Maak een oefenexamen van de volgende tekst: 1 Kan de regulatie van de bloeddruk door de nieren uitleggen en de rol van het Renine Angiotensine Aldosteron Systeem (RAAS) hierbij verklaren.
De Nieren kunnen kleine verandering in de bloeddruk door het ontspannen of vernauwen van de afferente atriolen, efferente atriolen en glomulaire capillaire compenseren.
De bloeddruk regulatie wordt voornamelijk geregeld door het RAAS systeem. Het reguleert de water en zout huishouding in het bloed. Natrium wordt geresorbeerd en kalium uitgescheden. Bij een te hoge zuurgraad wordt natrium voor waterstof gewisseld.
- Renine: Wordt afgegeven in de nieren bij een lage bloeddruk (Te lage glomulaire filtratiesnelheid) of laag natriumgehalte. Renine zet angiotensigeen om in angiotensine I.
- Angiotensine I: wordt omgezet door ACE (wat in de longen voorkomt) in Angiotensine II.
- Angiotensine II: krachtige vasocontrictor. Het vernauwt het bloedvat (efferenten atriolen) zodat de druk omhoovg gaat (meer weerstand van de bloedstroom). Ook Stimuleert het de agiften van aldosteron. (In de bijnieren)
Stimuleert afgiften van ADH, Vergroot de doorlaatbaarheid van water. (meer water reabsorptie) en het vertrekt het dorst gevoel.
- Aldosteron: Het stimuleert de reapsorptie van natrium (het is zout, zout trekt vocht aan door osmose, meer volume, hoge bloeddruk), stimuleert de uitscheiding van kalium.
De Atriale Natriuretische Peptide (ANP) is de werking tegen het RAAS systeem. Verlaagd dus een te hoge bloeddruk. Zorgt voor de afname van natriumresorptie. En verwijd de bloedvaten. Waardoor de glomulaire filtratiesnelheid weer toe neemt en minder water wordt opgenomen
2 Kan uitleggen hoe de nieren inspelen op veranderingen in samenstelling van het bloed (vocht, zuren, zouten en erytropose), met als doel om de homeostase te bewaken en kan uitleggen waaruit de urine is samengesteld.
De nieren vormen urine, een vloeistof dat bestaat uit water, ionen en opgeloste stoffen. Vochtbalans wordt gereguleerd door waterverplaatsing tussen extracellulaire vloeistof en intracellulaire vloeistof.
De verhouding tussen het ECF en ICF moet gelijk zijn.
Extracellulaire vloeistof (ECF)
o Interstitile vloeistof
o Vooral natrium
o Plasma
o Overige vloeistoffen (Lymfe, liquor)
Intracellulaire vloeistof (ICF)
o Cytosol
o Vooral kalium
Verplaatsing tussen intracellulair en extracellulair
Door de aanwezigheid van zouten (natrium) in de extracellulaire ruimte
o Osmose: water verplaats zich van lage naar hoge concentratie
o Hypertoon: oplossing die veel geconcentreerde deeltjes bevat
o Hypotoon: oplossing die weinig geconcerteerde deeltjes bevat
o Isotoop: in balans
Verstoorde vochtbalans kan leiden tot dehydratie of overvulling
Dehydratie
o Verminderde inname, verhoogd verlies
o Licht: minder diurese (volume uitscheiding urine) en dorst Frequent drinken
o Matig: snelle pols, lage bloeddruk, droge slijmvliezen, droge huid ORS
o Ernstig: Snelle en zwakke pols, hypotensie Infuus
Overvulling
o Te veel aan lichaamsvocht
o Licht: toename diurese
o Matig: hogere bloeddruk en oedeem
o Ernstig: signalen van hartfalen
- Vocht- en zoutbeperking
- Diuretica (plassen)
- Behandeling achterliggende hart/ nierfalen
Mineralen hebben invloed op de vochtbalans van de cel
o Intracellulair is kalium het belangrijkst
Natriumbalans
o Net zoveel binnenkrijgen als uitscheiden opname spijsvertering kanaal en excretie onder andere de nieren
o Aldosteron (kan natrium reabsorberen) en natriuretische peptiden (verminderen van opnamen)
o Natrium trekt water aan (water brengt het weer in evenwicht)
Kaliumbalans
o Zit vooral in te cellen(ICF)
o Opname spijsverteringskanaal en excretie via de nieren
o Aldosteron verhogen of lagen. Meer aldosteron = minder kalium
o Meer diuretica waardoor meer uitscheiding van kalium.
Compensatie door de nieren
o Proximale tubulus
o Reabsorptie ionen
o Stijgende tak lis van Henle
o Actieve reabsorptie NaCl
o Distale tubulus en verzamelbuis
o Uitwisseling van natrium en kalium onder invloed van aldosteron
Zuren
In de glomerulus worden H+, CO2 en HCO3- mee gefilterd in de voorurine. Afhankelijk van de pH wordt wordt HHCO3- gereabsopeerd of uitgescheiden.
Erytropose
Het is een hormoon dat in de nierschors stimuleert dat er meer rode bloedcellen aangemaakt worden. Dit gebeurd als er te weinig zuurstof in het bloed zit.
Samenstelling
o Water
o Afvalstoffen: Zoals ureum
o Mineralen: Natrium, kalium, ect. De hoeveelheid wordt bepaald door de vocht en zout innamen
o Urobiline: geeft urine de gele kleur
o Zuren en Basen: afhankelijk van lichaamsbehoeft en waterstof uitscheding.
3 Kan de gevolgen van fysiologische veroudering voor het urinewegstelsel uitleggen
Bij veroudering van het urinewegstelsel neemt kaliumgehalte toe en natriumgehalte neemt af.
Afname van:
Functionaliteit nefronen, 40% gaat kapot.
Glomulaire filtratiesnelheid. Waardoor verminderde renale compensatie pH. Hierdoor minder balans in waterstofionen.
Gevoeligheid voor aldosteron en ADH neemt af. Hierdoor is er een afname van reabsorptie van water en natriumionen en een toename van kaliumverlies.
Totale watergehalte neemt af.
Problemen met de blaasreflex:
Afname tonus van interne en externe kringspier
Verlies regulatie urinelozing. Dit kan in druppels zijn of volledige blaasinhoud
Urineretentie bij de man (urine vasthouden in de blaas)
Verlies mineralengehalte door afname spier- en botmassa.
4 Kan de definitie, risicofactoren, symptomen, onderzoeken en behandeling uitleggen bij cystitis, glomerulonefritis, pyelonefritis (drie voorgaande begrippen Boks 11) en nierstenen.
Cystitis = blaasontsteking, lage urineweginfectie, waarbij de blaas is ontstoken.
- Oorzaak: bacterin afkomstig van de huid of uit de dikke darm. Slechte hygine, verminderde urinestroom bij katherisatie.
- Risicofactoren: vrouwelijk geslacht (door kortere urethra), meerdere seksuele partners, soas, Nierstenen, katheter of immuundeficintie
- Symptomen: vaker plassen, aandrang, dysurie, hematurie, lichte koorts, pijn laag in de rug
- Behandeling: antibiotica
- Preventie: voldoende drinken, regelmatig plassen, mictie niet uitstellen
Glomerulonephritis (onsteking van de glomeruli, AKA de capilairen kapsel van bouwman)
- Oorzaak: auto-immuunziekte
- Risicofactoren: diabetes, hypertensie, streptokokkeninfectie, virale infecties, parasitaire infecties.
- Symptomen: afname urineproductie, protenurine, hematurie, hoge bloeddruk, koorts, gebrek aan eetlust, algehele malaise, oedeem in gezicht en enkels.
- Diagnose: lichamelijk onderzoek en urineonderzoek
- Behandeling: antibiotica en immunosuppressiva
- Preventie: tijdig behandelen van streptokokkeninfectie.
Pyelonefritis (nierbekkenonsteking)
- Oorzaak: door pyogene bacterin, er ontstaan abcessen die kunnen scheuren waardoor er pus in de urine komt.
- Risico factoren: vrouwelijk geslacht, nierstenen, katheter en immuundeficintie.
- Symptomen: pus in de urine. Koude rillingen en hoge koorts, acute rugpijn die uitstraalt naar de buik, dysurie en hematurie.
- Diagnose: anamnese en urineonderzoek
- Behandeling: antibiotica
- Preventie: adequate behandeling van lage uwi's.
Nierstenen = mineraalafzettingen in het bovenste deel van de nieren.
- Calciumsteen (70%) Bestaat uit calciumoxalaat of calciumfosfaat
Te snel werkende bijschildklier calciumspiegel stijgt. Mannen hebben grote kans
- Struvietstenen/calciumfosfaat (20%) Komen alleen voor bij bacterile urineweginfecties Bacterin zijn minder gevoelig voor antibiotica Wanneer de hele bekken gevuld is met stenen koraalsteen/afgietselsteen
- Urinezuurstenen (5%) Voornamelijk bij mannen met jicht. Dikkedarmoperatie vergroot de kans
- Cystinestenen (1%) Gevolg van een erfelijke aandoening waarbij de resorptie van cystene door de nieren verstoord is
Vaker bij kinderen dan volwassen.
Risicofactoren = 30-50 jaar, mannelijk geslacht
Symptomen = eenzijdige koliekpijn, erytrocyturie, macroscopische hematurie, pijn in flank, zijkant buik of onderbuik, frequente mictie of aandrang bij distale stenen
Diagnose = erytrocyten of tekenen van infectie in urineonderzoek, echo en X-BOZ na 5-7 dagen, CT na 4 weken indien geen aangetoonde steen en persisterende klachten
Behandeling = voorlichting en advies, pijnstilling (diclofenac, morfine)
5 Kan de oorzaken, gevolgen, onderzoeken en behandeling van dehydratie en overvulling uitleggen
Dehydratie
o Verminderde inname, verhoogd verlies
o Licht: minder diurese (volume uitscheiding urine) en dorst Frequent drinken
o Matig: snelle pols, lage bloeddruk, droge slijmvliezen, droge huid ORS
o Ernstig: Snelle en zwakke pols, hypotensie Infuus
Hypertone dehydratie: meer vochtverlies dan elektrolyten, kan door infectie of hitteperiode. Hypotone dehydratie: meer elektrolytenverlies dan vocht, kan dmv diuretica.
Isotone dehydratie: evenredige verlies van water en zout, kan als gevolg van braken of diarree.
Symptomen: huid turgor, bleekzien doordat perifere circulatie afsluit, ingevallen gezicht.
Diagnose: anamnese, lichamelijk onderzoek, bloedprikken op natriumgehalte, eGFR, ureumgehalte, creatinine
Behandeling: frequent drinken en ORS (orale rehydratiesolutie)
Overvulling
o Te veel aan lichaamsvocht
o Licht: toename diurese
o Matig: hogere bloeddruk en oedeem
o Ernstig: signalen van hartfalen
- Vocht- en zoutbeperking
- Diuretica (plassen)
- Behandeling achterliggende hart/ nierfalen
HC 11.3
12 Kan het begrip armoede verklaren vanuit economisch en historisch perspectief en kan uitleggen dat armoede een probleem is van maatschappelijke participatie en sociale uitsluiting.
Economisch perspectief: niet voldoende geld om te voorzien in eerste levensbehoeftes.
Politieke erkenning dat armoede een probleem is, vaak gevolg door een periode van negeren.
Historisch perspectief: Geen geld is geen actieve deelname en daardoor sociale uitsluiting.
Vroeger werd armoede gezien als een directe bestaansbedreiging. Tegenwoordig vinden we het armoeden als een gezin onder een maatschappelijk aanvaardbare grens is gezakt. Dit beschouwen een meervoudig probleem waaronder ook maatschappelijke participatie en social uitsluiting
Armoede is een situatie die kan ontstaan waarbij een gezin of huishouden vanwege een te laag inkomen, te hoge uitgaven of om andere redenen volgens bepaalde normen in een financieel te kort komt. Armoede verwijst hierdoor primair naar een situatie van beperkte financile mogelijkheden waardoor iemand niet meer aan de maatschappelijke gangbare normen mee kan doen.
Maatschappelijke participatie is meedoen in de samenleving.
Iedereen naar eigen vermogen deelneemt aan de samenleving en zoveel mogelijk zelf aan de eigen onderhoud voorziet. Bij armoede kan iemand niet met eigen onderhoud deelnamen aan de maatschappij.
Sociale uitsluiting is het niet mee kunnen doen en daardoor geen sociale contacten meer hebben.
13 Kan kenmerken van kwetsbare groepen in de samenleving en groepen met een verhoogd armoederisico beschrijven.
Verhoogd armoederisico: mensen met uitkering, zelfstandigen, eenoudergezinnen, niet westerse allochtonen.
Wat werkt? Versterken van psychologisch kapitaal (positieve eigenschappen opkrikken), stimuleren van maatschappelijk kapitaal (politiek, opleidingen) en vergroten van sociaal kapitaal (krachtbronnen in eigen omgeving).
Mensen met lage SES hebben minder lange levensverwachting dan mensen met hoge SES. Gezondheid moet zich meer gaan richten op preventie (gezondheid en gedrag) i.p.v. ziekte en zorg.
Lage Sociaal Economische Status (SES)
o Lager dan gemiddeld Inkomens- en opleidingsniveau (MBO of lager)
o Sterven eerder
o Gezonde levensverwachting is korter
o Grotere kan arbeidsongeschiktheid (Meer chronische aandoeningen)
Hoge Sociaal Economische Status (SES)
o Hoog inkomens- en opleidingsniveau (HBO of hoger)
o Leven langer
o Langer gezond
Minder kans op arbeidsongeschiktheid (minder kans op chronische aandoeingen)
14 Kan uitleggen wat de rol is van de gemeente en de sociale wijkteams bij kwetsbare groepen is.
Beleid gemeente:
Gemeente zorgt voor armoedebeleid. Denk hierbij aan extra geld, schuldhulpverlening, kwijtschelding, collectief. Ook helpt de overheid bij bijvoorbeeld de strijd tegen obesitas. Maar zelf kan je ook veel doen. Bijv. gezond gedrag.
De gemeente blijft op afstand, voert regie in beleid en treedt op als opdrachtgever.
De gemeente stuurt en treedt op als werkgever van de professionals van het sociale wijkteam. Of de gemeente heeft een van haar medewerkers cordinator gemaakt van het wijkteam dat zij zelf samenstelt.
De gemeente is uitvoerder. Medewerkers van het Wmo-loket of de sociale dienst zijn onderdeel van het sociale team.
Decentralisatie: meer verantwoordelijkheid bij gemeente en zorg wordt meer lokaal aangeboden. Zoals sociaal wijkteams en jeugdteams.
Meer dan de helft van alle gemeentes besteed, binnen het armoede- en schuldenbeleid, specifiek aandacht aan vier volgende (kwetsbare) doelgroepen.
Gezinnen met kinderen
Alleenstaande met kinderen
Uitkeringsrechten
Langdurig armen.
Gemeente ondersteund de groepen die kwetsbaar zijn
o Financieel (landelijk): huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag
o Financieel (gemeente): Bijzondere bijstand bv kortingen op heffingen
o Schuldhulpverlening + preventie (gemeente): coaching, budgetering
o Ondersteunen bij het vinden van passend werk (Gemeente)
o Maatschappelijke ondersteuning (gemeente)
o Voorzieningen niet publiekelijk: Voedselbank
KL 11.2
20 Kan methodisch personen en groepen opsporen bij wie de leefstijl een risico vormt voor de gezondheid en maatschappelijke participatie
Armoede: kunnen vaak geen gezonde producten kopen en zal daarom sneller sprake zijn van overgewicht of andere gezondheidsproblemen (mensen met een uitkering, niet westerse allochtonen, bijstand, arbeidsongeschikt, kun je zien in wijkanalyse?)
Laag opleidingsniveau: iemand zal minder snel een baan vinden, verminderd sociaal netwerk
Oudere leeftijd: hoe ouder je wordt hoe groter de kans dat je kwetsbaar wordt
In het bijzonder zorgen roken, niet zwaar lichamelijk actief zijn, depressiviteit, het hebben van 1 of meerder chronische ziekten en niet sociaal actief zijn ervoor dat ook de achteruitgang in kwetsbaarheid versneld wordt (en andersom).
Fysieke, mentale of sociale te korten.
21 Kent diversiteit in culturen en cultuurgebonden opvattingen van gezondheid en cultuurgebonden gezondheidsproblemen
Diversiteit is meer dan alleen migratie. Diversiteit is achtergrond, geslacht en leeftijd. Om kwalitatief goede zorg te verlenen is er passend maatwerk nodig.
Mensen met een migratieachtergrond hebben vaker gezondheidsproblemen
o Ze kennen de weg niet binnen de Nederlandse zorg en ondersteuning
o Ze kunnen de Nederlandse taal nog niet spreken, gezondheidsinformatie kunnen ze niet begrijpen, beoordelen en beslissen
o Ze hebben andere ideen en gewoontes rond gezondheid
KL 11.3
10 Kent de functie van verpleegkundig classificatiesysteem Omaha en kan dit uitleggen.
Het is een classificatie waarbij iedereen dezelfde taal gebruikt tijdens het gehele proces. In het Omaha System onderbouw je wat je doet en waarom, en wat jij en je clint samen willen bereiken. Het helpt je je zorgplan in eenduidige taal op te stellen.
Voordelen
Gebruiksvriendelijk
Makkelijk te begrijpen voor iedereen
Zorgproces
Professioneel gesprek met de clint en de mantelzorger. Je brengt de behoeftes in beeld Stel aandachtsgebieden vast samen met je clint waarbij je hulp gaat bieden. Er zijn 42 gebieden die zijn opgedeeld in 4 domeinen; omgeving, psychosociaal, fysiologisch en gezondheidsgerelateerd.
Meet de stand van zaken per gebied bij de aanvang van de zorg.
Je bepaalt zelf de stand van zaken en de gewenste uitkomsten. Dit gebeurt op;
Kennis: wat weet een clint van het aandachtgebied
Gedrag: wat doet een clint?
Status: hoe ernstig is het?
Plan en voer de actie uit
Meet stand van zaken tussentijds en/of aan het eind van de zorg
Evalueer op elk gebied
11 Kan verpleegkundig redeneren m.b.v. aangeleerde systematiek met betrekking tot de volgende onderwerpen: Uitscheiding/uitwisseling Levensprincipe
Domein 3: Uitscheiding/uitwisseling
Functies en anatomische eigenschappen
Functies van het spijsverteringsstelsel zijn vaak belemmerd
Mentale functies kunnen leiden onder de omstandigheden
Fysieke functies zijn (meestal) niet verslechtert
Activiteiten
De meeste activiteiten kunnen onverstoord worden gedaan, de energie kan door een belemmerde spijsvertering verminderd zijn.
Participatie
Schaamte kan de participatie in de samenleving verminderen.
Domein 10: Levensprincipes
Functies en anatomische eigenschappen
Mentale functies kunnen verstoord zijn
Fysieke functies zijn vaak normaal
Activiteiten
Verminderde deelname aan activiteiten zoals naar de kerk gaan.
Participatie
Door verminderde deelname aan activiteiten kan iemand contact met de buitenwereld verliezen.
KL 11.4
Kan gedragsdeterminanten benoemen die van invloed zijn op de gezondheid van mensen uit kwetsbare groepen.
ASE-model
Attitude houden de opvattingen van een persoon in, gebaseerd op bijvoorbeeld kennis, ervaringen en voorbeelden van anderen.
Sociale invloed is de invloed of sociale norm die anderen uitoefenen om bepaalde gedragingen wel of niet te vertonen. De invloed van groepen waartoe de persoon behoort en de drang om zich aan te passen, is hier zeker een belangrijke factor.
Eigen effectiviteit is de inschatting of iemand zekere gedragingen wel of niet uit
kan voeren. Zelfbeeld, positieve en negatieve ervaringen, faalangst en persoonlijke kenmerken zijn hierbij relevant. Ook invloeden van buitenaf en financile situatie kunnen meewegen in de eigen effectiviteit.
24 Kan determinanten benoemen die van invloed zijn op maatschappelijke participatie.
HC 11.4
6 Kan de anatomie en fysiologie van de nieren beschrijven en dit in verband brengen met definitie, risicofactoren, symptomen, onderzoeken en medicinale behandeling bij acuut en chronisch nierfalen
Belangrijk bij de Anatomie van de nieren:
o Cortex (schors)
o Medulla (merg) ook wel nier piramide
In de punt van de nierpiramide zit de nierpapil. Hierin zitten de verzamelbuisjes (vanuit hier loopt uiteindelijk de urine naar het nierbekken)
o Nefronen
o Nierlichaampje
o Nierbuisje
Ligt allebei in de cortex
Lust van henne ligt in de Medulla
o Nierlichaam bestaat uit:
o Kapsel van Bowman (trechtervormige kokertje)
o Glomerelus (Capillaire cluster haarvaatjes binnen het kapsel van bowman, dit is de filter van het bloed) Hieruit ontstaat voor urine.
o Via de proximale tubulus (waar goed gekeken wordt welke stoffen je lichaam wilt behouden) gaat het naar de Lis van Henle naar de distale tubulus naar de verzamelbuis
Bloedcirculatie in de nieren
o Ateria renalis (aanvoerende bloedvat)
o Interlobulaire artierin (vertakkingen naar de niepapillen)
o Afferente arteriolen (voeren het bloed aan de glomerelus)
o Efferente arteriolen (voeren het bloed vanuit de glomerelus)
o Peritubulair capillair netwerk (haarvaten tussen proximale en distale tubulus, Wisseling tussen vocht, zouten en mineralen)
o Vasa recta (capillair netwerk tussen de lis van Henle)
o Interlobulaire venen (wisseling tussen bloedtoevoer en afvoer)
o Vena Renalis (bloed afvoer vanaf de nier)
Bij nierfalen is er sprake van een verminderde nierfunctie. Men spreekt ook wel over nierinsufficintie of nier schade. Hierdoor lukt het de nieren niet meer om de afvalstoffen uit het lichaam te verwijderen. Nierfalen kan plotseling ontstaan (acuut) of langzaam en sluipend (chronisch).
Symptomen:
Moeheid
Lusteloosheid
Gebrek aan eetlust
Kortademigheid
Jeuk
Dikke benen
Acuut nierfalen kan ontstaan door:
Te weinig aanvoer van bloed naar de nier. Dit kan komen door een ernstige bloeding ergens anders in het lichaam.
Beschadiging van het nier weefsel door bijvoorbeeld een infectie, medicatie of auto-immuunziekte.
Een probleem in de afvoer van of naar de nieren. Door bijv. Niersteentjes.
Chronisch nierfalen kan ontstaan door het volgende:
Nierziekte
Hogebloeddruk
Diabetes
Een aangeboren afwijking
Behandeling:
Verder verlies van nierfunctie voorkomen
Kans op hart- en vaatziekte verkleinen
Dyaliseren of transplantatie
Medicatie: ACE-remmers verminderen het eiwitverlies via de urine. Hoe het precies werkt is nog niet duidelijk. Voorbeelden zijn benazepril, captopril, lisinopril en ramipril.
Preventief:
Niet roken
Gezond eten
Voldoende bewegen
7Kan de twee vormen van dialysering en de impact hiervan op de patint uitleggen
Peritoneaal dyaliseren: via de buikwand spoelen, spoelvloeistof komt in het buikvlies. Zo wordt het bloed gespoeld. Dit kan thuis ipv in het ziekenhuis. Zo wordt het zelfmanagement bevorderd. Echter wel ontsteking gevoelig.
Hemodialyse: machine (kunstnier) wordt aangesloten op een bloedvat. Patint komt gemiddeld 3x per week voor dialyse in het zkh. Elke sessie duurt vier uur. Patinten ervaren vaak: duizeligheid, braken, lage RR, krampen, hoofdpijn en een dialyse kater.
8 Kan benoemen welke leefstijladviezen kunnen worden gegeven aan dialyse patinten
Leefstijladviezen dialyse:
Dieet (energie en eiwitrijk dieet, natrium en kalium beperkt, fosfaat, vitaminen, vochtbeperking en zoutarm).
Niet meer roken
Voldoende bewegen
Lichamelijke verzorging en hygine
Medicatie (fosfaat binders bij iedere maaltijd, multivitaminen na dialyse, resonium tegen hyperkalinmie)
Het dieet moet eiwitrijk zijn omdat je erbij veel eiwitten kwijt raakt en ondervoeding overkomt.
HC11.5
9 Kan de indicatie, procedure, complicaties, prognose en medicatie bij een niertransplantatie uitleggen en kan uitleggen welke rol een dialyse verpleegkundige speelt bij de behandeling van een dialyse patint, ook in de thuissituatie
Indicatie nierfalen: nierfunctie minder dan 15%. Je komt op wachtlijst met wachttijd van +- 3jaar. Of je kan van goede kennis/ familie een nier krijgen. Arts bepaald of dit mogelijk is door lichamelijke conditie en bloedgroep te bepalen. Na transplantatie moet men medicatie slikken om afstoten tegen te gaan.
Complicaties: afstoting, infectie, kanker, huidproblemen, diabetes, osteoperose, hart en vaatziektes en bijwerkingen van medicatie.
Prognose: levende nier 20 jaar. Dode nier is 10 jaar.
Medicatie: antibiotica (infectierisico te verkleinen), medicatie tegen afstoting (azathioprine, belatacept, erevolimus, methylprednisolon, mycofenolzuur etc). Griepprik om gewone griep te voorkomen. Medicatie tegen hogen bloeddruk, diabetes, cholesterol verlagers. Medicatie tegen osteoporose, maagzuurremmers.
Rol dialyse verpleegkundige: de dialyse verpleegkundige verricht niet alleen interventies op lichamelijk, emotioneel en sociaal gebied. Ze werkt ook aan de bescherming, instandhouding en verbetering van de gezondheidstoestand door bijvoorbeeld leefstijl adviezen te geven. Hierdoor levert zij een belangrijke rol bij het stimuleren van zelfmanagement. Omdat patinten jarenlang een paar keer week langskomen ontstaat er vaak een sterke onderlinge band. Hierdoor moet de verpleegkundige een goede balans vinden tussen zorgprofessional en vriend/in. Een aantal taken van de vpk:
- werkt aan verbetering, instandhouding en bescherming van de gezondheidstoestand.
- interventies op lichamelijk, sociaal en emotioneel gebied.
- interventies uitvoeren ten aanzien van apparatuur, voedings- leefstijl adviezen geven en psychosociale steun bieden.
- het uitvoeren van de dialyse zelf.
15 Kan naar andere hulpverleners in de wijk verwijzen en deze keuze onderbouwen
Wanneer gaan we samenwerken en verwijzen? Dit ligt aan de hand van drie vraagstukken:
1. Vraagstukken over het fysieke vlak: bewegings armoede, verhoogd valrisico, ongezond eten, gewichtsverlies, hartkloppingen, nekklac hten, buikpijn en hoofdpijn.
2. Emotioneel vlak: lichte depressieve klachten, stress, slaapproblemen, zingevingsproblematiek, teleurstelling, beperkte mate van eigen regie, rouw, verlies en overbelasting door bijvoorbeeld mantelzorger.
3. Sociaal vlak: eenzaamheid of behoefte aan sociale steun.
Maar wat werkt goed bij verwijzen?
1. Elkaar en elkaars werk leren kennen: persoonlijk kennis maken, werkplek in hetzelfde gebouw, bij elkaar langs lopen en met elkaar meelopen.
2. Eenvoudige werkwijze hanteren: duidelijke afspraken en n aanspreekpunt.
3. Aantrekkelijk aanbod sociaal werk: verwijzingen direct oppakken, voldoende tijd om de vragen te herkennen en het aanbod moet direct toegankelijk zijn.
4. De meerwaarde van sociaal werkduidelijk maken: success en delen en vertellen over de manier van werken.
5. Regel matig terug koppelen en afstemmen.
22 Beschrijft methodieken voor preventie en gezondheidsvoorlichting bij kwetsbare groepen (mensen met geringe gezondheidsvaardigheden, mensen met een lichte verstandelijke beperking)
Preventie voorlichting kwetsbare groepen:
Map met plaatjes/ beelden voor educatieve doeleinden omtrent werking menselijk lichaam.
Videovoorlichting waarmee mensen in hun eigen taal het consult kunnen voorbereiden. De zorgverlener gebruikt deze informatie om een gericht consult uit te voeren.
HC 11.6
25 Kan de rol van de wijkverpleegkundige uitleggen binnen het sociale wijkteam
De wijkverpleegkundige is in een sociaalwijkteam de schakel tussen het medische en sociale domein. De wijkverpleegkundige signaleert actief kwetsbare groepen en brengt casussen in. Echter kan de positie per wijk verschillen. Zo zijn er vier verschillende posities als wijkverpleegkundige in de wijk:
In het wijkteam
In de buurt van het wijkteam
Los van het wijkteam
Geen wijkteam, wel netwerken.
Welke mensen worden nou doorgestuurd naar het sociaal wijkteam:
Dementie
Eenzaamheid Psychiatrie Verslavingsproblematiek Armoede
26 Kan de zorg rondom zorgvragers, tussen disciplines en organisaties cordineren en de continuteit van zorg waarborgen en hanteert hierbij hanteert hierbij passende hulpmiddelen kan uitleggen welke interventies werkzaam zijn.
Zie toetsdoel 15
27 an het belang van een sociaal netwerk van de kwetsbare zorgvrager beschrijven.
Een sociaal netwerk is belangrijk omdat:
Mensen kunnen dan rekenen op betrokkenheid van familieleden, huis- en buurtgenoten een hogere kwaliteit van leven ervaren dan mensen die dat niet kunnen.
Een sociaal netwerk heeft een positief effect op de gezondheid
Een sociaal netwerk draagt bij aan zelfredzaamheid en participatie van mensen
Meer mensen in de omgeving betekend verlichting voor de mantelzorger.
Kl 11.8
16 Kent toepassingen van ICT gericht op het verbeteren en ondersteunen van communicatie in de zorg
Een veelgebruikte term is 'zorg op afstand': het op afstand verlenen van zorg door gebruik te maken van informatie- en communicatietechnologie (ICT). De clint en de zorgverlener bevinden zich hierbij niet in dezelfde ruimte.
Voorbeelden van zorg op afstand:
Videocommunicatie of beeldschermzorg: via een beeldscherm is er communicatie tussen clint en zorgverlener.
Leefstijlmonitoring met slimme sensortechnologie. Een netwerk van sensoren in de woning, gekoppeld aan een computerprogramma, monitort het gedrag van een clint.
Een slimme medicijn dispenser waarbij op het juiste tijdstip de medicatie wordt aangereikt in een Baxter-zakje.
17 Kan voorbeelden benoemen van mogelijkheden tot ondersteuning van het zelfmanagement mbv. meetapparatuur en domotica en van Telezorg & telemonitoring
Domotica is het toepassen van elektronica in huis om het leven een stukje makkelijker te maken zodat ouderen of mensen met een handicap langer zelfredzaam kunnen zijn. Het gaat om hulpmiddelen met sensoren en computertechnologie, soms gecombineerd met communicatie en hulpverleners die zich ook buitenshuis bevinden. Ook zorgt domotica voor een stukje veiligheid in huis. Voorbeelden van domotica zijn: apps, beeldbellen en communicatie platforms.
Echter kan domotica ook vrijheidsbeperkend werken. Wanneer wordt het dwang? Wanneer wordt de privacy geschonken? En wanneer moet een patint hier toestemming voor geven? Wat als diegene dat al helemaal niet meer kan? Domotica creert ook een afstand tussen de zorgvrager en verlener.
18 Kent de nieuwste toepassingen van ICT gericht op het verbeteren en ondersteunen van communicatie in de zorg en kan voorbeelden benoemen van Gezondheidsvoorlichting via E-health programmas
19 Kent regels mbt. privacy en veiligheid gebruik sociale media en internet
De aard van de interventie qua duur en aard moet in verhouding staan tot de ernst van op te lossen/ verhelpen probleem.
De interventie moet geschikt zijn om het gewenste doel te bereiken.
De techniek moet betrouwbaar zijn en optimaal functioneren. Zodat de omgeving niet in gevaar kan komen.
Medewerkers moeten geschoold zijn en kunnen de domotica geschikt toepassen.
. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 20.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question