Studybot answer

Ask a question ›
 
Question asked by: rosievde - 1 day ago

Maak een oefenexamen van de volgende tekst: IDEOLOGIEN (1-3)
Kenmerken Liberalisme
Weg naar moderne liberalisme:
-In het begin waren weinig liberalen democratisch voorstanders van meritocratie = enkel economisch succesvolle mensen mochten stemmen
nadien kwam er verandering
John Stuart MIll was voorstander van stemrecht voor mannen en vrouwen maar zou leiden tot middelmatigheid bepaalde groepen meer stemmen geven liberale moeten grote aandacht besteden aan verspreiding volksonderwijs
Keynes: gemengde economie: regeringen moeten actief ingrijpen in de economie door de vraag te stimuleren

Individuele vrijheid: Het individu staat boven de groep, ieder individu moet zich vrij kunnen ontwikkelen en zijn eigenbelang nastreven
Gelijkheid: Alle mensen worden gelijk geboren, ze moeten dus dezelfde basisrechten hebben en gelijke kansen krijgen. Mensen hebben wel verschillende kwaliteiten. Omdat mensen verschillen is sociale gelijkheid niet wenselijk
Tolerantie en diversiteit: ieder individu is zelfstandig en uniek. Je moet respect hebben door die eigenheid en je moet ook tolerant zijn voor uiteenlopende ideen en gedragingen.
Rol van de staat: moeten de individuele vrijheid van de burgers verzekeren. De overheid mag de vrijheid van een individu alleen maar beperken om de vrijheid van een ander individu te vrijwaren.
Mensbeeld: liberalen hebben een positief mensbeeld, ieder is rationeel en in staat om zijn eigenbelang zelf te bepalen.

Kenmerken socialisme
-Ontstond in de 19e eeuw als reactie op de sociale problemen van het kapitalisme.
Franois Babeuf wordt beschouwd als de eerste socialist.
Aanvankelijk werd een revolutie gezien als oplossing.
Later ontstond de sociaaldemocratie: sociale veranderingen via hervormingen en democratie in plaats van revolutie.
-Eduard Bernstein speelde hierin een belangrijke rol.

Mensbeeld: geloven in de maakbaarheid van de samenleving en rede van individu. Van nature zijn mensen solidair en verantwoordelijk voor de medemens.
Gemeenschap: hecht veel belang aan de gemeenschap, mensen zijn in staat om samen te werken. Solidariteit met de gemeenschap is noodzakelijk.
Gelijkheid: alle mensen zijn met gelijke vaardigheden geboren. Sociale verschillen komen niet uit verschillen in natuurlijke aanleg maar door ongelijke behandeling door de maatschappij. Sociale gelijkheid is belangrijk.
Rol van de staat: problemen in de samenleving worden best aangepakt via een sterk ingrijpen van de overheid. Door sociale programma's bv. Overheid moet een actieve rol spelen.

Kenmerken conservatisme
-Ontstond als reactie tegen de snelle veranderingen van de Franse en Industrile Revolutie.
Grondlegger is Edmund Burke.
-Conservatieven wilden tradities en bestaande instellingen behouden.
menselijke onvolmaaktheid: negatief mensbeeld, reactie tegen het verlichte geloof. Mensen zijn egostisch en de individuele rede is onbetrouwbaar. Dus beslissingen moeten gemaakt worden door de elite in belang van het volk.
Verdedigen van traditie: streven naar behoud van traditionele gewoontes. Krijgt soms een religieuze verantwoording door een beroep te doen op God, er word ook beroep gedaan op de geschiedenis en traditie aan individuen geeft een gevoel van stabiliteit. Verandering is onvoorspelbaar en geeft onzekerheid
Prioriteit van de gemeenschap: gemeenschap boven individu. Mens is geen individu dat losstaat van andere individuen maar heeft sterke behoefte om tot een groep of samenleving te behoren. Ze hechten groot belang aan natuurlijke sociale verbanden.
Autoriteit: bereid een deel van hun vrijheid op te offeren om maatschappelijke orde tot stand te brengen. Mensen kunnen zich enkel beschaafd gedragen als ze door afdwingbare wetten afgeschrikt worden. Ze besteedden aandacht aan law and order idee. Ook veel belang gehecht aan kwaliteiten zoals bv leiderschap of respect voor gezag. Gezag is niet absoluut of ontastbaar maar wordt begrensd.
Ongelijkheid: elke groep heeft een bepaalde rol en plaats in de samenleving. Voorstanders van hirarchische maatschappij waarin leidende elite gezag uitoefent. Ongelijkheid wordt verdedigd met drie argumenten: mensen zijn van nature ongelijk. Egalitaire politiek die streeft om ongelijkheden uit te wissen is enkel mogelijk in een dictatuur. Bevestigen van ongelijkheid is goed.

Kenmerken christendemocratie:
Ontstond vanuit het conservatisme.
Belangrijk moment: encycliek Rerum Novarum van Paus Leo XIII.
-Probeerde een antwoord te bieden op de sociale problemen van de industrialisatie.
personalisme: mens staat centraal, ze pleiten voor waardigheid van de mens. Staat en economie moeten in dienst staan van de mens. De staat moet ook gemeenschappen ondersteunen.
Christelijke waarden en normen: ze verdedigen de christelijke waarden zoals solidariteit en verbondenheid. ze eisen een plaats op voor christendom als een van de centrale waardesystemen binnen de samenleving
gemeenschap: mens moet zich inzetten voor anderen en voor de gemeenschap. Gemeenschap staat boven individu. Ze schenken meer aandacht aan sociale problematiek en zijn progressief. Ze zeggen dat enkel mensen die deel zijn van een gemeenschap volwaardig bestaan

Kenmerken nationalisme:
ontstond door Congres van Wenen daardoor streefde volkeren naar een eigen staat
Natie: natie of volk staat centraal. Er is soevereiniteit voor de natie. Ze streven naar het nationale belang
Collectief karakter; ze hebben een collectief karakter en mensen moeten het gevoel krijgen dat ze tot een groep behoren. zetten zich af tegen buitenstaanders.

