Use the 33 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartDe bedragen die elk jaar opzij worden gezet om vaste kapitaalgoederen op het einde van de economische levensduur te kunnen vervangen door nieuwe kapitaalgoederen. De afschrijvingen zijn gelijk aan de vervangingsinvesteringen.
De inzet van menselijke capaciteit voor het produceren van goederen en diensten.
Inkomen verdiend uit arbeid. De optelsom van loon en winst uit eigen zaak.
Het arbeidsinkomen als percentage van het nationaal inkomen. Deel van het nationaal inkomen dat naar arbeid gaat.
Bij het productieproces wordt relatief veel arbeid ingezet (in relatie tot kapitaal).
Bestaat uit alle bedrijven waarin de opeenvolgende productiestadia worden doorlopen van oerproduct tot eindproduct (boer ... bakkerswinkel).
(= branche) Alle bedrijven die eenzelfde soort productie verzorgen, bijvoorbeeld alle bakkerswinkels. Zo heb je ook de bedrijfstak bouw of metaal.
De optelsom van alle primaire inkomens in een land plus de afschrijvingen. Het bruto binnenlands inkomen is gelijk aan het bruto binnenlands product.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 33 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizOefen de begrippen van lesbrief Welvaart van economie. Bij elke uitleg hoort een begrip. Leer hoofdstuk 1 van Welvaart.
33 questions
Nederlands
04-14-2025
Middelbare school / VWO / Cultuur en Maatschappij / Economie
Begrippenlijst Lesbrief Welvaart Economie - 6VWO - Alle moeilijkste begrippen boekje Welvaart
De bedragen die elk jaar opzij worden gezet om vaste kapitaalgoederen op het einde van de economische levensduur te kunnen vervangen door nieuwe kapitaalgoederen. De afschrijvingen zijn gelijk aan de vervangingsinvesteringen.
afschrijvingenDe inzet van menselijke capaciteit voor het produceren van goederen en diensten.
arbeidInkomen verdiend uit arbeid. De optelsom van loon en winst uit eigen zaak.
arbeidsinkomenHet arbeidsinkomen als percentage van het nationaal inkomen. Deel van het nationaal inkomen dat naar arbeid gaat.
arbeidsinkomensquote (AIQ)Bij het productieproces wordt relatief veel arbeid ingezet (in relatie tot kapitaal).
arbeidsintensiefBestaat uit alle bedrijven waarin de opeenvolgende productiestadia worden doorlopen van oerproduct tot eindproduct (boer ... bakkerswinkel).
bedrijfskolom(= branche) Alle bedrijven die eenzelfde soort productie verzorgen, bijvoorbeeld alle bakkerswinkels. Zo heb je ook de bedrijfstak bouw of metaal.
bedrijfstakDe optelsom van alle primaire inkomens in een land plus de afschrijvingen. Het bruto binnenlands inkomen is gelijk aan het bruto binnenlands product.
bruto binnenlands inkomenDe toegevoegde waarde van alle bedrijven en de overheid bij elkaar opgeteld.
De verdeling van het nationaal inkomen over de productiefactoren arbeid en kapitaal.
(= CPI) Maatstaf voor inflatie. Het CPI geeft aan hoeveel procent de kosten van levensonderhoud in een jaar hoger zijn dan in het basisjaar.
Diensten die geleverd worden door andere bedrijven.
Winstuitkering aan aandeelhouders van een onderneming.
De stijging van het reëel bruto binnenlands product
Stijging van het algemeen prijsniveau.
De productiefactor kapitaal omvat de fabrieken, machines, gereedschappen, grondstoffen en voorraden eindproduct die bij de productie worden ingezet. Ook natuur (lucht, zonlicht, aarde, water, de mineralen, gas, olie, kolen, de ligging, het reliëf, de bodemgesteldheid, de rivieren, meren en kusten) behoort tot de productiefactor kapitaal, evenals ondernemerschap (de kennis, het inzicht en het risico durven nemen om een onderneming te starten en te runnen). Men onderscheidt reëel kapitaal (= kapitaalgoederen) en geldkapitaal (= vermogen).
Inkomen verdiend uit sparen en beleggen. De optelsom van winst uit aandelenbezit, rente uit het uitlenen van spaargeld, pacht uit verhuur van grond en huur uit verhuur van gebouwen.
Het kapitaalinkomen als percentage van het nationaal inkomen. Deel van het nationaal inkomen dat naar kapitaal gaat.
Bij het productieproces wordt relatief veel kapitaal ingezet (in relatie tot arbeid).
De waarde van het bbp in geld uitgedrukt.
Berekening van het bbp door alle toegevoegde waarden in een land op te tellen. Anders gezegd: de bepaling van het bbp door de bruto toegevoegde waarde van de bedrijven en overheid bij elkaar op te tellen.
Berekening van het bbp door alle toegevoegde waarden in een land op te tellen. Anders gezegd: de bepaling van het bbp door de bruto toegevoegde waarde van de bedrijven en overheid bij elkaar op te tellen.
Goederen en diensten die bedrijven aan elkaar leveren.
Het inkomen dat verdiend wordt in het productieproces. Arbeidsinkomen (loon) en kapitaalinkomen (rente, huur, pacht en winst). Is gelijk aan productie(waarde) en toegevoegde waarde.
De middelen waarmee wordt geproduceerd, namelijk arbeid, en kapitaal.
(= toegevoegde waarde) De waarde die de producent heeft toegevoegd aan ingekochte producten. Toegevoegde waarde = productiewaarde = omzet – onderlinge leveringen = arbeidsinkomen + kapitaalinkomen.
Het nominale bbp uitgedrukt in goederen en diensten.
Berekening van het bbp door alle primaire inkomens in een land bij elkaar op te tellen. Anders gezegd: De bepaling van het bbp door het optellen van de beloningen voor geleverde productiefactoren (loon, rente, huur/pacht en winst).
De beloning van arbeid die door zelfstandigen wordt verricht.
(= productiewaarde) De waarde die een bedrijf (de producent) toevoegt aan de ingekochte grond- en hulpstoffen. Dit komt dus overeen met de waarde van wat het bedrijf zelf produceert. De som van de beloningen van de productiefactoren (= loon + huur + pacht + rente + winst).
De mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien.
Iemand die een eigen onderneming heeft en dus niet in dienst is van een werkgever.
(= zelfstandige zonder personeel) Een eenmanszaak zonder personeel.
Hi, Ik ben Julia en zit momenteel in 6VWO. Ik heb het vakkenpakket Cultuur en Maatschappij (C&M) en doe binnenkort examens. In mijn vakkenpakket zit; Wiskunde A, Geschiedenis, Economie, Kunst Algemeen, Frans, Engels, Nederlands. Voor vragen stuur gerust een berichtje.