Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: rhodehuls - 2 months ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: de kernmerken van leven benoemen en uitleggen;
uitleggen wat de wetenschappen anatomie en fysiologie doen;
uitleggen wat de termen differentiaaldiagnose en klinisch redeneren inhouden;
de organisatieniveaus of hirarchie waarop we het lichaam bestuderen uitleggen;
uitleggen wat homeostase inhoudt;
negatieve en positieve terugkoppeling uitleggen;
de anatomische positie en anatomische doorsneden uitleggen;
de termen om richtingen aan te duiden toepassen
o (NB. de anatomische orintatiepunten, gebieden van het menselijk lichaam, kwadranten en gebieden buik en bekken, onderverdeling van lichaamsholten en rntgenfotos die in het boek staan hoef je dus niet te kennen want er is geen leerdoel van gemaakt);
de structuur van celmembraan uitleggen;
met betrekking tot membraantransport de volgen begrippen uitleggen en toepassen op de productie en transport van kamerwater vanuit het corpus ciliare:
o Diffusie
o Osmose (en osmotische druk)
o Actief transport
o Filtratie
weergeven wat de functie van de cel in het menselijk lichaam is;
de volgende organellen van de cel benoemen de functie verklaren
o het cytoskelet
o microfilamenten en microtubuli
o microvilli en trilharen
o centriolen
o ribosomen
o het endoplasmatisch reticulum
o het golgicomplex
o lysosomen
o mitochondrin
o de celkern
uitleggen wat er met nucleotide, DNA, histonen en chromatine bedoeld wordt;
uitleggen wat de rol is van DNA bij de protenesynthese;
een omschrijving te kunnen geven van de functie van DNA, mRNA, tRNA en rRNA tijdens de twee fasen (transcriptie en translatie) van de protenesynthese;
uitleggen hoe aminozuren een eiwit vormen;
uitleggen hoe de eigenschappen van de verschillende aminozuren de werking van een eiwit bepalen;
uitleggen hoe een mutatie in het DNA tot een niet werkzaam eiwit kan leiden en waarmee je bijvoorbeeld kleurenblindheid kunt verklaren;
uitleggen wat een katalysator is en hoe een eiwit als katalysator kan werken;
de functies van dekweefsels (of epitheelweefsel) weergeven;
uitleggen waar tight junctions, gapjunctions, (hemi- of button)desomosmen in de cornea voorkomen en wat hun functies zijn;
de indeling weergeven van dekweefsels en aangeven wat van elk van deze weefsels de specifieke functies zijn;
aangeven op welke plekken je dekweefsel en bindweefsel in de cornea kunt vinden en wat de functies van deze weefsels zijn;
uitleggen hoe dekweefsel van de cornea reageert op beschadiging;
weten hoe het endotheel van de cornea oedeem van het stroma tegengaat;
aangeven wat het verschil is tussen een endocriene klier en een exocriene klier
weer kunnen geven wat merocriene- apocriene- en holocriene secretie is en waar ze in het oog voorkomen;
uitleggen wat er wordt verstaan onder een hordeolum internum, een hordeolum externum en een chalazion;
uitleggen welke type bindweefsel er zijn en wat de kenmerken van deze typen zijn;
uitleggen wat er onder de matrix van het bindweefsel wordt verstaan en waar deze is uit opgebouwd
weergeven welke type bindweefsel je in de cornea en sclera vindt;
uit kunnen leggen wat slijmvliezen en sereuze membranen zijn;
uit kunnen leggen wat de conjunctiva is.
