Use the 175 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartWat zijn behoeften?
De goederen of diensten die we nodig hebben of graag zouden willen.
input text value
Wat zijn goederen in het algemeen?
Meestal stoffelijke zaken die je kan bezitten, opbergen, verplaatsen, weggeven, ...
input text value
Wat zijn vrije goederen?
Goederen zoals zuurstof, regen, wind ... die beschikbaar zijn voor iedereen zonder (productie)kosten.
input text value
Wat zijn economische goederen?
Goederen waar iemand een inspanning voor heeft geleverd en wil vergoed worden.
input text value
Beschrijf het verschil tussen levensnoodzakelijke en luxe goederen. Geef een voorbeeld.
Levensnoodzakelijke goederen zijn essentieel voor het leven en welzijn van de mens, zoals kleding en medicijnen, terwijl luxe goederen meer comfort en prestige bieden waar je zonder mee kan leven, zoals sieraden en cosmetica.
input text value
Wat zijn consumptiegoederen?
Goederen die worden gekocht door de eindgebruiker om onmiddellijk te gebruiken of nuttigen.
input text value
Wat zijn industriële goederen?
Eindproducten die met behulp van machines gemaakt zijn.
input text value
Wat zijn productiegoederen?
Goederen die de basis vormen voor het ontwikkelen van andere goederen, zoals grondstoffen, katoen, ... maar ook machines en gereedschap kun je hierin categoriseren.
input text value
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 175 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizKan los worden gebruikt als een mini-samenvatting. Voor meer uitgebreide uitleg verwijs ik je graag naar de samenvatting op mijn profiel. Combineer ze samen voor een nog hogere slaagkans.
175 questions
5x sold
Nederlands
02-12-2024
Secundair onderwijs / Examencommissie / Sociale en technische wetenschappen / Toegepaste Economie
Wat zijn behoeften?
De goederen of diensten die we nodig hebben of graag zouden willen.Wat zijn goederen in het algemeen?
Meestal stoffelijke zaken die je kan bezitten, opbergen, verplaatsen, weggeven, ...Wat zijn vrije goederen?
Goederen zoals zuurstof, regen, wind ... die beschikbaar zijn voor iedereen zonder (productie)kosten.Wat zijn economische goederen?
Goederen waar iemand een inspanning voor heeft geleverd en wil vergoed worden.Beschrijf het verschil tussen levensnoodzakelijke en luxe goederen. Geef een voorbeeld.
Levensnoodzakelijke goederen zijn essentieel voor het leven en welzijn van de mens, zoals kleding en medicijnen, terwijl luxe goederen meer comfort en prestige bieden waar je zonder mee kan leven, zoals sieraden en cosmetica.Wat zijn consumptiegoederen?
Goederen die worden gekocht door de eindgebruiker om onmiddellijk te gebruiken of nuttigen.Wat zijn industriële goederen?
Eindproducten die met behulp van machines gemaakt zijn.Wat zijn productiegoederen?
Goederen die de basis vormen voor het ontwikkelen van andere goederen, zoals grondstoffen, katoen, ... maar ook machines en gereedschap kun je hierin categoriseren.Beschrijf het verschil tussen verbruiks- en gebruiksgoederen. Geef een voorbeeld.
Zijn verbruiksgoederen duurzaam?
Beschrijf het verschil tussen materiele en immateriële goederen. Geef een voorbeeld.
Wat zijn diensten?
Definieer 'consumeren'.
Beschrijf het verschil tussen een directe en indirecte ruil.
Definieer 'produceren'.
Geef de 4 productiefactoren.
Definieer 'economie'.
Beschrijf het verschil tussen welzijn en welvaart.
Wat is een vrijetijdsbesteding?
Benoem de 3 niveaus van mensenlijke behoeften op basis van hun noodzaak. Geef een voorbeeld
Beschrijf het verschil tussen een arbeider en bediende.
Wat verdient een arbeider?
Wat verdient een bediende?
Wat verdient een professional zoals een dokter, notaris, advocaat?
Wat verdient een zelfstandige?
Kan je uitleggen wat een nettoloon is?
Wat is de RSZ?
Wat is het % RSZ-bijdrage voor bedienden en arbeiders?
Wat is een bedrijfsvoorheffing?
Beschrijf het verschil van in dienstverband werken en als zelfstandige ondernemer.
Beschrijf het verschil tussen een nominaal en reëel loon.
Definieer 'kapitaal'.
Beschrijf het verschil tussen goederen- en geldkapitaal. Geef een voorbeeld.
Wat zijn belastingen?
Wat is beleggen?
Wat zijn de 4 factoren die het consumptiepatroon van gezinnen beïnvloeden?
Wat houdt ethisch beleggen in?
Wat zijn de 6 spaar- en beleggingsvormen?
Op welke 3 momenten kunnen belastingen worden geïnd?
Wat zijn indirecte belastingen?
Wat zijn de 3 verbruiksbelastingen?
Wat is personenbelasting?
Wat is progressieve belasting?
Wat is bedrijfsvoorheffing?
Beschrijf het verschil tussen roerende en onroerende goederen.
Wat zijn het inkomsten- en aanslagjaar?
Wat is een kwitantie?
Wat is een kwijting?
Wat is een ontvangstbewijs?
Wat is een storting?
Wat is een overschrijving?
Wat is een domiciliëring?
Wat is een permanente of doorlopende opdracht?
Wat is een debetkaart?
Wat is een kredietkaart?
Beschrijf eenvoudig het verschil tussen een debet- en kredietkaart.
Wat is internetbankieren of PC-banking?
Wat is zelfbankieren of self-banking?
Welke 3 betaalvormen kan een werknemer nog krijgen als loon?
Benoem 3 tendensen van betaalvormen.
Wat is een rekeninguittreksel?
Wat is een krediet of lening?
Wat is een kredietopening?
Wat is een kasfaciliteit of kaskrediet?
Wat is op termijn kopen?
Wat is op afbetaling kopen?
Wat is een persoonlijke lening?
Wat is een hypothecaire lening?
Wat is de waarborg bij een hypothecaire lening?
Wat doet de negatieve kredietcentrale van de NBB?
Wat doet de positieve kredietcentrale van de NBB?
Wat is het nut van het recht?
Wat zijn wetten?
Wat zijn decreten?
Wat zijn verordeningen?
Wat is een gewoonterecht?
Wat is een rechtsleer of doctrine?
Wat is een rechtspraak?
Wat is het Europees recht?
Wat zijn internationale verdragen?
Wat is het verschil tussen straf- en burgerlijke rechtbanken?
Welke 2 rechtbanken opereren op het 1e niveau?Geef ook een voorbeeld van een soort zaak die zij behandelen.
Welke 3 rechtbanken opereren op het 2e niveau?Geef ook een voorbeeld van een soort zaak die zij behandelen.
Wat zijn de 5 afdelingen van het eerste rechtbank op het 2e niveau? Geef ook een voorbeeld van een soort zaak die zij behandelen.
Welke 3 rechtbanken opereren op het 3e niveau? Geef ook een voorbeeld van een soort zaak die zij behandelen.
Welke rechtbank opereert op het 4e en hoogste niveau? Geef ook een voorbeeld van een soort zaak die het behandelt.
Wat is de rechter of zittende magistratuur?
Wat is een onderzoeksrechter?
Wat is het openbaar ministerie of het parket?
Wat is een natuurlijke persoon?
Wat is een rechtspersoon?
Wat zijn de 3 soorten rechtspersonen?
Wie is een verwantschap van 1e, 2e en 3e graad?
Wat is verwantschap in de rechte lijn?
Geef een voorbeeld van een verwantschap in recht opgaande en neergaande lijn.
Wat is verwantschap in de zijlijn?
Wat is aanverwantschap?
Wat zijn goederen in recht?
Wat is een vermogingsrecht?
Wat betekent 'vervreemdbaar'?
Wat is gebruiksrecht?
Wat is genotsrecht?
Wat is beschikkingsrecht?
Geef een voorbeeld van het verschil tussen het in 'bezit' en in 'eigendom' hebben van iets.
Wat is eigendomsrecht?
Wat is toe-eigening?
Wat is een vinding?
Diploma behaald in 4 maanden. Jij kan het ook. Gaan met die banaan.