Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: Leighann - 1 month ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: De grondwet: De grondwet beschermt de burgers tegen de overheid, en de
regels van onze staatsinrichting staan inde grondwet beschreven.
Het parlement: Bestaat uit de Eerste en de Tweede kamer. De Eerste kamer
bestaat uit 75 leden en de Tweede kamer bestaat uit 150 leden
Staten-Generaal: Is een ander woord voor parlement bestaat dus ook uit de
Eerste en de Tweede kamer.
Het kabinet: Bestaat uit Ministers en Staatssecretarissen.
Actief kiesrecht: Je mag stemmen. Bijvoorbeeld je gaat naar een stemhokje om
daar je stem uit te brengen op een politieke partij.
Passief kiesrecht: Je stelt je verkiesbaar. Bijvoorbeeld mensen kunnen op jou
stemmen om ervoor te zorgen dat jij in de gemeenteraad komt.
Het recht van amendement: Is het recht van de Tweede kamer om een nieuw
wetsvoorstel te wijzigen. De Eerste kamer heeft dit recht niet.
Centrale overheid: Nederland treedt naar buiten als 1 land, maar Nederland is
onderverdeeld in verschillende provincies en gemeentes.
Gedecentraliseerde eenheidsstaat: De centrale overheid heeft een deel van de
macht afgestaan aan lagere bestuursorganen zoals de provincies, de
gemeentes en waterschappen.
Trias politica: Is de scheiding van de machten. Trias politica bestaat uit de
wetgevende macht, uitvoerende macht en de rechtelijke macht.
De wetgevende macht: Maken de nieuwe wetten of wijzigen de bestaande
wetten. De wetgevende macht bestaat uit de Regering en de Staten-Generaal.
Uitvoerende macht: Besturen het land. Bestaat uit de Koning en Ministers en
de Ministers en Staatssecretarissen.
Rechtelijke macht: De rechtelijke macht is ervoor om recht te spreken. Dat
wordt gedaan door de rechters, raadsheren en de Officier van Justitie samen
vormen zij het openbaarministerie. Ze zijn alle onafhankelijk en mogen niet
met elkaar overleggen.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
De provinciale staten: Is de wetgevende macht binnen de provincie, en wordt
gekozen door mensen die in die provincie wonen. De zittingsduur van de
provinciale staten is 4 jaar.
Gedeputeerde staten: Is het dagelijks bestuur van de provincie, wordt
benoemd door de provinciale staten. De gedeputeerde staten is geen lid van de
provinciale staten. Ieder lid van de gedeputeerde staten heeft zijn eigen
takenpakket. De zittingsduur van de gedeputeerde staten is 4 jaar.
Commissaris van de koning: Is de voorzitter van de provinciale staten en de
gedeputeerde staten. Hij waakt over de materiele wetgeving en de besluiten.
De commissaris van de koning wordt bij koninklijk besluit benoemd, zijn
zittingsduur is 6 jaar.
De gemeenteraad: Is de wetgevend gevende macht binnen de gemeente.
Bestaat uit een groep gekozen volksvertegenwoordigers. De gemeenteraad
wordt gekozen door de bevolking die binnen die gemeente woont. De
zittingsduur van de gemeenteraad is 4 jaar.
Het college van burgermeesters en wethouders: Is het dagelijks bestuur van
de gemeente. Het college van burgermeesters en wethouders wordt benoemd
door de gemeenteraad. De zittingsduur van het college van burgermeesters en
wethouders is 6 jaar.
De burgermeester: Is voorzitter van de gemeenteraad, en word bij koninklijk
besluit benoemd. De zittingsduur is 6 jaar en herbenoeming is mogelijk.
Veiligheidsregios: Zijn een groep gemeentes die samen een regio vormen voor
de veiligheid. Zij geven vergunningen weg bijvoorbeeld voor de chemische
industrie.
Wet in formele zin: Een wet in formele zin is een gezamenlijk besluit van de
regering en de Staten-Generaal volgens de grondwettelijke procedures. Je kan
een wet in formele zin herkennen aan dat het woord wet erin staat.
Wet in materiele zin: Is een algemeen bindend voorschrift dat voor iedereen
binnen een bepaald gebied geldt. Je kan de wet in materiele zin herkennen aan
dat het woord wet er niet in zit.
Attributie: Is het rechtstreeks toekennen van een bevoegdheid tot rechtspraak.
Delegatie: Is in het Nederlandse staatsrecht het overdragen van een bestaande
bevoegdheid.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Een algemene maatregel van bestuur: Een Algemene maatregel van bestuur is
een gebruiksaanwijzing van een artikel over de wet. De wet is beter uitgelegd
bijvoorbeeld hoe je de wet moet handteren.
Provinciale verordening: Het is een stukje materiele wetgeving, het wordt door
een lagere overheid bepaald. De regels gelden alleen binnen de provincie, en
mogen niet in strijd zijn met de wet.
Bijvoorbeeld je mag niet te hard rijden dat is vastgelegd in de wet, doe je dat
wel kan je er een bekeuring voor krijgen. Dan mag de provincie niet bepalen dat
er geen snelheidslimiet geldt voor de provincie.
Gemeentelijke verordening: Het is een stukje materiele wetgeving, wordt door
een lagere overheid bepaald. De regels geleden alleen binnen die gemeente en
mogen niet in strijd zijn met de wet.
Bijvoorbeeld stelen is verboden en dat is in de wet vastgelegd. Dan mag de
gemeente niet bepalen om dat niet strafbaar te stellen.
Noodverordening: Is een handrem die de burgermeester kan vastpakken als de
openbare orde gevaar loopt. Ook kan de burgermeester deze noodverordening
gebruiken als er bijzondere omstandigheden zijn en de openbare orde gevaar
loopt.
Noodbevel: Daarbij kan de burgermeester zelfs je grondrechten aanpassen.
Publieksrecht: Regelt de rechtsverhoudingen tussen de burgers en de
overheid. Publieksrecht bestaat uit: -
Staatsrecht: Regelt de inrichting van de overheid. - -
Strafrecht: Houdt zich bezig met de strafbaarstelling van bepaalde
gedragingen, de straffen die daarbij horen en de wijze waarop ze worden
uitgevoerd.
Bestuursrecht: Bepaald hoe de overheid mag ingrijpen tegen de burgers
en welke beroepsmiddelen de burgers daartegen ter beschikking staan.
Privaatrecht: Regelt de rechtsverhoudingen tussen de burgers onderling. Het
privaatrecht wordt ook wel het burgerrecht genoemd. Privaatrecht bestaat uit: -
Het personen en familie recht. -
Het vermogensrecht.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Het wetboek van strafrecht: Bepaald wie strafbaar is, wat strafbaar is en onder
welke omstandigheden het strafbaar is en welke straf je kan krijgen.
Formeel strafrecht: In het formele strafrecht worden de bevoegdheden en
procedures geregeld.
Wetboek van strafvordering: Bestaat uit procedures, regels en bevoegdheden.
Het is een soort van spelregel boekje.
Bijvoorbeeld wanneer je iemand mag aanhouden
Materieel strafrecht: Wie is strafbaar, wat is strafbaar en welke straf kan je
krijgen.
Positief recht: Geheel van geschreven en ongeschreven regels dat voor onze
maatschappij geldt.
Legaliteitsbeginsel: Je bent pas strafbaar als het bij de wet strafbaar is gesteld.