uitleggen hoe de hersenen in onze schedel beschermd zijn tegen trauma;
het anatomische model van het zenuwstelsel uitleggen;
het fysiologische model van het zenuwstelsel uitleggen;
deze twee modellen kunnen combineren;
uitleggen wat het effect van een sympathicomimeticum op het autonome zenuwstelsel is;
uitleggen wat het effect van een parasympathicolyticum op het autonome zenuwstelsel is;
de indeling van de neuronen en neuroglia in bouw en functie weergeven;
uitleggen wat de functies van de astrocyten, cellen van Schwann en de oligodendrocyten is;
uitleggen wat myeline is en wat de functie van myeline is;
uitleggen wat het verschil tussen witte en grijze stof is;
uitleggen wat er onder stijgende en dalende banen in het CZS wordt verstaan;
uitleggen wat het verschil tussen een tractus en een nervus en een ganglion en een nucleus (of kern) is;
uitleggen wat een rustmembraanpotentiaal is;
aangeven wat een actiepotentiaal is en hoe deze tot stand komt;
uitleggen wat de rol van natrium en kalium is bij een actiepotentiaal;
aangeven hoe de voortgeleiding van een actiepotentiaal in zijn werk gaat;
de structuur van een synaps beschrijven en beschrijven hoe een signaaloverdracht in een synaps plaatsvindt;
uitleggen waar zich de elektrische en de chemische kanaaltjes bevinden op een neuron en wat hun functionele verschil is
de reflexboog beschrijven;
uitleggen welke neurotransmitters het zenuwstelsel gebruikten (het somatisch, het sympathisch en het parasympathisch deel);
een IPSP en EPSP omschrijven aan de hand van een oogbeweging
weergeven welke algemene zintuigen we hebben
de bouw en functie van de algemene zintuigen omschrijven
uitleggen wat proprioceptie is
het verschil tussen acute nociceptieve pijn en neuropatische pijn kunnen uitleggen
uitleggen wat het verschil is tussen algemene en speciale zintuigen
de functie van de thalamus omschrijven
uitleggen wat het corpus geniculatum laterale is
uiteggen hoe het centraal zenuwstelsel informatie ontvangt en verwerkt die van het gezichtsvermogen afkomstig is
uitleggen wat ptosis is
uitleggen wat de fovea is
uitleggen hoe het licht dat de fovea bereikt wordt afgebogen in het oog
uitleggen wat emmetroop is
uitleggen wat ametropie is en welke vormen er zijn
uitleggen hoe de accommodatie van de lens werkt
uitleggen wat de rol van het autonome zenuwstelsel is bij de accommodatie
uitleggen waar het retinaal pigment epitheel zit in het oog en wat de functie hiervan is
het verschil tussen staafjes en kegeltjes uitleggen
uitleggen waar het rodopsinemolecuul in het oog zit en wat de functie hiervan is
uitleggen hoe de Visual Pathway (de optische banen) lopen
De relatie tussen de meningen en de tunica fibrosa;
Uitleggen hoe stuwingspapil onstaat;
De bouw van de cornea omschrijven;
De verschillen in dikte van de cornea omschrijven;
De bouw (histologie) en functie van de vijf lagen van de cornea omschrijven;
o Epitheel van de cornea.
o Membraan van Bowman.
o Stroma van de cornea.
o Membraan van Descemet.
o Endotheel van de cornea.
Uitleggen op welke manieren de cornea zuurstof en voeding krijgt;
weten tussen welke twee lagen een subconjunctivale bloeding zit;
Uitleggen wat het verschil is tussen episcleritis en scleritis;
Uitleggen hoe de bouw van het stroma er voor zorgt dat de cornea transparant kan zijn;
Uitleggen wat het effect van oedeem is op de transparantie van de cornea;
Uitleggen hoe de zonula occludens bijdraagt aan het transparant houden van de cornea;
Uitleggen hoe de verbinding is tussen het epitheel van de cornea en het stroma;
De innervatie van de cornea beschrijven zoals die verloopt via de N. trigeminus;
De knipperreflex uitleggen (verloop van de zenuwbaan vanaf de cornea, via n. ciliaris longus, naar de zenuw van de oogspieren);
De oorzaak en symptomen geven van Recidiverende cornea-erosie (Recurrent Corneal Erosion)
Uitleggen wat de relatie is tussen een verzwakking van de lamellae van het stroma en keratoconus;
Uitleggen wat de relatie is tussen het membraan van Descemet en de ring van Schwalbe;
Uit kunnen leggen wat er met het endotheel van de cornea gebeurt wanneer cellen afsterven (de relatie tussen de vorm van de cellen en het aantal cellen);
Uit kunnen leggen hoe het herstel is van de vijf lagen van de cornea na beschadiging;
Weer kunnen geven waar het scleraal spoor (scleral spur) zich bevindt;
Weer kunnen geven waar de limbus zich bevindt;
Weer kunnen geven wat de bouw en functie is van lamina cribrosa;
Weer kunnen geven wat het effect kan zijn van hoge oogdruk op lamina cribrosa;
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit