Use the 79 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartWat is functie van de pulmonalisklep?
A Voorkomen dat bloed uit het rechter ventrikel terugvloeit naar de rechter kamer.
B Voorkomen dat bloed uit de kleine bloedsomloop terugvloeit naar het rechter ventrikel.
C Voorkomen dat bloed uit de rechter kamer terugvloeit naar de periferie
Tijdens de gaswisseling diffundeert zuurstof van de alveoli naar het bloed van de long.
Welke lagen passeren de zuurstofmoleculen uit de lucht van een alveoli naar het bloed in een longcapillair?
A Langs de wand van een alveoli, de pleura parietalis, en de wand van een longcapillair.
B Langs de wand van een alveoli, de pleura parietalis, een vloeistoflaagje en de wand van een longcapillair.
C Langs de wand van een alveoli en de wand van een longcapillair
Op welke niveau van de wervelkolom ligt de angulus inferior scapulae?
A Th7.
B Th3.
C C7
Tussen welke twee parameters toont de zuurstof dissociatie curve een relatie?
A De partiële zuurstofdruk en de zuurstofsaturatie.
B De zuurstofsaturatie en de zuurgraad (pH).
C De zuurstofsaturatie en de hemoglobine concentratie
Je ziet een patiënt met een acuut partiële uitval van de n. phrenicus.
Op welke parameter verwacht je in ieder geval een afwijking in de bloedgasanalyse bij inspanning?
A Zuurstof (PaO2).
B Stikstof (PaN).
C Kooldioxide (PaCO2)
Wat betekent een zuurstofsaturatie van 75%?
A De partiële zuurstofdruk van het bloed is 75%.
B 75% van de bindingsplaatsen voor zuurstof in het hemoglobine is bezet met zuurstof.
C Het hemoglobine gehalte is 75% van de normaal, er is sprake van bloedarmoede (anemie)
Welke van de onderstaande factoren zijn bij COPD bepalend voor de ventilatoire component van het
inspanningsvermogen?
A Het pompvolume van het hart.
B Mate van perfusie/ventilatie ratio.
C Respiratoire ademspierkracht.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 79 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizik moet helaas een omschrijving van 10 woorden invullen dus dan maar zo
79 questions
Nederlands
06-02-2024
Wat is functie van de pulmonalisklep?
A Voorkomen dat bloed uit het rechter ventrikel terugvloeit naar de rechter kamer.
B Voorkomen dat bloed uit de kleine bloedsomloop terugvloeit naar het rechter ventrikel.
C Voorkomen dat bloed uit de rechter kamer terugvloeit naar de periferie
Tijdens de gaswisseling diffundeert zuurstof van de alveoli naar het bloed van de long.
Welke lagen passeren de zuurstofmoleculen uit de lucht van een alveoli naar het bloed in een longcapillair?
A Langs de wand van een alveoli, de pleura parietalis, en de wand van een longcapillair.
B Langs de wand van een alveoli, de pleura parietalis, een vloeistoflaagje en de wand van een longcapillair.
C Langs de wand van een alveoli en de wand van een longcapillair
Op welke niveau van de wervelkolom ligt de angulus inferior scapulae?
A Th7.
B Th3.
C C7
Tussen welke twee parameters toont de zuurstof dissociatie curve een relatie?
A De partiële zuurstofdruk en de zuurstofsaturatie.
B De zuurstofsaturatie en de zuurgraad (pH).
C De zuurstofsaturatie en de hemoglobine concentratie
Je ziet een patiënt met een acuut partiële uitval van de n. phrenicus.
Op welke parameter verwacht je in ieder geval een afwijking in de bloedgasanalyse bij inspanning?
A Zuurstof (PaO2).
B Stikstof (PaN).
C Kooldioxide (PaCO2)
Uit hoeveel lobben bestaat de rechter long?
A 4.
B 2.
C 3
Wat betekent een zuurstofsaturatie van 75%?
A De partiële zuurstofdruk van het bloed is 75%.
B 75% van de bindingsplaatsen voor zuurstof in het hemoglobine is bezet met zuurstof.
C Het hemoglobine gehalte is 75% van de normaal, er is sprake van bloedarmoede (anemie)
Welke van de onderstaande factoren zijn bij COPD bepalend voor de ventilatoire component van het
inspanningsvermogen?
