Maak een oefenexamen van de volgende tekst: p in in deel 1 van dit college
0:19
deel twee gaat over angiografie de ook
0:21
over mij je misschien kan hebben
0:24
inmiddels gezien hoe een typisch ecg
0:26
eruit ziet maar de vorm en de grootte
0:28
van een ecg signaal zoals terecht er een
0:31
afbeelding is eigenlijk afhankelijk van
0:34
welke afleiding wordt getoond
0:38
afleiding is een gesloten stroomkring
0:41
die kan worden gevormd met elektroden
0:43
die op het
0:44
mensen je lichaam zijn geplakt als een
0:48
bijvoorbeeld de negatieve elektrode
0:51
op de rechterarm plakken en de positieve
0:54
elektrode de linker arm dan ontstaat
0:57
afleiding een afleiding een die meet dan
1:01
ook de stroom die loopt in de richting
1:04
tussen de linker en de rechter arm en op
1:07
die manier kunnen we nog meer
1:08
afleidingen maken
1:09
we kunnen ook een elektroden op het
1:11
linkerbeen plakken en dan kunnen we een
1:15
andere afleidingen vormen bijvoorbeeld
1:18
tussen het rechterarm en het linkerbeen
1:20
dat noemen we dan afleiding twee linker
1:24
arm en het linkerbeen dat noemen we
1:25
afleiding 3 als we nu telkens een
1:29
signaal van twee elektroden middelen en
1:31
dan meten ten opzichte van de andere
1:33
elektroden dan ontstaan ook de
1:36
afleidingen avf avl en avr de staat bij
1:40
elke afleiding een voorbeeld weergegeven
1:42
hoe het ecg
1:44
het typisch uit zou kunnen zien en je
1:46
ziet dus ook dat de verschillende
1:49
afleidingen de stroom in verschillende
1:51
richtingen meten de afleidingen die
1:54
komen allemaal overheen ze meten
1:55
allemaal de elektrische activiteit van
1:57
het hart
1:58
het grote verschil tussen de afleidingen
2:00
is dat zij de stroom in verschillende
2:04
richtingen meten
2:04
je ziet elke zijn rode pijl staan tussen
2:07
de twee elektroden en dat geeft aan in
2:09
welke richting de stromen mee
2:11
wordt een voorbeeld hier ziet dat bij de
2:15
afleiding een twee drie en
2:18
avf het qrs-complex heel erg hoog is
2:23
je ziet ook dat de rode pijl
2:25
tussen de twee elektronen en telkens
2:27
richting en beneden wijst het activatie
2:31
front in het hart
2:32
dus tijdens een hart cyclus die verloopt
2:34
overwegend
2:35
ook naar beneden dus vanaf de av-knoop
2:38
naar de punt van het hart
2:41
en daarna weer in de ventrikels
2:44
door de richting waarin de activatie
2:46
front verloopt
2:47
zien we in die afleidingen ook een hele
2:49
ogen positieve piek ontstaan terwijl dat
2:52
in andere afleidingen in anders kan zijn
2:54
we kunnen nog zes elektroden plakken op
2:57
de borst en dan meten we bij deze zes
3:01
elektroden het potentie al ten opzichte
3:04
van het gemiddelde van de drie die ik
3:06
eerder heb laten zien dus op de
3:08
linkerarm rechterarm en het linkerbeen
3:12
hiermee ontstaan en nog 6
3:15
deze re afleidingen een compleet deze
3:17
heet el daarom ook 12 afleiding de
3:21
eerste zes afleidingen die meten vooral
3:23
het potentieel in het coronale vlak die
3:27
richtingen die liggen vooral in het
3:30
coronale vlak terwijl als het potentiaal
3:33
gemeten wordt met de zes afleidingen op
3:36
de borst
3:37
deze met name in het suxy alle vlak van
3:39
de patint liggen
3:41
dat komt omdat deze zes afleidingen dus
3:43
het potentiaal meten ten opzichte van
3:46
het gemiddelde van de benen en de armen
3:49
en dan kom je dus ongeveer in het
3:52
centrum van het lichaam uit
3:55
met deze 12 afleidingen kunnen we dus de
3:57
driedimensionale elektrische activiteit
3:59
van het hart in de tijd meten en daarmee
4:03
kunnen we ook bepalen als er een
4:05
hartinfarct aanwezig is wat ongeveer de
4:08
locatie zou kunnen zijn van dat
4:09
hartinfarct
4:11
gaan we verder met deel 2 van dit
4:13
college angiografie deze wordt toegepast
4:16
bij de weer genomen zijn behandeling
4:18
zoals we al eerder hebben gezien van
4:19
hardware sclerose
4:21
angiografie systeem bestaat allereerst
4:24
uit haar
4:24
het gebrom die straling uitzendt een
4:28
object dat in beeld gebracht moet worden
4:30
in ons geval het had en detector bieden
4:34
straling
4:34
weer opvangt in de meeste gevallen kan
4:37
zo'n angiografie systeem ook om de
4:39
patint heen draaien zodat uit
4:41
verschillende hoeken en beeld gemaakt
4:44
kan worden en dit beeld kan ook in
4:46
real-time gevolgd worden
4:48
zoals op de rechter afbeelding hiermee
4:51
kunnen we dus per direct zien of er een
4:53
stenose aanwezig is in een van de
4:55
coronaire vaten en kunnen we ook directe
4:58
overgaan tot een behandeling zijn entree
5:00
grafisch beeld het komt als volgt tot
5:03
stand dat we daar even wat dieper op
5:05
ingaan
5:05
zin op het beeld dat verschillende
5:08
structuren ook een
5:09
verschillende intensiteit hebben en dat
5:12
komt omdat de verschillende structuren
5:13
ook een verschillende dichtheid hebben
5:16
er de lucht in de longen
5:17
die zien we bijvoorbeeld met een hoge
5:19
intensiteit omdat de rntgenstraling dan
5:23
gemakkelijker een gaat met had zien we
5:25
al wat donkerder
5:26
het heeft een iets hogere dichtheid en
5:29
de coronaire vaten daar zit nu
5:31
contrastmiddel in dat houdt het veel
5:33
straling tegen
5:34
daarom zien we die met een hele lage
5:36
intensiteit
5:37
dat komt omdat in dichte weefsels
5:40
dus bijvoorbeeld bloedvat waar
5:42
contrastmiddel in zit dat daar meer
5:45
verstoring van zijn rntgenstraling
5:46
plaatsvindt van rntgenfoto nu dus dat
5:50
detector ook minder straling opvangt
5:52
aan de andere kant van de patint
5:55
daardoor ontstaat dus een lage
5:56
intensiteit van rntgenstraling we
6:00
kunnen we de overblijvende
6:01
rntgenstraling na een bepaalde afstand
6:04
in een bepaald weefsel berekenen
6:06
dat kan met formule die op deze site
6:09
staat de intensiteit die op afstand x is
6:15
gelijk aan de stad intensiteit waarmee
6:17
we begonnen voordat het in dat de
6:20
weefsel klant maal het natuurlijk
6:22
grondtal
6:24
ongeveer gelijk aan 2,72 en die
6:27
verheffen tot de volgende macht min de
6:29
lineaire verzorgings cofficint
6:31
die is verschillend voor elk type
6:33
weefsel
6:35
maal de afgelegde afstand
6:36
in dat weefsel en als we deze formule nu
6:40
plattere op met op de horizontale as de
6:44
afgelegd afstand de dikte van het
6:46
weefsel en op de
6:48
de verticale als de intensiteit die nog
6:50
over is dan zien we daar een interessant
6:54
fenomeen
6:56
na een bepaalde afstand die we x een
6:58
half noemen de half waar de dikte is nog
7:01
slechts de helft van de intensiteit over
7:05
als de straling nu nog eens deze
7:07
afstanden aflegt dus nog eens
7:10
x een half nog eens een half waar de
7:12
dikte
7:13
dan is nog slechts de helft van de helft
7:15
van de in deze tijd over dus 25%
7:19
driemaal de alpha de dikte anders nog
7:21
slechts de helft van de helft van de
7:22
helft over en zo voor het en linker
7:27
formule kunnen we daarom berekenen
7:28
hoeveel intensiteit er nog over is
7:32
na een bepaalde afgelegd de afstand in
7:34
een bepaald weefsel de lineaire
7:36
verzoekings cofficint moet dan de op
7:38
bekend zijn voor dat weefsel
7:40
die is bij materiaal verschillend en met
7:42
de rechter formule kunnen we de half
7:44
waar de dikte berekenen die is gelijk
7:46
aan de natuurlijke logaritme ln van 2
7:50
gedeeld door de lineaire verzorgings
7:52
cofficint van dat materiaal
7:56
hiermee hebben we ook alle relevante
7:57
stof technologie behandeld dan dank ik
8:01
jullie voor de aandacht en wensen jullie
8:03
heel veel succes met studeren
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is onbeperkt.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question