen.

Prognose: Vijfjaarsoverleving is afhankelijk van de tumor stadium. Prognose is ongunstig als er metastasen op afstand zijn.

Preventie: Aanpakken van risico factoren in leefstijl en voeding. In NL en Vlaanderen loopt een bevolkingsonderzoek voor vroegtijdig opsporen van colorectaal carcinoom/voorstadium. Iedere 2 jaar wordt een brief gestuurd met het verzoek om een fecaaloccultbloedtest te doen. Test wordt per post opgestuurd.

Verpleegkundige aandachtspunten: Symptomen herkennen > vroegtijdige diagnose en behandeling. Denk aan langtijdige verandering in ontlastingspatroon. Ondersteuning en voorlichting van mensen met het carcinoom. Tijdens en na behandeling zijn verpleegkundige interventies van belang. Lange en korte termijngevolgen van de ziekte en behandeling bespreekbaar maken. Zo nodig verpleegkundig doorverwijzen naar gespecialiseerde zorgverlener (stomaverpleegkundige bijv).

Appendictitis (blindedarmontsteking) is een acute ontsteking van de appendix = wormvormig aanhangsel van de blindedarm. 7-9% krijgt dit, komt het vaakst voor bij tieners/jongvolwassenen.

Etiologie en pathofysiologie: Als de opening naar de appendix verstopt raakt door bijv een hard stukje ontlasting, galsteen, wormen of een tumor, zullen de bacterin in de feces achter de afsluiting zich vermeerderen en een infectie veroorzaken. Zwelling van de appendix, kan bloedtoevoer belemmeren > weefselversterf en perforatie. Bij perforatie komt feces in de buikholte terecht > peritonitis.

Symptomen: Minder dan 50% met appendicitis heeft de volgende symptomen:
o Buikpijn
o Anorexie
o Misselijkheid en braken
o Toename van de buikpijn bij hoesten/bewegen.
o (Lichte) tempratuurverhoging

Diagnostiek: Anamnese. Bij lichamelijk onderzoek wordt de buik onderzocht op drukpijn en loslaatpijn bij palpatie van de rechteronderbuik. En verminderde/afwezige peristaltiek bij auscultatie. Infectieparameters en leukocyten kunnen verhoogd zijn bij labonderzoek. Of urineonderzoek (urineweginfectie en zwangerschap). Beeldvormend bestaat uit echo, CT/MRI abdomen. Bij vrouwen is aandacht voor gynaecologische oorzaak van buikklachten.

Behandeling: Zorgvrager mag niks meer eten/drinken via de mond. Appendix wordt operatief of met laparoscopie verwijderd. Soms wordt er behandeld met antibiotica.

Complicatie: Als er niet op tijd wordt geopereerd, bestaat risico op perforatie en peritonitis. Postoperatief bestaat risico op een buikabces en verklevingen met darmobstructie. Bij vrouwen kans op verminderde fertiliteit door verklevingen.

Prognose: Tijdig herkennen en behandelen zorgt voor gunstige prognose, bij complicaties loopt het ernstiger.

Preventie: onmogelijk.

Verpleegkundige aandachtspunten: Signaleren van fysiologische veranderingen. Beschreven symptomen in kaart brengen, voor optimale behandeling. Verpleegkundige interventies zoals, meten van pijnscore en fysiologische verandering monitoren. Alert zijn op verergering van symptomen i.v.m. risico op perforatie. Postoperatieve voorlichting geven, ook over complicaties.

Maagkanker: Is een kwaadaardige tumor die uitgaat van de weefsels in de maag. Maagkanker komt vaak bij mannen voor dan bij vrouwen.
Etiologie en risico factoren (etiologie van maagkanker is nog niet bekend). Hieronder staan de risicofactoren van maagkanker:
o Hogere leeftijd
o Infectie met H. pylori bacterie lijkt de kans van maagkanker groter te maken, mogelijk als gevolg van de schade die deze bacterie aanricht aan de cellen in het slijmvlies.
o Maagkanker in de familie
o Chronische atrofische gastritis (is een aandoening waarbij het maagslijmvlies dunner wordt)
o Leefstijl factoren; zoals roken, alcohol gebruik en ongezonde voeding etc.

Pathofysiologie: Een tumor in de maag kan uitsteken in de maagholte of door groeien in de maagwand, die daardoor dikker wordt. Verdere groei van de tumor leidt tot vernauwing en uiteindelijk obstructie van de maag. Door druk op de zenuwuiteinden ontstaat vervolgens pijn.
Symptomen: De vroege symptomen van maagkanker zijn meestal aspecifiek.
(Niet duidelijk). Bijv. gebrek aan eetlust, misselijkheid en braken en een vol of verzadigd gevoel. Er kan melaena optreden. Meestal is pijn een later symptoom van maagkanker. Maagkanker kan samengaan met ijzergebreksanemie door bloedverlies uit de tumor.
Diagnostiek: Lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek (voor het vaststellen van een eventuele anemie) is meestal beeldvormend onderzoek voor nodig, zoals gastroscopie of endoscopie, echografisch onderzoek, een CT-scan of een PET- scan. Laparoscopie wordt ook gedaan om te kunnen zien of er evt. uitzaaiingen zijn.
Behandeling: De behandeling is afhankelijk van de grootte van de tumor en eventuele uitzaaiingen. Een kleine tumor kan soms endoscopisch worden verwijderd. Chemotherapie kan voor of na de operatie worden gegeven, of als palliatieve behandeling, maar dan niet in combinatie met radiotherapie.
Complicaties: Obstructie van de maag, een maagbloeding of maagperforatie zijn complicaties van een tumor in de maag.
Prognose: De prognose hangt af van het stadium, de plaats van de tumor en de uiteindelijke behandeling. Als de ziekte vroeg wordt ontdekt (gunstig stadium), leeft ongeveer 70% van de 100 mensen na 5 jaar nog. Als de ziekte ver gevorderd is (ongunstig stadium), leeft na 5 jaar nog maar 1% van de 100 mensen.
Preventie: De kans van maagkanker kan worden verkleind door aanpassingen van leefstijl en door behandeling een infectie H. pylori.
Astma: Is een chronische longaandoening die zich kenmerkt door aanvallen van benauwdheid, een piepende ademhaling en hoesten als gevolg van een chronische ontsteking van de onderste luchtwegen in combinatie met een overgevoeligheid voor bepaalde prikkels.
Etiologie en risicofactoren (de precieze oorzaak ervan is onbekend). Maar waarschijnlijk spelen erfelijke factoren een grote rol. Hieronder staan de risico factoren van astma:
o Erfelijke aanleg
o Overgewicht
o Omgevingsfactoren, namelijk specifieke prikkels binnens- en buitenshuis.
Pathofysiologie: Bij astma zijn de luchtwegen chronisch ontstoken. Deze ontsteking gaat gepaard met oedeem, waardoor de wand van de luchtwegen verdikt is. Ook is er een toename van het aantal slijm producerende cellen, waardoor mucus zich ophoopt in de luchtwegen.
Symptomen: Astma kenmerkt door typische longaanvallen (exacerbaties) van wheezing, hoesten, dyspneu en een drukkend gevoel op de borst.
Diagnostiek: Anamnese en lichamelijke onderzoek. Belangrijke aandachtpunten voor anamnese:
o De aard en de ernst van de luchtwegenklachten
o Aanwijzingen voor blootstelling aan allergische en niet allergische prikkels.
o Rookgedrag
o Allergien
o Longfunctieonderzoek
o Allergologische onderzoek (om te kijken of iemand een allergie heeft)
Behandeling: Het kan behandeld worden met leefstijl adviezen die vaak worden gegeven:
o Stoppen met roken
o Iedere dag minstens een half uur bewegen
o In geval van overgewicht streven naar gewichtsreductie en een evenwichtige voeding
o Prikkels die een astma-aanval kunnen uitlokken vermijden
Of medicamenteuze behandeling van astma berust op twee pijlers: ontstekingsremming (inhalatie cortisteroiden) en verwijding van de luchtwegen (bronchus verwijders).
Complicaties
o Pneumonie
o Atelectase
o Respiratoir insufficintie
o Status astmaticus
Prognose: Tegenwoordig hebben de meeste mensen met astma een normale levensverwachting. Astma heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van leven. De aandoening kan gepaard gaan met slaapproblemen, school- of werk verzuim.
Preventie: Primaire preventie van astma is niet mogelijk, maar er zijn aanwijzingen dat roken van de moeder tijdens de zwangerschap en blootstelling aan rook. Borstvoeding heeft mogelijk een beschermende werking.
Verpleegkundige aandachtspunten: Bij astma is de rol van een verpleegkundige vooral gericht op het observeren, begeleiden en registreren van fysiologische veranderingen om zo aanvallen te herkennen. Een belangrijke verpleegkundige interventie is het monitoren van de vitale functies.

