Use the 30 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartUit deze bepalingen vloeit voort dat het recht van vruchtgebruik op vorderingen niet kan dienen om zich hetgeen door inning van die vorderingen wordt ontvangen, toe te eigenen. Dat zou immers erop neerkomen dat het geïnde tegelijkertijd het goed is waarop het vruchtgebruik rust en de vrucht. Het gesloten stelsel van goederenrechtelijke rechten brengt mee dat geen recht van vruchtgebruik kan worden gevestigd dat niet aan de wettelijke omschrijving voldoet.
De bevoegdheid de zaak waarop het recht rust te gebruiken en daarvan de vruchten te trekken vloeit naar de aard van het opstalrecht weliswaar daaruit slechts voort indien en voor zover dat nodig is voor het volle genot van dat recht, maar bij de akte van vestiging mogen pp. de bevoegdheden van de opstaller nader regelen en mogen zij hem ook bevoegdheden toekennen die niet nodig zijn voor het volle genot van het recht, mits die bevoegdheden in zodanig verband staan met die welke aan de opstaller naar de aard van dat recht toekomen dat het gerechtvaardigd is die bevoegdheden als onderdeel van dat recht te behandelen.
Het Hof en de Hoge Raad kiezen voor de "legistische" methode: partijen zijn volgens art. 782 OBW (art 5: 85/86) vrij om hun erfpachtsverhouding naar eigen goeddunken te regelen. Als is uitgemaakt, dat het op diepte houden van het vaarwater in rechtstreeks verband staat met de geschiktheid van het terrein voor het gebruik waarvoor het in erfpacht is gegeven, dan verzet zich niets tegen het incorporeren van die verplichting in het erfpachtsrecht. Men mag alleen niet in strijd komen met het wezen van het erfpachtsrecht.
Voor een wijziging in de constructie of omgrenzing van (delen van) het appartementengebouw die gevolgen heeft voor de goederenrechtelijke situatie, is een wijziging van de akte van splitsing en de daarbij behorende tekening vereist.
Met het oog op de voor het rechtsverkeer met betrekking tot registergoederen vereiste publiciteit behoort een regeling omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud van de gedeelten die bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, in beginsel uit de openbare registers kenbaar te zijn en een zodanige regeling moet dus in het splitsingsreglement zelf worden opgenomen. Slechts met betrekking tot het gebruik, waaronder te verstaan de wijze van feitelijk gebruik door de appartementseigenaar of degene aan wie deze zijn privé-gedeelte in gebruik heeft gegeven, van de privé-gedeelten kunnen regels van orde ook in het huishoudelijk reglement worden gegeven, mits het splitsingsreglement daartoe uitdrukkelijk de mogelijkheid opent.
Het exclusief toebedelen van openbare ruimte aan een appartementseigenaar vergt unanimiteit van de vereniging van eigenaren. En schade wordt bepaald aan de hand van wat in de vorige akte staat, niet de afwijkende feitelijke situatie
Bij kijken of er voldaan is aan art. 5:79 tweede volzin BW moet er louter gekeken worden naar het belang van de eigenaar
Dienend erf mag in principe niet worden gebruikt om via een heersend erf een aangrenzend perceel te bereiken, maar dit kan wel als in de akte van vestiging uitdrukkelijk iets anders staat (bijvoorbeeld dat het dienende erf verzwaring moet dulden) en de kennelijke functie van het heersende erf (bijvoorbeeld dat het schoolplein bij het schoolgebouw hoort). Als aan beide criteria is voldaan mag er wel via het heersende erf een aangrenzende perceel bereikt worden.
Van Lelieveld c.s./ Dordtse Schoolvereniging
input text value
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 30 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizJurisprudentie Goederenrecht vragen over iets de beschrijfing moet lang zijn
Uit deze bepalingen vloeit voort dat het recht van vruchtgebruik op vorderingen niet kan dienen om zich hetgeen door inning van die vorderingen wordt ontvangen, toe te eigenen. Dat zou immers erop neerkomen dat het geïnde tegelijkertijd het goed is waarop het vruchtgebruik rust en de vrucht. Het gesloten stelsel van goederenrechtelijke rechten brengt mee dat geen recht van vruchtgebruik kan worden gevestigd dat niet aan de wettelijke omschrijving voldoet.
Telecom vastgoed/ KPNDe bevoegdheid de zaak waarop het recht rust te gebruiken en daarvan de vruchten te trekken vloeit naar de aard van het opstalrecht weliswaar daaruit slechts voort indien en voor zover dat nodig is voor het volle genot van dat recht, maar bij de akte van vestiging mogen pp. de bevoegdheden van de opstaller nader regelen en mogen zij hem ook bevoegdheden toekennen die niet nodig zijn voor het volle genot van het recht, mits die bevoegdheden in zodanig verband staan met die welke aan de opstaller naar de aard van dat recht toekomen dat het gerechtvaardigd is die bevoegdheden als onderdeel van dat recht te behandelen.
Haven ZwartewaalHet Hof en de Hoge Raad kiezen voor de "legistische" methode: partijen zijn volgens art. 782 OBW (art 5: 85/86) vrij om hun erfpachtsverhouding naar eigen goeddunken te regelen. Als is uitgemaakt, dat het op diepte houden van het vaarwater in rechtstreeks verband staat met de geschiktheid van het terrein voor het gebruik waarvoor het in erfpacht is gegeven, dan verzet zich niets tegen het incorporeren van die verplichting in het erfpachtsrecht. Men mag alleen niet in strijd komen met het wezen van het erfpachtsrecht.
KademuurVoor een wijziging in de constructie of omgrenzing van (delen van) het appartementengebouw die gevolgen heeft voor de goederenrechtelijke situatie, is een wijziging van de akte van splitsing en de daarbij behorende tekening vereist.
Met het oog op de voor het rechtsverkeer met betrekking tot registergoederen vereiste publiciteit behoort een regeling omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud van de gedeelten die bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, in beginsel uit de openbare registers kenbaar te zijn en een zodanige regeling moet dus in het splitsingsreglement zelf worden opgenomen. Slechts met betrekking tot het gebruik, waaronder te verstaan de wijze van feitelijk gebruik door de appartementseigenaar of degene aan wie deze zijn privé-gedeelte in gebruik heeft gegeven, van de privé-gedeelten kunnen regels van orde ook in het huishoudelijk reglement worden gegeven, mits het splitsingsreglement daartoe uitdrukkelijk de mogelijkheid opent.
VVE Ameland State/ MinkHet exclusief toebedelen van openbare ruimte aan een appartementseigenaar vergt unanimiteit van de vereniging van eigenaren. En schade wordt bepaald aan de hand van wat in de vorige akte staat, niet de afwijkende feitelijke situatie
St. MartinuskerkBij kijken of er voldaan is aan art. 5:79 tweede volzin BW moet er louter gekeken worden naar het belang van de eigenaar
X/YDienend erf mag in principe niet worden gebruikt om via een heersend erf een aangrenzend perceel te bereiken, maar dit kan wel als in de akte van vestiging uitdrukkelijk iets anders staat (bijvoorbeeld dat het dienende erf verzwaring moet dulden) en de kennelijke functie van het heersende erf (bijvoorbeeld dat het schoolplein bij het schoolgebouw hoort). Als aan beide criteria is voldaan mag er wel via het heersende erf een aangrenzende perceel bereikt worden.
Van Lelieveld c.s./ Dordtse SchoolverenigingSale and lease back-overeenkomst m.b.t. drukpersen. Geen eigendomsoverdracht tot zekerheid in de zin van art. 3:84 lid 3 BW. Art. 86 lid 1 Overgangswet NBW (omzetting in stil pandrecht) mist toepassing. Evenmin ongeldig indien getoetst aan maatstaf rechtshandeling die de strekking mist een goed na overdracht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen in de zin van art. 3:84 lid 3 BW. Art 3:84 lid 3 staat niet in de weg om een goed over te dragen en dan nog persoonlijke verplichtingen te hebben tegenover degene waar je het aan overdraagt. Als er sprake is van werkelijke eigendomsoverdracht dan staat het fiduciaverbod dit niet in de weg.
Koper verwerft bij eigendomsvoorbehoud een eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde (en daarmee vervreemder onder ontbindende voorwaarde). Deze mag hij dus ook verpanden. De pandhouder kan daarna alsnog het bedrag betalen om zo volledig eigenaar te worden bij faillissement.
Als de fiscus op overige goederen zijn vordering volledig kan uitwinnen, mag hij zijn bodemvoorrecht niet uitoefenen
Er moet sprake zijn van samenspanning om de 2e mogelijkheid van vernietiging in te roepen die volgt uit art. 47 FW. Dus ook de schuldenaar moet oogmerk hebben gehad om schuldeisers te benadelen
Toekomstige failliet behoort te weten dat rechtshandeling voor benadeling zou zorgen als faillissement met redelijke mate van waarschijnlijkheid is te voorzien
Wetenschap dat faillissement spoedig zou komen is onvoldoende om een opeisbare vordering te vernietigen op grond van art. 47 FW.
Ook sprake van benadeling als vermogen niet naar beneden gaat, maar de failliet bijvoorbeeld een auto verkocht en gelijk verrekend met één schuldeiser.
Verpanding als gevolg van een in een stampandakte neergelegde verplichting tot verpanding is geen onverplichte rechtshandeling.
Opeisbare vordering is alleen verplicht als er ook betaald wordt met geld. Levering van bijvoorbeeld een kostbare auto is onverplicht.
Als er beslag wordt gelegd voordat er een hypotheek wordt gevestigd en er volgt faillissement. Dan vervalt het beslag op grond van art. 33 FW, maar niet de rechtsgevolgen daarvan. Op grond van art. 505 lid 2 Rv. kan hypotheek niet aan beslaglegger worden tegengeworpen. Hypotheekhouder wordt achtergesteld als het gaat om het bedrag waarop beslag wordt gelegd in de boedel. Beslaglegger is gelijk aan concurrente schuldeisers. Op het executieoverschot is de Hypotheekhouder dan weer wel preferent schuldeiser.
Retentierecht is slechts in te roepen tegen derde als vordering betrekking heeft op de zaak van de derde
Retentierecht kan tegen worden geworpen aan een jonger hypotheekrecht als er is voldaan aan het kenbaarheidsvereiste. Dit kan de retentor bewerkstelligen door de feitelijke macht uit te oefenen. Door bijvoorbeeld hekken te plaatsen of bordjes. Bij een ouder hypotheekrecht geldt het kenbaarheidsvereiste niet, maar wel de eisen die voortvloeien uit art. 3:291 lid 2 BW.
Om te bepalen of er sprake is van een afwijkende wijze van verkoop (art. 3:251 lid 2 BW) is een kwestie van uitleg dat door middel van Haviltex uitgelegd moet worden. Het is duidelijk dat de gemaakte afspraak tussen de pandhouder en pandgever bedoeld was als een executieverkoop. Ook wanneer de pandgever onderhands verkoopt, kan de pandhouder zich als separatist verhalen op de opbrengst. Het aftrekken van de schuld van de opbrengst door verrekening maakt nog onderdeel uit van de executie. Het is immers een opbrengst waaruit de pandhouder zich voldoet. Niet in strijd met art. 54 FW, want bank had door pand al bevoorrechte positie.
Wanneer betaald wordt aan de inningsbevoegde gaat het stille pandrecht teniet en maakt de voormalig pandhouder aanspraak op geïnde.
Als de curator de vordering int en daardoor de vordering en het pandrecht tenietgaat. Houdt de voormalig pandhouder wel voorrang op het geïnde.
De Bank mag wel verrekenen als zijn wist dat het faillissement eraan zat te komen en/of de betaling na het faillissement is gedaan als de betaling is gedaan ter voldoening van aan haar verpande vorderingen.
Als bedrag dat bank zou willen verreken voor vlak het faillissement is gestort. Moet dit worden getoetst aan het criterium van 54 lid 1 FW.
Na faillissement gestorte bedragen mogen niet worden verrekend met negatief saldo
Als beslaglegger int terwijl deze bevoegdheid eigenlijk bij de pandhouder ligt. Houdt de pandhouder voorrang op het geïnde.
Na mededeling gaan niet alle schuldeisersbevoegdheden over op pandhouder.
Bepaaldheidsvereiste moet objectief worden uitgelegd, de rest van de pandakte subjectief volgens Haviltex
De overdraagbaarheid van vorderingsrechten kan door een beding tussen schuldeiser en schuldenaar worden uitgesloten (art. 3:83 lid 2 BW). Om te beoordelen of een beding dat de overdracht van een vorderingsrecht verbiedt goederenrechtelijke werking heeft, dient het te worden uitgelegd naar objectieve maatstaven, met inachtneming van de Haviltexmaatstaf. Daarbij moet tot uitgangspunt worden genomen dat het uitsluitend verbintenisrechtelijke werking heeft, tenzij uit de — naar objectieve maatstaven uit te leggen — formulering ervan blijkt dat daarmee goederenrechtelijke werking als bedoeld in art. 3:83 lid 2 BW is beoogd
Is dit zo dan is het onverpandbaar.
Rangwissel kan ook bij pandrecht gewoon worden toegepast, hier wordt dan analoog art. 3:262 voor gebruikt. Dit kan echter niet ten nadele gaan van bijvoorbeeld een beslaglegger. Doordat bijvoorbeeld en pandhouder met een hogere vordering ruilt met iemand met lagere pand.
Door de werking van art. 3:86 lid 2, wordt het vervallen pandrecht aangemerkt als een door 480 Rv. Bedoelde vervallen recht en houdt het voorrang overeenkomstig haar rang op de executie opbrengst.