Use the 64 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartWat zijn stofeigenschappen?
Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.
input text value
Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.
Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.
input text value
Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?
Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.
input text value
Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.
Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.
input text value
Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.
Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.
input text value
Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.
Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.
input text value
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 64 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizDeze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen.
64 questions
2x sold
Nederlands
10-06-2024
Wat zijn stofeigenschappen?
Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Noem voorbeelden van stofeigenschappen.
Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.
Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?
Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?
Een gevarensymbool.Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.
Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.
Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.
Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Wat is een mengsel?
Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.
Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?
Noem een voorbeeld van een oplossing.
Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?
Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.
Hoe worden moleculen gemeten?
Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?
Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.
Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.
Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.
Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.
Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.
Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.
Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.
Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?
Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?
Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?
Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?
Wat is massa?
Wat is de eenheid voor massa?
Wat kan je bepalen met een maatcilinder?
Wat is de eenheid voor volume?
Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?
Hoe werkt de onderdompelmethode?
Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?
Hoe bereken je het volume van een cilinder?
Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?
Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?
Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?
Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?
Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?
Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?
Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?
Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.
Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?
Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.
Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.
%1 Oefenvragen over NASK – NOVA Hoofdstuk 2: Stoffen %2%3 Deze set van vragen en antwoorden is ontworpen om je kennis over de stofeigenschappen, zuivere stoffen en mengsels, massa en volume, en dichtheid te testen. Gebruik deze vragen om je begrip te verdiepen en je voor te bereiden op toetsen. %4Q1: Wat zijn stofeigenschappen?A1: Eigenschappen waaraan je stoffen kunt herkennen.Q2: Noem voorbeelden van stofeigenschappen.A2: Geur, kleur, smaak, brandbaarheid.Q3: Noem enkele stoffen die gevaarlijk kunnen zijn.A3: Spiritus, wasbenzine, chloor en ammonia bijvoorbeeld.Q4: Wanneer kan een stof gevaarlijk zijn?A4: Als je de stof inademt, inslikt, op je huid, in je ogen of op je kleren krijgt, met vuur in aanraking komt, of met een andere stof mengt.Q5: Hoe noem je een pictogram dat gevaren van een stof aangeeft?A5: Een gevarensymbool.Q6: Leg uit waarom een corrosieve stof gevaarlijk is.A6: Een corrosieve stof kan materialen, zoals ijzer, en ook ogen en huid ernstig aantasten.Q7: Leg uit waarom een licht ontvlambare stof gevaarlijk is.A7: Een licht ontvlambare stof kan heel gemakkelijk in brand vliegen.Q8: Leg uit waarom een brand bevorderende stof gevaarlijk is.A8: Een brand bevorderende stof kan brandbare stoffen heviger laten branden.Q9: Wat is een mengsel?A9: Een product waarin twee of meerdere stoffen zitten.Q10: Hoe worden stoffen die geen mengsels zijn ook wel genoemd? Noem voorbeelden.A10: Zuivere stoffen, zoals wit kopersulfaat en gedestilleerd water.Q11: Wat heb je gemaakt als een vaste stof in een vloeistof oplost zonder dat de vloeistof troebel wordt?A11: Een oplossing.Q12: Noem een voorbeeld van een oplossing.A12: Suiker opgelost in water.Q13: Hoe noem je de kleine deeltjes waaruit stoffen bestaan?A13: Moleculen.Q14: Wat is een suspensie? Noem een voorbeeld.A14: Een vloeistof waarin de fijn verdeelde vaste stof zweeft, zoals verf.Q15: Hoe worden moleculen gemeten?A15: In nanometers.Q16: Wat is het verschil tussen filteren en extraheren?A16: Filteren scheidt vaste deeltjes van een vloeistof, terwijl extraheren stoffen oplost uit een mengsel.Q17: Noem een oplosmiddel voor stoffen die niet in water oplossen.A17: Alcohol of wasbenzine.Q18: Noteer of de uitspraak Als je koffie zet, gebruik je water als oplosmiddel waar of onwaar is.A18: Waar.Q19: Noteer of de uitspraak Oplossingen zijn altijd kleurloos waar of onwaar is.A19: Onwaar.Q20: Noteer of de uitspraak Een suspensie blijft op den duur niet gemengd waar of onwaar is.A20: Waar.Q21: Noteer of de uitspraak Een suspensie is altijd helder waar of onwaar is.A21: Onwaar.Q22: Noteer of de uitspraak Suspensies en oplossingen zijn geen zuivere stoffen waar of onwaar is.A22: Waar.Q23: Noteer of de uitspraak De meeste stoffen in het dagelijks leven zijn mengsels waar of onwaar is.A23: Waar.Q24: Is thee met suiker een oplossing of een suspensie? Waarom?A24: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q25: Is sinaasappelsap een oplossing of een suspensie? Waarom?A25: Een suspensie, want het is troebel en de vruchtvleesdeeltjes zakken naar de bodem.Q26: Is een mengsel van heel fijn zand en water een oplossing of een suspensie? Waarom?A26: Een suspensie, omdat het zand na lange tijd naar de bodem zakt.Q27: Is cola een oplossing of een suspensie? Waarom?A27: Een oplossing, want het is helder en blijft goed gemengd.Q28: Wat is massa?A28: De massa is een maat voor de hoeveelheid stof.Q29: Wat is de eenheid voor massa?A29: Kilogram (kg).Q30: Wat kan je bepalen met een maatcilinder?A30: Het volume van een hoeveelheid vloeistof.Q31: Wat is de eenheid voor volume?A31: Kubieke meter (m³) of liter (L).Q32: Wat kan je berekenen met de onderdompelmethode?A32: Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm.Q33: Hoe werkt de onderdompelmethode?A33: Vul een maatcilinder met water, meet de beginstand, dompel het voorwerp onder, meet de eindstand, en bereken het verschil.Q34: Hoe bereken je het volume van een rechthoekig voorwerp?A34: Volume = lengte × breedte × hoogte (V = l · b · h).Q35: Hoe bereken je het volume van een cilinder?A35: Volume = π × straal × straal × hoogte (V = π · r² · h).Q36: Waar hangt het vanaf hoe zwaar een voorwerp is?A36: Van het soort materiaal en het volume.Q37: Hoe vergelijk je eerlijk de dichtheid van twee stoffen?A37: Neem van elke stof een blokje van 1,0 cm³ en bepaal de massa van elk blokje.Q38: Wat kan je doen met de dichtheid als stofeigenschap?A38: De dichtheid helpt om erachter te komen om welke stof het gaat.Q39: Wat is de formule om de dichtheid te bepalen?A39: Dichtheid = massa / volume.Q40: Tot welke materiaalgroep behoort aluminium?A40: Metalen.Q41: Welke stofeigenschappen maken aluminium geschikt voor een vliegtuig?A41: Kleine dichtheid, goed vervormbaar (A).Q42: Welke eigenschap maakt kunststof geschikt voor bidons?A42: Alleen de eigenschap vervormbaarheid (C).Q43: Noem een stofeigenschap van papier die het ongeschikt maakt voor bidons.A43: Makkelijk scheurbaar, niet waterdicht.Q44: Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij koffiezetten?A44: Extraheren (A).Q45: Bereken de dichtheid van een houten blokje van 3 cm bij 10 cm bij 5 cm met een massa van 117 gram.A45: Volume = 3 x 10 x 5 = 150 cm³, Dichtheid = 117/150 = 0,78 g/cm³.Q46: Bereken de massa van een baksteen met afmetingen 22 cm bij 11 cm bij 5 cm en een dichtheid van 1,8 kg/dm³.A46: Volume = 22 x 11 x 5 = 1210 cm³ = 1,21 dm³, Massa = 1,21 x 1,8 ≈ 2,2 kg.