Bijvoorbeeld stelen op 1 oktober 2018 is nog niet strafbaar gesteld, jij steelt
dan je favourite make up!
Op 2 oktober 2018 wordt het strafbaar gesteld jij kan dan niet meer worden
gestraft voor je diefstal die jij op 1 oktober 2018 gepleegd had.
Misdrijven: Zijn ernstige strafbare feiten, zoals de handel in drugs, diefstal en
een moord. Deze zaken worden behandeld door de rechtbank. Het is een
rechtsdelict.
Overtredingen: Zijn licht strafbare feiten, zoals openbare dronkenschap en
verkeersovertredingen. Deze zaken behandelt de kantonrechter. Het zijn
wetsdelicten, omdat je de wet overtreedt.
Verbeurdverklaring: Het voorwerp waarmee het strafbare feit gepleegd is
wordt van de dader afgenomen.
Bijvoorbeeld jij hebt een auto gekocht om het strafbare feit te plegen, je hebt
de auto gebruikt tijdens het plegen van het strafbare feit. Dan kan de rechter
bepalen om het voertuig verbeurt te verklaren.
Ontzetting van bepaalde rechten: Is bijvoorbeeld het ontnemen van je
kiesrecht.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel: Is het afpakken van
bijvoorbeeld geld en dure autos wat je hebt verdiend door het plegen van een
misdrijf.
Onttrekking aan het verkeer: Goederen die je hebt gebruikt tijdens het plegen
van het misdrijf worden onttrokken aan het verkeer. Het wordt dan vernietig
bijvoorbeeld wapens of drugs.
Opsporingsambtenaar met algemene opsporingsbevoegdheid: De
opsporingsambtenaar mag alle strafbare feiten van wetten en verordeningen
opsporen zover vermeld staan in zijn/haar akte.
Algemene opsporingsambtenaren: Zijn ambtenaren van de politie aangesteld
voor de uitvoering van de politietaak. Daaronder vallen (onder)officieren van
de Koninklijke Marechaussee, rechercheurs bij de FIOD dat is een
opsporingsdienst van de belastingdienst en officieren van justitie.
Buitengewone opsporingsambtenaren: Die zijn bevoegd tot de opsporing van
bepaalde strafbare feiten. De strafbare feiten die zij mogen opsporen staan
vermeld in hu akte. Voorbeelden van buitengewone opsporingsambtenaren
zijn boswachters, conducteurs, stadswachten en douaneambtenaar.
Akte van opsporingsbevoegdheid: Hierin wordt aangeven in welk domein de
Boa opsporingshandelingen mag verrichten en het grondgebied waarvoor de
opsporingsbevoegdheid geldt. De akte wordt opgesteld door het ministerie van
justitie en veiligheid. Als de Boa politiebevoegdheden heeft en/of
geweldsmiddelen bijvoorbeeld handboeien, wapenstok, pepperspray en mag
toepassen wordt dat ook vermeld. Bijvoorbeeld een boswachter mag niet de
kaartjes in de trein controleren. De akte wordt verleend door het ministerie
van justitie en veiligheid.
Reikwijdte bevoegdheid: De Boa mag alleen in een bepaald deel van
Nederland opsporen. Sommige Boas hebben een landelijke
opsporingsbevoegdheid. De opsporingsambtenaren mogen alleen opsporen
wat in zijn/haar akte beschreven staat.
De aanvullende bevoegdheid: Van de Boa is dat dat zij geen geweld mogen
gebruiken mits dat in de akte vermeld staat.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
De domeinindeling: Bepaald welke verschillende functies en
opsporingsbevoegdheden de Boa kan hebben. Deze zijn onderverdeeld in 6
domeinen, per domein wordt er aangegeven welke geweldsmiddelen er
gebruikt mogen worden.
1. Openbare ruimte: Handboeien, wapenstok, pepperspray
2. Milieu welzijn en infrastructuur: Handboeien, wapenstok, pepperspray,
diensthond en vuurwapen.
3. Onderwijs: Handboeien.
4. Openbaar vervoer: Handboeien en wapenstok.
5. Werk, inkomen en zorg: Handboeien.
6. Generieke opsporing: Handboeien, wapenstok.
De akte van bediging: Bestaat uit een zuiveringseed en een ambtseed. In de
akte van bediging staat ook vermeld wanneer je bent bedigd en door wie.
Dat is de laatste stap voordat iemand zich een volledige Boa mag noemen.
De zuiveringseed: Daarbij beloofd u dat u geen dingen gaat doen die u heeft
beloofd voordat u bedigd bent. De Boa mag geen beloftes doen of giften
aannemen.
De ambtseed: Daarbij verplicht de Boa zijn taken te vervullen, de
geheimhoudingsplichten en andere plichten na te komen.
Noodzaakcriterium: Bij de aanvraag van nieuwe Boas moet de gemeente het
ministerie van justitie en veiligheid duidelijk maken dat zij de Boa echt nodig
hebben. Het moet noodzakelijk zijn.
Intrekken van de opsporingsbevoegdheid: De opsporingsbevoegdheden
worden ingetrokken op aanvraag van de werkgever. Dat wordt bijvoorbeeld
gedaan als je niet meer integer of betrouwbaar bent. Ook kan dit gebeuren als
je je toetsen niet meer haalt. Als je opsporingsbevoegdheid is ingetrokken mag
je niet meer opsporen.
Vervallen van de opsporingsbevoegdheid: De dag na de datum waarop je
opsporingsbevoegdheden vervallen. De betrouwbaarheid wordt altijd na 5 jaar
na de verlening van de akte getoetst. Als het ministerie van justitie en
veiligheid negatief oordeelt over de betrouwbaarheid van de Boa vervalt de
opsporingsbevoegdheid.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Toezichthouder van de Boa: Is door de minister van justitie en veiligheid
aangewezen als hoofdofficier van justitie. De toezichthouder van de boa is dus
ook de hoofdofficier van justitie.
De direct toezichthouder van de Boa: Is de politiechef van die regio.
Wettelijke regeling samenwerking politie: Alle opsporingsambtenaren die
belast zijn met de opsporing, verlenen elkaar de nodige hulp. Zij verlenen
elkaar zoveel mogelijk de gevraagde medewerking. De politie helpt de Boas en
de Boas helpen de politie.
Gezag over de politie: Als de politie optreedt ter handhaving van de openbare
orde en ter uitoefening van haar hulpverleende taak staan zij onder het gezag
van de burgermeester.
Gezag bij strafrechtelijk handhaving rechtsorde: Bij de strafrechtelijke
handhaving staat de politie onder het gezag van de officier van justitie.
Operationele regie: De cordinatie en aansturing van de Boas en van de
samenwerking met andere organisaties op uitvoeringsniveau.
Informatiedeling: Daar staat in hoe ze te werk gaan. De politie kan er ook in
kijken, zodat er een goede communicatie is. De politie mag geen informatie
delen met derden. Dat betekend dat ze geen informatie mogen delen met
mensen waar de informatie niet voor bedoeld is.
Landelijke uitgangspunten: Politie en gemeenten hebben de wens om
helderheid te verschaffen over de invulling van aansturing bij toezicht en
handhaving in de openbare ruimte. Door het opstellen van landelijke
uitgangspunten wordt de samenwerking tussen politie en gemeentelijke boas
gestimuleerd
Een ambtenaar van de politie is: Een ambtenaar die belast is met de
politietaak.
Regionale eenheden bij de politie: Zijn eenheden van de politie op regionaal
niveau.
Landelijke eenheden bij de politie: Zijn eenheden van de politie op landelijk
niveau.
Politiedienstencentrum: De bedrijfsvoering van de politie bijvoorbeeld
financin, facilitaire zaken, ICT, communicatie en personeelszaken.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Het werkgebied van de politie: De ambtenaren van de politie zijn bevoegd hun
taken uit te oefenen in het gehele land. Als hij buiten zijn district is moet hij dat
melden. Bijvoorbeeld het team van Rotterdam gaat een doorzoeking in een
woning doen van Alkmaar. Ze moeten Alkmaar dan wel op de hoogte brengen.
Dan weet de meldkamer dat ook voor eventuele meldingen.
Geweld: Een politieagent mag geweld gebruiken, maar het geweld moet wel
aan een aantal regels voldoen. Die staan beschreven in de politie wet en in de
ambtsinstructie, specifiek de geweldinstructie. Zo mag er bijvoorbeeld alleen
geweld gebruikt worden als er geen andere optie is.
Subsidiariteitsbeginsel: De opsporingsambtenaar mag geen zwaardere
geweldsmiddelen gebruiken dan nodig is. Bijvoorbeeld je kan een relshopper
op afstand houden met je wapenstok, maar in plaats daarvan schiet jij met je
vuurwapen in zijn knie.
Proportionaliteitsbeginsel: De bevoegdheid moet in verhouding staan met het
doel dat de opsporingsambtenaar wil bereiken. Bijvoorbeeld als je je doel kan
bereiken met 1 klap mag je er geen 2 geven.
Het gezag van de burgermeester over de politie: Als de politie optreedt ter
handhaving van de openbare orde ter uitvoering van haar hulpverlenende taak
staat zij onder het gezag van de burgermeester.
Het gezag van de officier van justitie over de politie: Bij de strafrechtelijke
handhaving staat de politie onder het gezag van de officier van justitie.
Driehoekoverleg: Overleg tussen drie overheidsinstanties. Leidinggevende van
justitie, politie en de burgermeester praten met elkaar over de politie en de
veiligheid.
De staande magistratuur: Zijn de leden van het openbaar ministerie, omdat zij
staan als ze aan het woord zijn.
Het college van procureurs-generaal: Werkt landelijk en bepaalt het
opsporings en vervolgingsbeleid van het openbaar ministerie. Is het hoogste
orgaan bij het openbaar ministerie.
De hulpofficier van justitie: Is een opsporingsambtenaar van een hogere rand
en helpt de officier van justitie. Is een soort van hulpsinterklaas.
Onder het begrip ambtenaren vallen: Burgermeesters, rechters, leden van het
openbaar ministerie, algemeen en buitengewone opsporingsambtenaren.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Ambtenaren algemeen: Zijn personen die een salaris van de overheid krijgen.
Omkoping: Een burger biedt een ambtenaar een gift of een belofte om volgens
zijn plicht te handelen of om in strijdt met zijn plichten te handelen. Een burger
pleegt een commuun delict.
Meineed: Bij meineed wordt bedoeld dat een bedigde getuige met opzet een
valse verklaring uitspreekt die niet gelijk is met de werkelijke waarheid. De
verdachte kan geen meineed plegen omdat de verdachte altijd mag liegen.
Bedigde getuige: Een bedigde getuige is iemand die een eed heeft afgelegd
om de waarheid te spreken. Deze mag dus niet liegen!
Begrip woning: Is een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand zijn
privaat huiselijk leven leidt, alsmede alle ter beschikking en ten gebruiken van
de bewoner staande besloten ruimten diens binnenshuis gemeenschap hebben
met de woning, zonder dat daarvoor andermans gebeid behoeft te worden
betreden.
Besloten lokaal: Is een pand met wanden en een dak, dat niet onder het begrip
woning valt.
Besloten erf: Is in het algemeen een rondom of bij een woning gelegen stuk
grond, dat door een hek, een heg, een sloot of een dergelijke afscheiding van
de overige gronden afgescheiden is.
Binnendringen: Het tegen de (kenbaar gemaakte) wil van de rechthebbende
naar binnen gaan (wederrechtelijk binnendringen). Bij binnendringen is er
direct sprake van een strafbare situatie.
Wederrechtelijk vertoeven: Degene die dat doet is echter niet strafbaar. Hij is
pas strafbaar als hij zich op vordering van of vanwege de rechthebbende niet
aanstonds verwijdert.
Met overschrijding bevoegdheid of zonder inachtneming: Als een ambtenaar
niet in bezit is van de door de wet vereiste machtiging bij het binnentreden in
een woning.
Aangifte: Is het melden van een strafbaar feit bij een bevoegde autoriteit.
Ambtshalve vervolgbaar: De officier kan vervolgen zonder dat er een aangifte
is gedaan.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Doen van valse aangifte: De persoon die de aangifte of klacht doet over het
strafbare feit weet dat het gepleegd is, maar geeft opzettelijk informatie dat
niet waar is. Het wordt gestraft met een gevangenisstraf van maximaal een jaar
of een geldboete van de derde categorie. Je moet opzettelijk informatie geven
die niet waar is en daar een rede voor hebben.
Een klacht: Is een aangifte met een verzoek tot vervolging. In bezwaar gaan is
geen klacht.
Klacht vervolgbaar: Klacht vervolgbaar is als de eigenaar van de klacht
overlijdt, dan gaat de klacht naar de kinderen, ouders of de echtgenoot. Tenzij
dat door de eigenaar is aangegeven dat hij of zij dit niet wil, dan komt de klacht
te vervallen.
Een klachtdelict: Is een delict waarbij de verdachte pas vervolgd kan worden
als het slachtoffer van het delict heeft aangegeven strafrechtelijke vervolging te
wensen.
Absoluut klachtdelict: Eenvoudige belediging tussen burgers onderling,
bijvoorbeeld stalking. Zolang er geen klacht is mag er ook geen
opsporingsonderzoek starten. Klachtdelicten zijn verder met strenge regels
omgeven. Zo zijn ze o.a. aan termijnen gebonden en moeten ze altijd door een
Hulpofficier van justitie worden opgenomen en ondertekend. Verder moet er
altijd in de verklaring van de aangever worden vermeld dat de aangever de
uitdrukkelijke wens heeft dat tot vervolging van de dader wordt overgegaan.
Relatief klachtdelict: Bij een relatief klachtdelict moet er altijd een
familierelatie zijn. Het gaat hier voornamelijk over vermogensdelicten, zoals
diefstal, verduistering en vernieling. De Hulpofficier van justitie neemt de
klacht op. Het zijn altijd vermogensdelicten! Bijvoorbeeld: Je vader steelt je
fiets, en jij doet daar aangifte van.
Legaliteitsbeginsel: Geen feit is strafbaar voordat het bij de wet strafbaar is
gesteld.
Reikwijdte algemene bepalingen: Gelden ook voor sommige andere wetten.
Bijvoorbeeld: Als we iemand gaan aanhouden voor oplichting gebruiken we het
wetboek van strafvordering, maar als we een iemand gaan aanhouden die een
milieudelict gebruiken we ook strafvordering.
