Use the 17 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartWat gebeurt er in 1789-1790?
In deze periode zijn de Oostenrijkse Nederlanden bezet door de Franse revolutionairen.
input text value
Wat gebeurt er in 1800-1812?
In deze periode gaat Napoleon de Oostenrijkse Nederlanden absorberen en zijn broer aan de macht zetten (= dit noemen we ook wel nepotisme)
input text value
Wat gebeurt er in het congres van wenen in deze periode?
In deze periode gaat het verenigd koninkrijk der Nederlanden officieel ontstaan, ze worden een bufferstaat met Willem I als koning.
input text value
Er ontstaan meteen problemen na de oprichting van het verenigd koninkrijk der Nederlanden. Met welke 4 problemen krijgen ze te maken? (nog niet verder uitleggen gewoon kort het probleem noemen)
1. Willem I
2. het totaalbeleid
3. economie
4. revolutionaire invloeden
input text value
Leg het probleem Willem 1 uit.
Willen I is een verlichte despoot. (hij is dus een alleenheerser en wilt zelf de controle hebben over de grondwet) Hij regeert samen met et volk, maar Willem I heeft wel altijd het laatste woord. Hij wilt de vrije media (zoals kranten) beperken, hij creëert censuur (cencuur = krant zeven, alleen goede artikelen tonen en de slechte weglaten) Het resultaat hiervan is dat er verzet komt in de zuidelijke Nederlanden (en de liberalen worden kwaad)
input text value
Leg het probleem het totaalbeleid uit.
Het zuiden is verfranst en het noorden is nederlandstalig. Ze willen het totaalbeleid invoeren (totaalbeleid= verplicht invoeren van het Nederlands) Ze willen dat Nederlands de administratieve taak word. = de katholieke scholen die frans praten zijn woest.
input text value
Leg het probleem economie uit.
Willem I wilt de economische kracht van het verenigd koninkrijk der Nederlanden uitbouwen (bv: Gent-Terneuzen-Kanaal)
RESULTAAT= noorden industrialiseert en het zuiden blijft sterk agrarisch. (hierdoor ontstaat er een sterk economische kloof tussen het noorden en het zuiden)
input text value
Leg het probleem revolutionaire invloeden uit.
In 1820-1830 is het een revolutionaire periode in west-Europa. Er is ook de Franse Juli-revolutie en dit heeft sterke invloeden op het zuiden. = hierdoor neemt de druk in het zuiden toe.
input text value
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 17 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizDit is de theorie van mijn samenvatting opgesteld in vragen zodat je kan testen of je het kent.
17 questions
Nederlands
05-28-2024
Wat gebeurt er in 1789-1790?
In deze periode zijn de Oostenrijkse Nederlanden bezet door de Franse revolutionairen.Wat gebeurt er in 1800-1812?
In deze periode gaat Napoleon de Oostenrijkse Nederlanden absorberen en zijn broer aan de macht zetten (= dit noemen we ook wel nepotisme)Wat gebeurt er in het congres van wenen in deze periode?
In deze periode gaat het verenigd koninkrijk der Nederlanden officieel ontstaan, ze worden een bufferstaat met Willem I als koning.Er ontstaan meteen problemen na de oprichting van het verenigd koninkrijk der Nederlanden. Met welke 4 problemen krijgen ze te maken? (nog niet verder uitleggen gewoon kort het probleem noemen)
1. Willem ILeg het probleem Willem 1 uit.
Willen I is een verlichte despoot. (hij is dus een alleenheerser en wilt zelf de controle hebben over de grondwet) Hij regeert samen met et volk, maar Willem I heeft wel altijd het laatste woord. Hij wilt de vrije media (zoals kranten) beperken, hij creëert censuur (cencuur = krant zeven, alleen goede artikelen tonen en de slechte weglaten) Het resultaat hiervan is dat er verzet komt in de zuidelijke Nederlanden (en de liberalen worden kwaad)Leg het probleem het totaalbeleid uit.
Het zuiden is verfranst en het noorden is nederlandstalig. Ze willen het totaalbeleid invoeren (totaalbeleid= verplicht invoeren van het Nederlands) Ze willen dat Nederlands de administratieve taak word. = de katholieke scholen die frans praten zijn woest.Leg het probleem economie uit.
Willem I wilt de economische kracht van het verenigd koninkrijk der Nederlanden uitbouwen (bv: Gent-Terneuzen-Kanaal)Leg het probleem revolutionaire invloeden uit.
In 1820-1830 is het een revolutionaire periode in west-Europa. Er is ook de Franse Juli-revolutie en dit heeft sterke invloeden op het zuiden. = hierdoor neemt de druk in het zuiden toe.Wat is de basis van de revolutie?
Tegen wie waren de katholieken en de liberalen?
Hoe heette het theaterstuk dat stond voor vrijheid?
Welke rol hebben Engeland en Frankrijk?
Welke conferentie beslist er over de toekomst van België?
Wat zijn de spelregels in deze conferentie?
Vertel wat meer over Leopold I.
Wat staat er in de Belgische grondwet?
Wat gebeurt er na 1831?