Use the 24 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartWat was nociceptieve pijn en wat neuropatische pijn?
Nociceptieve pijn = pijn door schade
Neuropatische pijn = zenuwweefsel schade
input text value
Wat is het verschil tussen acute en chronische pijn?
Acuut is gelijk na trauma en duurt tot 3 maanden
Chronisch is langer dan 3 maanden
input text value
Wat zijn specifieke kenmerken van (centrale) neuropatische pijn?
Uitstraling, tintelingen, krachtverlies, reflex verlies
input text value
Wat is sensitisatie, en welke twee vormen onderscheiden we?
Sensitisatie is het gevoeliger worden van de zenuwen. Dit kan centraal en perifeer.
input text value
Wat is ‘wind-up’ en wat is ‘LTP’?
Door het herhaaldelijk prikkelen van de zenuwen worden ze overgevoelig. Hierdoor wordt de prikkeldrempel lager en voelen we eerder pijn.
input text value
Wat is modulatie van de pijnprikkel, waar in het zenuwstelsel kan dit zich afspelen, en hoe?
In het ruggenmerg. Daar wordt substantie P afgegeven, hierdoor wordt het signaal versterk in een groter gebied.
input text value
Wat was de gate-control theorie?
Poorttheorie = als er een pijn prikkel (c-vezel) komt uit het perifeer gaat deze via een poort naar het ruggenmerk. Door op hetzelfde moment een tast prikkel (Aß-vezels) te geven wordt de pijnprikkel in het ruggenmerg geremd, omdat de tast vezel als het ware de poort sluit.
input text value
Wat is de-afferentiatiepijn? = na zenuwschade
Deafferentiatiepijn komt overeen met de IASP-definitie voor neuro- pathische pijn.
Bij deafferentiatiepijn wordt ook onderscheid gemaakt tussen perifere en centrale neuropathische pijn. Voorbeelden van syndromen met perifere neuropathische pijn zijn postherpetische neuralgie, fantoompijn en (poly)neuropathie.
input text value
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 24 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quiz
De oefenvragen gaan over alle stof die er in het blok musculo skeletale aandoeningen (MSA) voorkomt tijdens opleiding fysiotherapie van de Hogeschool Utrecht. Met deze 24 vragen kun je ideaal oefenen voor de kennistoets!
24 questions
Nederlands
02-18-2022
HBO / Hogeschool Utrecht / Fysiotherapie
Samenvatting MSA fysiotherapie jaar 2, deel 1 Samenvatting MSA fysiotherapie jaar 2 deel 2
Wat was nociceptieve pijn en wat neuropatische pijn?
Nociceptieve pijn = pijn door schadeWat is het verschil tussen acute en chronische pijn?
Acuut is gelijk na trauma en duurt tot 3 maandenWat zijn specifieke kenmerken van (centrale) neuropatische pijn?
Uitstraling, tintelingen, krachtverlies, reflex verliesWat is sensitisatie, en welke twee vormen onderscheiden we?
Sensitisatie is het gevoeliger worden van de zenuwen. Dit kan centraal en perifeer.Wat is ‘wind-up’ en wat is ‘LTP’?
Door het herhaaldelijk prikkelen van de zenuwen worden ze overgevoelig. Hierdoor wordt de prikkeldrempel lager en voelen we eerder pijn.Wat is modulatie van de pijnprikkel, waar in het zenuwstelsel kan dit zich afspelen, en hoe?
In het ruggenmerg. Daar wordt substantie P afgegeven, hierdoor wordt het signaal versterk in een groter gebied.Wat was de gate-control theorie?
Poorttheorie = als er een pijn prikkel (c-vezel) komt uit het perifeer gaat deze via een poort naar het ruggenmerk. Door op hetzelfde moment een tast prikkel (Aß-vezels) te geven wordt de pijnprikkel in het ruggenmerg geremd, omdat de tast vezel als het ware de poort sluit.Wat is de-afferentiatiepijn? = na zenuwschade
Deafferentiatiepijn komt overeen met de IASP-definitie voor neuro- pathische pijn.Waar in het brein wordt de locatie, intensiteit en de duur van een pijnprikkel geprojecteerd?
Wat is plasticiteit van ons brein, en welke rol speelt dat bij chronische pijn?
Welke vormen van coping zijn er? Waar wordt coping door beïnvloed?
Wat wordt er bedoeld met ‘self-efficacy’?
Wat zijn voorbeelden van een actieve, probleemgerichte, emotiegerichte en van een passieve coping stijl?
Waarom is het belangrijk om educatie over pijnfysiologie te geven bij patiënten met chronische pijnklachten?
Wat moet je doen als de patiënt reële gedachte heeft over wat er met hem aan de hand is, maar zich niet houdt aan de behandelwerkwijze/ huiswerkopdrachten?
Wat gebeurt er met de sensibiliteit als er een zenuw schade is?
A. aanspannen van de spier wordt gevoeliger
B. er is een verhoogde gevoeligheid en/ of tintelingen
C. er is een verminderde gevoeligheid en/ of uitval
Bij welke rug aandoening is er spraken van geen beweging gerelateerde pijn?
A. Osteoporotische wervel fractuur
B. Maligniteit
C. Spondylolisthesis
D. Kanaalstenose
Leren met een voorbeeld van een boogschutter of springen tegen de capjes is een manier van:
A. Explicit leren
B. Ontdekkend leren
C. Impliciet leren
D. Extern leren
Bij een trauma met pronatie-exorotatie en axiale belasting, is er spraken van een:
A. Inversie trauma
B. Botbreuk
C. Syndesmose trauma
B. Deltoideum trauma
Wat houdt extinctie in tijdens een behandeling met graded activity?
A. Afnamen pijngedrag
B. Afnamen pijnprikkels
C. Afnamen pijn sensitisatie
D. Afnamen mal-adaptief gedrag
Welk doelen heeft een behandeling met graded exposure?
A. Stapsgewijs wegnemen van mal-adaptief gedrag
B. Stapsgewijs afnemen angst voor bewegen
C. Stapsgewijs hoofdproblematiek aanpakken
D. Stapsgewijs gedragsverandering in ADL
Wat betekend successieve aproximate in graded activity?
A. aandacht geven aan persoon en belonen van opbouw activiteiten
B. nieuwe, voor de patiënt (nog) complexe vaardigheden aanleren door deelvaardigheden uit te bouwen naar een totaal plaatje
C. de weg naar einddoel wordt opgedeeld in kleine stappen
Welke 2 beweringen zijn waar?
A. Pronociceptief, pijndemping in de descenderende banen
B. Antinociceptief, in een gesensitiseerd systeem kunnen de prikkels uit de descenderende banen de pijn veergeren
C. Pronociceptief, in een gesensitiseerd systeem kunnen de prikkels uit de descenderende banen de pijn veergeren
D. Antinociceptief, pijndemping in de descenderende banen
Een FAI kan ontstaan door:
(2 antwoorden zijn juist)
A. CAM lesion, hier komt er schade in het acetabulum.
B. Pincer lesion, maakt door wrijving schade aan het labrum
C. CAM lesion, maakt door wrijving schade aan het labrum
D. Pincer lesion, hier komt er schade in het acetabulum.