Territorialiteitbeginsel: De Nederlandse strafwet geldt voor iedereen die zich
op ons grondgebied bevindt. Ander woord voor grondgebied is beginsel.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Vlagbeginsel: De strafwet geldt buiten de grenzen van een land dus aan boord
van een schip of vliegtuig dat uit dat land afkomstig is en zich schuldig maakt
aan enig strafbaarheid. Bijvoorbeeld: Als een Nederlands vliegtuig boven
Brussel vliegt en daar wordt iemand mishandelt, wordt er gestraft volgens het
Nederlandse recht. LET OP Als een trein rijdt en daar wordt iemand
mishandeld, wordt de dader gestraft volgens het recht van dat land.
Een strafbaar feit: Is een menselijke gedraging die volgens de wet niet is
toegestaan. Strafbare feiten worden onverdeeld in: -
Misdrijven: Is een ernstig strafbaar feit. -
Overtredingen: Is een licht strafbaar feit.
Wettelijke delictsomschrijving: De omschrijving van een strafbaar feit staat in
het wetboek van strafrecht.
Het verschil tussen opzet en schuld: Het verschil zit in de bedoeling van de
dader. Bij opzet is er sprake van opzettelijke handelen van de dader. Bij schuld
is er sprake van onopzettelijk handelen.
Opzet: Je actie is gericht om dat doel te bereiken. Je kunt het aan de volgende
woorden herkennen: - - -
Willens en wetens
Wetende dat
Terwijl hij weet, of hij had moeten weten
Schuld: Het is aan jou gedrag te verwijten. Je bent er verantwoordelijk voor,
maar het was niet je bedoeling. Je kan het aan de volgende woorden
herkennen: - - - -
Ongewild gevolg
Niet de nodige voorzorgsmaatregelen nemen
Ernstige reden hebben om te vermoeden
Redelijk wijs moeten vermoeden
De norm: Omschrijving van de strafbare gedraging. De norm bestaat uit 1 of
meer bestandsdelen.
Sanctie: Dat is de maximale straf die kan worden opgelegd.
Kwalificatie: Naam die de wetgever aan een wetsartikel geeft. Bekende
kwalificaties zijn moord, doodslag, valsheid in geschrifte en diefstal.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Wederrechtelijk: De betrokkene handelde zonder hij daartoe het recht had.
Zonder bevoegdheid.
Rechtvaardigingsgronden: De rechter bepaalt of er sprake is van een
strafuitsluitingsgrond. Als dit van toepassing is dan is dat de uitspraak van de
rechter.
Ontslag van rechtsvervolging: - - - - - -
Ontoerekeningsvatbaarheid: Hiervan is sprake wanneer een persoon in
zodanige toestand verkeert dat hem zijn daden niet kunnen worden
aangerekend.
Overmacht
Noodweer en noodweerexces
Wettelijk voorschrift
Ambtelijk bevel
Gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogen of ziekelijke stoornis
van zijn geestvermogen
Strafuitsluitingsgronden kunnen worden onderverdeeld in
rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden.
Strafuitsluitingsgronden: Een grond waarvoor jij geen straf krijgt. Er is geen
sprake van schuld of een rechtvaardiging voor de handeling.
Rechtvaardigingsgronden: - - - -
Overmacht als noodtoestand: Is een kracht, dwang of drang waaraan
men geen weerstand kan bieden. Je hebt absolute overmacht en
relatieve overmacht.
Absolute overmacht: Geen menselijk handelen. Bijvoorbeeld een boot in
een storm wordt in een verboden gebied geblazen. De bestuurder van
die boot kon daar niets aan doen.
Relatieve overmacht: Degene die zich hierop beroept heeft altijd de
keuze wel of niet toe te geven aan de kracht, dwang of drang die door
een ander wordt uitgeoefend.
Noodweer: Bij noodweer pleegt iemand een strafbaar feit omdat het
noodzakelijk is zichzelf, iemand anders of zijn goederen te beschermen
tegen onmiddellijke bedreiging. Binnen de grenzen van een geboden
verdediging. Verdediging niet meer dan de aanval, Ogenblikkelijke
wederrechtelijke aanranding en de burger moet eerst vluchten.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
-
Noodweerexces: Je blijft maar door slaan op iemand en kan niet stoppen
met slaan, kan komen door angst, radeloosheid een heftige emotie dus,
blinde woede of paniek. Die gevoelens moeten veroorzaakt zijn door de
situatie of door een bij de situatie betrokken persoon. - -
Bevoegd ambtelijk bevel: De dader die ter uitvoering van een bevoegd
gegeven ambtelijk bevel een strafbaar feit heeft begaan, is niet strafbaar.
Wettelijk voorschrift: Rechtvaardigingsgrond die inhoudt dat iemand
niet strafbaar is die een feit begaat ter uitvoering van een wettelijk
voorschrift. Bijvoorbeeld aanhouden op heterdaad.
Hoofdstraffen: Een verdachte mag nooit twee hoofdstraffen krijgen, wel kan
hij een hoofdstraf met een maatregel of een bijkomende straf krijgen. De
volgende straffen zijn hoofdstraffen: - - - -
Gevangenisstraf
Hechtenis
Taakstraf
Geldboete
Voorwaarden strafbaarheid van een poging tot misdrijf: Een poging tot een
misdrijf is pas strafbaar als het gaat om een misdrijf.
Voorwaarde van een poging: Het is pas strafbaar als de poging het beginsel
heeft openbaard. Hij heeft dus bijvoorbeeld zijn wapen laten zien. -
De verdachte moet geprobeerd hebben een misdrijf te begaan. - -
Hij moet begonnen zijn met de uitvoering. Dat heet de uitvoerende
handeling.
Zonder dat de verdachte het wilde, is de uitvoeringshandeling mislukt.
Niet strafbare pogingen: - - -
Iemand doet een poging van een overtreding.
Iemand doet een poging tot het misdrijf eenvoudige mishandeling.
Iemand stopt uit vrije wil met de poging om het misdrijf te begaan.
Poging tot een overtreding/eenvoudige mishandeling kan niet! Bijvoorbeeld ik
heb geprobeerd door rood te rijden!
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Voltooide poging: De dader heeft van zijn kant alles gedaan wat nodig is om tot
voltooid delict te komen, maar het is niet geslaagd. Bijvoorbeeld een
moordenaar schiet op het slachtoffer, maar deze laatste overleeft het door een
technisch defect van het wapen. Of ik schiet vijf keer op iemand, maar door
een goede arts heeft het slachtoffer het overleefd. De dader krijgt 1/3 korting
op zijn/haar straf.
Onvoltooide poging: De dader wordt buiten zijn wil om onderbroken terwijl hij
bezig is. Bijvoorbeeld een dader die iemand via een brief wil afpersen, maar
doordat de brief wordt onderschept, heeft het slachtoffer de brief nooit
gekregen. Of een ander voorbeeld je bent aan het inbreken en hoort de politie
aankomen je stopt en vlucht weg dat is een onvoltooide poging. Ook bij deze
poging krijgt de dader 1/3 korting op zijn straf.
Vrijwillige terugtrekking: Als de dader een of meer uitvoeringshandelingen
heeft verricht, maar vervolgens vrijwillig terugtreedt voordat het misdrijf is
voltooid, is hij niet strafbaar voor poging tot dat misdrijf. Bijvoorbeeld je bent
van plan je buurman dood te schieten, maar je ziet dat hij ze zoontje bij zich
heeft, doordat hij zijn zoontje bij zich heeft besluit je het niet te doen. Is niet
strafbaar! Je besluit zelf om het niet te doen.
Twee soorten deelnemers aan strafbare feiten: - -
Dader
Medeplichtigen. Bij een overtreding kan je niet medeplichtig zijn.