COPD: is een chronische aandoening die over het algemeen is. Dit zorgt voor een negatieve invloed op de gezondheid en kwaliteit van leven.
Risicofactoren: Inademing van schadelijke deeltjes of gassen. Denk hierbij aan:
o Roken
o Omgevingsfactoren
o Hogere leeftijd
o Erfelijke factoren
o Schade door eerdere longaandoeningen
Etiologie: Roken is de belangrijkste oorzaak van COPD. Roken of meeroken beschadigt de longen ernstig. Niet iedereen die rookt krijgt COPD, dit heeft waarschijnlijk te maken met erfelijke factoren.
Pathofysiologie: Bij COPD is er sprake van een chronische ontsteking van de onderste luchtwegen door prikkelende stoffen, meestal sigarettenrook, wat gepaard gaat met zwelling van slijmvlies. Als reactie op de ontsteking kan ook het gladde spierweefsel verkrampen, waardoor de bronchioli extra vernauwen. Dit zorgt voor een probleem met de ventilatie.
Symptomen: Meestal starten de symptomen bij mensen tussen 40-50 jaar. Kenmerkende ademhalingssymptomen van COPD zijn:
o Kortademigheid
o Chronisch hoesten
o Opgeven van helder sputum
o Gewichtsverlies
o Oedeem in de benen
o Ochtendhoofdpijn en concentratieproblemen, door een toename van Co2 gehalte tijdens de slaap.
Diagnostiek: De anamnese richt zich voornamelijk op de symptomen en eventuele risicofactoren. Daarnaast wordt er ook lichamelijk onderzoek en spirometrie gedaan.
Behandeling: Begint met niet- medicamenteuze adviezen gericht op het voorkomen van de klachten en een goede algehele gezondheid. Dit bestaat uit:
o Voorlichting over Het ziektebeeld
o Stoppen met roken
o Zorgen van een droge, warme omgeving
o Voldoende drinken
o Voldoende beweging
Medicamenteuze behandeling:
- Kort en langwerkende luchtwegverwijdende medicatie
- Ontstekingsremmende medicatie
Complicaties
o Bijwerkingen van inhalatiemedicatie, zoals tachycardie, droge mond en een schimmelinfectie
o Pneumonie
o Longemfyseem
o Respiratoire insufficintie, repertoire acidose en uitputting, uiteindelijk kan leidend tot verdere verslechtering en bewustzijnsdaling.
o Pulmonale hypertensie, hartfalen rechts
o Pneumothorax bij longemfyseem als gevolg van het kapotgaan van de alveoli; met name tijdens vliegreizen neemt de kans hierop toe.
Prognose: De ernst van COPD neemt toe over de jaren heen. Als zorgvragers blijven roken, hebben zij een slechtere prognose dan wanneer ze hiermee stoppen. Een longaanval kan leiden tot een ziekenhuisopname. Zorgvragers met COPD hebben een grotere kans op longkanker, ook als zij niet roken.
Preventie: Na het stellen van die diagnose, bestaat preventie uit het vermijden van prikkels, het voorkomen van luchtweginfecties door griepvaccinatie en pneumokokkenvaccinatie, en het bevorderen van zelfredzaamheid en zelfmanagement.
Verpleegkundige aandachtspunten: Bij COPD is de rol van de verpleegkundige ongeveer hetzelfde als bij astma. Juiste streef saturatie en monitoring bij zuurstoftoediening zijn belangrijk, omdat zuurstoftoediening bij mensen met zeer ernstige COPD anders gevaarlijk kan zijn. Vroeg signalering van psychische klachten, aandacht voor energie inname met een adequaat voedingspatroon en aandacht voor bewegen zijn specifieke aandachtpunten.













