Use the 20 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartDe invloed van de omgeving voor kinderen is erg bepalend voor hoe ze zich kunnen ontwikkelen. Er zijn een aantal pedagogen die een duidelijke visie hebben op hoe je dit zou kunnen doen. Zo is voor een pedagoog het luisteren naar kinderen tot je ze echt begrijpt heel belangrijk. Welke pedagoog is dit?
a. Thomas Gordon
b. Reggio Emilia
c. John Bowlby
d. Emmi pikler
Een baby van 6 tot 9 maanden zie je vaak spullen op de grond gooien. Ze willen graag dat je het opraapt om het vervolgens weer op de grond te gooien. Vaak gebeurd dit is per ongeluk maar als snel doen ze dit bewust. Aan welk ontwikkelingsbied komt dit het meest overeen?
a. taalontwikkeling
b. sociale ontwikkeling
c. spelontwikkeling
d. emotionele ontwikkeling
Ieder pedagogische beleidsplan moet voldoen aan de vier pedagogische basisdoelen die staan beschreven in de Wet kinderopvang. Lees het volgende stuk door, afkomstig van het pedagogisch beleidsplan van kinderopvang Partou: ‘Partou wil kinderen voorbereiden op een volwaardige deelname aan de steeds veranderende samenleving waarin samenwerken, creativiteit, communiceren, probleemoplossend en kritisch denken, sociale en culturele vaardigheden van belang zijn.
Op welke van de onderstaande pedagogische basisdoelen gaat dit?
a. het bieden van een veilige omgeving aan kinderen
b. het bevorderen van de persoonlijke competentie van kinderen
c. het bevorderen van de sociale competentie van kinderen
d. het bevorderen van de morele competentie en de overdracht van normen en waarden
Stijn van 5 jaar met ADHD wordt vaak voor straf op de strafstoel gezet thuis. Dit geeft hem veel duidelijkheid. Doordat hij zo druk is reageren ouders vaak onbegripvol op Stijn. Miranda de gespecialiseerd pedagogisch medewerker wil graag het gesprek aangaan met ouders omdat ze ziet dat Stijn vooral nabijheid nodig heeft en zijn energie kwijt moet kunnen. Door het strafstoeltje wordt hij afgezonderd. Aan welke behoefte gaan de ouders op dat moment voorbij?
a. behoefte aan waardering en erkenning
b. behoefte aan sociaal contact
c. de lichamelijke behoefte
d. behoefte aan veiligheid en zekerheid
Lees de stellingen door
1. Om te bepalen wat de hulpvraag is van een kind ga je in gesprek met de ouders, het kind en professionals die het kind kennen.
2. Om de beginsituatie vast te stellen bij een methodische cyclus is het belangrijk om te kijken hoe het kind zich in de groep voelt.
a. stelling 1 is juist en stelling 2 onjuist
b. stelling 1 is onjuist en stelling 2 juist
c. beide stellingen zijn juist
d. beide stellingen zijn onjuist
Lees de volgende stellingen door:
1. voor kinderen kan het leerzaam zijn in vrijheid hun eigen spel op te zetten
2. georganiseerde activiteiten organiseer je om intensief en resultaatgericht met kinderen bezig te zijn
a. stelling 1 is juist en stelling 2 onjuist
b. stelling 1 is onjuist en stelling 2 juist
c. beide stellingen zijn juist
d. beide stellingen zijn onjuist
1. In de babytijd is het belangrijk dat materialen van verschillende materialen zijn en met uiteenlopende vormen en kleuren
2. Wanneer kinderen spelen met zand zijn ze zo maar uitgespeeld.
a. stelling 1 is juist en stelling 2 onjuist
b. stelling 1 is onjuist en stelling 2 juist
c. beide stellingen zijn juist
d. beide stellingen zijn onjuist
Wat wordt in Nederland verstaan onder een kinderdagverblijf?
a. Een plek waar kinderen tussen de 0 tot 12 jaar worden opgevangen zodat hun ouders in de tussentijd kunnen werken of studeren en waar hun ontwikkeling gestimuleerd wordt.
b. Een plek waar jonge kinderen tussen de 0 en 4 jaar worden opgevangen zodat hun ouders in de tussentijd kunnen werken of studeren en waar hun ontwikkeling gestimuleerd wordt.
c. Een plek waar kinderen worden opgevangen om te kunnen spelen.
d. Een plek waar de ontwikkeling van kinderen wordt gestimuleerd.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 20 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quiz20 multiple choice vragen waardoor je de pedagogiek toets uit jaar 1 & 2 zo onder de knie zou hebben, deze vragen zijn vragen uit de toets zelf, hiervan is een kleine aanpassing gemaakt.
20 questions
2x sold
Nederlands
02-08-2024
MBO / ROC Friese Poort / Gespecialiseerd pedagogisch medewerker / pedagogiek
De invloed van de omgeving voor kinderen is erg bepalend voor hoe ze zich kunnen ontwikkelen. Er zijn een aantal pedagogen die een duidelijke visie hebben op hoe je dit zou kunnen doen. Zo is voor een pedagoog het luisteren naar kinderen tot je ze echt begrijpt heel belangrijk. Welke pedagoog is dit?
a. Thomas Gordon
b. Reggio Emilia
c. John Bowlby
d. Emmi pikler
Een baby van 6 tot 9 maanden zie je vaak spullen op de grond gooien. Ze willen graag dat je het opraapt om het vervolgens weer op de grond te gooien. Vaak gebeurd dit is per ongeluk maar als snel doen ze dit bewust. Aan welk ontwikkelingsbied komt dit het meest overeen?
a. taalontwikkeling
b. sociale ontwikkeling
c. spelontwikkeling
d. emotionele ontwikkeling
Ieder pedagogische beleidsplan moet voldoen aan de vier pedagogische basisdoelen die staan beschreven in de Wet kinderopvang. Lees het volgende stuk door, afkomstig van het pedagogisch beleidsplan van kinderopvang Partou: ‘Partou wil kinderen voorbereiden op een volwaardige deelname aan de steeds veranderende samenleving waarin samenwerken, creativiteit, communiceren, probleemoplossend en kritisch denken, sociale en culturele vaardigheden van belang zijn.
Op welke van de onderstaande pedagogische basisdoelen gaat dit?
a. het bieden van een veilige omgeving aan kinderen
b. het bevorderen van de persoonlijke competentie van kinderen
c. het bevorderen van de sociale competentie van kinderen
d. het bevorderen van de morele competentie en de overdracht van normen en waarden
Stijn van 5 jaar met ADHD wordt vaak voor straf op de strafstoel gezet thuis. Dit geeft hem veel duidelijkheid. Doordat hij zo druk is reageren ouders vaak onbegripvol op Stijn. Miranda de gespecialiseerd pedagogisch medewerker wil graag het gesprek aangaan met ouders omdat ze ziet dat Stijn vooral nabijheid nodig heeft en zijn energie kwijt moet kunnen. Door het strafstoeltje wordt hij afgezonderd. Aan welke behoefte gaan de ouders op dat moment voorbij?
a. behoefte aan waardering en erkenning
b. behoefte aan sociaal contact
c. de lichamelijke behoefte
d. behoefte aan veiligheid en zekerheid
Lees de stellingen door
1. Om te bepalen wat de hulpvraag is van een kind ga je in gesprek met de ouders, het kind en professionals die het kind kennen.
2. Om de beginsituatie vast te stellen bij een methodische cyclus is het belangrijk om te kijken hoe het kind zich in de groep voelt.
a. stelling 1 is juist en stelling 2 onjuist
b. stelling 1 is onjuist en stelling 2 juist
c. beide stellingen zijn juist
d. beide stellingen zijn onjuist
Lees de volgende stellingen door:
1. voor kinderen kan het leerzaam zijn in vrijheid hun eigen spel op te zetten
2. georganiseerde activiteiten organiseer je om intensief en resultaatgericht met kinderen bezig te zijn
a. stelling 1 is juist en stelling 2 onjuist
b. stelling 1 is onjuist en stelling 2 juist
c. beide stellingen zijn juist
d. beide stellingen zijn onjuist
1. In de babytijd is het belangrijk dat materialen van verschillende materialen zijn en met uiteenlopende vormen en kleuren
2. Wanneer kinderen spelen met zand zijn ze zo maar uitgespeeld.
a. stelling 1 is juist en stelling 2 onjuist
b. stelling 1 is onjuist en stelling 2 juist
c. beide stellingen zijn juist
d. beide stellingen zijn onjuist
Wat wordt in Nederland verstaan onder een kinderdagverblijf?
a. Een plek waar kinderen tussen de 0 tot 12 jaar worden opgevangen zodat hun ouders in de tussentijd kunnen werken of studeren en waar hun ontwikkeling gestimuleerd wordt.
b. Een plek waar jonge kinderen tussen de 0 en 4 jaar worden opgevangen zodat hun ouders in de tussentijd kunnen werken of studeren en waar hun ontwikkeling gestimuleerd wordt.
c. Een plek waar kinderen worden opgevangen om te kunnen spelen.
d. Een plek waar de ontwikkeling van kinderen wordt gestimuleerd.
In het verleden schreven pedagogen vaak over het onderwijzen en opvoeden van kinderen. Een aantal psychologen/ pedagogen heeft invloed gehad op de manier waarop we nu met de kinderen omgaan.
Vraag: Wat is de visie van Rudolf Steiner?
a. Dat je alleen maar werkt met plastic speelgoed
b. Kinderen moeten in verbondenheid met de natuur staan
c. De lichamelijke activiteiten staan centraal
d. Iedereen is uniek en heeft een eigen ontwikkelingsweg af te leggen.
Op basis van onderzoek door het NCKO (Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek) zijn er zes interacties aardigheden van pedagogisch medewerkers vastgesteld. Drie van deze vaardigheden zijn: Respect voor autonomie, Praten en uitleggen, Begeleiden van interacties tussen kinderen.’
Vraag: Wat zijn de andere drie interactievaardigheden?
a. Communicatie met ouders, samenwerken met collega’s, structureren en leidinggeven
b. Sensitieve responsiviteit, ontwikkelingsstimulering, aanbieden van activiteiten
c. Sensitieve responsiviteit, communicatie met ouders, gezonde voeding stimuleren
d. Sensitieve responsiviteit, structureren en leidinggeven, ontwikkelingsstimulering
Praten en uitleggen is een van de zes interactievaardigheden. De manier waarop je dit doet bepaalt of jouw begeleiding van goede kwaliteit is of niet.
Vraag: Wat past NIET bij de interactievaardigheid: praten en uitleggen
a. Afstemmen met collega’s
b. Luisteren naar kinderen
c. Aandacht voor de taal
d. Non verbale communicatie
Het voedingscentrum in Nederland geeft richtlijnen voor gezonde voeding. Deze richtlijnen zijn samengevat in de schijf van vijf. In deze richtlijnen geven zij het advies om elke dag iets uit iedere schijf te eten. Uit welke 5 schijven bestaat de Schijf van Vijf?
a. Schijf 1, 2, 3, 4, 5
b. Dranken- brood, graanproducten en aardappelen- groente en fruit- smeer en bereidingsvetten, zuivel, noten, peulvruchten, vlees en ei
c. Graanproducten- dranken- alcohol-groente-vlees
d. Groente en fruit – vlees en dierlijke producten – vis en zeevruchten- boter en bereidingsvetten-brood, graanproducten en aardappelen
Welke stelling is juist:
1. Een allergie geeft een directe reactie die heftig en levensbedreigend kan zijn en een intolerantie is minder duidelijk, bijvoorbeeld buikpijn of hoofdpijn kan op een later moment ontstaan.
2. Als een kind iets eet waar hij allergisch voor is, dan kun je elke keer een andere reactie verwachten. Bijvoorbeeld opgezwollen tong, buikpijn of rode uitslag.
a. stelling 1 is juist en stelling 2 onjuist
b. stelling 1 is onjuist en stelling 2 juist
c. beide stellingen zijn juist
d. beide stellingen zijn onjuist
Wat is waar over het vier-ogen-beleid?
Het vier-ogen-beleid is verplicht voor alle werkvelden die werken met kinderen t/m 6 jaar en met maximaal 15 kinderen. (Denk aan een kinderdagverblijf, speelleergroep en buitenschoolsopvang (BSO))
a. Volgens het vierogen beleid mag je niet alleen op de groep staan
b. Het vier- ogen- principe betekent dat er altijd een volwassene mee moet kunnen kijken of luisteren bij een medewerker in de kinderopvang
c. Het vier- ogen- principe betekent dat er altijd een pedagogisch opgeleid persoon mee moet kunnen kijken of luisteren bij een medewerker in de kinderopvang.
Wat doet een zorgadviesteam (ZAT)?
a. Het ZAT geeft uitleg over persoonlijke verzorging.
b. Het ZAT geeft adviezen bij leerstoornissen aan het kind en de ouder.
c. Een ZAT zorgt ervoor dat problemen bij kinderen, jongeren en volwassenen op tijd aangepakt worden.
d. Een ZAT zorgt ervoor dat problemen bij kinderen en jongeren op tijd aangepakt worden.
Als een kind last heeft van epileptische aanvallen dan is er sprake van:
a. Neurologische beperking.
b. Motorische beperking.
c. Orgaanbeperking.
d. Zintuigelijke beperking.
Wanneer een kind op jonge leeftijd dieren mishandeld, agressief gedrag uit gericht op mensen, dus voor zijn omgeving extreem onacceptabel gedrag vertoond.
Zou dit kunnen wijzen op:
A. Oppostioneel defiant disorder
B. Conduct disorder
C. Selectief mutisme
D. Attention deficit disorder
Welke stap in het stappenplan huiselijk geweld en kindermishandeling is niet juist? Noteer de stap die niet juist is.
a. Stap 1: In kaart brengen van de signalen.
b. Stap 2: Collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van Veilig Thuis of een deskundige op het terrein van letselduiding.
c. Stap 3: Gesprek met de huisarts.
d. Stap 4: Wegen van het geweld of de kindermishandeling.
e. Stap 5: Beslissen: Hulp organiseren of melden.
Tyler van 11 jaar hij is doof en communiceert door middel van gebaren.
In welk cluster zit Tyler als het gaat om het speciaal onderwijs
User
Het gedrag van jongens verschilt, deels is dit aangeleerd en deels is dit aangeboren.
Maak af: Door de testosteron
a. Worden meisjes sneller rustiger na een ruzie
b. Worden jongens bewegelijker
c. Ontwikkelingen meisjes zich motorisch sneller op het gebied van de fijne motoriek
d. Hebben jongens meer oog voor voorwerpen