Daders kunnen worden onderverdeeld in:
Pleger: De pleger van het strafbare feit pleegt dat feit geheel alleen. Hij vervult
alle bestandsdelen van het strafbare feit alleen. De pleger kan wel gebruik
maken van voorwerpen of dieren.
Medepleger: Tenminste twee strafbare daders. Ze voeren gezamenlijk de
bestanddelen van het strafbare feit uit. Er is een vorm van samenwerking! De
medepleger moeten hebben afgesproken om het strafbare feit te plegen.
Doen pleger: Tenminste twee daders waarvan n strafbaar. De strafbare
intellectuele dader bedenkt het feit en laat de andere dader het plegen. De
niet-strafbare materile dader pleegt het feit, maar kan zich beroepen op een
strafuitsluitingsgrond.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Uitlokker: Tenminste twee daders die beide strafbaar zijn. De strafbare
intellectuele dader bedenkt het feit en lokt de andere dader willens en wetens
uit met een uitlokmiddel tot het plegen. De strafbare materile dader pleegt
het feit. De intellectuele dader bedenkt het feit en lokt de andere willens en
wetens uit tot het plegen van het feit. Beide daders zijn strafbaar voor
uitlokking.
Uitlokkingsmiddelen: - - - - - - -
Giften: Bijvoorbeeld als je voor mij die computers steelt krijg je van mij
die nieuwe boot die je altijd al wilde.
Beloftes: Bijvoorbeeld als jij voor mij die dure auto steelt, krijg jij van mij
de helft van het geld.
Misbruik van gezag: Bijvoorbeeld je bent een politieagent en je weet dat
je buurman wel eens wat steelt bij de Action. Je zegt tegen je buurman
als jij die laptop steelt dan hou ik je niet aan voor diefstal.
Geweld: Hij slaat je in elkaar als je niet die dure auto steelt.
Bedreiging: Je dwingt iemand iets te doen door hem te vertellen dat hij
anders je kind gaat vermoorden.
Misleiding
Verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen.
Medeplichtigen: Zijn passief en doen daarom niet direct mee aan het strafbare
feit. Zijn zij die opzettelijk voorafgaand en tijdens aan het plegen van een
misdrijf: - - - - - - - -
Inlichtingen verschaffen
Het verschaffen van Gelegenheid
Middelen verstrekken
Misleiding
Misbruik van gezag
Giften
Beloftes
Geweld
Het verschil tussen uitlokking en medeplichtigheid: Het gaat hierbij om van
wie het initiatief uitgaat. Bij uitlokking gaat het initiatief van verschaffen van
gelegenheid, middelen of inlichtingen niet vanuit de pleger. Bij
medeplichtigheid gaat het initiatief verschaffen van gelegenheid, middelen of
inlichtingen uit van de pleger.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Natuurlijke personen: Zijn personen die worden geboren.
Rechtspersonen: Zijn personen op papier.
Een publiekrechtelijke rechtspersoon: Wordt door een officile akte van de
overheid geconstitueerd. Bijvoorbeeld de gemeente, de staat, de provincie,
waterschappen en stichtingen.
Privaatrechtelijk rechtspersoon: Ontstaat door een vrijwillige overeenkomst
tussen twee of meer partijen. Bijvoorbeeld de Hema, verenigen en stichtingen.
Samenloop van feiten: Iemand heeft meerdere feiten gepleegd! Bijvoorbeeld
Een man wordt verdacht van 2 keer zware mishandeling. Volgens strafrecht kan
de verdachte niet 2 keer voor hetzelfde feit worden gestraft (2x8 jaar). De
verdachte krijgt daarom een andere straf (bijvoorbeeld 8 jaar + 1/3 van die
andere 8 jaar) bij levenslang geldt geen 1/3 korting.
Eendaadse samenloop: Situatie waarbij op iemand die een strafbaar feit pleegt
meerdere strafbepalingen van toepassing zijn. De rechter past dan de
strafbepaling toe, waarop de zwaarste straf staat. Dit is niet van toepassing als
voor een feit dat onder een algemene strafbepaling valt een bijzondere
strafbepaling staat. Dan wordt alleen de bijzondere strafbepaling toegepast.
Meerdaadse samenloop: Er is sprake van een meerdaadse samenloop indien
een verdachte meerdere strafbare feiten pleegt die als een strafbaar feit
moeten worden gezien. Dus wanneer meerdere feiten als een voortgezette
handeling moeten worden beschouwd.
Strafrechtelijke minderjarigheid: Tussen 12 en 18 jaar zijn de straffen
aangepast, en val je onder het jeugdstrafrecht.
Identificatieplicht: Vanaf veertien jaar moet je verplicht je identiteitskaart bij je
hebben. Vanaf 12 jaar moet je je identiteitskaart bij je dragen in het openbaar
vervoer.
Je bent verdachte als: Uit feiten en omstandigheden blijkt dat er een redelijk
vermoeden is aan enig strafbaar feit.
Seponeren: De officier van justitie gaat niet veder vervolgen.
Vrijheid: Iemand mag gewoon gaan, en is dus op vrije voeten. Bijvoorbeeld dat
de verdachte het strafbare feit niet gepleegd hebt.
Dagvaarding: Je verschijnt voor de rechter.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Voorgeleiden aan de rechter-commissaris: De rechter-commissaris kan
bepalen dat de verdachte langer kan worden vastgehouden om veder
onderzoek te doen. (Het opsporingsbelang)
Proportionaliteit: Je gebruikt niet meer geweld dan nodig is.
Subsidiariteit: Je kiest het geweldsmiddel wat je nodig hebt, en niet meer dan
dat.
Opsporingsbevoegdheden: Bevoegdheden om de waarheid op te sporen. De
opsporingsbevoegdheden staan voor een handhaver geschreven in zijn akte
van opsporing. In zijn akte van opsporing staat welk strafbaar feit hij mag
opsporen.
Toezichtbevoegdheden: Toezicht is controleren op de naleving van wettelijke
voorschriften. Om deze taak uit te kunnen oefenen hebben toezichthouders
een aantal wettelijke bevoegdheden tot hun beschikking op grond van de
Algemene wet bestuursrecht. Bij de toezichtbevoegdheden hoef je geen
verdachte te hebben.
Rechtmatigheid: Die aangeeft dat een handelwijze in overeenstemming is met
de geldende recht regels en besluiten (algemene wet bestuursrecht).
Wetmatigheid: Houd in dat het niet de bedoeling is dat je buiten je boekje te
werk gaat en je jezelf altijd aan de wet moet houden. Anders kan dit later
gevolgen hebben in het vervolg. Je kan iemand alleen straffen als hij een
strafbaar feit heeft gepleegd.
Proportionaliteit: In proporties, dus dat je bijvoorbeeld geen zwaardere
klappen mag uitdelen als dwangmiddel dan nodig is. Als je het af kan met twee
klappen ga je er geen drie geven.
Subsidiariteit: Dat je altijd het minste dwangmiddel gebruikt, geen wapen als
het niet nodig is. Er moeten worden gereageerd op een zo min mogelijk
bezwaarbare wijze. Als je iemand kan staande houden voor wildplassen ga je
iemand niet aanhouden.
Dtournement de pouvoir: Wordt gebruik om het misbruik van bevoegdheden
aan duiden. Het betekent dat een opsporingsambtenaar een bevoegdheid niet
mag gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven.
Bijvoorbeeld bij een verkeerscontrole wordt DNA afgenomen om de verdachte
te vinden en dus een moord op te lossen.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Inbeslagneming: Het onder je gaan nemen ten behoeve van strafvordering.
Bijvoorbeeld voor waarheidsvinding.
Staande houden: Kort ophouden om naar zijn identiteit vast te stellen.
Aanhouden: U wordt tijdelijk van uw vrijheid beroofd en moet mee naar het
bureau.
Ophouden voor onderzoek: Ophouden voor verhoor bij een VH-feit 9 uur en bij
een geen VH-feit 6 uur.
Herhaalde toepassing van eenzelfde bevoegdheid binnen een zaak: Je mag
dezelfde verdachte twee keer aanhouden als er tussen de twee aanhoudingen
een nieuw feit wordt ontdekt.
Voortgezette toepassing van bevoegdheden: De politie komt binnen bij een
woning vanwege een buren ruzie, en ziet aan de muur een geweer hangen dan
mag je die ook in beslag nemen. Ik kom voor het een, maar hoef je ogen niet te
sluiten voor de rest.
Wederspannigheid: Een ander woord voor Wederspannigheid is verzet. Met
geweld of onder bedreiging met geweld verzetten tegen een handeling van een
ambtenaar. De ambtenaar moet bevoegd zijn geweest om de handeling uit te
voeren en je moet hebben geweten dat de handeling werd uitgevoerd door
iemand die daartoe bevoegd was. Bijvoorbeeld het zien van een uniform. Bij
een persoon die bijstand verleent aan de ambtenaar op verzoek is er ook
sprake van Wederspannigheid.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Gekwalificeerde Wederspannigheid: Wederspannigheid met (zwaar)
lichamelijk letsel of zelfs de dood. Bijvoorbeeld: Bij een aanhouding voor de
wet ID, raakt de agent in een stoeipartij met de aangehouden persoon. De
agent wordt geduwd en valt op de weg, de buschauffeur ziet het niet en rijdt
over de agent. De agent overlijdt in dit geval is er sprake van gekwalificeerde
Wederspannigheid.
Bijvoorbeeld: Surveillerende agenten zagen dat een groep jongeren zich
ophield bij een bushokje aan de Zwolscheweg. Toen zij een poster weghaalden
uit het bushokje werden ze aangesproken. Hierop reageerde de groep
vervelend. Toen een van de jongeren werd gevorderd om zich te identificeren
werd hij vervelend. Hij weigerde zijn ID- bewijs te laten zien en reageerde
agressief richting de agenten. Hierop hebben de agenten besloten hem aan te
houden voor het niet voldoen aan de verordening. De verdachte verzette zich
hevig tegen zijn aanhouding en pleegde dus Wederspannigheid.
Artikel 181 WvSr: De opsporingsambtenaar raakt gewond, zwaargewond of
vindt de dood. Artikel 182 WvSr: Gepleegd met 2 of meer personen.
Ambtsdwang: Is een opzetmisdrijf
Hij die door geweld of enige andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of
enige andere feitelijkheid een ambtenaar dwingt tot het volvoeren van een
ambtsverrichting of het nalaten van een rechtmatige ambtsverrichting, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de
vierde categorie. Het is een VH- FEIT.
Wat is opschudding veroorzaken: Bijvoorbeeld irritant aanwezig zijn,
schreeuwen, of fluiten tijdens een terechtzitting of vervelend aanwezig zijn.
Bijvoorbeeld: De politieagenten zijn bezig met een aanhouding van een
verdachte, daarbij doen mensen vervelend om de verdachte en de agenten
heen. De mensen die vervelend zijn kunnen worden aangehouden voor
opschudding.
Bevel: Kan alleen gegeven worden door een bevoegde opsporingsambtenaar
bijvoorbeeld weg die kant op.
Vordering: Ik vorder je nu je identiteitsbewijs. Als je die dan niet geeft kan je
worden aangehouden voor de wet ID.
Verijdeld: Bijvoorbeeld jij neemt een boksbeugel in beslag, en een van zijn
vriendjes gooit de boksbeugel in de sloot. Je bent dan je bewijs kwijt.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Bestandsdelen belediging van ambtenaar in functie, koning, bijvoeglijk gezag:
Het moet in het openbaar zijn, mondeling, in geschrifte of een afbeelding en
opzetteling. Het is een klachtdelict.
Smaad: Het opzettelijk slechte dingen zeggen over een ander, waardoor hij/zij
in een slecht daglicht komt te staan. Het moet wel waar zijn!
Smaadschrift: Je schrijft het op. Het moet waar zijn.
Laster: Iemand ergens vals van beschuldigingen, terwijl je weet dat het niet
waar is.
Eenvoudige belediging: Opzettelijke belediging die niet onder smaad valt. Er is
geen sprake van smaad, maar iemands goede naam wordt toch aangetast. Kan
ook gebeuren door middel van afbeeldingen.
Staande houden: Bij staande houden wordt de verdachte kort opgehouden ter
vaststelling van de identiteit. We willen van de verdachte weten wie hij is, zijn
naam, adres, woonplaats en verblijfsplaats, geboorte plaats, geboortedatum.
De staande houding kan op en buiten heterdaad plaatsvinden. Staande houding
is het minst ingrijpende dwangmiddel die een opsporingsambtenaar kan
uitvoeren.
In de basisregistratie personen (BRP): Worden de persoonsgegevens
bijgehouden van iedereen die in Nederland woont. In deze registratie staan de
belangrijkste gegevens van iedereen die in Nederland woont.
Legitimatiebewijzen die je kan tonen: Rijbewijs, ID, paspoort of
vluchtelingendocument.
Voornaam natuurlijk persoon: Iedereen heeft een naam bij ze geboorte
gekregen.
Geslachtsnaam kind: Een kind krijgt bij de geboorte de achternaam van de
vader, mits de vader onbekend is, of de moeder het specifiek op haar naam de
geboorteaangiften doet.
Bewijs geslachtsnaam: De naam die je bij de geboorteaangiften gekregen hebt
is een naam die je de rest van je leven zou dragen, wijzingen kost heel veel geld
en tijd.
Gebruik geslachtsnaam gehuwde man/vrouw: Je geboorte naam gebruik je als
je niet getrouwd of geregistreerd partnerschap mocht je getrouwd zijn mag je
de naam van echtgenoot aannemen
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Ontdekking op heterdaad: Wanneer het strafbare feit ontdekt wordt, terwijl
het wordt begaan (het betrappen van de dader) of terstond nadat het begaan
is. Het termijn moet redelijk zien. Bijvoorbeeld je hoort over de porto de
signalementen van een inbreker. Een uur later zie je de man lopen je mag de
man aanhouden voor heterdaad. Je opsporingsonderzoek mag niet
onderbroken zijn.
Ontdekking buiten heterdaad: Het geval van ontdekking op heterdaad wordt
niet langer aanwezig geacht dan kort na het feit der ontdekking.
Tijdsverloop waarbinnen nog heterdaad aanwezig is: Buiten het geval van
ontdekking op heterdaad is de aanhoudingsbevoegdheid beperkt tot de feiten.
Sommige daden zijn altijd heterdaad: Bijvoorbeeld helling, en witwassen.
Cautie: Mededeling dat de verdachte niet verplicht is om te antwoorden op de
gestelde vragen.
Consultatiebijstand: Verdachte mag een raadsman raadplegen voor het
verhoor
Consulatie recht: De verdachte mag voor een verhoor met de politie, spreken
met zijn raadsman ook wel advocaat genoemd. Voordat u de verdachte vragen
stelt moet je de verdachte mededelen dat hij eerst een advocaat mag spreken.
Verhoorbijstand: De verdachte mag tijdens het verhoor bijstand krijgen van
zijn raadsman. Jeugdige verdachten, zijn verdachte s onder de 18 jaar hebben
het recht op bijstand van een raadsman of vertrouwenspersoon tijdens het
verhoor.
Beperking vrij verkeer tussen verdachte en zijn raadsman: Als er een ernstig
vermoeden is dat het vrije verkeer tussen de verdachte en zijn raadsman wordt
misbruikt kan de OVJ beslissen dat de raadsman geen contact meer mag
hebben met de verdachte. De verdachte krijgt wel een andere advocaat
toegewezen door de officier van justitie omdat in de grondwet staat dat je
recht hebt op een raadsman.
Toekenning vervangend raadsman aan de verdachte: Bij beperking van vrij
verkeer tussen de verdachte en zijn raadsman stelt de OVJ dit ter kennis aan de
voorzitter van de rechtbank. Die wijst vervolgens een nieuwe raadsman aan.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Processtukken: Tot de processtukken behoren alle stukken die voor en tegen
de verdachte ter terechtzitting door de rechter te nemen beslissingen
redelijkerwijs van belang kunnen zijn.
Een inbewaringstelling: Is een spoedmaatregel om iemand gedwongen op te
nemen in een instelling. Dit kan alleen als er echt geen andere oplossing is.
Bijvoorbeeld bij vluchtgevaar van de verdachte.
Het bevel tot bewaring: Is van kracht gedurende een door de rechter
commissaris te bepalen termijn van ten hoogste veertien dagen, welke ingaat
op het ogenblik der tenuitvoerlegging.
De dagvaarding: Bestaat uit het feit dat ten laste wordt gelegd, met daarbij de
tijd en waar het stafbare feit gepleegd is. Verder vermeldt de dagvaarding het
wettelijke voorschriften waarbij het feit is strafbaar gesteld. De dagvaarding is
een uitnodiging om voor de rechter te verschijnen. Ook staat er altijd op de
dagvaarding om bij welke omstandigheden het strafbare feit gepleegd is.
Voorwaardelijke dagvaarding: Je moet voor de rechter komen maar als je
betaald dat je zaak dan is afgerond.
Recht op onaantastbaarheid lichaam: In het wetboek van strafvordering staat
dat we iemand mogen aanhouden en rechtens zijn vrijheid ontnemen. Daarbij
mogen wij dus aan die persoon zitten.
Houderschap: Houdt iets voor een ander, maar doet er zelf niets mee.
Bijvoorbeeld een paspoort of een kentekenbewijs.
Eigenaar: Het is van jou, dus je hebt het gekocht of gekregen.
Onder inbeslagneming van enig voorwerp: Wordt verstaan het onder zich
nemen of gaan houden van dat voorwerp ten behoeve van de strafvordering.
Vatbaar voor inbeslagneming: Zijn alle voorwerpen die kunnen dienen om de
waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan
te tonen.
Het nemen van bevriezingsmaatregelen: De opsporingsambtenaar kan de
situatie stil leggen in afwachting van een doorzoeking.
Het uitleveren van voorwerpen ter beslagneming: Artikel 96a strafvordering.
Biedt een wettelijke basis voor politieagenten om een persoon, die vermoed
wordt houder te zijn van een voorwerp, te bevelen om dat voorwerp uit te
leveren
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Het doorzoeken van voorwerpen ter inbeslagneming: De rechter-commissaris
is tot inbeslagneming van alle daarvoor vatbare voorwerpen bevoegd tijdens de
doorzoeking in de woning. Voor een voertuig is dat een opsporingsambtenaar.
Vrijwillige afstand van een voorwerp door de verdachte: De verdachte doet
afstand van het voorwerp
Voortduren van het beslag: Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer het
desbetreffende voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen.
Goede trouw: Dat is lenen.
Kwade trouw: Is het stelen.
Verzoek om toestemming tot binnen treden aan de bewoner: Als je een
woning binnen wil gaan heb je hier toestemming voor nodig van de bewoner,
of een machtiging. Als je aan de bewoner vraagt of je naar binnen mag en de
bewoner geeft toestemming mag je naar binnen. De persoon die dit doen moet
wel voldoen aan de belasting van opsporing van strafbarenfeiten of enig ander
onderzoek met als doel de wet na leven of het toezicht hierop. Weigering gaat
boven toestemming! Je moet je legitimeren, je moet vertellen wat je gaat doen
en wat de eventuele gevolgen heeft.
Voorwaarden voor binnentreden zonder toestemming van de bewoner: Als
een bewoner geen toestemming geeft dan moet je een machtiging tot binnen
treden nodig. Dit geldt niet voor rechters, rechterlijke colleges, leden van het
openbaar ministerie, burgemeesters, gerechtsdeurwaarders en
belastingdeurwaarders. Deze mensen moet wel bevoegd zijn.
Zich laten vergezellen bij het binnentreden: De persoon de gemachtigd is kan
zich vergezellen, maar dit moet wel zinvol zijn of te wel er mogen geen
onnodige personen mee naar binnen.
Legitimatieplicht en mededelingsplicht opsporingsambtenaar: Als een
opsporingsambtenaar een woning binnentreedt dan moet die persoon, zich
legitimeren en vertellen waar om hij of zij de woning binnentreedt.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Opmaken verslag na binnentreden zonder toestemming van de bewoner: Als
er zonder toestemming een woning is binnen getreden dan moet binnen vier
dagen na binnentreden een verslag worden opgestuurd aan de persoon die de
machtiging, heeft gegeven als het de HOVJ is dan moet het ook naar de OvJ
gestuurd worden. Ook moet dit verslag aan de bewoner binnen vierdagen
opgestuurd worden. Als het nooit zakelijk is dan kan dit voor de bewoner
worden uitgesteld.
Bevoegdheid tot inroepen van de sterke arm bij het verschaffen toegang tot
woning: De persoon die bevoegd is zonder toestemming van de bewoner mag
zich, Toegang of doorgang verschaffen tot de woning als dit zin heeft. De
gemachtigde Kan hier voor de hulp van de sterke arm voor gebruiken (denk
hierbij aan een deur ram of de deur in trappen)
Als wettige bewijsmiddelen worden alleen erkend: - - - - -
Eigen waarneming van de rechter, ook moet de rechter zich twee vragen
stellen is het strafbaar, en is de persoon strafbaar?
Verklaringen van den verdachte, de verdachte mag wel liegen want hij
hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling.
Verklaringen van een getuige, mogen niet liegen.
Verklaringen van een deskundige, kunnen de rechter een advies gegeven
maar de rechter bepaald of de verdachte gek is.
Schriftelijke bescheiden zoals een proces verbaal.
Vervolging: Indien naar aanleiding van het ingestelde opsporingsonderzoek het
openbaar ministerie van oordeel is dat vervolging moet plaats hebben, door
het uitvaardigen van een strafbeschikking of anderszins, gaat het daartoe zoo
spoedig mogelijk over. Vervolg is niets anders dan de zaak voor de rechter
brengen
Sepot: Een sepot, seponering of seponeren is een beslissing van het Openbaar
Ministerie om een strafbaar feit niet te vervolgen.
Opportuniteitsbeginsel: Het opportuniteitsbeginsel is het beginsel dat in
Nederland een officier van justitie kan beslissen dat een strafbaar feit niet
vervolgd wordt op grond van het algemeen belang.
Artikel 12 procedure: Het Openbaar Ministerie bepaalt welke strafbare feiten
het voor de strafrechter wil brengen. Deze vervolgingsbeslissing wordt
genomen door de officier van justitie
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Wettelijke regeling halt-straf: De opsporingsambtenaar die de verdachte
aanhoudt en de OvJ stellen een halt straf voor.
Procedure en voorwaarden halt-straf: Als een kind tussen 12 en 18 jaar is en
wordt aangehouden door de politie voor bijvoorbeeld vernieling,
(winkel)diefstal of overlast met vuurwerk, dan kan hij worden verwezen naar
HALT. HALT staat voor Het Alternatief, oftewel een andere mogelijkheid. Een
kind kan via een HALT-procedure rechtzetten wat fout is gegaan zonder dat hij
een strafblad krijgt. De Officier van Justitie moet hiervoor wel toestemming
verlenen. Halt geldt ervoor als je de eerste keer in aanraking komt met de
politie, bijvoorbeeld een vernieling, winkeldiefstal of te vroeg vuurwerk
afsteken.
Een proces-verbaal: Dat is een verslag van de politie over alle stappen die ze
hebben gezet in het onderzoek. Wanneer de politie een misdrijf constateert
doen zij onderzoek. Hier hoort het verslag van het verhoor van de verdachte bij
en ook de verklaringen van getuigen. De term proces-verbaal verwijst meestal
naar het officile document, waarin de persoonsgegevens van het slachtoffer
van een misdrijf staan, naast die van de dader, het tijdstip en de plaats ervan,
en niet te vergeten de toedracht.
Feit: Een feit is een gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid
vaststaat.
Omstandigheden: Een omstandigheid is hoe de situatie op dat moment is.
Waarneming: Een waarneming is wat je op dat moment ziet, hoort en voelt.
Ondervinding: Een ondervinding is wat je op een bepaalde manier voelt of
meemaakt.
Onverwijld: Zo snel mogelijk als de omstandigheden toestaan. Bijvoorbeeld:
Ambtenaren, zijn met de opsporing van strafbare feiten belast, ze zijn geen
hulpofficier van justitie. Doen door hen opgemaakte processen-verbaal, bij hun
binnengekomen aangiften of berichten ter zake van strafbare feiten, met de
inbeslaggenomen voorwerpen, onverwijld toekomen aan de hulpofficier van
justitie onder wiens rechtstreeks bevel of toezicht zij staan dan wel aan de
officier van justitie, indien een richtlijn van het openbaar ministerie dat
voorschrijft of de officier van justitie zulks beveelt.
Gerechten behoren tot de rechterlijke macht: De rechtbanken, de
gerechtshoven en de Hoge Raad.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Rechters worden voor het leven benoemd: De regering benoemt de rechters
en de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Zij blijven hun hele leven rechter
en procureur-generaal. Hun kunnen zelf wel ontslag nemen, ze kunnen ook
ontslag krijgen als ze een bepaalde leeftijd bereikt hebben. In een speciaal
geval kan de rechtelijke macht hun ontslaan of ze kunnen zeggen dat ze hun
werk tijdelijk niet mag doen, dit kan alleen in bijzondere gevallen, de regels
hiervoor staan in de wet.
Zittende magistratuur: Zijn de rechters die zitten als zij recht spreken.
Arrondissement: Een arrondissement is een onderdeel van het grondgebied
van de staat, dat wordt opgedeeld om administratieve of bestuurlijke redenen.
Elk arrondissement is een ambtsgebied van colleges en ambtenaren. Een
arrondissement is een rechtsgebied. Het rechtsgebied bij de rechtbank wordt
ook een arrondissement genoemd.
Rechter: Een rechter is iemand die rechtspreekt. Meestal wordt met het woord
rechter een magistraat van de rechterlijke macht bedoeld. De rechter is
wettelijk verplicht een oordeel uit te spreken over een concreet geschil, dat
hem voorgelegd wordt.
Kantonrechter: Het bestuur vormt voor het behandelen en beslissen van
kantonzaken enkelvoudige kamers en bepaalt de bezetting daarvan. Degene
die zitting heeft in de enkelvoudige kamer draagt de titel van kantonrechter
dan wel kantonrechter-plaatsvervanger. Overtredingen, enkelvoudige kamer
en mogen maximaal een gevangenisstraf geven van 12 maanden.
Politierechter: De politierechter is een alleen rechtsprekende rechter die
minder zware strafzaken behandelt. In de meeste gevallen gaat het wel om
misdrijven. Maximalen straf die de politierechter kan opleggen is 12 maanden.
Economische politierechter: De economische politierechter houdt zich bezig
met economische vergrijpen, bijvoorbeeld overtreding van de
winkelsluitingswet of de warenwet.
Kinderrechter: Het bestuur vormt voor het behandelen en beslissen van
kinderzaken enkelvoudige kamers en bepaalt de bezetting daarvan. Degene die
zitting heeft in een enkelvoudige kamer voor kinderzaken draagt de titel van
kinderrechter.
Vonnis: Een vonnis is een beslissing van een rechter.
Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld
Ressort: Ambtsgebied van een gerechtshof. In Nederland zijn er 5
gerechtshoven. Ieder bestaat uit een aantal arrondissementen.
Raadsheer: Rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, werkzaam bij de
gerechtshoven zijn: Senior raadsheren, raadsheren, raadsheren
plaatsvervangers.
Hoger beroep: Bij hoger beroep wordt aan een hogere rechtbank gevraagd om
een nieuw oordeel in een rechtszaak. Deze rechtbank bekijkt een zaak
helemaal opnieuw. De partij die in hoger beroep gaat, hoopt meestal dat de
hogere rechter een gunstigere uitspraak doet.
Arrest: Een arrest is een uitspraak afkomstig van de hoogst rechtsprekende
instantie in Nederland, de Hoge Raad. Een zaak die bij de Hoge Raad wordt
aangebracht wordt een zaak in cassatie genoemd. De uitspraak die de Hoge
Raad vervolgens doet is het arrest.
De Hoge Raad: Kan vonnissen/arresten van lagere rechters vernietigen of de
zaken terugverwijzen naar een ander gerechtshof om opnieuw te doen.
Cassatierechtspraak: Is de laatste mogelijkheid om een uitspraak in een
rechtszaak in Nederland aan te vechten.
De rechtbank komt vervolgens met n van de drie uitspraken (vonnis): - - -
Veroordeling: Het feit is wettig en overtuigend bewezen, je krijgt dus
een straf.
Vrijspraak: Het feit is niet wettig en overtuigend bewezen, je wordt
vrijgesproken.
Ontslag van rechtsvervolging: Het feit is bewezen, maar het is geen
strafbaar feit of het door de verdachte gepleegde feit is gebaseerd op
een strafuitsluitingsgrond.
Vatbaarheidsgronden: - - - -
Verbeurdverklaring
Aantonen van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Waarheidsvinding
Onttrekking aan het verkeer
dit zijn allemaal losse begrippen. achter elk begrip staat een dubbele punt daarna staat het antwoord. tussen de vragen staaat de tekst :Gedownload van Knoowy - Upload jouw eigen documenten en verdien geld dat hoef je er niet in te verwerken
als alle begrippen niet passen mag je ook meerdere losse examens maken. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit