Use the 16 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart1. Juist of onjuist?
a. Iemand die bijziend is, heeft een te lange oogbol
d. Als je naar te harde muziek hebt geluisterd, kun je de haartjes op de zintuigcellen
beschadigen. Daardoor daalt de bovengrens van je gehoor.
Een invloed uit de omgeving die kan worden opgevangen door een zintuig, noemen we een:
A. Een impuls
B. Een prikkel
C. Een signaal
D. Een waarneming
Wie heeft het kortste nabijheidspunt?
A. Een gezond iemand
B. Een verziend iemand
C. Een bijziend iemand
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 16 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quiz
Ik heb oefenvragen gemaakt van hoofdstuk 3 van het boek Nectar Biologie vwo deel 1 Leerboek. De oefenvragen bevatten de volgende onderdelen: Juist/Onjuist, Meerkeuzevragen, Een uitleg geven van hoe het oog werkt, hoe het oor werkt en hoe bewustzijn werkt en een tekening maken volgens de biologie teken regels. Deze oefenvragen zijn ideaal als je aan het leren bent voor een s.o. of een proefwerk.
16 questions
Nederlands
01-26-2021
Middelbare school / VWO / Natuur en Gezondheid / biologie
1. Juist of onjuist?
a. Iemand die bijziend is, heeft een te lange oogbol
b. In je ruggenmerg wordt je je bewust van een prikkel
Onjuistc. Staafjes en kegeltjes zijn onderdeel van je netvlies
juistd. Als je naar te harde muziek hebt geluisterd, kun je de haartjes op de zintuigcellen
beschadigen. Daardoor daalt de bovengrens van je gehoor.
e. Als je naar een voorwerp kijkt valt deze op de blinde vlek
Onjuistf. De toonhoogte bepaalt het aantal trillingen per seconde.
juistEen invloed uit de omgeving die kan worden opgevangen door een zintuig, noemen we een:
A. Een impuls
B. Een prikkel
C. Een signaal
D. Een waarneming
Wie heeft het kortste nabijheidspunt?
A. Een gezond iemand
B. Een verziend iemand
C. Een bijziend iemand
Accomoderen
Leg in eigen woorden uit wat er gebeurd met het oog als iemand van het klaslokaalbord naar
zijn schrift gaat kijken. Gebruik hierbij de volgende termen: straallichaam, lenzen én
lensbandjes
8. Bewust!
Leg stap voor stap uit hoe je bewust wordt van
een waarneming en hierop reageert.
Vliegtuig.
Als je in het vliegtuig zit, krijg je vaak last van pijn in je oor tijdens het landen. Na een paar
keer slikken is het vervelende gevoel verdwenen. Dit komt omdat....
A) De druk in het oor dan lager is dan daarbuiten. Het trommelvlies staat dan bol (naar
buiten).
B) De druk in het oor dan lager is dan daarbuiten. Het trommelvlies staat dan hol (naar
binnen).
C) De druk in het oor dan hoger is dan daarbuiten. Het trommelvlies staat dan bol (naar
buiten).
D) De druk in het oor dan hoger is dan daarbuiten. Het trommelvlies staat dan hol (naar
binnen).
Impulsen
Welke opmerking over impulsen is juist?
A) Impulsen laten zintuigen reageren.
B) Impulsen bevatten informatie over de situatie buiten het lichaam.
C) Impulsen kunnen ontstaan in zintuigen.
D) Impulsen gaan altijd naar spieren toe
Kegeltjes en staafjes
Leg uit waarom je in het donker niet goed kleuren van elkaar kunt onderscheiden. Gebruik in
je antwoord de woorden: netvlies, staafjes en kegeltjes
Gehoorschade
Leg uit waarom je als je gehoorschade hebt, je slechter de hoge tonen kunnen horen, maar
lage tonen nog goed kunt horen.
Zenuwcel
Teken volgens de biologische tekenregels een zenuwcel en benoem de onderdelen.
Evaluatie
Hoe vond je het gaan? Welke onderwerpen vind je nog lastig? Waar ga je nog meer
aandacht aanbesteden?
Hoi, ik ben Silfano.