Use the 20 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartErna van Koeven en Anneke Smits pleiten voor een andere kijk op de Viertakt. Wat is hun voornaamste punt?
A.Woordenschatonderwijs heeft niet zo veel zin. B.Woordenschatonderwijs heeft alleen zin als er thematisch gewerkt wordt.
C.Binnen het woordenschatonderwijs moet er veel meer aandacht zijn voor voorlezen.
D.De Viertakt zou veel breder moeten worden benaderd, waarbij een rijke context en rijke teksten centraal staan.
Voorbeeld: Een duidelijk begin met een koppeling naar het middenstuk en het einde.
A.Hogere-orde-feedback in de directieve vorm
B.Hogere-orde-feedback in de faciliterende vorm C.Lagere-orde-feedbackin de directieve vorm
D.Lagere-orde-feedback in de faciliterende vorm
Voorbeeld: lees nog een keer de zin over dat een vrouw een snoepje aanbood.
A.Hogere-orde-feedback in de directieve vorm
B.Hogere-orde-feedback in de faciliterende vorm C.Lagere-orde-feedbackin de directieve vorm
D.Lagere-orde-feedback in de faciliterende vorm
Pietje schrijft het woord tak in het meervoud als taken.
Op welk gebied maakt Pietje een fout?
A. Fonologische principe
B. Morfologische principe
C. Etmylogische principe
D. Syllabische prinicipe
Jantje weet niet of het wolf of woluf is. Hij denkt terug aan het woord kolf. Dat schrijf je zonder de 'u'.
Oh dat is dus net-als wolf.
Welke strategie gebruikt Jantje om wolf correct te schrijven?
A. Elementair
B. Klankcluster
C. Analogie
D. Ezelsbruggetje
Wat is juist met betrekking tot de Taalronde?
A.Bij kleuters is dit een ongeschikte werkvorm, omdat ze nog niet kunnen schrijven.
B.‘Vliegen’ is een geschikt onderwerp.
C.Alle taaldomeinen komen aan bod.
D.Je moet altijd beginnen met een leesboek of gedicht.
Wat zijn de functies van taal?
Sociaal (communicatief)
Cognitief (conceptualiserend)
Expressief
input text value
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 20 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizKennisbasis Taal voor PABO jaar 2. Aangezien er geen oefentoetsen zijn heb ik een paar vragen gemaakt.
20 questions
Nederlands
04-21-2025
e/m/u/r
a) foneem
b) grafeem
Erna van Koeven en Anneke Smits pleiten voor een andere kijk op de Viertakt. Wat is hun voornaamste punt?
A.Woordenschatonderwijs heeft niet zo veel zin. B.Woordenschatonderwijs heeft alleen zin als er thematisch gewerkt wordt.
C.Binnen het woordenschatonderwijs moet er veel meer aandacht zijn voor voorlezen.
D.De Viertakt zou veel breder moeten worden benaderd, waarbij een rijke context en rijke teksten centraal staan.
Voorbeeld: Een duidelijk begin met een koppeling naar het middenstuk en het einde.
A.Hogere-orde-feedback in de directieve vorm
B.Hogere-orde-feedback in de faciliterende vorm C.Lagere-orde-feedbackin de directieve vorm
D.Lagere-orde-feedback in de faciliterende vorm
Voorbeeld: lees nog een keer de zin over dat een vrouw een snoepje aanbood.
A.Hogere-orde-feedback in de directieve vorm
B.Hogere-orde-feedback in de faciliterende vorm C.Lagere-orde-feedbackin de directieve vorm
D.Lagere-orde-feedback in de faciliterende vorm
Pietje schrijft het woord tak in het meervoud als taken.
Op welk gebied maakt Pietje een fout?
A. Fonologische principe
B. Morfologische principe
C. Etmylogische principe
D. Syllabische prinicipe
Jantje weet niet of het wolf of woluf is. Hij denkt terug aan het woord kolf. Dat schrijf je zonder de 'u'.
Oh dat is dus net-als wolf.
Welke strategie gebruikt Jantje om wolf correct te schrijven?
A. Elementair
B. Klankcluster
C. Analogie
D. Ezelsbruggetje
Wat is juist met betrekking tot de Taalronde?
A.Bij kleuters is dit een ongeschikte werkvorm, omdat ze nog niet kunnen schrijven.
B.‘Vliegen’ is een geschikt onderwerp.
C.Alle taaldomeinen komen aan bod.
D.Je moet altijd beginnen met een leesboek of gedicht.
Wat zijn de functies van taal?
Sociaal (communicatief)Juf Petra geeft Gertruda een stappenplan om een bepaald werkwoord te vervoegen. Welke didactiek gebruikt zij?
A. Algoritmedidactiek
B. Analogiedidactiek
C. Regeldidactiek
Truus zit een beetje getreurd op haar stoel. Met de klas doen ze een dictee. Het woord: appeltaart.
Hoe schrijf je dat ook alweer? Ze hoort het woord appel en taart. Nu weet ze wel hoe ze appeltaart schrijft, maar hier moest ze even over nadenken. Welke strategie paste Truus toe?
A. Direct
B. Indirect
Meester Mario doet met de klas tijdens een woordenschatles een activiteit met de klas. De leerlingen doen een soort circuit waar ze afbeeldingen aan juiste teksten moeten koppelen. De les gaat namelijk over woorden die in verschillende contexten een heel andere betekenis hebben. In welke fase van de viertakt is dit?
A. Voorbewerken.
B. Semantiseren.
C. Consolideren.
D. Evalueren.
Kleuter kees moet het woord plek splisten in verschillende klanken. P-l-e-k.
Welke ontwikkeling heeft hij hier voor nodig?
A. Fonologische ontwikkeling met auditieve discriminatie
B. Fonemische ontwikkeling met auditieve analyse
Wat is juist over stiftdichten?
A.Het is een aansprekende, creatieve werkvorm, maar doet niks voor de leesvaardigheid van leerlingen.
B.Omdat het niet hoeft te rijmen, valt deze vorm van dichten niet onder poëzie.
C.Stiftdichten is een talige werkvorm die ook aansluit bij zaakvakken.
D.Stiftdichten geeft weinig ruimte voor interactie, omdat je sterk bezigbent met je eigen tekst.
Als kleuters schrijven, verloopt dat via verschillende fasen. Hoe heet de fase waarin de kinderen schrijven wat ze horen, maar deze klanken niet altijd gelijklopen aan de daadwerkelijke regels?
A.Invented spelling
B.Elementaire spellingshandeling
C.Krabbelschrift
D.Fonemisch principe
Meester Adam leest voor uit het prentenboek Siemon naar rechtsover een zeemeeuw die zijn vrienden terugzoekt, als hij verdwaald raakt omdat hij het verschil tussen links en rechts niet kent. Om het verhaal kracht bij te zetten gebruikt hij een knuffel die hij overdreven naar links en rechts zwaait. Bij welke fase van het interactief voorlezen hoort dit?
A.Verhaal introduceren
B.Voorlezen
C.Ingaan op het verhaal
D.Uitdiepen van de verhaallijn
Hieronder staan vier woorden die zijn gespeld door een leerling uit groep 5. Volgens welk principe zijn deze woorden gespeld? Maak de juiste combinaties.
I pruik
a etymologisch principe
II schapen
b syllabisch principe
III plein
c fonologisch principe
IV brandt
d morfologisch principe
A.1c, 2b, 3a, 4d
B.1a, 2b, 3c, 4d
C.1d, 2a, 3c, 4b
D.1d, 2a, 3b, 4c
Watis juist over de DMT-toets?
A.Methodetoetsen meten al vaak zat de leessnelheid, dus er is geen meerwaarde meer.
B.Leerlingen moeten eerst AVI-uit zijn om de leessnelheid te kunnen meten.
C.In de bovenbouw is het handig de DMT te herhalen, zodat je een goed advies kan meegeven aan de middelbare school over het leesniveau van een leerling.
D.De DMT is bedoeld om eventuele leesproblemen op te sporen, zodra kinderen vloeiend zouden moeten kunnen decoderen.
Wat zegt Venooy over lees- en schrijfonderwijs?
A. Te vroeg beginnen zorgt voor aversie. Het is beter om vanaf 6,5 jaar te beginnen.
B. Hoe eerder hoe beter.
C. De leerlingen komen er vanzelf mee.
Wat zegt Vervaet over lees- en schrijfonderwijs?
A. Te vroeg beginnen zorgt voor aversie. Het is beter om vanaf 6,5 jaar te beginnen.
B. Hoe eerder hoe beter.
C. De leerlingen komen er vanzelf mee.
Wat voor soort tekst is een handleiding?
A. informatieve tekst
B. Directieve tekst
C. Beschouwende tekst
D. Argumentatieve tekst