Use the 32 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartHoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
input text value
Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
input text value
Wat is veen en hoe is het ontstaan?
Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
input text value
Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
input text value
Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
input text value
Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
Wat is graniet?
Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
input text value
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 32 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizBeantwoord de volgende vragen over: Samenvatting Aardrijkskunde BuiteNLand 2 Vwo
32 questions
Nederlands
08-20-2023
Middelbare school / VWO / Economie en Maatschappij / Aardrijkskunde
buiteNLand - G. van den Berg
M. de Boer
Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.Wat is veen en hoe is het ontstaan?
Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
Sedimentgesteente.Wat is graniet?
Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
De Andes en de Himalaya.Hoe zien jonge gebergten eruit?
Hoe zien oude gebergten eruit?
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.
%1 Oefenvragen over §1.1: Het ontstaan van de Himalaya %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van de Himalaya. %4
Q1: Welke aardplaat is afgebroken vanaf het zuiden van Afrika?
A1: De Indische plaat.
Q2: Met welke snelheid is de Indische plaat richting het noorden gegaan?
A2: Met een snelheid van 16 t/m 20 cm per jaar.
Q3: Wat is er gebeurd bij de botsing van de Indische en Euraziatische plaat?
A3: Een stuk oceaanbodem van de Indische plaat is onder de Euraziatische plaat gedoken, waardoor vulkanisme ontstond.
Q4: Wanneer begon de Himalaya pas echt hoog te worden?
A4: Toen India tegen de rest van Azië is gebotst.
Q5: Welk soort gesteente vind je in de Himalaya met fossielen van dieren die op de bodem van de zee leven?
A5: Zandsteen.
Q6: Welk gesteente ontstaat door het samendrukken van zand en klei op de bodem van de oceaan?
A6: Sedimentgesteente.
Q7: Wat is graniet?
A7: Graniet is een onregelmatig gevlekt stollingsgesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar materiaal uit de aardmantel stolt onder de grond.
Q8: Wat zijn voorbeelden van hooggebergten?
A8: De Andes en de Himalaya.
Q9: Hoe zien jonge gebergten eruit?
A9: Jonge gebergten hebben hoge, scherpe toppen en diepe, nauwe dalen.
Q10: Hoe zien oude gebergten eruit?
A10: Oude gebergten hebben afgesleten toppen en ondiepe, brede dalen.
%1 Oefenvragen over §1.2: Verwering en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over verwering en erosie. %4
Q1: Wat is vorstverwering?
A1: Vorstverwering is het bevriezen van regenwater in spleten van gesteente, waardoor de scheuren en spleten groter worden.
Q2: Wat is chemische verwering?
A2: Chemische verwering is het veranderen van de samenstelling van gesteente door de werking van zuurstof en vocht.
Q3: Wat zijn grotten en hoe ontstaan ze?
A3: Grotten ontstaan doordat het gesteente oplost. Neerslag valt op plantenwortels, waardoor het regenwater een beetje zuur wordt en naar beneden sijpelt. Het zure regenwater lost het kalksteen langzaam op, waardoor een gangenstelsel ontstaat dat uitgroeit tot een grot.
Q4: Wat is kalksteen?
A4: Kalksteen is een sedimentgesteente dat ontstaat uit samengeperste schelpen.
Q5: Wat zijn karstgebieden?
A5: Karstgebieden zijn gebieden die gekenmerkt worden door het oplossen van grote volumes aan kalksteen.
%1 Oefenvragen over §1.3: Massabewegingen en erosie %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over massabewegingen en erosie. %4
Q1: Wat zijn massabewegingen?
A1: Massabewegingen zijn het naar beneden rollen, vallen of schuiven van los gesteente.
Q2: Hoe hangt de manier van bewegen af van het gesteente en de helling?
A2: De manier van bewegen hangt af van de omvang van het gesteente en de steilheid van de helling.
Q3: Wat is een puinhelling?
A3: Een puinhelling is een helling waarop gesteente dat naar beneden is gevallen bij elkaar ligt.
Q4: Wat is erosie?
A4: Erosie is het afslijten van gesteente door water of andere natuurlijke krachten.
Q5: Hoe ontstaat grind in een rivier?
A5: Stenen in de rivier botsen en schuren langs elkaar, waardoor ze langzaam afgerond worden en grind vormen.
%1 Oefenvragen over §1.4: Sedimentatie en kustvorming %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over sedimentatie en kustvorming. %4
Q1: Wat is sedimentatie?
A1: Sedimentatie is het neerleggen van materiaal (zand, grind, klei) door een rivier wanneer deze meer water moet vervoeren dan hij aankan.
Q2: Wat is een delta?
A2: Een delta is nieuw land dat ontstaat door sedimentatie op de plaats waar een rivier in de zee uitmondt.
Q3: Wat is een estuarium?
A3: Een estuarium is een gebied waar de zee en een rivier samenkomen, waarbij sedimentatie plaatsvindt.
Q4: Wat zijn aanslibbelingskusten?
A4: Aanslibbelingskusten zijn kusten waarbij zand door golven van zandbanken in zee naar het strand wordt meegenomen.
Q5: Hoe ontstaan duinen?
A5: De wind neemt zand landinwaarts mee en vormt duinen wanneer het zand een obstakel tegenkomt, zoals een stuk hout of een plantje.
%1 Oefenvragen over §1.5: De ondergrond van Nederland %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over de ondergrond van Nederland. %4
Q1: Waarom bestaat de ondergrond van Nederland voornamelijk uit grind en zand?
A1: Nederland heeft altijd in de benedenloop van verschillende stroomgebieden gelegen, waardoor er veel grind en zand is afgezet.
Q2: Wat is de Saale-ijstijd?
A2: De Saale-ijstijd is de op een na koudste periode in Nederland waarin er een ijskap vanuit Scandinavië richting Nederland schoof.
Q3: Wat zijn stuwwallen?
A3: Stuwwallen zijn heuvels die zijn ontstaan doordat de grond aan de voorkant en zijkant van ijstongen werd weggeduwd tijdens de Saale-ijstijd.
Q4: Wat zijn smeltwaterdalen?
A4: Smeltwaterdalen zijn grote gaten in de stuwwallen die zijn ontstaan doordat het gesteente naar beneden is gevallen.
Q5: Wat zijn zwerfstenen en waar vind je ze in Nederland?
A5: Zwerfstenen zijn grote keien die door het ijs naar Nederland zijn vervoerd. Je vindt ze alleen in het noorden van Nederland.
%1 Oefenvragen over §1.6: Het ontstaan van het Nederlandse landschap %2
%3 Beantwoord de volgende vragen over het ontstaan van het Nederlandse landschap. %4
Q1: Hoe is het westelijke deel van Nederland altijd laag gelegen?
A1: Het westelijke deel van Nederland is altijd laag gelegen doordat de zeespiegels sinds het einde van de koude tijd zijn gestegen.
Q2: Hoe zijn de stranden en duinen gevormd?
A2: De stranden en duinen zijn gevormd door de zee. Achter de duinen ontstond de Waddenzee, waar kleideeltjes naar beneden dwarrelden en dikke lagen zeeklei vormden.
Q3: Wat is veen en hoe is het ontstaan?
A3: Veen is een grondsoort die ontstaat uit dode plantenresten die in moerasgebieden onder water zijn opgehoopt en niet kunnen verteren.
Q4: Wat zijn terpen en waarom waren ze vroeger belangrijk?
A4: Terpen zijn kunstmatige heuvels met huizen of dorpen erop. Ze waren vroeger belangrijk omdat ze bescherming boden tegen overstromingen met zeewater.
Q5: Wat zijn polders en hoe worden ze beschermd tegen water?
A5: Polders zijn met dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand geregeld wordt. Ze worden beschermd tegen water door gemalen die het water weg pompen.