A Het pompvolume van het hart.
B Mate van perfusie/ventilatie ratio.
C Respiratoire ademspierkracht.
Waar staat de hematocriet waarde voor?
A De variatie in de grootte van de rode bloedcellen.
B Het volume dat de rode bloedcellen innemen in het bloed.
C De hoeveelheid hemoglobine in het bloed.
Uit welke longvolumina is de totale longcapaciteit opgebouwd?
A Funcioneel residuale capaciteit (FRC) en residuaal volume (RV).
B Inspiratoire capaciteit (IC) en funcioneel residuale capaciteit (FRC).
C Vitale capaciteit (VC) en inspiratoir residuaal volume (IRV)
Wat is een symptoom passend bij een verder gevorderd stadium van Cystic Fibrosis?
A Hypermobiliteit in gewrichten.
B Fibromyalgie.
C Osteoporose
Welk alternatief legt het Frank-Starling effect uit?
A Een hogere hartfrequentie leidt tot een groter hart minuut volume.
B Een lagere perifere weerstand leidt tot een groter slagvolume.
C Een groter einddiastolisch volume leidt tot een groter slagvolume
Wanneer patiënten met ernstig COPD (GOLD IV) hun levensstijl veranderen van inactief naar actief, welk effect mag je
verwachten?
A De hyperinflatiestand verbeterd.
B De FEV1 verbeterd.
C De overlevingstijd wordt langer
Bij ademhaling tijdens inspanning neemt de ventilatie toe.
Hoe begint deze toename bij een lagere inspanningsintensiteit?
A Eerst neemt het teugvolume toe, gevolgd door toename in ademfrequentie.
B Eerst neemt de ademfrequentie toe, gevolgd door toename in teugvolume.
C Teugvolume en ademfrequentie nemen gelijktijdig toe
Wat is het Frank-Starling mechanisme?
A De preload op de contractiekracht van de eerstvolgende hartslag.
B De vagustonus op de hartfrequentie.
C De afterload op de contractiekracht van de eerstvolgende hartslag
Je meet bij je patiënt de afstand van de incisura jugularis tot het cricoid.
Vanaf hoeveel vingers of minder is er sprake van een hyperinflatie stand?
A 5.
B 3.
C 4
Welke prikkel heeft bij de mens tot gevolg dat hij sneller en oppervlakkiger gaat ademen?
A Laag O2 gehalte in het weefsel.
B Hoog CO2 gehalte in het bloed.
C Laag CO2 gehalte in de longen
Welk nummer geeft de truncus pulmonales weer?
A 1.
B 5.
C 2
Wat is de inspiratoire vitale capaciteit (IVC)?
De hoeveelheid lucht die....
A in de longen achterblijft na een normale rustige expiratie.
B een patiënt maximaal kan inademen na een maximale expiratie.
C in de longen achterblijft na maximale expiratie
Welk orgaan reguleert de concentratie bicarbonaat?
A Nier.
B Lever.
C Longen
Tijdens de anamnese bij een patiënt met COPD vraag je naar klinische tekens van gestoorde mucusklaring.
Welke klinische tekens zijn van belang?
A De uitslag van de bloedgasanalyse.
B De mate van slapeloosheid.
C De hoeveelheid en viscositeit van het sputum
Een COPD-patiënt (GOLD I) meldt zich voor een beweegprogramma. De patiënt heeft tijdens de maximale
inspanningstest zijn voorspelde maximale hartfrequentie bereikt, is niet gedesatureerd en heeft een pimax van 87%
van voorspeld.
Welke behandelvorm is volgens de KNGF-richtlijn aangewezen voor het verbeteren van het inspanningsvermogen?
A Intervaltraining met O2.
B Duurtraining.
C Inspiratoire ademspiertraining
Waarvoor wordt bij patiënten met COPD de Medical Research Council dyspnea scale gebruikt?
A Voor het meten van de subjectieve ervaring van dyspneu tijdens een fysieke training bij de fysiotherapeut.
B Voor het meten van de impact van dyspneu op het uitvoeren van functionele inspanningen en beperkingen.
C Voor het meten van de ervaren dyspneu tijdens het uitvoeren van ADL activiteiten in de afgelopen week
Bij de revalidatie van een patiënt met COPD ziet u tijdens het fietsen op de fiets ergometer een zuurstof saturatie van
88%
Wat doet u?
A U laat de patiënt stoppen.
B U laat de patiënt doorfietsen.
C U brengt de belasting omlaag
Voor welke patienten zijn "kikkeren" en "luchtstapelen" (airstacken) effectieve behandelmethodes?
A Patiënten met een dynamische hyperinflatie.
B Patiënten met een gereduceerde hoestkracht.
C Patiënten die last hebben van hyperventilatie
Een patiënt komt bij jou in de particuliere praktijk voor de intake van het "beweegprogramma hartziekten".
Bij de intake komen de volgende punten aan bod:
De patiënt heeft instabiele Angina Pectoris-klachten, kenmerkend door lichte pijn op de borst zowel in rust als bij
inspanning;
Hij voldoet niet aan de NNGB, loopt slechts 3000 stappen per dag;
Naast hartklachten heeft hij ook COPD Gold 2 waardoor hij last heeft van benauwdheid bij inspanning;
Hij heeft twee jaar geleden een CVA doorgemaakt;
Op basis van de maximale inspanningstest is het inspanningsvermogen van de patiënt 60% van voorspeld.
Op basis van welke van de bovenstaande punten excludeer je de patiënt voor deelname aan het
"beweegprogramma hartziekten"?
A Naast hartklachten heeft de patiënt ook COPD Gold 2 waardoor hij last heeft van benauwdheid bij inspanning.
B De patiënt heeft instabiele Angina Pectoris-klachten, kenmerkend door lichte pijn op de borst zowel in rust als
bij inspanning.
C Op basis van de maximale inspanningstest is het inspanningsvermogen van de patiënt 60% van voorspeld
Je patiënt kan 15 minuten stoffen of vergelijkbare activiteiten uitvoeren.
Op welk metabole equivalenten niveau functioneert de patiënt in het dagelijkse activiteiten?
A MET 2.
B MET 10.
C MET 6
Tijdens het vliegen in een straaljager en met name in de bochten, voert de piloot een Valsalva maneuvre uit.
Waarom doet hij dit?
A Door verhoging in de thorax ondersteunt hij het hart waardoor een plotse bloeddrukdaling wordt voorkomen.
B Door verhoging in de thorax wordt de zuurstof beter opgenomen in het bloed en voorkomt hij flauwvallen.
C Door verhoging in de thorax probeert hij bloeddrukdaling in de hersenen te voorkomen
Wat is een relatieve contra-indicatie voor inspanning bij hartaandoeningen?
A Een gewichtstoename van 2 kg in 2 dagen gecombineerd met kortademigheid.
B Systolische bloeddrukdaling van meer dan 20 mmHG tijdens een inspanningstest.
C Angina pectoris die langzaam opkomt bij inspanning en weer verdwijnt in rust
Je patiënt, die na een groot myocard infarct met een slechte pompfunctie voor het eerst gaat inspannen, heeft als
hulpvraag om weer een fietstocht van een uur te kunnen maken.
Je kiest ervoor om gebruik te maken van een ligfiets-ergometer, hoe is dit als passende keus te verklaren?
A In liggende positie wordt voorkomen dat de longen vol lopen met vocht door de verlaagde vaatweerstand bij de
longen.
B Bij een zittende positie is de cardiale belasting te groot voor deze patiënt door dat er vanuit de venen omhoog
moet worden gepompt.
C Wanneer het lichaam in een liggende positie is, hoopt het bloed zich niet op in de onderste extremiteiten. Het
bloed gaat gemakkelijker terug naar het hart
Hoeveel borstcompressies moet je achter elkaar geven bij een reanimatie van een volwassene?
A 15.
B 2.
C 30
Voor patiënten met hartfalen wordt geadviseerd om krachttraining een onderdeel te laten zijn van de
beweeginterventie.
Hoe verhouden bij deze krachtoefeningen de arbeidstijd en rusttijd zich tot elkaar?
A Rust duurt langer dan arbeid.
B Beide duren even lang.
C Arbeid duurt langer dan rust
Vraag 34 − Meerkeuze − ID: 56067
Je patiënt met chronisch hartfalen (NYHA III) zit in de wachtkamer van de Poli. De patiënt is ruim op tijd gekomen, zit
al een kwartiertje rustig te wachten tot de groep Hartrevalidatie start. Je meet voorafgaand aan de training een
bloeddrukwaarde van 170/98 mmHG bij een rust-hartfrequentie van 105 bpm.
Wat is de te volgen strategie?
A Je begint met HIIT om vasodilatatie te bevorderen en volgt daarna het reguliere trainingsprogramma.
B Je vraagt of de patiënt in gewicht is aangekomen in de afgelopen dagen, indien dit zo is laat je de patiënt contact
opnemen met de hartfalenverpleegkundige.
C Je neemt direct contact op met de behandelend cardioloog voor overleg omtrent de medicatie
Je patiënt volgt een training voor hartrevalidatie. Tijdens de training geeft ze milde klachten van kortademigheid en
een lichte pijn op de borst aan. Ze heeft deze klachten wel vaker.
Wat is je eerste dat je doet binnen de setting van hartrevalidatie?
A Je stopt met de training en begeleid de patiënt rustig naar lig op de grond.
B Je adviseert de inspanningsintensiteit te verlagen en wacht af of de klachten verminderen.
C Je vraagt de patiënt direct nitrospray of de medicatie voor onder de tong te gebruiken
Een onderdeel van de hartrevalidatie is preventie.
Welke van onderstaande activiteiten valt onder primaire preventie?
A Het geven van voorlichting over belasting en belastbaarheid.
B Het modificeren van beïnvloedbare risicofactoren.
C Het optimaliseren van het inspanningsvermogen
In je hartrevalidatie groep heeft je patiënt de volgende hulpvraag: "ik wil zonder te stoppen de trappen op kunnen
lopen naar de zolder, nu lukt dat niet, omdat ik halverwege buiten adem ben".
Welke trainingsprincipes pas je toe om dit te verbeteren?
A Anaerobe training, duur 20 - 60 minuten, 100% van de VO2max of hartfrequentiereserve.
B Aerobe training, duur: 20-60 minuten, 50-80% van de VO2max of hartfrequentiereserve.
C Krachttraining, 80-90% van 1 RM, 1-3 series 10-15 herhalingen, bij voorkeur dagelijks
Bij de communicatie met een client van allochtonen afkomst, hoe kan een taalbarriere beschouwd worden?
A Een extreme vorm van beperkte gezondheidsvaardigheden
B Een gezondheidsvaardigheid die een tolk behoeft.
C Een taalbarriere die door rustig praten is op te lossen
Tijdens het onderzoek beschrijft je patiënt dat hij niet in staat is om zijn bed op te maken en stof te zuigen. Dit
herken je als item in één van je standaard meetinstrumenten vanuit de KNGF-richtlijn Hartrevalidatie.
Welk meetinstrument herken je?
A MET-methode.
B Patiëntspecifieke klachten.
C Zes-minuten wandeltest
Je patiënt komt voor het trainingsgedeelte van de multi-disciplinaire hartrevalidatie en heeft de PSK als volgt
ingevuld:
1. Zonder pauze een half uur met de hond kunnen wandelen 8/10.
2. Lichte huishoudelijke taken weer zelfstandig kunnen uitvoeren 6/10.
3. Weer een dag per week vrijwilligerswerk kunnen doen 7/10.
Welke keuze maak je op basis van deze PSK voor de inspanningstest die je gaat afnemen bij aanvang van het
revalidatietraject?
A Steep ramp test.
B Zes minuten wandeltest.
C Shuttle run test
Je patiënt meldt zich voor het poliklinisch hartrevalidatieprogramma, vanwege coronairlijden. Tijdens de anamnese
spreekt je patiënt de wens uit om weer fietstochten te kunnen maken van ongeveer een halve dag.
Welk meetinstrument gebruik je om dit te kwantificeren en evalueren?
A Patiëntspecifieke klachten.
B SF-36.
C Shuttle Walk Test
Waarin verschilt de 6 minuten wandeltest van de Shuttle Walk Test?
A De 6 minuten wandeltest heeft een plafond effect voor gezonde proefpersonen de Shuttle Walk Test niet.
B Bij de 6 minuten wandeltest heeft de testafnemer een grotere invloed op de prestatie van de patiënt.
C De 6 minuten wandeltest is een prestatietest en uit de Shuttle Walk Test kan je de zuurstofcapaciteit herleiden
Een patiënt met hartfalen (ejectiefractie van 20%) geeft aan dat hij na trainen zeer moe is en meer vocht vasthoudt in
de benen.
Wat besluit de fysiotherapeut t.a.v. de volgende training met de patiënt?
A Veel grote spiergroepen tegelijk trainen.
B Lokale krachttraining (30-40% 1 RM).
C Continue aerobe belasting
Er is sprake van ventilatoire beperking van het inspanningsvermogen zonder hypercapnie bij een patiënt met COPD.
Welke trainingsvorm is geïndiceerd om het inspanningsvermogen te verbeteren?
A Duurtraining.
B Krachttraining.
C Intervaltraining
Een patiënt (65 jaar met in de voorgeschiedenis: frozen shoulder) meldt zich 3 weken na een CABG bij jou als eerste
lijn fysiotherapeut in verband met toenemende stijfheid en pijn in de rechterschouder. Ook de thorax is sinds de
operatie zeer stijf en pijnlijk. Haren kammen en een jas aantrekken is al moeilijk vanwege stijfheid in de rechter
schouder. Verder gaat alles goed en de patiënt voelt zich na de operatie herboren en slikt trouw alle medicatie. Er
zijn geen cardiale rode vlaggen.
Wat wordt je behandeling?
A Je geeft symmetrische functionele bewegingsoefeningen van de schouders binnen de pijngrens.
B Je bekijkt de medicatielijst en adviseert de patiënt zwaardere pijnstillers te nemen.
C Je adviseert de patiënt rust te houden tot dat de hartrevalidatie begint na 6 weken
In de testgegevens van een X-ECG staat dat de systolische bloeddruk op piekinspanning daalt. Verder lees je dat er
ST elevaties zijn gezien in meerdere segmenten.
Waar is de test primair voor verdacht?
A Coronaire insufficiëntie.
B Pulmonale hypertensie.
C Mitralisklep stenose
Een patiënt met COPD meldt zich voor een longrevalidatieprogramma. Naast COPD heeft hij ook claudicatio
intermittens, diabetes mellitus type 2 en is hij een jaar geleden gedotterd.
Wat is de juiste aanpak van de fysiotherapeut bij de intake van deze patiënt?
A De fysiotherapeut voert inspanningstesten uit en maakt een trainingsprogramma aangepast aan de
mogelijkheden van de patiënt.
B De fysiotherapeut verwijst de patiënt terug, uitgebreide nevenpathologie is een contra indicatie voor deelname
aan longrevalidatie.
C De fysiotherapeut stelt samen met de patiënt, aan de hand van de PSK, doelen op en gaat direct starten met
trainen
Patiënt, 67 jaar, lengte 1,78m / gewicht 66kg.
Diagnose: COPD GOLD IV.
Verwijzing: poliklinische longrevalidatie.
Wat is op basis van bovenstaande gegevens de oorzaak van zijn beperkte inspanningsvermogen?
A Een ventilatoire beperking.
B Een diffusiestoornis.
C Een cardiocirculatoire beperking
Je wilt op individueel niveau het activiteitenniveau meten.
Welk meetinstrument is hiervoor het meest valide?
A Een beweegdagboek.
B Een accelerometer.
C Een vragenlijst
Aerobe training wordt aanbevolen voor patiënten met coronairlijden. Waarbij volgens de richtlijn hartrevalidatie van
het KNGF hoog-intensieve intervaltraining effectiever lijkt te zijn dan matig-intensieve duurtraining.
Bij welke trainingsintensiteit spreken wij van hoog-intensieve intervaltraining?
A 80-90% van de VO2peak.
B 60-70% van de VO2peak.
C 70-80% van de VO2peak
In de KNGF-richtlijn Chronische obstructieve longziekten worden de 5 stappen naar gedragsverandering beschreven.
Wat wordt er bedoeld met Assisting?
A Evalueren van de fysieke activiteit en de mogelijkheid en bereidheid om te veranderen.
B Regelen van follow-up en het geven van feedback en ondersteuning.
C Patiënt bijstaan om strategieën te zoeken om persoonlijke barrières te omzeilen
Welke van onderstaande antwoordopties is een aandachtspunt bij de anamnese bij patiënten met coronair lijden
volgens de KNGF richtlijn Hartrevalidatie?
A Inventarisatie van het maximale inspanningsniveau van de patiënt.
B Inventarisatie van hulpvraag van de mantelzorger van de patiënt.
C Inventarisatie van de huidige gezondheidstoestand van de patiënt
Bij je patiënt is er sprake van een abnormale dilatatie van de luchthoudende holten distaal van de respiratoire
bronchiolen geassocieerd aan een destructie van interalveolaire septa en bloedvaten.
Van welke aandoening is er sprake bij je patiënt?
A Astma.
B Chronische bronchitis.
C Emfyseem
Meting van de piekstroom wordt soms bij bepaalde patienten ingezet.
Welke diagnosegroep zou hiervoor in aanmerking komen?
A Amyotrofische Lateraal Sclerose.
B Hyperventilatie.
C Inspanningsastma
Wanneer pas je de intensiteit aan bij een training van een patiënt met hartklachten?
A Bij een ervaren belasting van Borg 15 of 16 bij een High Intensity Interval Training.
B Bij een verhoogde ademhalingsfrequentie die niet in relatie staat tot de geleverde inspanning.
C Bij een stijging van de systolische bloeddruk en een daling van de diastolische bloeddruk
Voor welke longpatienten is het bepalen van de Pimax geïndiceerd?
Patiënten die last hebben van:
A Desaturatie tijdens inspanning en een gaswisselingsstoornis.
B Dyspnoe bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten.
C Een hyperinflatiestand van de thorax en spierzwakte
Een patiënt met ALS geeft in de anamnese aan dat hij klachten heeft van dyspnoe, onrustige, weinig ontspannende
slaap en ochtendhoofdpijn.
Welke van de onderstaande alternatieven past het best bij bovengenoemde klachten?
A Orthopneu.
B Hyperventilatie.
C Nachtelijke hypoventilatie
In de KNGF-richtlijn Chronische obstructieve longziekten worden de 5 stappen naar gedragsverandering beschreven.
Wat wordt er bedoeld met Assessing?
A Evalueren van de fysieke activiteit en de mogelijkheid en bereidheid om te veranderen.
B Patiënt bijstaan om strategieën te zoeken om persoonlijke barrières te omzeilen.
C Regelen van follow-up en het geven van feedback en ondersteuning
Bij een patient met COPD profiel 5, wordt het maximale inspanningsvermogen bepaald.
Welke methode is hiervoor het geschikst?
A De SWT.
B De 6MWT.
C De CPET
Je patiënt van 63 jaar met status na een Aortic Valve Replacement (AVR) bioprothese voert een fietstest uit. De
ervaren vermoeidheid aan het einde van de test was BORG 9/20.
Welke uitspraak kun je doen op basis van deze test over het inspanningsvermogen?
A Is beperkt.
B Kan niet worden ingeschat.
C Is normaal
Je begeleidt een patiënt met chronisch hartfalen tijdens de hartrevalidatie.
Bij welk symptoom dien je de revalidatie die dag niet door te laten gaan?
A Stabiele angina pectoris.
B Een toename van gewicht van meer dan twee kilogram in twee weken.
C Kortademigheid niet in verhouding tot de geleverde inspanning
Welke van onderstaande gegevens zijn belangrijk voor het vaststellen van de trainingsintensiteit bij een patiënt die
zich aanmeldt voor poliklinische hartrevalidatie?
A De, door de behandelend cardioloog voorgeschreven, maximaal te behalen systolische en diastolische
bloeddruk tijdens inspanning.
B De ervaren angst en depressie, gemeten met de Hospital Anxiety and Depression Scale.
C De huidige fysieke belastbaarheid op basis van de symptoomgerelateerde maximale inspanningstest
Welke complicatie kan je verwachten bij een patiënt met anemie indien die zich gaat inspannen?
A Bloeddrukdaling.
B Chronotrope incompetentie.
C Een desaturatie
Een mogelijke oorzaak voor respiratoire insufficiëntie met longinsufficiëntie kan het optreden van shunt(ing) zijn.
Wat is shunt(ing)?
In het betreffende longgedeelte is:
A geen sprake van ventilatie en geen sprake van perfusie van de long.
B wel sprake van ventilatie in de long, maar niet van perfusie van de long.
C geen sprake van ventilatie in de long, maar wel van perfusie van de long
Wat is de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van hartklep aandoeningen?
A Hypertensie.
B Overgewicht.
C Ouderdom
Een patiënt met COPD scoort een 1 op de mMRC voor dyspneu.
Welke van onderstaande beschrijvingen is op hem van toepassing?
A Kortademig bij brug op lopen.
B Kortademig bij zware inspanning.
C Leeftijdsgenoten op vlak terrein niet kunnen volgen
Welke invloed heeft hypertensie op de arteriën?
A De arteriën raken overspannen waardoor ze verslappen.
B Door vasoconstrictie worden ze nauwer.
C De wanden worden stijver en minder elastisch
Waarvan is sprake bij een tachycardie?
A Boezemfibrilleren.
B Hartfrequentie > 100.
C Hartfrequentie < 60
Bij een patiënt met COPD worden de volgende longfunctie gegevens gemeten: FEV1/FVC 59%, FEV1=45%.
Welke GOLD-classificatie hoort hier bij?
A Gold stadium I.
B Gold stadium II.
C Gold stadium III
Inspanningsbeperkingen kunnen in diverse groepen worden verdeeld.
In welke groep valt de oorzaak van hyperventilatie?
A Perifere spierkracht beperkingen.
B Ventilatoire beperkingen.
C Overige beperkingen
Met welk doel worden bètablokkers gegeven bij angina pectoris?
A Verbeteren van de vullingstijd van het hart.
B Herstellen van de vochtbalans.
C Vasodilatatie coronaire arterieën
Welke longfunctiewaarden zijn verlaagd bij een patiënt met hypoventilatie als gevolg van een progressieve
neurologische aandoening?
A Vitale Capaciteit.
B FEV1/VC ratio.
C FEV1
Wat is de oorzaak van een secundaire pneumonie?
A Een pneumothorax waardoor de ventilatie in de longen vermindert.
B De oorzaak van een secundaire pneumonie is idiopathisch.
C Wanneer de longen ontvankelijker zijn voor micro-organismen
Wat is een mogelijke bijwerking van cholesterol verlagers?
A Hersenbloedingen.
B Hartritme stoornissen.
C Milde spierklachten
Wanneer is er sprake van hyperventilatie in rust bij een verder gezond persoon?
A Indien er geen organische oorzaak aanwezig is, wel een verhoogd ademminuutvolume met hypocapnie.
B Indien er een organische oorzaak aanwezig is, evenals een verhoogd ademminuutvolume met hypocapnie.
C Indien er geen organische oorzaak aanwezig is, evenals een verlaagd ademminuutvolume met hypercapnie
Wat is een mogelijke bijwerking van bètablokkers?
A Atypische spierpijnen.
B Hersenbloedingen.
C Koude handen en voeten
Aan welke hartziekte doet een polsslag die onregelmatig aanvoelt denken?
A Atriumfibrilleren.
B Aortaruptuur.
C Cardiomyopathie
In welke richting stroomt het bloed terug bij een mitralisklep insufficiëntie?
A Van het linker artrium naar het rechter ventrikel.
B Van het linker ventrikel naar het linker atrium.
C Van de aorta naar het linker ventrikel
Welke van de onderstaande differentiaal diagnose kan dyspneu verklaren?
A Hypertensie.
B Fractuur L5.
C Pericarditis
Bij een patiënt worden de volgende waarden gemeten:
•pH 7.44
•PCO2 58 (7.7 Kpa)
•HCO3 38
Van welke zuur base afwijking is hier sprake?
A Respiratoire acidose.
B Respiratoir gecompenseerde metabole alkalose.
C Metabool gecompenseerde respiratoire alkalose