Kenmerken facisme:
als reactie op de verlichtingsideen
leidde tot behoefte aan sterk leiderschap
-Italiaanse facisme onder leiding van Mussolini is bekend/nazisme van hitler


Strikte hirarchie,
verheerlijking van geweld,
absoluut en elitair leiderschap,
maken onderscheid in rassen
en het is een anti-ideologie en richt zich tegen andere ideologie
ultranationalistisch+!!!!!!

Kenmerken ecologisme:
duurzaamheid
sociale rechtvaardigheid
democratische houding
steunen op een herverdeling van de hulpbronnen en onbegrensde levensstijl
erkennen klassieke burgerrechten en ecologische basisrechten




FEDERALE BESLUITVORMING (3-7)
1.Na de verkiezingen
-Zowel wetgevende als uitvoerende macht moet opnieuw worden samengesteld
op basis van verkiezingsresultaten
in Belgi = evenredige vertegenwoordiging onmogelijk om als partij meerderheid van de zetels te behalen
partijen maken coalities met anderen vormen de meerderheid
Andere partijen zijn de oppositie
Hun taak:
-regeringsbeleid van meerderheid kritisch doorlichten
-interpellaties of parlementaire vragen aan ministers en staatssecretarissen
zo controleer oppositie de meerderheid

(Normaal zit de partij met de meeste zetels in de meerderheid. Toch is dat niet altijd zo. Waarom?:
-Ideen wijken te veel af van andere partijen
-Willen geen verregaande toegevingen doen
kwamen zo in oppositie)

Partijen hebben besloten om geen bestuursakkoorden te maken met Vlaams Belang
want waren niet eens met harde standpunten over mensen met migratieachtergrond
=Cordon Sanitaire

Na de verkiezingen:
1: eerste minister biedt ontslag van de regering aan koning aan
2:ontvangt voorzitters van kamer en senaat+voorzitters partijen+andere belangrijke personen.
3:die bekijken hoe nieuwe regering kan gevormd worden
4:Volgende fase: koning duidt formateur of informateur aan
Informateur: (in geval als de regeringsvorming moeilijk lijkt te worden) gaat na hoe en met welke partijen een meerderheid kan gevormd worden
Formateur: moet een regering vormen en wordt eerste minister daarvan

6: Partijen die coalitie willen vormen maken afspraken wat ze de komende legislatuur=regeerperiode willen realiseren
vormen regeerakkoord
onderhandelen over toewijzing van ministerportefeuilles
7:als ministers zijn aangeduid: regering wordt voorgesteld aan de koning en leggen eed af (burgers kiezen dus niet rechtstreeks ministers)
nieuwe eerste minister legt regeringsverklaring af in de kamer
8: na een debat komt er een vertrouwensstemming
9: Als kamer vertrouwen heeft gegeven aan regering: regeerakkoord kan worden uitgevoerd

2.Wetgevende macht
2.1Samenstelling van het Federaal Parlement
Federaal parlement bestaat uit twee kamers:
Kamer van Volksvertegenwoordigers 150 leden zitten per partij in een fractie
Senaat 60 senatoren aangeduid: 50 uit de deelstaatparlementen en 10 gecopteerde senatoren. zitten ook als politieke fractie bij elkaar


2.2 Functies van de senaat
Voor vierde staatshervorming: Tweekamerstelsel in evenwicht
Na de staatshervorming: kreeg specifieke opdrachten: werd reflectiekamer
Sinds vlinderakkoord: senaat moet ontmoetingsplaats worden, aantal andere aangelegenheden zoals grondwetsherziening, communautaire wetten, adviserende rol en bemiddelende rol
Nu: focust vooral op de studie van maatschappelijke problemen + verbetering van de basiswetgeving

2.3Functies van de kamer van de volksvertegenwoordigers
2.3.1 WETGEVENDE FUNCTIE
kamer bespreekt en stemt over de juridische normen in onze samenleving
Initiatieven kunnen zowel van parlement als regering komen
Parlement: wetsvoorstel
Regering: wetsontwerp
meeste wetten komen op initiatief van regering

Om nieuwe wet te maken: bepaalde procedure die moet gebeuren
Maatschappelijk onderwerp wetsonderwerp/wetsvoorstel van regering/parlement
commissie bereidt het voor wordt aanvaard, verworpen of geamendeerd
+maakt verslag
stemming: meestal voldoet gewone meerderheid
regering legt wet voor aan de koning moet bekrachtigen met handtekening + ook handtekening van bevoegde minister
wet wordt gepubliceerd wet = bindend
Regering is verantwoordelijk voor uitvoering. Gebeurt via:
Koninklijk besluit
En/of ministerieel besluit

Voorbereidend wetgevend werk gebeurt in verschillende Kamercommissies
=kleine groep volksvertegenwoordigers en hebben duidelijke bevoegdheidsdomeinen.
controle op regering
gespecialiseerd in de materie kunnen snel werken

2.3.2 CONTROLEFUNCTIE
Kamer controleert het beleid van de regering door
interpellaties
mondelinge en schriftelijke vragen
onderzoekscommissies
Machtiging om vertrouwen te geven aan regering
Begroting goedkeuren

-Interpellatie: een kamerlid kan ministers vragen om zich te verantwoorden voor een beleidsdaad of bepaalde situatie van het regeringsbeleid
stemming over een motie: spreekt vertrouwen of wantrouwen uit van de regering

-Mondelinge en schriftelijke vragen: om Kamerleden te informeren over het beleid van de regering. De ministers zijn verplicht om ze te beantwoorden.

-Parlementaire onderzoekscommissies: om een bepaald probleem of internationale kwestie te onderzoeken. Een onderzoekscommissie heeft dezelfde bevoegdheden als een onderzoeksrechter Kan bv. getuigen en experts oproepen
na afloop van onderzoek kan kamer zich uitspreken over besluiten/aanbevelingen

-Machtiging om vertrouwen te geven aan de regering: Kamer moet in het begin van de regeerperiode het vertrouwen in de regering uitspreken. Tijdens de legislatuur kunnen parlementsleden dat vertrouwen opzeggen. nieuwe verkiezingen

-Begroting goedkeuren: ze moeten de jaarlijkse begroting goedkeuren

3. Uitvoerende macht
3.1 Samenstelling van de federale regering
Aan het hoofd van federale regering staat eerste minister of premier
Zit de vergaderingen van de ministers voor
treedt op als woordvoerder van regering
Is meestal de formateur de de regeringsploeg heeft gevormd