Anemie: is een te laag aan erytrocyten en/of een te laag aan hemoglobine. Anemie is een symptoom van een onderlinge aandoening.
Risicofactoren
o Bloedverlies
o Verminderde opname van voedingsstoffen, zoals bij gebruik van metformine
o Te kort aan voedingsstoffen
o Ziekte zoals infecties, kanker en nierfalen
o Zwangerschap
o Erfelijke factoren
Pathofysiologie: Anemie wordt ingedeeld op basis van de pathofysiologie. We onderscheiden anemie door acuut bloedverlies, door een stoornis of door een verhoogde afbraak. Bij acuut bloedverlies is er absoluut verlies aan erytrocyten en bloedvolume. Bij een stoornis in de aanmaak kunnen drie verschillende dingen aan de hand zijn: er worden minder erytrocyten gemaakt, er wordt minder HB aangemaakt of het gemaakte HB functioneert niet optimaal.
Dit kan komen door benodigde stoffen.
Symptomen: De symptomen bij anemie zijn een uiting of compensatie van zuurstoftekort in de weefsels. Andere symptomen hangen samen met de oorzaak van anemie. Algemene klachten zoals; moeheid, duizeligheid, niet lekker voelen, hoofdpijn, zwakte en oorsuizen. Meer specifieke klachten zijn bleekheid, tachycardie, pijn op de borst, kortademigheid bij inspanning.
Diagnostiek: De onderzoeken zijn bedoeld om te kijken of iemand bloedarmoede heeft en wat de oorzaak is. De arts stelt vragen over mogelijke oorzaken (anamnese). Bij het lichamelijk onderzoek wordt gekeken naar de buik, lymfeklieren en of iemand geel ziet (icterus). Bijna altijd wordt ook bloedonderzoek gedaan. Daarbij wordt in ieder geval het hb gemeten.
Behandeling: De behandeling van anemie hangt af van de oorzaak.
Bij een tekort aan ijzer, vitamine B12 of foliumzuur krijg je supplementen. Soms moet je die levenslang gebruiken als de oorzaak niet weg kan. De hemoglobine (HB) wordt gecontroleerd om te zien of de behandeling werkt. Soms is een bloedtransfusie nodig, bijvoorbeeld bij ernstig bloedverlies, orgaan falen of klachten van hart en longen.

Complicaties: Anemie kan leiden tot longproblemen en hartfalen. Er kan bovendien sprake zijn van een beperkte inspanningstolerantie door het afgenomen zuurstoftransport ten gevolge van het afgenomen aantal erytrocyten.

Prognose en preventie: De prognose is afhankelijk van de oorzaak. Bepaalde vormen van HB hebben een grote ziektelast en een beperkte levensverwachting.

Verpleegkundige aandachtspunten: Verpleegkundigen spelen een belangrijke rol bij het ondersteunen en voorlichten van mensen met anemie. Zij kunnen fysiologische veranderingen signaleren en monitoren. Verpleegkundige interventies toepassing zijn bij anemie zijn het meten van hart- en adem frequentie, temperatuur, bloeddruk en transcutane zuurstofsaturatie.
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 5.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit