Use the 24 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartWelke factoren behoren tot de directe, indirecte en macro-omgeving van een grote onderneming in de levensmiddelendetailhandel?
Tot de directe omgeving behoren de klanten, toeleveranciers en distributiekanalen.
Tot de indirecte omgeving behoren de overlegstructuren voor loononderhandelingen en de product- en verpakkingsvoorschriften.
Tot de macro-omgeving behoren de inkomensontwikkelingen, dollarkoers en conjunctuur.
input text value
Waarom moet je bij een sollicitatie letten op de omloopsnelheid van producten?
Bij de vraag over de omloopsnelheid moet je in het oog houden dat bedrijven die te maken hebben met grote omloopsnelheden van producten dikwijls snelle veranderingen in de organisatie kennen. Zij introduceren vaak nieuwe technieken en productieprocessen die steeds andere organisatievormen vereisen.
input text value
Soms spreekt men van de kledingmarkt. Vindt je dit juist? Waarom wel of niet?
Voor zover kleding in dezelfde basisbehoefte voorziet, kan men van een kledingmarkt spreken. Er zijn echter veel verschillende segmenten van diezelfde markt waar nauwelijks substitutie mogelijk is. Er is dan ook vrijwel geen concurrentie. Te denken valt aan dames- en herenkleding en aan kleding voor kinderen en volwassenen. Er is ook een vrij scherpe scheiding tussen vrijetijds- en werkkleding.
input text value
Kleding is gemaakt van textiel. Men spreekt vaak over de wereldtextielmarkt. In welk opzicht is dit juist?
Voor de belangrijkste grondstof van textiel (kantoen) bestaat een wereldmarkt en op deze markt komt een wereldhandelsprijs tot stand.
input text value
In de Verenigde Staten is door consumentenorganisaties een campagne gevoerd met als doel producten uit de derde wereld te weren die vervaardigd zijn door middel van kinderarbeid. Welke waarden en normen liggen daaraan ten grondslag? Welke instituties zijn nodig om de betreffende wensen te realiseren?
De waarde van menselijke vrijheid houdt in dat mensen zich in vrijheid moeten kunnen ontplooien. Daaruit vloeit de norm voort van het recht op scholing, die ook in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) is vastgelegd. Om dit te realiseren zijn internationale verdragen nodig en een uitvoerings- en controleorgaan. Ook wordt gesproken over een keurmerk in producten.
input text value
De overheid bemoeit zich intensief met enkele bedrijfstakken die producten voortbrengen die de gezondheid schaden, zoals de tabaksindustrie. Een andere mogelijkheid om de nadelige gevolgen van het roken te bestrijden, is de tabaksindustrie vrij te laten en eventuele schade via de rechter te verhalen.
Is in het laatste geval sprake van een vrije markt? Welke normen en instituties zijn in het geding?
In onze economische orde bemoeit de overheid zich intensief met de volksgezondheid en met producten die de gezondheid schaden. Men kan zich ook een economische orde voorstellen waarbij de overheid zich minder met de volksgezondheid bemoeit. Individuele burgers moeten dan met civiele procedures de schade verhalen op de fabrikanten die verantwoordelijk zijn voor de schade. Fabrikanten worden dan gedwongen om producten op de markt te brengen die aan alle veiligheidseisen voldoen. Dit kan efficiënter en effectiever zijn dan een economische orde waarin de overheid zich inlaat met de volksgezondheid. Het is niet zeker of dit het geval is. In beide gevallen spelen dezelfde normen en waarden een rol, namelijk dat de volksgezondheid geen schade van de producten mag ondervinden. In het ene geval heeft de overheid een taak om dit te verwezenlijken, in het andere geval de rechtspraak. Ook de rechtspraak is een institutie buiten de markt om die het marktgedrag van partijen dient te reguleren. Wat dat betreft is er geen verschil tussen de beide orden.
input text value
Welke invloed zou de segmentatie van markten op de intensiteit van de concurrentie hebben?
De segmentatie van markten heeft meer productdifferentiatie tot gevolg. Productdifferentiatie verkleint de intensiteit van de (interne) concurrentie. Anderzijds leidt segmentatie tot de opdeling van een grote markt in een aantal kleinere. De toetreding tot deze marktsegmenten is gemakkelijker, wat de (potentiële) concurrentie doet toenemen.
input text value
Supermarkten en warenhuizen bieden in toenemende mate horecadiensten aan. Op welke wijze weerspiegelt deze ontwikkeling veranderingen in consumptiepatronen? Hoe zouden de concurrentieverhoudingen worden beïnvloed?
Door een afname van het aantal gezinsleden en een toename van het aantal inkomens per gezin verschuift het consumptiepatroon van eten (bereiden) binnenshuis naar eten buitenshuis. De concurrentie in de horeca zal door de beschreven trend ongetwijfeld heviger worden. Anderzijds zal de trendmatige toename van de vraag weer een matigende invloed op de concurrentie uitoefenen.
input text value
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 24 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizOefenvragen hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 5 en 6 van het boek Algemene economie en bedrijfsomgeving.
24 questions
Nederlands
12-27-2023
HBO / Windesheim / Bedrijfseconomie
Samenvatting Algemene economie en bedrijfsomgeving hele boek (H1-27) druk 6
Welke factoren behoren tot de directe, indirecte en macro-omgeving van een grote onderneming in de levensmiddelendetailhandel?
Tot de directe omgeving behoren de klanten, toeleveranciers en distributiekanalen.Waarom moet je bij een sollicitatie letten op de omloopsnelheid van producten?
Bij de vraag over de omloopsnelheid moet je in het oog houden dat bedrijven die te maken hebben met grote omloopsnelheden van producten dikwijls snelle veranderingen in de organisatie kennen. Zij introduceren vaak nieuwe technieken en productieprocessen die steeds andere organisatievormen vereisen.Soms spreekt men van de kledingmarkt. Vindt je dit juist? Waarom wel of niet?
Voor zover kleding in dezelfde basisbehoefte voorziet, kan men van een kledingmarkt spreken. Er zijn echter veel verschillende segmenten van diezelfde markt waar nauwelijks substitutie mogelijk is. Er is dan ook vrijwel geen concurrentie. Te denken valt aan dames- en herenkleding en aan kleding voor kinderen en volwassenen. Er is ook een vrij scherpe scheiding tussen vrijetijds- en werkkleding.Kleding is gemaakt van textiel. Men spreekt vaak over de wereldtextielmarkt. In welk opzicht is dit juist?
Voor de belangrijkste grondstof van textiel (kantoen) bestaat een wereldmarkt en op deze markt komt een wereldhandelsprijs tot stand.In de Verenigde Staten is door consumentenorganisaties een campagne gevoerd met als doel producten uit de derde wereld te weren die vervaardigd zijn door middel van kinderarbeid. Welke waarden en normen liggen daaraan ten grondslag? Welke instituties zijn nodig om de betreffende wensen te realiseren?
De waarde van menselijke vrijheid houdt in dat mensen zich in vrijheid moeten kunnen ontplooien. Daaruit vloeit de norm voort van het recht op scholing, die ook in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) is vastgelegd. Om dit te realiseren zijn internationale verdragen nodig en een uitvoerings- en controleorgaan. Ook wordt gesproken over een keurmerk in producten.De overheid bemoeit zich intensief met enkele bedrijfstakken die producten voortbrengen die de gezondheid schaden, zoals de tabaksindustrie. Een andere mogelijkheid om de nadelige gevolgen van het roken te bestrijden, is de tabaksindustrie vrij te laten en eventuele schade via de rechter te verhalen.
Is in het laatste geval sprake van een vrije markt? Welke normen en instituties zijn in het geding?
Welke invloed zou de segmentatie van markten op de intensiteit van de concurrentie hebben?
De segmentatie van markten heeft meer productdifferentiatie tot gevolg. Productdifferentiatie verkleint de intensiteit van de (interne) concurrentie. Anderzijds leidt segmentatie tot de opdeling van een grote markt in een aantal kleinere. De toetreding tot deze marktsegmenten is gemakkelijker, wat de (potentiële) concurrentie doet toenemen.Supermarkten en warenhuizen bieden in toenemende mate horecadiensten aan. Op welke wijze weerspiegelt deze ontwikkeling veranderingen in consumptiepatronen? Hoe zouden de concurrentieverhoudingen worden beïnvloed?
Door een afname van het aantal gezinsleden en een toename van het aantal inkomens per gezin verschuift het consumptiepatroon van eten (bereiden) binnenshuis naar eten buitenshuis. De concurrentie in de horeca zal door de beschreven trend ongetwijfeld heviger worden. Anderzijds zal de trendmatige toename van de vraag weer een matigende invloed op de concurrentie uitoefenen.De vraag naar sommige goederen stijgt bij een prijsstijging. Waarom zou men deze goederen 'snobgoederen' noemen?
Veel artikelen voor de lichaamsverzorging hebben in Europa een lage inkomenselasticiteit van de vraag, terwijl ze in veel Aziatische landen een hoge inkomenselasticiteit hebben. Verklaar hieruit waarom Unilever (voeding, toiletartikelen, zeep) de groei van haar afzet voornamelijk in Aziatische landen zoekt.
Stel dat een groep studenten gemiddeld een 6 haalt. Wat gebeurt er met het gemiddelde als een extra student respectievelijk een 5, een 6 of een 7 haalt?
Een onderneming in de wegenbouw heeft in een bepaalde periode een matig gevulde orderportefeuille en besluit in te schrijven op een project. Volgens de financiële afdeling lijdt de onderneming op dit project een verlies van ongeveer €100.000. In welk geval is deze handelwijze rationeel?
Zowel de chemie als de uitzendbranche is heel conjunctuurgevoelig met behoorlijke veranderingen in de vraag. Toch dalen de winsten van de chemie veel sterker dan die van de uitzendbranche in een economische neergang. Wat kan daarvoor een verklaring zijn?
Welke factoren leiden tot een verschuiving van de aanbodcurve? Welke gevolgen heeft dat voor het evenwicht?
Een bank krijgt 2 aanvragen voor een financiering. 1 daarvan is afkomstig van een onderneming met een rendement van 5%, terwijl het bedrijfstakgemiddelde 7% bedraagt. De andere aanvraag is afkomstig van een onderneming met een rendement van 4%, terwijl het bedrijfstakgemiddelde 2% bedraagt. Hoe zou de kredietafdeling van de bank deze aanvragen vergelijken?
De Nederlandse fietsenfabrikant Accell besluit een fabrikant uit de VS over te nemen om zijn eigen merken in de VS te kunnen verkopen. Hoe past deze actie in het vijfkrachtenmodel?
Op welke wijze kan de houding ten opzichte van scholing en risico de concurrentiekracht van de economie beïnvloeden?
De levensmiddelendetailhandel bestaat in sommige landen uit slechts enkele grote landelijke ketens. Toch komen vaak prijzenslagen voor met lage rendementen tot gevolg. Waaruit zou dit te verklaren zijn?
Waarom zouden arbeidskosten en winst in hoogwaardige producten naar verhouding een hoog aandeel in de prijs hebben?
Zou je als startende ondernemer liever actief zijn op een verzadigde markt of op een groeimarkt?
Een metaalproductenfabrikant ondervindt grote concurrentie vanuit de voormalige Oostbloklanden. De onderneming overweegt een strategie van kostenleiderschap. Wat vind je hiervan?
In de jaren 2014-2020 gebruikten veel ondernemingen de hoge winsten om concurrenten op te kopen voor zeer hoge bedragen. Wat kan daarvan de oorzak geweest zijn? Welk risico lopen deze ondernemingen?
Philips brengt soms nieuwe consumentenproducten op de markt, die zij samen met Aziatische concurrenten ontwikkelt. Welke redenen zou Philips daarvoor kunnen hebben?
Welke ontwikkeling maakt de bedrijfstak kledingdetailhandel door?