Samenstelling van federale regering = paritaire samenstelling heeft aantal voorwaarden:
Mag bestaan uit max 15 ministers, sommige zijn ook vice-eerste minister: ondervoorzitters en vervangen eerste minister
Evenveel Nederlandse als Franstalige ministers
+een aantal staatssecretarissen: worden aangesteld voor bepaalde bevoegdheden, ze zijn ondergeschikt aan een minister (Wij hebben nu 0 staatssecretarissen)

3.2 functies van de federale regering
3.2.1 UITVOERENDE FUNCTIE
Regering voert uit wat het parlement beslist
moeten wetten concreet maken met uitvoeringsbesluiten:
Koninklijke besluiten
Ministerile besluiten
Omzendbrieven: geven concreet aan hoe bepaalde regels genterpreteerd en toegepast moeten worden, uitsluitend voor overheidsdiensten
3.2.2 BEGROTINGSFUNCTIE
Regering maakt een begrotingsontwerp geeft duidelijk aan op welke inkomsten ze rekent en welke uitgaven ze plant voor het jaar
Dient deze in bij de kamer
Begroting is gebonden aan strenge Europese regels:
Moet zoveel mogelijk in evenwicht zijn dus uitgaven = inkomsten, gebeurt dit niet strenge boetes
3.2.3 DAGELIJKSE WERKING
Federale regering zorgt voor dagelijks bestuur van Belgi
tijdens de wekelijkse vergadering op de ministerraad wordt een groot deel van het beleid bepaald:
ze bespreken wetsonderwerpen
nemen belangrijke beslissingen over aanpak van gebeurtenissen

Belangrijk dat regering een goed team vormt werken via consensusprocedure: ze vergaderen tot iedereen zich kan vinden in de eindbeslissing
Moeten discreet omspringen met informatie uit ministerraad niet altijd het geval premier en vice-eersteminister komen samen = kernkabinet

Regeringsleden werken niet alleen, ze beschikken over groot aantal administratieve diensten = federale overheidsdiensten
bereiden het beleid van regeringslid en voeren het uit
+ministers zijn omringd met een heel team kabinetsmedewerkers


4. Rol van de koning
Koning = staatshoofd
protocollaire of ceremonile functie
En heeft bevoegdheden in alle staatsmachten
Wetgevende macht: hij bekrachtigt alle wetten die gemaakt zijn
Uitvoerende macht: benoemt en ontslaat ministers, ondertekend hij koninklijke besluiten, maakt wetten bekend en voert bevel over Belgisch leger
Rechterlijke macht: benoemt rechters, kan straffen die rechtbanken hebben uitgesproken kwijtschelden


In praktijk: macht is beperkt
kan niets doen zonder goedkeuring van de regering, regeringsleden zijn verantwoordelijk voor de handelingen van de koning
dus hij moet onpartijdig zijn
maar hij is wel onschendbaar, kan bv niet aangehouden of veroordeeld worden

Koning kan ook personen op audintie ontvangen
bij gesprekken van de koning geldt colloque singulier = zwijgplicht dus gesprekken moeten geheim blijven

Koning heeft nog enkele andere bevoegdheden:
treedt op als vertegenwoordiger van Belgische volk op officile gelegenheden
Speelt een belangrijke rol tijdenss economische handelsmissies
Maar op vlak van deelstaten heeft hij geen enkele politieke rol

+FEDERALE REGERING: https://quizlet.com/be/1118538159/federale-regering-flash-cards/?funnelUUID=7be35d74-9004-4e71-88fb-3f43580013d3












VLAAMSE BESLUITVORMING(8-10)

1. Na de verkiezingen
proces om tot een coalitie te komen: bijna hetzelfde als federale besluitvorming.
MAAR: koning speelt geen rol
De voorzitters + partij toppen zitten rond te tafel onderhandelen over mogelijke coalitie+prioritaire programmapunten
NA de regeringsvorming: ministers leggen eed af bij parlementsvoorzitter (ipv koning). Minister-president legt eed af bij koning

2. Wetgevende macht
2.1 samenstelling van het Vlaams Parlement
1 kamer (anders dan Federaal parlement), heeft ook 1 parlement
(leden worden om 5 jaar verkozenen)
118 verkozenen uit Vlaamse provincies + 6 verkozenen uit Brussel Hoofdstedelijk Gewest die 6 kunnen enkel meestemmen over gemeenschapsbevoegdheden (niet gewest)

Vlaams parlement kan niet ontbonden worden (federaal wel) =legislatuurparlement

2.2 Functies van Vlaams parlement
2.2.1 WETGEVENDE FUNCTIES
Net zoals Federaal parlement: bespreken en bediscussiren de juridische normen en richtlijnen en stemmen er over
= decreten (zelfde als wetten maar word zo genoemd in Vlaams parlement)
-VOORSTELLEN van decreet: komt van parlement
-ONTWERPEN van decreet: komt van regering

2.2.2 CONTROLEFUNCTIE
Controleert op dezelfde manier als Federaal parlement, vlaams parlement controleert vlaamse regering door:
-Interpellaties
-Mondelinge en schriftelijke vragen
-Onderzoekscommissies
-Begroting goedkeuren







3. Uitvoerende macht
3.1 Samenstelling Vlaamse regering
bestaat uit max. 11 ministers met 1 uit Brussel
Vlaams parlement benoemt ministers
minister-president (premier in federaal) leidt de regering behoort tot de grootste meerheidspartijen. andere meerheidspartijen leveren elk viceminister-president
Vlaamse regering werkt niet met staatssecretarissen

3.2 Functies van de Vlaamse regering
3.2.1 UITVOERENDE FUNCTIE
minister voeren uit wat parlement heeft beslist
maken decreten concreet met:
-besluiten van de Vlaamse regering heel de ministerraad
-Ministerile besluiten 1 minister
ministerile omzendbrief: kan decreten/uitvoeringsbesluiten verder concretiseren = geeft toelichten over de toepassing

3.2.2 BEGROTINGSFUNCTIE
Vlaamse regering moet begroting opstellen Vlaams parlement moet goedkeuren
streven naar een begroting in evenwicht lukt niet altijd
Uitgaven zijn uitgesplitst in verschillende beleidsdomeinen, bv. onderwijs, welzijn,...

