Maak een oefenexamen van de volgende tekst: Cognitieve functies:
Bewustzijn:
Besef van zelf en omgeving: helder en aanspreekbaar.
Stoornis: verlaagd (hersenschade) of verhoogd bewustzijn (manie/drugs), delier.
Aandacht:
Selectieve (re)actie naar een situatie.
Stoornis: verhoogde (angst) en verminderde aandacht (depressie).
Orintatie:
Plaatsing in ruimte, tijd, persoon en t.o.v. anderen.
Stoornis: desorintatie (hersenschade, psychose).
Inprenting, geheugen:
Organische en symptomatische geheugenstoornissen.
Psychogene geheugenstoornis.
Intellectuele functies:
Oordeelsvorming.
Stoornis: laag bij depressie, hoog bij wanen.
Ziekte-inzicht.
Stoornis: manie.
Abstractievermogen.
Stoornis: dementie.
Executieve functies: plannen, logisch uitvoeren, controleren en stoppen.
Intelligentie.
Taal.
Stoornis: motorische en sensorische afasie.
Rekenen.
Voorstelling:
Iets voor de geest halen.
Stoornis: herbeleving bij PTSS.
Waarneming:
Zintuiglijke prikkels van buiten.
Stoornis: illusie, illusionaire vervalsing, (pseudo)hallucinatie bij
schizofrenie/psychose.
Zelfwaarneming:
Zelfbeleving en lichaamsbeleving.
Stoornis: fantoompijn, body dysmorfic disorder.
Denken:
Formele denkstoornissen: stoornis in de vorm van denken.
Bijv. gedachtevlucht (manie), gedachtenarmoede (depressie).
Inhoudelijke denkstoornissen: stoornis in de inhoud van het denken.
Bijv. dranggedachten, wanen, obsessies.. De oefenexamen moet geschreven zijn in de Nederlandse taal. Onderin staan de antwoorden. Het aantal vragen dat het oefenexamen moet bevatten is 10.
Ask a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a questionAsk a study question and we will try to answer it as best we can.
Ask a question