Use the 27 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartWelke stelling is juist?
I. Het maximale ademminuutvolume neemt door training
toe.
II. Door training neemt de effectiviteit van de longventilatie toe.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling I is juist
B Beide stellingen zijn juist
C Beide stellingen zijn onjuist
D Alleen stelling II is juist
Welke stelling is juist?
I. Training leidt tot veranderingen in de grootte van het hart.
II. Training leidt tot een hogere slagfrequentie van het hart in rust.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn onjuist
B Alleen stelling II is juist
C Alleen stelling I is juist
D Beide stellingen zijn juist
Als gevolg van training neemt de voorraad ATP en CP in de spiervezels toe en treedt er eveneens een verhoogde activiteit van een aantal belangrijke enzymen op.
Hoe wordt deze beschreven aanpassing genoemd?
----------------------------------------------------------------------------------
A Verbetering van de anaerobe glycolyse
B Toename in de oxidatie van vetten
C Toename in de oxidatie van koolhydraten
D Verbetering van het fosfaatsysteem
Welke biochemische aanpassing vindt aeroob plaats?
-----------------------------------------------------------------------------------
A Verbetering van de anaerobe glycolyse
B Verbetering van het fosfaatsysteem
C Geen van de antwoorden is juist
D Toename in de oxidatie van koolhydraten
Waarop berust de neuromusculaire achtergrond?
-----------------------------------------------------------------------------------
A De twee verschillende soorten spiervezels
B De stofwisseling
C De energiesystemen
D Het cardiorespiratoire systeem
Welke stelling is juist?
I. Het melkzuursysteem wordt in hoge mate bepaald door erfelijke factoren.
II. De maximale slagfrequentie van het hart wordt in hoge mate bepaald door erfelijke
factoren.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn onjuist
B Alleen stelling II is juist
C Alleen stelling I is juist
D Beide stellingen zijn juist
Wat verstaan we onder biochemische aanpassingen?
----------------------------------------------------------------------------------
A Veranderingen die betrekking hebben op het hart en de bloedsomloop
B Veranderingen die betrekking hebben op de hormonen
C Veranderingen die betrekking hebben op het ademhalingsstelsel
D Veranderingen die plaatsvinden op weefselniveau
D Veranderingen die plaatsvinden op weefselniveau
input text value
Welke stelling is juist?
I. Training heeft invloed op de maximale slagfrequentie van het hart.
II. Bij maximale belasting is de stroomsterkte van het bloed per kg spierweefsel bij getrainde en ongetrainde mensen gelijk.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling II is juist
B Beide stellingen zijn juist
C Alleen stelling I is juist
D Beide stellingen zijn onjuist
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 27 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizDeze oefenvragen bevatten
1) Theorie/examenvragen (van hoofdstuk 6: Fysiologie) die je kunt krijgen op je Fitnesstrainer B theorie examen.
2) Alle correcte antwoorden
Ik zelf, heb alle vragen en antwoorden (van alle hoofdstukken) goed geleerd. Dit had als gevolg dat ik een 9,3 heb kunnen behalen voor het theorie examen. Veel succes!
27 questions
83x sold
Nederlands
11-29-2021
HBO / Hogeschool van Amsterdam / Sport, Management en Ondernemen
Samenvatting Fitnesstrainer B boek (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer B Uitwerking Zelftestvragen (van alle hoofdstukken) / 2026 Fitnesstrainer B Nakijkformulier Examentraining (meer dan 250 oefenvragen die kunt leren voor je theorie examen) / 2026 Fitnesstrainer B Examentraining (Meer dan 250 oefenvragen) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 5: Communicatie in het team (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 4: Communicatie met de klanten (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 3: Uitwerking draaiboek (mini) evenement + flyer en aanmeldingsformulier (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 3: Het organiseren van een (mini) evenement (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 1: Testen (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks Lesvoorbereidingsformulier week 9 t/m 12 (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks Lesvoorbereidingsformulier week 5 t/m 8 (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks Lesvoorbereidingsformulier week 13 t/m 16 (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks Lesvoorbereidingsformulier week 1 t/m 4 (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Deelopdracht 2: Het maken van een lessenreeks (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A Portfolio (NL Actief) / 2026 Fitnesstrainer A (NL Actief) Eindexamen Lesvoorbereidingsformulier / 2026 Fitnesstrainer A (EXTRA) Examen les in tekst op a4 uitgeschreven / 2026
Welke stelling is juist?
I. Het maximale ademminuutvolume neemt door training
toe.
II. Door training neemt de effectiviteit van de longventilatie toe.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling I is juist
B Beide stellingen zijn juist
C Beide stellingen zijn onjuist
D Alleen stelling II is juist
Welke stelling is juist?
I. Training leidt tot veranderingen in de grootte van het hart.
II. Training leidt tot een hogere slagfrequentie van het hart in rust.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn onjuist
B Alleen stelling II is juist
C Alleen stelling I is juist
D Beide stellingen zijn juist
Als gevolg van training neemt de voorraad ATP en CP in de spiervezels toe en treedt er eveneens een verhoogde activiteit van een aantal belangrijke enzymen op.
Hoe wordt deze beschreven aanpassing genoemd?
----------------------------------------------------------------------------------
A Verbetering van de anaerobe glycolyse
B Toename in de oxidatie van vetten
C Toename in de oxidatie van koolhydraten
D Verbetering van het fosfaatsysteem
Welke biochemische aanpassing vindt aeroob plaats?
-----------------------------------------------------------------------------------
A Verbetering van de anaerobe glycolyse
B Verbetering van het fosfaatsysteem
C Geen van de antwoorden is juist
D Toename in de oxidatie van koolhydraten
Waarop berust de neuromusculaire achtergrond?
-----------------------------------------------------------------------------------
A De twee verschillende soorten spiervezels
B De stofwisseling
C De energiesystemen
D Het cardiorespiratoire systeem
Welke stelling is juist?
I. Het melkzuursysteem wordt in hoge mate bepaald door erfelijke factoren.
II. De maximale slagfrequentie van het hart wordt in hoge mate bepaald door erfelijke
factoren.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn onjuist
B Alleen stelling II is juist
C Alleen stelling I is juist
D Beide stellingen zijn juist
Wat verstaan we onder biochemische aanpassingen?
----------------------------------------------------------------------------------
A Veranderingen die betrekking hebben op het hart en de bloedsomloop
B Veranderingen die betrekking hebben op de hormonen
C Veranderingen die betrekking hebben op het ademhalingsstelsel
D Veranderingen die plaatsvinden op weefselniveau
Welke stelling is juist?
I. Training heeft invloed op de maximale slagfrequentie van het hart.
II. Bij maximale belasting is de stroomsterkte van het bloed per kg spierweefsel bij getrainde en ongetrainde mensen gelijk.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling II is juist
B Beide stellingen zijn juist
C Alleen stelling I is juist
D Beide stellingen zijn onjuist
Waar tussen wordt onderscheid gemaakt binnen de metabole basis?
----------------------------------------------------------------------------------
A Het cardiovasculaire systeem en het cardiorespiratoire systeem
B Kracht en uithoudingsvermogen
C De energiesystemen en het cardiorespiratoire systeem
D Het skeletspierweefsel en het zenuwstelsel
Welke stelling is juist?
I. Door training kunnen we snelle spiervezels (fast twitch)
omzetten in langzame spiervezels (slow twitch).
II. Bij regelmatige sprinttraining zien
we vooral hypertrofie bij de snelle (fast twitch) spiervezels.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn juist
B Beide stellingen zijn onjuist
C Alleen stelling II is juist
D Alleen stelling I is juist
Welke stelling is juist?
I. Door het verouderingsproces nemen spiervezels zowel in omvang als in aantal af.
II. De coördinatie vermindert tijdens het verouderingsproces door een afname van het
aantal neuronen.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn juist
B Alleen stelling I is juist
C Alleen stelling II is juist
D Beide stellingen zijn onjuist
Binnen welke periode bereikt het grootste deel van de nuttige trainingseffecten weer het oude niveau wanneer er tijdelijk wordt gestopt?
----------------------------------------------------------------------------------
A Binnen vier tot acht weken
B Binnen acht tot zestien weken
C Binnen drie tot zes maanden
D Binnen twee tot vier weken
Training kan tot een aantal aanpassingen van het cardiovasculaire systeem leiden.
Welke van de onderstaande aanpassingen behoren tot deze aanpassingen van het cardiovasculaire systeem?
----------------------------------------------------------------------------------
A Toename van het bloedvolume en het hemoglobine gehalte, hypertrofie van het hart
B Toename van de slagfrequentie van het hart in rust, toename van de capillaire dichtheid in
het spierweefsel
C Toename van de VO2-max, toename van slagvolume van het hart
D Atrofie van de skeletspieren, toename van het hartminuutvolume
Welke stelling is juist?
I. Na een week volledige bedrust daalt de VO2max met ongeveer 6%.
II. Na een week volledige bedrust daalt het bloedvolume niet.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn juist
B Alleen stelling I is juist
C Beide stellingen zijn onjuist
D Alleen stelling II is juist
Ook bij submaximale belasting treedt er een aantal belangrijke veranderingen op. Welke onderstaande verandering treedt bij dit type belasting op?
----------------------------------------------------------------------------------
A Afname in het glycogeenverbruik door de spier
B Afname van de oxidatie van koolhydraten
C Toename van de slagfrequentie van het hart
D Toename van het hartminuutvolume
Welke stelling is juist?
I. Bij submaximale belasting is de stroomsterkte van het bloed per kg spierweefsel bij
getrainde mensen lager dan bij ongetrainde mensen.
II. Getrainde mensen hebben een grotere O2-opname uit het bloed dan ongetrainde mensen.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn onjuist
B Alleen stelling II is juist
C Beide stellingen zijn juist
D Alleen stelling I is juist
Welke stelling is juist?
I. Trainingservaring levert een voordeel op bij het snel behalen van trainingseffecten na een tijdelijke stop.
II. Een verhoogde VO2max en verlaagde melkzuurproductie kunnen gehandhaafd
worden met één of twee trainingen per week.
----------------------------------------------------------------------------------
A Alleen stelling II is juist
B Alleen stelling I is juist
C Beide stellingen zijn juist
D Beide stellingen zijn onjuist
Welke stelling is juist?
I. Als gevolg van training is er een toename van enzymactiviteit in het botweefsel
II. Als gevolg van training treedt er een verdikking van het gewichtskraakbeen op.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn onjuist
B Alleen stelling II is juist
C Beide stellingen zijn juist
D Alleen stelling I is juist
Welke bio-chemische aanpassing vindt plaats als gevolg van duurtraining?
----------------------------------------------------------------------------------
A Toename in het myoglobine gehalte
B Verbetering van het fosfaat (ATP-CP) systeem
C Toegenomen slagvolume van het hart
D Verbetering van de anaerobe glycolyse
Welke stelling is juist?
I. Als gevolg van training neemt zowel het cholesterol- als het triglyceridengehalte van
het bloed toe.
II. Na training met submaximale belasting is de bloeddruk lager dan voor de training.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn onjuist
B Alleen stelling II is juist
C Beide stellingen zijn juist
D Alleen stelling I is juist
Welke bio-chemische aanpassing treedt niet op als gevolg van krachttraining?
----------------------------------------------------------------------------------
A Toename concentratie ADP
B Afname van de mitochondriale dichtheid
C Toename concentratie creatine
D Toename concentratie glycogeen
Wat is geen voordeel van het trainen met een hartslagmeter?
----------------------------------------------------------------------------------
A Het optimaliseren van de trainingsintensiteit
B Het kunnen meten van progressie van een sporter
C Het verkrijgen van inzicht in de neuromusculaire achtergrond van een sporter
D Het verkrijgen van een inzicht in de algehele conditie
Welke twee brede fysiologische achtergronden maken de specifiteit van trainingseffecten?
--------------------------------------------------------------------------
A De cardiovasculaire en neuromusculaire achtergrond
B De metabole en cardiovasculaire achtergrond
C Geen van de antwoorden is juist
D De metabole en neuromusculaire achtergrond
Als gevolg van duurtraining vindt een aantal belangrijke aerobe aanpassingen plaats in de skeletspier.
Welke aanpassingen zijn dat onder andere?
----------------------------------------------------------------------------------
A Toename in het myoglobinegehalte, toename in de oxidatie van vetten
B Toename in de oxydatie van koolhydraten, toename in de oxidatie van eiwitten
C Toename in het myoglobinegehalte, verbetering van het fosfaatsysteem
D Toename in de oxydatie van koolhydraten, verbetering van de anaerobe glycolyse
Welke stelling is juist?
I. De verhouding tussen type spiervezels wordt in hoge mate bepaald door aanleg.
II. De VO2-max wordt in hoge mate bepaald door aanleg.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn onjuist
B Alleen stelling I is juist
C Beide stellingen zijn juist
D Alleen stelling II is juist
Welke biochemische aanpassing vindt anaeroob plaats?
-----------------------------------------------------------------------------------
A Toename in de oxydatie van vetten
B Verbetering van de anaerobe glycolyse
C Toename in het myoglobinegehalte
D Toename in de oxydatie van koolhydraten
Welke stelling is juist?
I. Als gevolg van submaximale inspanning is er een sterke afname in het O2-verbruik.
II. Als gevolg van submaximale belasting is er een afname in melkzuurproductie.
----------------------------------------------------------------------------------
A Beide stellingen zijn juist
B Beide stellingen zijn onjuist
C Alleen II is juist
D Alleen I is juist
Mijn account bevat: - Een uitwerking van alle deelopdrachten van Fitnesstrainer A en B - Alle bijbehorende lesvoorbereidingsformulieren (Fitnesstrainer A en B) - Alle kerntaken van Sport en Bewegen Extra documenten Fitnesstrainer B: - Uitgebreide samenvatting theorieboek - Uitwerking van alle zelftestvragen van elk hoofdstuk. - Meer dan 250 oefenvragen die je kunt leren voor het theorie examen. Alle documenten zijn recent geüpdatet naar de criteria die NL Actief hanteert in 2026. Daarnaast zijn alle documenten goedgekeurd door een docent van NL Actief. Het voldoet dus aan alle eisen. Mijn documenten gaan jou dus ook gegarandeerd helpen om beide portfolio's in orde te maken zodat jij uiteindelijk kan slagen!