3.3 Dagelijkse werking
Regering komt elke week samen in de ministerraad met minister-president als voorzitter
beslissingen worden bij consensus genomen

Ministers kunnen voor de voorbereiding en uitvoering van hun beleid rekenen op een eigen kabinet+administratie
Vlaamse administratie is georganiseerd in twaalf beleidsdomeinen

4. Vlaamse bevoegdheden
Belgi kent naast de federale staat drie gemeenschappen en drie gewesten.
elke gemeenschap+gewest is bevoegd voor verschillende domeinen
Door staatshervorming 1980 kan Vlaams Parlement decreten behandelen zowel over gemeenschapsbevoegdheden en gewestmateries
gemeenschappen zijn bevoegd voor persoonsgebonden aangelegenheden bv cultuur, media, onderwijs
gewesten zijn bevoegd voor plaatsgebonden aangelegenheden bv milieu, economie



5. Conflicten
Bevoegdheidsconflict: Conflict over de vraag wie bevoegd is om een bepaald probleem aan te pakken
Belangenconflict: Als een parlement vindt dat de beslissingen van een ander parlement zijn belangen schaden

twee instellingen die moeten waken over deze conflicten:
-Raad van State: buigt zich over elk (wets)ontwerp van decreet voordat het wordt ingediend brengt juridisch advies = niet bindend
DUS: parlement kan het toch goedkeuren grondwettelijk hof kan optreden
=controleert of een decreet de bevoegdheid grenzen naleeft = niet het geval hof vernietigt wet/decreet
-Overlegcomit: probeert via overleg/onderhandeling bevoegdheidsconflicten te voorkomen + belangenconflicten op te lossen
















LOKALE BESLUITVORMING (11-13)

1. Bestuursniveaus
federale staat als trappenpiramide
1:
Europese unie
2:
Federale staat
3 gewesten: Vlaams, Brussels, Waals
3 gemeenschappen; Vlaamse, Franse, Duitstalige
3:
10 provincies
4:
581 gemeenten


2. Wetgevende en uitvoerende macht
Na de verkiezingen: instellingen op gemeentelijk en provinciaal niveau worden op dezelfde manier gevormd als federaal en vlaams niveau
+functies en werking verlopen ook op bijna dezelfde manier
wetten/decreten worden op:
gemeentelijk niveau gemeenteraadsbesluiten genoemd
en op provinciaal niveau provincieraadsbesluiten

Provincie:
Wetgevende macht: provincieraad
Uitvoerende macht: Bestendige deputatie

Gemeente:
Wetgevende macht: gemeenteraad
Uitvoerende macht: college van de burgemeester en schepenen



3. Provincie
3.1 Werking van de provincie
provincie wordt bestuurd door drie organen:
provincieraad
bestendige deputatie
gouverneur
gouverneurs vertegenwoordigen de federale en vlaamse overheid
=bemiddelaar tussen de verschillende overheden in de provincies


-ze zijn arbeiders
-hebben geen stemrecht in bestendige deputatie
-bewaken het correct functioneren van lokale besturen
-behandelen klachten van burgers
-verantwoordelijk voor de veiligheid
-vertegenwoordigen hun provincie bij officile plechtigheden


3.2 Bevoegdheden van de provincie
bovenlokale taken: aangelegenheden die het lokale/gemeentelijke belang overstijgen
ondersteunende taken voor andere overheden: taken die provincie uitvoert op verzoek van de federale/vlaamse overheid of gemeentes
gebiedsgerichte samenwerking tussen besturen: zoeken met verschillende partners zoals lokale besturen oplossingen voor maatschappelijke problemen


provinciebesturen leveren vooral diensten:
zorgen voor goed leefmilieu
promotie van toerisme
zorgen voor goede ruimtelijke ordening
organiseren sociaal-culturele projecten
welzijn


4. Gemeente
4.1 werking van de gemeente
Gemeente krijgt financile middelen via drie domeinen:
belastingen en retributies
subsidies van vlaamse overheid
tarieven die inwoners betalen (om infrastructuur van gemeente mogen gebruiken)

Drie organen besturen de gemeente
gemeenteraad
college van burgemeester en schepenen
burgemeester
vertegenwoordigers van de regering: staan in voor uitvoering van wetten/decreten van hogere overheden + voorzitter van schepencollege + onderteken briefwisseling + staan aan hoofd van lokale politie




4.2 gemeentelijke bevoegdheden
2 soorten bevoegdheden:
zorg voor het gemeentelijk belang: bevoegd voor alles wat niet behoort tot de bevoegdheden van de overheden, deelstaten of provincies
kunnen alle mogelijke beslissingen nemen in het belang van de inwoners van de gemeente
Verplichtingen van hogerhand: gemeenten zijn verplicht om een aantal opdrachten uit te voeren opgelegd door de hogere overheden
bv. verplicht bevolkingsregisters bij te houden met geboorte/overlijden/huwelijk


In de praktijk werken gemeenten soms samen met intercommunales: gaat om maatschappelijke dienstverlening bv vuilnisophaling/elektriciteitsvoorziening






























RECHT (14-22)

1. het recht in onze samenleving
1.1 Inleiding
-rechten van arrestanten
over een lopend onderzoek mag geen info verspreid worden
identiteit mag niet zomaar bekend worden gemaakt
handboeien enkel bij uitzonderlijke gevallen
onschuldig tot tegendeel bewezen
politie heeft huiszoekingsbevel nodig
recht op advocaat
recht op zwijgen


-wat doet een strafuitvoeringsrechtbank
Bepaalt hoe een straf wordt uitgevoerd (bv. gevangenisstraf, voorwaarden, elektronisch toezicht).
Beslist over vervroegde vrijlating zoals voorwaardelijke invrijheidstelling.
Controleert of een veroordeelde opnieuw vrij kan komen onder voorwaarden (bv. geen nieuw misdrijf plegen, therapie volgen).
Kan straffen aanpassen tijdens de uitvoering, maar niet de straf die de rechter oorspronkelijk heeft uitgesproken.

1.2 wat is recht?
=Een geheel van afdwingbare gedragsregels, door of namens de staat uitgevaardigd, die een algemene draagwijdte (=geldt voor iedereen) hebben en het algemeen welzijn nastreven

Iedereen moet bepaalde regels naleven. Samenleving is voortdurend bezig met bijschaven van deze regels, want het belang van recht neemt toe omdat de maatschappij complexer wordt. Mensen doen bv. vaker beroep. Ook in de rolverdeling tussen de drie machten is er een verandering in de verwachtingen over justitie.

1.3 Het recht vandaag
Belangrijke principes in het recht
-Vermoeden van onschuld: bij twijfel wordt er besloten in het voordeel van de beschuldigde. Er mag niet publiekelijk verwezen worden voordat de schuld vaststaat en verdachten morgen niet als schuldigen voorgesteld worden.

-Onafhankelijke en onpartijdige rechters: Rechters moeten onbevooroordeeld handelen, ze moeten onafhankelijk en onpartijdig zijn.
ONAFHANKELIJK: rechters mogen niet afhankelijk zijn, niet van de uitvoerende macht, wetgevende macht en niet van de betrokken partijen in het proces. Ze baseren hun beslissing dus zonder enige binding op hun eigen, vrije oordeel
ONPARTIJDIGHEID: De rechter mag geen blijk geven van vooringenomenheid.
Subjectieve onpartijdigheid: de rechter mag geen blijk geven van vooroordelen of persoonlijke vooringenomenheid
Objectieve onpartijdigheid: heeft te maken met de functie en niet met de persoon van de rechter. Wanneer die bv al kennisnam van een zaak en zich opnieuw over die zaak moet uitspreken
Bij twijfel kan er worden gewraakt. Bij wraking kan de rechter vervangen worden

-Openbaarheid
zittingen van de rechtbank zijn openbaar tenzij dat een gevaar oplevert voor de orde of de goede zeden.
EXTERNE OPENBAARHEID: de zittingen in de rechtbank en de uitspraak is openbaar
INTERNE OPENBAARHEID: de betrokkenen hebben inzage in alle stukken en mogen bv het volledige strafdossier inkijken

-Hoor en wederhoor
Is een van de belangrijkste beginselen van het moderne procesrecht. Heeft vier belangrijke eisen:
Alle partijen moeten gehoord worden, alle betrokkenen moeten hun standpunt kunnen uiten en hebben het recht om te reageren op wat er gebeurt
alle partijen moeten in gelijke mate gehoord worden
de rechters moeten luisteren als de partijen gehoord worden, ze moeten aandachtig luisteren
De rechter moet bij zijn beslissing meenemen wat de partijen naar voren brengen. Ze moeten rekening houden met hetgeen de partijen aanvoeren=verdisconteren

1.4 bronnen van recht
-Bronnen van recht
wetgeving: de belangrijkste bron
rechtspraak: de toepassing door de rechter van de algemene regels op een individueel geval scheppen precedenten=iemand heeft voor de eerste keer iets bepaald gedaan en het wordt vervolgens als andere bron gebruikt
gewoonterecht: ontstaat door gewoonten en gebruiken
rechtsleer: de studie en interpretatie van recht door wat er in bv boeken is geschreven
-Diverse rechtssystemen
geschreven recht: ons rechtssysteem is gebaseerd op het geschreven recht, de Romeinen hadden al een aantal geschreven regels toegepast op de hele bevolking. Alle wetten worden vastgelegd in boeken=wetboeken
mondeling gewoonterecht: in sommige landen wordt het recht opgebouwd aan de hand van de rechtspraak. Rechters baseren zich op oudere vonnissen.
religieus recht: is er in de meeste moslimlanden, gebaseerd op de Koran en oude religieuze tradities. Voor ernstige zaken maken de meeste landen gebruik van een modern recht dat steunt op wetten die gestemd worden door verkozenen

1.5 vakjargon
Geschil: Algemeen woord voor een betwisting die aanleiding geeft tot een rechtszaak
Dagvaarding; een akte van een gerechtsdeurwaarder. Hierin wordt de gedaagde partij opgeroepen om op een bepaalde plaats, dag en uur te verschijnen voor een bepaalde rechtbank
Probatie: opproefstelling. Voorwaarden die de rechter kan verbinden aan zijn uitspraak. Kan gekoppeld zijn aan de opschorting of het uitstel van de straf.
Rechter; =magistraat: man of vrouw door de koning benoemd in een lagere rechtbank om er recht te spreken
Arrest; Uitspraak van een hof van beroep, arbeidshof, militaire gerechtshof, hof van cassatie, arbitragehof, raad van state
Raadsheer: de rechter in een hof van beroep, arbeidshof, militair gerechtshof, hof van cassatie, arbitragehof, raad van state
Buitenvervolgstelling: zijn er niet voldoende bezwaren, of is er geen vervolgbaar misdrijf, dan kan de raadkamer de verdachte buiten vervolging stellen. Dit maakt een einde aan de strafprocedure. Het is echter een voorlopige beslissing, want nieuwe elementen kunnen het strafdossier opnieuw aanhangig maken.
Kamer van inbeschuldigingstelling: Dit is een onderzoeksgerecht in graad van hoger beroep. De KI is een afdeling van het hof van beroep en bestaat uit drie magistraten. De KI behandelt het beroep tegen een beschikking van de raadkamer
Vonnis: uitspraak van een vredegerecht, rechtbank van eerste aanleg, politierechtbank, rechtbank van koophandel, arbeidsrechtbank, correctionele rechtbank
Griffier: de secretaris van een rechtbank. Hij tekent in het kort het verloop van het proces op, noteert bepaalde ondervragingen, en zorgt voor het opstellen van het vonnis achteraf.
Burgerlijke partij; de slachtoffers of benadeelden in een strafzaak. Zich burgerlijke partij stellen bestaat erin dat de betrokkenen aan de strafrechtbank meldt dat de daden van de beklaagde hem nadeel hebben betrokken, en dat hij hiervoor schadevergoeding vraagt.
Internering; Het opsluiten voor onbepaalde duur van geesteszieken in een instelling, omdat hij een gevaar vormt voor de samenleving
Raadkamer: onderzoeksgerecht, voorgezeten door een rechter, dat beslist wat er met een verdachte en zijn dossier moet gebeuren. Als de zaak door deze kamer wordt verwezen, komt het tot een openbaar strafproces. Deze kamer is een afdeling van de rechtbank van eerste aanleg.
Jury: De groep mensen die in een rechtszaak de rechter helpt om uit te maken of een verdachte al dan niet schuldig is; alleen bij het Hof van Assisen.
2. De rechterlijke macht
2.1 Rechtstakken of gebieden
-Privaat en publiekrecht
Publiekrecht: omvat het organiseren van ordehandhaving van gerechtelijke diensten en de manier waarop de overheid functioneert en hoe die kan optreden tegenover haar burgers
Privaatrecht: regels die de verhouding tussen particuliere personen regelen. Regelt dus priv belangen. Het zijn betrekkingen tussen particulieren die met elkaar in een zekere relatie staan. De afspraken tussen deze particulieren hebben geen weerslag op de belangen van de samenleving als geheel.


-Verschillende rechtstakken(of gebieden)
Administratief recht of bestuursrecht: Regelt de verhouding tussen overheid en burgers en de manier waarop de overheid beslissingen neemt en bepaalt wat de burger kan doen als hij het niet eens is met de beslissingen van de overheid. =PUBLIEK
Arbeidsrecht: Regelt de verhouding tussen werkgevers en werknemers =PRIVAAT
Burgerlijk recht; Regelt de meest basis elementaire verhouding tussen de burgers (bv familiale relaties) =PRIVAAT
Fiscaal recht: Regelt hoe de overheidsinkomsten worden gevormd =PUBLIEK
Handelsrecht: Regelt het statuut van de handelaren, winkeliers en de commercile activiteiten zoals het kopen en verkopen van goederen en diensten =PRIVAAT
Socialezekerheidsrecht: Regelt de sociale zekerheid, in bijzonder de rechten op een vervanginkomen en een aanvullend inkomen bij sociale lasten =PUBLIEK
Staatsrecht of grondwettelijk recht: Regelt de organisatie van de staatsmachten, hun onderlinge verhouding en de rechtsbescherming van burgers tegenover de staat =PUBLIEK
Strafrecht: Bepaalt welke feiten en handelingen strafbaar zijn en somt de toepasselijke straffen en maatregelen op waarmee ze gesanctioneerd worden =PUBLIEK

2.2 Strafrechtelijke geschillen
Voor de strafrechtelijke geschillen zijn er de volgende rechtbanken
Overtreding = lichtste vorm van misdrijf: nachtlawaai, openbaar dronkenschap, inbreuken op verkeersreglement,...
politierechtbank: Max. 1-7 dagen gevangenisstraf of geldboete
Wanbedrijf= diefstal, misbruik van vertrouwen, oplichting, slagen,... correctionele rechtbank: 8 dagen tot 5 jaar gevangenisstraf of geldboete
Misdaad= meest ernstige misdrijven: moord, gijzeling met dodelijke afloopt, zware zedendelicten
Hof van Assisen: meer dan 5 jaar tot levenslange opsluiting of geldboete


2.3 Burgerrechtelijke geschillen
-Het werk over de verschillende rechtbanken is verdeeld volgens het soort geschil en de omvang ervan.
Conflicten van beperkt economisch belang: over iets uit het dagelijks leven, iets dat sterk gebonden is aan een bepaalde locatie
vredegerecht
Conflicten tussen werkgever en werknemer: geschillen over de sociale zekerheid
arbeidsrechtbank
betwistingen tussen handelaars over bedragen hoger dan 1.860 euro, betwistingen bij faillissementen, betwistingen tussen deelhouders, betwistingen binnen vennootschappen
ondernemingsrecht bank


-Andere zaken: rechtbank van de eerste aanleg
Burgerlijke rechtbank: bevoegd voor alle geschillen waarvoor de wetgever geen andere rechtbank van eerste aanleg uitdrukkelijk bevoegd heeft verklaard, behandelt alle geschillen omtrent bedragen van meer dan 5000 euro.
familierechtbank: geschillen over afstamming, burgerlijke stand, adoptie, huwelijk, echtscheiding
jeugdrechtbank: bevoegd voor zaken waarin minderjarigen in gevaar zijn of waarin minderjarigen strafbare feiten hebben gepleegd

2.4 de mogelijkheid om in beroep te gaan
Niet iedereen is tevreden met de uitspraak van rechter er is een mogelijkheid om in beroep te gaan; biedt de kans om een geschil opnieuw voor te leggen aan andere rechters
-Hoven van beroep: Spreken zich in hoger beroep uit over de vonnissen van de rechtbanken van eerste aanleg en van de ondernemingsrechtbank. De rechtszaak wordt een tweede keer onderzocht. Daarna kan je niet opnieuw aanvechten (tenzij cassatieberoep)
-Arbeidshoven; Spreken zich in hoger beroep uit over vonnissen van de arbeidsrechtbanken, beslissingen kan hierna niet meer aangevochten worden, tenzij cassatieberoep)
-Tegen een beslissing van de politierechtbank kan men in beroep gaan bij de correctionele rechtbank
-Tegen een beslissing van het vredegerecht, kan men in beroep gaan bij de onderneming rechtbank of de burgerlijke rechtbank
-Hof van Cassatie: Er word niet naar de inhoudelijke grond gekeken maar naar de wettelijkheid van de procedure als het niet volgens de wet is verlopen zal het hof de beslissing verbreken het dossier wordt daarna verwezen naar een andere rechtbank van hetzelfde niveau

2.5 organigram van de justitie
-FEDERAAL GRONDGEBIED
Hof van Cassatie:
-sociale kamer
-burgerlijke en handelskamer
-strafkamer
-EEN OF MEERDERE PROVINCIES:
arbeidshof
Hof van Beroep
-burgerlijke kamer
-jeugdkamer
-correctionele kamer
-PROVINCIE
Hof van Assisen
-ARRONDISSEMENT
arbeidsrechtbank
rechtbank van eerste aanleg
-burgerlijke rechtbank
-familie en jeugdrechtbank
-strafuitvoeringsrechtbank
-correctionele rechtbank
ondernemingsrecht bank
-KANTON
vredegerecht
politierechtbank


-Twee kleinere organen die niet vermeld staan:
Raad van State: Beschermt ons tegen administratieve willekeur. Heeft de opdracht om na te gaan of de verschillende overheidsdiensten, ministeries en instellingen van openbaar nut zich wel houden aan regels van de wet.
Grondwettelijk hof: Ziet toe op de bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat, de gemeenschappen en de gewesten. Ze gaat ook na of de verschillende overheden fundamentele regels van de grondwet respecteren en zorgt zo voor de beschermingen van de rechten en vrijheden van de burgers


2.6 De wereld waakt
Je kan beroep doen op internationale regels
-Supranationaal gericht: regels die door een internationale instelling zijn opgesteld (bv. EU, VN)
-Verdragsrecht: regels die in verdragen zijn opgenomen die door de Belgische wetgever zijn goedgekeurd

Bv:
-Europees Hof van Justitie: waakt over de toepassing van het Europees recht. Zorgen ervoor dat het EU-recht in alle EU-landen wordt toegepast

-Internationaal Hof van Justitie: hoogste gerechtelijke orgaan van de VN. Ziet toe of landen hun geschillen op vreedzame wijze regelen. Behandelt conflicten tussen landen en houdt zich bezig met internationaal recht

-Europees Hof voor de Rechten van de Mens: Kijkt toe of de lidstaten de grondrechten van het Europees Verdrag van de rechten van de mens niet schenden. Staten of burgers kunnen een klacht of verzoekschrift indienen

2.7 Belangrijke fasen in een burgerrechtelijk proces
dagvaarding in de vorm van een akte, opgesteld door een deurwaarder
brengt de bevoegde rechtbank op de hoogte door de akte neer te leggen op de griffie
griffie zorgt voor officile kennisgeving van het verzoekschrift aan de tegenpartij door middel van een gerechtsbrief
zaak wordt ingeleid voor de rechtbank
partijen mogen schriftelijke verdediging op stellen en bewijsstukken bij brengen
als beide partijen tijdens de eerste zitting tot een vergelijk komen, kan de rechter dit bekrachtigen door een akkoordvonnis uit te spreken
Als de tegenpartij niet komt opdagen kan de eiser de rechter verzoeken om een verstekvonnis
Als schriftelijk deel beindigt is zaak wordt mondeling voor de rechtbank toegelicht in het pleidooi daarna zal rechtbank de zaak in beraad nemen
vonnis uitspreken
tegen het vonnis kan je in beroep gaan

2.8 Belangrijke fasen in een strafrechtelijk proces
-Doel: misdrijven opsporen en de daders ervan vervolgen en bestraffen
Er wordt een inbreuk gepleegd ordediensten stellen dit vast en stellen een proces-verbaal op wordt aan procureur des konings overgemaakt onderzoekt dossiers en kan een onderzoek instellen of seponeren (weg laten vallen) er komt een onderzoek: opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek
Opsporingsonderzoek: Procureur voert zelf onderzoek met hulp van politiebeambten en experts. =Niet openbaar.
Als het onderzoek afgerond is dader dagvaarden voor de politierechtbank of correctionele rechtbank. Of procureur kan minnelijke schikking aanbieden als de inbreuk niet te ernstig is
gerechtelijk onderzoek: wordt geleid door de onderzoeksrechter.
moet met behulp van de politiediensten alle elementen ten voordele en ten nadele van de verdachte opsporen
In de loop van het onderzoek: verdachte kan in voorlopige hechtenis worden genomen. Dit aanhoudingsbevel moet op geldigheid en verder nut onderzocht worden door de raadkamer
onderzoek wordt afgesloten met een beslissing van de raadkamer dat de verdachte naar de correctionele rechtbank of hof van assisen verwijst.
-het proces:
dagvaarding door gerechtsdeurwaarder
proces begint met ondervraging
dossier wordt onderzocht aan de hand van vragen aan de beschuldigde, slachtoffer, getuigen, experts en onderzoekers
alle partijen kunnen vragen stellen
debatten
Openbaar ministerie zal namens de maatschappij een veroordeling van de verdachte vorderen. Ze moeten bewijzen dat de verdachte een misdrijf heeft begaan
Slachtoffers van de misdrijf kunnen zich burgerlijke partij stellen: vergoeding vragen voor de schade die zij hebben geleden.
verdachte kan zijn verdediging voeren
rechtbank neemt zaak in beraad besproken de beslissing over veroordeling, en de straf die ze krijgen, of vrijspraak
je kan in beroep gaan bij hogere rechtbank

BURGERRECHTELIJK PROCES
dagvaarding zaak ingeleid bij rechtbank schriftelijke verdediging + bewijsstukken zitting / pleidooi (argumenten) eventueel akkoord of verstekvonnis zaak in beraad nemen vonnis kan in beroep gaan


STRAFRECHTELIJK PROCES
inbreuk gepleegd ordediensten stellen dit vast wordt aan procureur overgemaakt onderzoek instellen of seponeren
opsporingsonderzoek: procureur voert zelf onderzoek naar politierechtbank of correctionele rechtbank
gerechtelijk onderzoek: wordt geleid door een onderzoeksrechter naar correctionele rechtbank of hof van assisen
proces:
dagvaarding dossier onderzocht ondervraging vragen stellen burgerlijke partij stellen verdachte kan verdediging voeren debatten zaak in beraad nemen veroordeling kan in beroep gaan

2.9 assisenproces
=Zwaarste misdrijven
een jury van twaalf burgers oordeelt over de schuld van de verdachte
-Twee fasen:
beraadslaging over de schuldvraag door de jury verdict wordt uitgesproken (schuldig of niet schuldig)
beraadslaging door de jury en het hof , waarna de uitspraak van het arrest volgt
Bij een assisenproces kan je niet in beroep gaan




SOCIAAL RECHT (23-25)
Indeling
sociaal recht bestaat uit het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht gemengde rechtstak
ARBEIDSRECHT: behandelt alle bepalingen en gevolgen van de arbeidsovereenkomst = privaatrecht
SOCIALEZEKERHEIDSRECHT: van toepassing op mensen die geheel, gedeeltelijk of tijdelijk van het arbeidsproces zijn uitgesloten. Bv. ziekte, ongevallen, pensioenen, werkloosheid,...
Met een vervangingsinkomen creert het een vangnet voor werknemers die niet kunnen werken/geen inkomen voor zichzelf kunnen verwerven = publiekrecht

1. Arbeidsrecht
Binnen een arbeidsrelatie: werkgevers en werknemers hebben rechten en plichten tegenover elkaar
-INDIVIDUEEL ARBEIDSRECHT: relatie tussen concrete werkgever/werknemer
-COLLECTIEF ARBEIDSRECHT: verhouding tussen de groep werkgevers en de groep werknemers

1.1 individueel arbeidsrecht
arbeidsovereenkomst = wederkerig contract tussen werkgever+werknemer
verschillende arbeidsovereenkomsten:
-CONTRACT VAN BEPAALDE DUUR: begin en einddatum zijn duidelijk aangegeven
-CONTRACT VAN ONBEPAALDE DUUR: geen einddatum (wel beginddatum)

-VERVANGINGSCONTRACT: om een vaste werknemer die tijdelijk afwezig is te vervangen, mag niet langer dan twee jaar lopen
-SEIZOENSARBEIDERS/ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR UITVOERING VAN EEN TIJDELIJKE ARBEIDs: overeenkomst bij vervanging van een vaste werknemer/ buitengewone vermeerdering van het wer/ uitvoering van uitzonderlijk werk

-VOLTIJDSE ARBEIDSOVEREENKOMST: een medewerker werkt maximumaantal per week (limiet 40uur)
-DEELTIJLTIJDSE ARBEIDSOVEREENKOMST: een werknemer moet minder uur presteren dan een normaal arbeidsovereenkomst



1.2 Collectief arbeidsrecht
organisatie van Belgische arbeidsmarkt wordt grotendeels bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomsten = caos.
werkgevers+werknemers leggen verschillende arbeidsvoorwaarden (minimumloon, vakantie, ontslag) vast
rechten+plichten zijn duidelijk

-Organisaties die werknemers vertegenwoordigen:
ABVV, ACV, ACLVB = vakbonden


2. Socialezekerheidsrecht
2.1 sociale zekerheid
steunt op twee principes:
verzekeringsprincipe: bescherm ons tegen risicos via bv. brand, auto -verzekeringen door sociale bijdrage te betalen recht op uitkering als het risico zich voordoet
solidariteitsprincipe: Iedereen die een loont krijgt betaalt bijdrage gebruikt voor uitkering van mensen die niet kunnen werken

Sociale zekerheid wil zoveel mogelijk risico's dekken, bestaat uit drie grote sectoren:
vervangingsinkomen
aanvullende uitkering
schadevergoeding


2.1.1 Vervangingsinkomen
2.1.1.1 WERKLOOSHEIDUITKERING
Werknemers ongewild hun werk verliezen recht op vervanginkomen
Zelfstandigen: kunnen er niet op terugvallen: kunnen verzekeren tegen inkomensverlies
BEHEERT DOOR: Rijkdienst voor Arbeidsvoorziening

2.1.1.2 RUST EN OVERLEVINGSPENSIOEN
actieve bevolking betaalt pensioenen van niet actieven
BEHEERT DOOR: Federale Pensioendienst

2.1.1.3 ZIEKTE EN INVALIDITEITSVERZKERING
Belgen zijn verplicht deze verzekering te nemen moeten zich aansluiten bij een ziekenfonds of Hulpkas voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering
Als je naar bv. de dokter gaat: deel betaalt door ziekenfond kleiner deeltje betaalt patint zelf = remgeld
dankzij derdebetalersregeling: zonder dit betaalde je eerst al het geld en kreeg je het nadien terug, nu moet je enkel het kleinere bedrag betalen en heeft de betaalt de ziekenfonds al meteen het grotere bedrag

Patinten die een langdurige ziekte hebben zullen hoge medische kosten hebben maximumfactuur ingevoerd als de medische kosten daarboven liggen wordt het remgeld van de volgende facturen volledig terugbetaalt

Naast ziekteverzekering: Vlaming betalen verplicht de Vlaamse sociale bescherming
gebruikt voor niet-medische kosten van zwaar zorgbehoevenden/mensen met een handicap/ouderen met een zorgnood

BEHEERT DOOR: Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering

2.1.1.4 JAARLIJKS VAKANTIEGELD
Voltijdse werknemers hebben recht op vier weken jaarlijkse betaalde vakantie
zelfstandigen moeten verzekerd zijn voor de tak jaarlijkse vakantie
BEHEERT DOOR: Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie

2.1.2 Aanvullende uitkeringen
2.1.2.1 GEZINSBIJSLAG
Werknemers hebben recht op geboorte of adoptiepremie en kinderbijslag
recht op kinderbijslag tot kind 18 is, kan verlengd worden tot 25 jaar als kind studeert
BEHEERT DOOR: publieke uitbetaler FONS, private uitbetalers Myfamily,Parentia,...

2.1.3 schadevergoeding voor beroepsrisico's
2.1.3.1 ARBEIDSONGEVALLENVERZEKERING
werknemers zijn verzekerd tegen arbeidsongevallen en ongevallen op weg naar het werk
BEHEERT DOOR: Federaal agentschap voor beroepsrisicos (FEDRIS)

2.1.3.2 BEROEPSZIEKTEVERZEKERING
er is sprake van een beroepsziekte als: uitgeoefende beroep de ziekte veroorzaakt
lijst met beroepsziekten bv latex astma bij verpleegkundigen

2.2 sociale bijstand
2.2.1 leefloon/equivalent leefloon
-als persoon (na onderzoek) effectief behoeftig is aan leefloon OCMW netaalt leefloon
+biedt materile hulp en immaterile hulp

-Als je niet in aanmerking komt voor leefloon je krijgt equivalent leefloon
bevinden zich in een vergelijkbare noodsituatie BV asielzoekers

Leefloon hangt af of je samenwoont, alleenstaand bent of samenwoont met gezin ten laste met minstens n ongehuwd minderjarig kind

+ook studenten vragen om een leefloon voor te kunnen studeren
BEHEERT DOOR: OCMW
2.2.2 inkomensgarantie voor ouderen
gegeven vanaf 65 jaar
voorwaarden om te voldoen hieraan zijn hetzelfde als leefloon ook onderzoek
BEHEERT DOOR: Federale Pensioendienst

2.2.3 Inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap
Overheid geeft inkomen aan personen die door hun handicap niet in staat zijn om over voldoende inkomen te beschikken
BEHEERT DOOR: Directie-generaal Personen met een handicap. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.

Answer generated by AI Report answer

Ask a study question and we will try to answer it as best we can.

Ask a question
 
Log in via e-mail
New password
Subscribe via e-mail
Shopping Cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more items!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students. <br> Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit