Schrijf een samenvatting over het onderwerp: Wetgeving
Het handelen van de overheid moet gebaseerd zijn op de wet. Soms wordt met wet een besluit bedoeld dat is gemaakt door de regering en de Eerste en Tweede Kamer samen. In andere gevallen wordt met wet gedoeld op een overheidsvoorschrift dat algemeen geldend is. Om die twee betekenissen uit elkaar te houden, worden de termen wet in formele zin en wet in materile zin gebruikt.
Wet in formele zin
Een wet in formele zin is een besluit dat gemaakt is door samenwerking tussen regering en beide Kamers (Eerste en Tweede Kamer). Bij een wet in formele zin kijk je naar de maker van de wet. Is dat onze hoogste wetgever, regering en Kamers samen, dan heet de wet een wet in formele zin. Een wet in formele zin is te herkennen aan zijn vorm, het woord wet staat er altijd in.
Voorbeelden van een wet in formele zin zijn het Wetboek van strafrecht, de Algemene wet bestuursrecht en de Opiumwet.
Wet in materile zin
Bij een wet in materile zin vraag je je af voor wie de wet bedoeld is. Als het om een overheidsregel gaat met algemene werking, is het een wet in materile zin. Wetten in materile zin hoeven niet noodzakelijk afkomstig te zijn van de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk. Zo is een algemene maatregel van bestuur (AMvB) een algemeen verbindend voorschrift dat wordt uitgevaardigd door de regering. Een ministerile regeling is een algemeen verbindend voorschrift dat wordt uitgevaardigd door een minister.
Wet in formele en materile zin
De Opiumwet geldt voor iedereen en is dus een wet in materile zin. Maar het is ook een wet in formele zin, want het woord wet staat erin. En de wet is tot stand gekomen door beide Kamers en de regering. De Opiumwet is dus een wet in formele zin die ook een wet in materile zin is.
Er zijn ook wetten in materile zin die geen wet in formele zin zijn. Hieronder een voorbeeld van een wet in materile zin die geen wet in formele zin is.Lang niet alle wetten komen door samenwerking tussen regering en Eerste en Tweede Kamer tot stand. Er zijn namelijk erg veel wetten in ons land, omdat de overheid zich, door regels te maken, met bijna alle zaken van ons leven bemoeit: arbeid, gezondheidszorg, verkeer, onderwijs, huur, koop, milieu, sociale zekerheid, belastingen enzovoort. Daarom worden veel wetten door andere overheidsorganen gemaakt.
Wetten in materile zin hebben verschillende namen. De naam is afhankelijk van het overheidsorgaan dat de wet heeft gemaakt.
Wetgeving
Het handelen van de overheid moet gebaseerd zijn op de wet. Soms wordt met wet een besluit bedoeld dat is gemaakt door de regering en de Eerste en Tweede Kamer samen. In andere gevallen wordt met wet gedoeld op een overheidsvoorschrift dat algemeen geldend is. Om die twee betekenissen uit elkaar te houden, worden de termen wet in formele zin en wet in materile zin gebruikt.
Wet in formele zin
Een wet in formele zin is een besluit dat gemaakt is door samenwerking tussen regering en beide Kamers (Eerste en Tweede Kamer). Bij een wet in formele zin kijk je naar de maker van de wet. Is dat onze hoogste wetgever, regering en Kamers samen, dan heet de wet een wet in formele zin. Een wet in formele zin is te herkennen aan zijn vorm, het woord wet staat er altijd in.
Voorbeelden van een wet in formele zin zijn het Wetboek van strafrecht, de Algemene wet bestuursrecht en de Opiumwet.
Wet in materile zin
Bij een wet in materile zin vraag je je af voor wie de wet bedoeld is. Als het om een overheidsregel gaat met algemene werking, is het een wet in materile zin. Wetten in materile zin hoeven niet noodzakelijk afkomstig te zijn van de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk. Zo is een algemene maatregel van bestuur (AMvB) een algemeen verbindend voorschrift dat wordt uitgevaardigd door de regering. Een ministerile regeling is een algemeen verbindend voorschrift dat wordt uitgevaardigd door een minister.
Wet in formele en materile zin
De Opiumwet geldt voor iedereen en is dus een wet in materile zin. Maar het is ook een wet in formele zin, want het woord wet staat erin. En de wet is tot stand gekomen door beide Kamers en de regering. De Opiumwet is dus een wet in formele zin die ook een wet in materile zin is.
Er zijn ook wetten in materile zin die geen wet in formele zin zijn. Hieronder een voorbeeld van een wet in materile zin die geen wet in formele zin is.
Artikel 2:57 APV van de gemeente Noardeast-Frysln
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
b. op recreatieterreinen, natuurgebieden dan wel stranden in de periode van 1 maart tot 1 november;
c. op openbare plaatsen zonder dat de hond aangelijnd is; of
d. op openbare plaatsen indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
Dit voorschrift is een wet in materile zin, omdat het voorschrift geldt voor alle hondenbezitters die met hun hond in Dokkum verblijven of daar laten lopen. Maar het geldt ook voor een toerist uit Maastricht die op de camping in Eernewoude verblijft en samen met zijn gezin en hond een gezellig dagje Dokkum wil doen.
Het is geen wet in formele zin, want de regel is door de gemeenteraad van de gemeente Noardeast-Frysln gemaakt en niet door regering en de Eerste en Tweede Kamer samen. Ook staat het woordje wet er niet in.
Lang niet alle wetten komen door samenwerking tussen regering en Eerste en Tweede Kamer tot stand. Er zijn namelijk erg veel wetten in ons land, omdat de overheid zich, door regels te maken, met bijna alle zaken van ons leven bemoeit: arbeid, gezondheidszorg, verkeer, onderwijs, huur, koop, milieu, sociale zekerheid, belastingen enzovoort. Daarom worden veel wetten door andere overheidsorganen gemaakt.
Wetten in materile zin hebben verschillende namen. De naam is afhankelijk van het overheidsorgaan dat de wet heeft gemaakt.
Soorten wetten en makers van de wetten.
Soorten regelgeving
Rangorde wetgeving
In 2022 waren er ruim 10.000 wetten waaraan de burger zich moet houden, waar hij rechten uit verkrijgt en waar hij door beschermd wordt. Het aantal wetten is enorm, het aantal artikelen uit die wetten is nog veel groter. Het betreft immers niet enkel de wetten afkomstig van regering en Kamers, maar ook wetten die van andere overheden komen. Je kan hierbij denken aan gemeentelijke en provinciale regelgeving, maar ook aan Europese regels en andere internationale verdragen.
Doordat er zo veel regels zijn, is het onvermijdelijk dat ze met elkaar gaan botsen. Soms valt iets zowel onder de ene regel als onder de andere. Welke regel moet dan gevolgd worden?
Er bestaan in het recht drie voorrangsregels die je helpen om te bepalen welke wet vr de andere wet gaat als wetten tegenstrijdig zijn:
hogere wetgeving gaat voor lagere wetgeving
nieuw gaat voor oud
bijzonder gaat voor algemeen.
Hogere wetgeving gaat voor lagere wetgeving
Om deze voorrangsregel te kunnen toepassen, moet je eerst weten hoe de rangorde van regelgeving is.Verordening in strijd met een wet in formele zin
Volgens artikel G34 APV van de toenmalige APV van de gemeente Schiermonnikoog mocht je niet zonder vergunning met een gemotoriseerd voertuig op de openbare weg rijden. Maar op grond van de Wegenverkeerswet is iedere burger vrij om aan het verkeer deel te nemen onder andere met motorrijtuigen en bromfietsen.
De hogere regelgeving moet nu gevolgd worden. In dit voorbeeld is dat de regel van de Wegenverkeerswet, want dit is een wet in formele zin. De regel uit de APV is afkomstig van de gemeenteraad van de Schiermonnikoog. En deze regel is ondergeschikt aan de hogere regel.
Nieuw gaat voor oud
Dit houdt in dat nieuwe wetten vr oudere wetten gaan. In de praktijk is deze regel niet van groot belang, aangezien er bij het maken van wetgeving vrijwel altijd wordt gekeken naar de oudere wetgeving die daarmee zou kunnen conflicteren. Meestal wordt deze oudere wetgeving bij het invoeren van de nieuwe wetgeving ingetrokken. Is dat niet het geval, dan gaat de nieuwe (en waarschijnlijk beter op de hedendaagse maatschappij toegespitste) regel vr de oudere regel.
Bijzonder gaat voor algemeen
Bijzondere wetgeving gaat voor algemene wetgeving. Bij deze voorrangsregel kijk je naar de inhoud van een regel of naar de soort wet om te beslissen welke regel voorgaat.
In het bestuursrecht heb je de Awb. In deze wet staan algemene rechtsregels voor het bestuursrecht. Als in deze wet iets anders staat dan in de Vreemdelingenwet, dan gaat de regel in de laatste wet voor. Dat komt omdat de Vreemdelingenwet een bijzondere wet in het bestuursrecht is.. De tekst moet geschreven zijn op het niveau van het MBO. De tekst moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. De tekst moet in onbeperkt aantal woorden geschreven zijn. De stijl van de tekst moet zijn: geen voorkeur.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question