Use the 64 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartDe eenzame cliënt voerde vaak oppervlakkige gesprekken met andere.
f (Het moet zijn anderen in plaats van andere.)
input text value
Staatssecretaris Teeven wilt meer gedetineerden in een cel plaatsen.
De opstandige puber had weer eens geblowd tussen de lessen door.
Zij was erg ondaan door het lage cijfer voor haar eindopdracht.
f (Het moet zijn ontdaan in plaats van ondaan.)
input text value
Bij de keuzes die ik maak, houdt ik rekening met de gevoelens van de cliënt.
Een jaar na de stroomstoring werden in het dorp veel baby’s geboren.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 64 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizDeze oefening bevat een reeks vragen die zich richten op het identificeren van grammaticale fouten in zinnen. De vragen zijn ontworpen om je vaardigheden in het herkennen van veelvoorkomende taalfouten in het Nederlands te testen en te verbeteren. Lees elke zin zorgvuldig en bepaal of deze grammaticaal correct (g) of fout (f) is.
64 questions
Nederlands
10-22-2024
Wil je vader ook iets te drinken?
gDe eenzame cliënt voerde vaak oppervlakkige gesprekken met andere.
f (Het moet zijn anderen in plaats van andere.)Staatssecretaris Teeven wilt meer gedetineerden in een cel plaatsen.
f (Het moet zijn wil in plaats van wilt.)De opstandige puber had weer eens geblowd tussen de lessen door.
gEen groepje actievoerders nam het op voor het meisje.
gZij was erg ondaan door het lage cijfer voor haar eindopdracht.
f (Het moet zijn ontdaan in plaats van ondaan.)Bij de keuzes die ik maak, houdt ik rekening met de gevoelens van de cliënt.
f (Het moet zijn houd in plaats van houdt.)Een jaar na de stroomstoring werden in het dorp veel baby’s geboren.
gDe student had te lang moeten wachtten op het antwoord op zijn vraag.
Heeft u man soms iets van het ongeval gezien?
De VN besloten om de VS op de vingers te tikken.
De verbitterdde vrouw gooide haar minnaar zonder pardon op straat.
De docent reageerde quasi-intellectueel op de vraag van de studente.
We hebben heerlijk gelunched in het pannenkoekenhuisje.
Ik kan een duidelijke weergaven maken van mijn handelen.
Gisteren heb ik wel twee uur gejogd.
Na de gemistte penalty, was het snel gedaan met de sfeer.
Het gebeurd gelukkig niet zo vaak dat Depay niet scoort.
Hij was beretrots op het geven van een elleboog aan zijn tegenspeler.
Studenten eten graag een kant-en-klaar maaltijd voor het uitgaan.
De keuzenmogelijkheden zijn bij deze toets erg beperkt.
De docenten lachtten allemaal hard om de grap van hun teamleider.
Wat vind je moeder ervan dat je je propedeuse niet hebt gehaald?
Toen de voetballer scoorde, werd er door iedereen gejuicht.
De politie heeft ons bekeurt voor te hard rijden in de stad.
Het jongetje leedt zichtbaar onder het pesten.
De vergrote foto’s kunt u morgen bij ons filiaal ophalen.
De man schreef een ongedekte chêque uit voor de prachtige sieraden.
Hij heeft na een lange nacht vergaderen bepaald, dat dit niet mag.
Zij is het verwaandste mens dat ik ken!
Het aantal jonge mannen dat gebruik maakt van slachtofferhulp is groot.
Het na controleren van het werkstuk viel nog niet mee.
Ongeveer een kwart van de jongeren waren in 2012 slachtoffer van geweld.
Mannen zijn vaker slachtoffer van een geweldsdelict als vrouwen.
Vorige periode heb ik samen met hen gewerkt aan de groepsopdracht.
De rest van zijn vroegere klanten gaat nu naar de concurrent.
Na lang doorvragen, heeft zij de waarheid tegen mij verteld.
Khalid solliciteert op een hoge functie bij Pameijer.
De oorzaak is te wijten aan het roekeloze rijgedrag van de wilde chauffeur.
De verlegen stagiaire keek liever eerst de aap uit de boom.
Er blijkt grote behoefte te zijn aan extra lessen Nederlands.
Als de hittegolf nog lang aanduurt, dan is de kans op zonnesteken erg groot.
Na dagenlang zoeken, vond zij eindelijk haar autosleutels in de koelkast.
Het luie projectlid zat het project ons werk in gevaar.
De kat is een dier, wie dolgraag op muizen en vogels jaagt.
AMA’s zijn minderjarige asielzoekers die bij aankomst minderjarig zijn.
Als je methodisch werkt, dan begeleid je cliënten niet in het Wilde Westen.
Verexcuseert u mij voor het lange wachten.
Bij een goede hulpverlener kan de cliënt altijd door de deur komen lopen.
‘s Ochtends ga ik altijd met vriendinnen tennissen.
In het Najaar vallen de blaadjes van de bomen.
Het gebeurt wel vaker dat mensen liegen.
Dames die zich vaak opmaken, zijn over het algemeen ongelukkiger.
“Hij zei: ik ben heel boos op jou!”
Zij is een spring in ’t veld.
Vroeger, voor 2008, mocht je roken in de horeca.
Let op! Dit is een belangrijk tentamen.
Elke burger wordt verondersteld de wet te kennen.
Surmaya’s moeder heeft eindelijk weer een nieuwe vriend.
Kortom, je staat volledig in je recht.
%1 Grammatica en Fouten in Zinnen %2 %3 Deze oefening bevat een reeks vragen die zich richten op het identificeren van grammaticale fouten in zinnen. De vragen zijn ontworpen om je vaardigheden in het herkennen van veelvoorkomende taalfouten in het Nederlands te testen en te verbeteren. Lees elke zin zorgvuldig en bepaal of deze grammaticaal correct (g) of fout (f) is. %4 Q1: Wil je vader ook iets te drinken? A1: g Q2: De eenzame cliënt voerde vaak oppervlakkige gesprekken met andere. A2: f (Het moet zijn anderen in plaats van andere.) Q3: Staatssecretaris Teeven wilt meer gedetineerden in een cel plaatsen. A3: f (Het moet zijn wil in plaats van wilt.) Q4: De opstandige puber had weer eens geblowd tussen de lessen door. A4: g Q5: Een groepje actievoerders nam het op voor het meisje. A5: g Q6: Zij was erg ondaan door het lage cijfer voor haar eindopdracht. A6: f (Het moet zijn ontdaan in plaats van ondaan.) Q7: Bij de keuzes die ik maak, houdt ik rekening met de gevoelens van de cliënt. A7: f (Het moet zijn houd in plaats van houdt.) Q8: Een jaar na de stroomstoring werden in het dorp veel baby’s geboren. A8: g Q9: De student had te lang moeten wachtten op het antwoord op zijn vraag. A9: f (Het moet zijn wachten in plaats van wachtten.) Q10: Heeft u man soms iets van het ongeval gezien? A10: f (Het moet zijn uw in plaats van u.) Q11: De VN besloten om de VS op de vingers te tikken. A11: f (Het moet zijn besloot omdat VN als een enkelvoudig onderwerp wordt beschouwd.) Q12: De verbitterdde vrouw gooide haar minnaar zonder pardon op straat. A12: f (Het moet zijn verbitterde in plaats van verbitterdde.) Q13: De docent reageerde quasi-intellectueel op de vraag van de studente. A13: g Q14: We hebben heerlijk gelunched in het pannenkoekenhuisje. A14: f (Het moet zijn geluncht in plaats van gelunched.) Q15: Ik kan een duidelijke weergaven maken van mijn handelen. A15: f (Het moet zijn weergave in plaats van weergaven.) Q16: Gisteren heb ik wel twee uur gejogd. A16: g Q17: Na de gemistte penalty, was het snel gedaan met de sfeer. A17: f (Het moet zijn gemiste in plaats van gemistte.) Q18: Het gebeurd gelukkig niet zo vaak dat Depay niet scoort. A18: f (Het moet zijn gebeurt in plaats van gebeurd.) Q19: Hij was beretrots op het geven van een elleboog aan zijn tegenspeler. A19: g Q20: Studenten eten graag een kant-en-klaar maaltijd voor het uitgaan. A20: g Q21: De keuzenmogelijkheden zijn bij deze toets erg beperkt. A21: f (Het moet zijn keuzemogelijkheden in plaats van keuzenmogelijkheden.) Q22: De docenten lachtten allemaal hard om de grap van hun teamleider. A22: f (Het moet zijn lachten in plaats van lachtten.) Q23: Wat vind je moeder ervan dat je je propedeuse niet hebt gehaald? A23: f (Het moet zijn vindt in plaats van vind.) Q24: Toen de voetballer scoorde, werd er door iedereen gejuicht. A24: g Q25: De politie heeft ons bekeurt voor te hard rijden in de stad. A25: f (Het moet zijn bekeurd in plaats van bekeurt.) Q26: Het jongetje leedt zichtbaar onder het pesten. A26: f (Het moet zijn leed in plaats van leedt.) Q27: De vergrote foto’s kunt u morgen bij ons filiaal ophalen. A27: g Q28: De man schreef een ongedekte chêque uit voor de prachtige sieraden. A28: f (Het moet zijn cheque in plaats van chêque.) Q29: Hij heeft na een lange nacht vergaderen bepaald, dat dit niet mag. A29: g Q30: Zij is het verwaandste mens dat ik ken! A30: g Q31: Het aantal jonge mannen dat gebruik maakt van slachtofferhulp is groot. A31: g Q32: Het na controleren van het werkstuk viel nog niet mee. A32: f (Het moet zijn nacontrole of het controleren zonder na.) Q33: Ongeveer een kwart van de jongeren waren in 2012 slachtoffer van geweld. A33: f (Het moet zijn was in plaats van waren.) Q34: Mannen zijn vaker slachtoffer van een geweldsdelict als vrouwen. A34: f (Het moet zijn dan in plaats van als.) Q35: Vorige periode heb ik samen met hen gewerkt aan de groepsopdracht. A35: g Q36: De rest van zijn vroegere klanten gaat nu naar de concurrent. A36: g Q37: Na lang doorvragen, heeft zij de waarheid tegen mij verteld. A37: g Q38: Khalid solliciteert op een hoge functie bij Pameijer. A38: g Q39: De oorzaak is te wijten aan het roekeloze rijgedrag van de wilde chauffeur. A39: f (Het moet zijn dankzij in plaats van te wijten aan omdat te wijten aan een negatieve oorzaak impliceert.) Q40: De verlegen stagiaire keek liever eerst de aap uit de boom. A40: g Q41: Er blijkt grote behoefte te zijn aan extra lessen Nederlands. A41: g Q42: Als de hittegolf nog lang aanduurt, dan is de kans op zonnesteken erg groot. A42: f (Het moet zijn aanhoudt in plaats van aanduren.) Q43: Na dagenlang zoeken, vond zij eindelijk haar autosleutels in de koelkast. A43: g Q44: Het luie projectlid zat het project ons werk in gevaar. A44: f (De zin is ongrammaticaal en onvolledig.) Q45: De kat is een dier, wie dolgraag op muizen en vogels jaagt. A45: f (Het moet zijn dat in plaats van wie.) Q46: AMA’s zijn minderjarige asielzoekers die bij aankomst minderjarig zijn. A46: g Q47: Als je methodisch werkt, dan begeleid je cliënten niet in het Wilde Westen. A47: g Q48: Verexcuseert u mij voor het lange wachten. A48: f (Het moet zijn Excuseert u zonder Ver-.) Q49: Bij een goede hulpverlener kan de cliënt altijd door de deur komen lopen. A49: g Q50: ‘s Ochtends ga ik altijd met vriendinnen tennissen. A50: g Q51: In het Najaar vallen de blaadjes van de bomen. A51: f (Het moet zijn najaar zonder hoofdletter.) Q52: Het gebeurt wel vaker dat mensen liegen. A52: g Q53: Dames die zich vaak opmaken, zijn over het algemeen ongelukkiger. A53: g Q54: “Hij zei: ik ben heel boos op jou!” A54: g Q55: Zij is een spring in ’t veld. A55: g Q56: Vroeger, voor 2008, mocht je roken in de horeca. A56: g Q57: Let op! Dit is een belangrijk tentamen. A57: g Q58: Elke burger wordt verondersteld de wet te kennen. A58: g Q59: Surmaya’s moeder heeft eindelijk weer een nieuwe vriend. A59: g Q60: Kortom, je staat volledig in je recht. A60: g
%1 Grammatica en Fouten in Zinnen %2 %3 Deze oefening bevat een reeks vragen die zich richten op het identificeren van grammaticale fouten in zinnen. De vragen zijn ontworpen om je vaardigheden in het herkennen van veelvoorkomende taalfouten in het Nederlands te testen en te verbeteren. Lees elke zin zorgvuldig en bepaal of deze grammaticaal correct (g) of fout (f) is. %4 Q1: Wil je vader ook iets te drinken? A1: g Q2: De eenzame cliënt voerde vaak oppervlakkige gesprekken met andere. A2: f (Het moet zijn anderen in plaats van andere.) Q3: Staatssecretaris Teeven wilt meer gedetineerden in een cel plaatsen. A3: f (Het moet zijn wil in plaats van wilt.) Q4: De opstandige puber had weer eens geblowd tussen de lessen door. A4: g Q5: Een groepje actievoerders nam het op voor het meisje. A5: g Q6: Zij was erg ondaan door het lage cijfer voor haar eindopdracht. A6: f (Het moet zijn ontdaan in plaats van ondaan.) Q7: Bij de keuzes die ik maak, houdt ik rekening met de gevoelens van de cliënt. A7: f (Het moet zijn houd in plaats van houdt.) Q8: Een jaar na de stroomstoring werden in het dorp veel baby’s geboren. A8: g Q9: De student had te lang moeten wachtten op het antwoord op zijn vraag. A9: f (Het moet zijn wachten in plaats van wachtten.) Q10: Heeft u man soms iets van het ongeval gezien? A10: f (Het moet zijn uw in plaats van u.) Q11: De VN besloten om de VS op de vingers te tikken. A11: f (Het moet zijn besloot omdat VN als een enkelvoudig onderwerp wordt beschouwd.) Q12: De verbitterdde vrouw gooide haar minnaar zonder pardon op straat. A12: f (Het moet zijn verbitterde in plaats van verbitterdde.) Q13: De docent reageerde quasi-intellectueel op de vraag van de studente. A13: g Q14: We hebben heerlijk gelunched in het pannenkoekenhuisje. A14: f (Het moet zijn geluncht in plaats van gelunched.) Q15: Ik kan een duidelijke weergaven maken van mijn handelen. A15: f (Het moet zijn weergave in plaats van weergaven.) Q16: Gisteren heb ik wel twee uur gejogd. A16: g Q17: Na de gemistte penalty, was het snel gedaan met de sfeer. A17: f (Het moet zijn gemiste in plaats van gemistte.) Q18: Het gebeurd gelukkig niet zo vaak dat Depay niet scoort. A18: f (Het moet zijn gebeurt in plaats van gebeurd.) Q19: Hij was beretrots op het geven van een elleboog aan zijn tegenspeler. A19: g Q20: Studenten eten graag een kant-en-klaar maaltijd voor het uitgaan. A20: g Q21: De keuzenmogelijkheden zijn bij deze toets erg beperkt. A21: f (Het moet zijn keuzemogelijkheden in plaats van keuzenmogelijkheden.) Q22: De docenten lachtten allemaal hard om de grap van hun teamleider. A22: f (Het moet zijn lachten in plaats van lachtten.) Q23: Wat vind je moeder ervan dat je je propedeuse niet hebt gehaald? A23: f (Het moet zijn vindt in plaats van vind.) Q24: Toen de voetballer scoorde, werd er door iedereen gejuicht. A24: g Q25: De politie heeft ons bekeurt voor te hard rijden in de stad. A25: f (Het moet zijn bekeurd in plaats van bekeurt.) Q26: Het jongetje leedt zichtbaar onder het pesten. A26: f (Het moet zijn leed in plaats van leedt.) Q27: De vergrote foto’s kunt u morgen bij ons filiaal ophalen. A27: g Q28: De man schreef een ongedekte chêque uit voor de prachtige sieraden. A28: f (Het moet zijn cheque in plaats van chêque.) Q29: Hij heeft na een lange nacht vergaderen bepaald, dat dit niet mag. A29: g Q30: Zij is het verwaandste mens dat ik ken! A30: g Q31: Het aantal jonge mannen dat gebruik maakt van slachtofferhulp is groot. A31: g Q32: Het na controleren van het werkstuk viel nog niet mee. A32: f (Het moet zijn nacontrole of het controleren zonder na.) Q33: Ongeveer een kwart van de jongeren waren in 2012 slachtoffer van geweld. A33: f (Het moet zijn was in plaats van waren.) Q34: Mannen zijn vaker slachtoffer van een geweldsdelict als vrouwen. A34: f (Het moet zijn dan in plaats van als.) Q35: Vorige periode heb ik samen met hen gewerkt aan de groepsopdracht. A35: g Q36: De rest van zijn vroegere klanten gaat nu naar de concurrent. A36: g Q37: Na lang doorvragen, heeft zij de waarheid tegen mij verteld. A37: g Q38: Khalid solliciteert op een hoge functie bij Pameijer. A38: g Q39: De oorzaak is te wijten aan het roekeloze rijgedrag van de wilde chauffeur. A39: f (Het moet zijn dankzij in plaats van te wijten aan omdat te wijten aan een negatieve oorzaak impliceert.) Q40: De verlegen stagiaire keek liever eerst de aap uit de boom. A40: g Q41: Er blijkt grote behoefte te zijn aan extra lessen Nederlands. A41: g Q42: Als de hittegolf nog lang aanduurt, dan is de kans op zonnesteken erg groot. A42: f (Het moet zijn aanhoudt in plaats van aanduren.) Q43: Na dagenlang zoeken, vond zij eindelijk haar autosleutels in de koelkast. A43: g Q44: Het luie projectlid zat het project ons werk in gevaar. A44: f (De zin is ongrammaticaal en onvolledig.) Q45: De kat is een dier, wie dolgraag op muizen en vogels jaagt. A45: f (Het moet zijn dat in plaats van wie.) Q46: AMA’s zijn minderjarige asielzoekers die bij aankomst minderjarig zijn. A46: g Q47: Als je methodisch werkt, dan begeleid je cliënten niet in het Wilde Westen. A47: g Q48: Verexcuseert u mij voor het lange wachten. A48: f (Het moet zijn Excuseert u zonder Ver-.) Q49: Bij een goede hulpverlener kan de cliënt altijd door de deur komen lopen. A49: g Q50: ‘s Ochtends ga ik altijd met vriendinnen tennissen. A50: g Q51: In het Najaar vallen de blaadjes van de bomen. A51: f (Het moet zijn najaar zonder hoofdletter.) Q52: Het gebeurt wel vaker dat mensen liegen. A52: g Q53: Dames die zich vaak opmaken, zijn over het algemeen ongelukkiger. A53: g Q54: “Hij zei: ik ben heel boos op jou!” A54: g Q55: Zij is een spring in ’t veld. A55: g Q56: Vroeger, voor 2008, mocht je roken in de horeca. A56: g Q57: Let op! Dit is een belangrijk tentamen. A57: g Q58: Elke burger wordt verondersteld de wet te kennen. A58: g Q59: Surmaya’s moeder heeft eindelijk weer een nieuwe vriend. A59: g Q60: Kortom, je staat volledig in je recht. A60: g
%1 Grammatica en Fouten in Zinnen %2 %3 Deze oefening bevat een reeks vragen die zich richten op het identificeren van grammaticale fouten in zinnen. De vragen zijn ontworpen om je vaardigheden in het herkennen van veelvoorkomende taalfouten in het Nederlands te testen en te verbeteren. Lees elke zin zorgvuldig en bepaal of deze grammaticaal correct (g) of fout (f) is. %4 Q1: Wil je vader ook iets te drinken? A1: g Q2: De eenzame cliënt voerde vaak oppervlakkige gesprekken met andere. A2: f (Het moet zijn anderen in plaats van andere.) Q3: Staatssecretaris Teeven wilt meer gedetineerden in een cel plaatsen. A3: f (Het moet zijn wil in plaats van wilt.) Q4: De opstandige puber had weer eens geblowd tussen de lessen door. A4: g Q5: Een groepje actievoerders nam het op voor het meisje. A5: g Q6: Zij was erg ondaan door het lage cijfer voor haar eindopdracht. A6: f (Het moet zijn ontdaan in plaats van ondaan.) Q7: Bij de keuzes die ik maak, houdt ik rekening met de gevoelens van de cliënt. A7: f (Het moet zijn houd in plaats van houdt.) Q8: Een jaar na de stroomstoring werden in het dorp veel baby’s geboren. A8: g Q9: De student had te lang moeten wachtten op het antwoord op zijn vraag. A9: f (Het moet zijn wachten in plaats van wachtten.) Q10: Heeft u man soms iets van het ongeval gezien? A10: f (Het moet zijn uw in plaats van u.) Q11: De VN besloten om de VS op de vingers te tikken. A11: f (Het moet zijn besloot omdat VN als een enkelvoudig onderwerp wordt beschouwd.) Q12: De verbitterdde vrouw gooide haar minnaar zonder pardon op straat. A12: f (Het moet zijn verbitterde in plaats van verbitterdde.) Q13: De docent reageerde quasi-intellectueel op de vraag van de studente. A13: g Q14: We hebben heerlijk gelunched in het pannenkoekenhuisje. A14: f (Het moet zijn geluncht in plaats van gelunched.) Q15: Ik kan een duidelijke weergaven maken van mijn handelen. A15: f (Het moet zijn weergave in plaats van weergaven.) Q16: Gisteren heb ik wel twee uur gejogd. A16: g Q17: Na de gemistte penalty, was het snel gedaan met de sfeer. A17: f (Het moet zijn gemiste in plaats van gemistte.) Q18: Het gebeurd gelukkig niet zo vaak dat Depay niet scoort. A18: f (Het moet zijn gebeurt in plaats van gebeurd.) Q19: Hij was beretrots op het geven van een elleboog aan zijn tegenspeler. A19: g Q20: Studenten eten graag een kant-en-klaar maaltijd voor het uitgaan. A20: g Q21: De keuzenmogelijkheden zijn bij deze toets erg beperkt. A21: f (Het moet zijn keuzemogelijkheden in plaats van keuzenmogelijkheden.) Q22: De docenten lachtten allemaal hard om de grap van hun teamleider. A22: f (Het moet zijn lachten in plaats van lachtten.) Q23: Wat vind je moeder ervan dat je je propedeuse niet hebt gehaald? A23: f (Het moet zijn vindt in plaats van vind.) Q24: Toen de voetballer scoorde, werd er door iedereen gejuicht. A24: g Q25: De politie heeft ons bekeurt voor te hard rijden in de stad. A25: f (Het moet zijn bekeurd in plaats van bekeurt.) Q26: Het jongetje leedt zichtbaar onder het pesten. A26: f (Het moet zijn leed in plaats van leedt.) Q27: De vergrote foto’s kunt u morgen bij ons filiaal ophalen. A27: g Q28: De man schreef een ongedekte chêque uit voor de prachtige sieraden. A28: f (Het moet zijn cheque in plaats van chêque.) Q29: Hij heeft na een lange nacht vergaderen bepaald, dat dit niet mag. A29: g Q30: Zij is het verwaandste mens dat ik ken! A30: g Q31: Het aantal jonge mannen dat gebruik maakt van slachtofferhulp is groot. A31: g Q32: Het na controleren van het werkstuk viel nog niet mee. A32: f (Het moet zijn nacontrole of het controleren zonder na.) Q33: Ongeveer een kwart van de jongeren waren in 2012 slachtoffer van geweld. A33: f (Het moet zijn was in plaats van waren.) Q34: Mannen zijn vaker slachtoffer van een geweldsdelict als vrouwen. A34: f (Het moet zijn dan in plaats van als.) Q35: Vorige periode heb ik samen met hen gewerkt aan de groepsopdracht. A35: g Q36: De rest van zijn vroegere klanten gaat nu naar de concurrent. A36: g Q37: Na lang doorvragen, heeft zij de waarheid tegen mij verteld. A37: g Q38: Khalid solliciteert op een hoge functie bij Pameijer. A38: g Q39: De oorzaak is te wijten aan het roekeloze rijgedrag van de wilde chauffeur. A39: f (Het moet zijn dankzij in plaats van te wijten aan omdat te wijten aan een negatieve oorzaak impliceert.) Q40: De verlegen stagiaire keek liever eerst de aap uit de boom. A40: g Q41: Er blijkt grote behoefte te zijn aan extra lessen Nederlands. A41: g Q42: Als de hittegolf nog lang aanduurt, dan is de kans op zonnesteken erg groot. A42: f (Het moet zijn aanhoudt in plaats van aanduren.) Q43: Na dagenlang zoeken, vond zij eindelijk haar autosleutels in de koelkast. A43: g Q44: Het luie projectlid zat het project ons werk in gevaar. A44: f (De zin is ongrammaticaal en onvolledig.) Q45: De kat is een dier, wie dolgraag op muizen en vogels jaagt. A45: f (Het moet zijn dat in plaats van wie.) Q46: AMA’s zijn minderjarige asielzoekers die bij aankomst minderjarig zijn. A46: g Q47: Als je methodisch werkt, dan begeleid je cliënten niet in het Wilde Westen. A47: g Q48: Verexcuseert u mij voor het lange wachten. A48: f (Het moet zijn Excuseert u zonder Ver-.) Q49: Bij een goede hulpverlener kan de cliënt altijd door de deur komen lopen. A49: g Q50: ‘s Ochtends ga ik altijd met vriendinnen tennissen. A50: g Q51: In het Najaar vallen de blaadjes van de bomen. A51: f (Het moet zijn najaar zonder hoofdletter.) Q52: Het gebeurt wel vaker dat mensen liegen. A52: g Q53: Dames die zich vaak opmaken, zijn over het algemeen ongelukkiger. A53: g Q54: “Hij zei: ik ben heel boos op jou!” A54: g Q55: Zij is een spring in ’t veld. A55: g Q56: Vroeger, voor 2008, mocht je roken in de horeca. A56: g Q57: Let op! Dit is een belangrijk tentamen. A57: g Q58: Elke burger wordt verondersteld de wet te kennen. A58: g Q59: Surmaya’s moeder heeft eindelijk weer een nieuwe vriend. A59: g Q60: Kortom, je staat volledig in je recht. A60: g
%1 Grammatica en Fouten in Zinnen %2 %3 Deze oefening bevat een reeks vragen die zich richten op het identificeren van grammaticale fouten in zinnen. De vragen zijn ontworpen om je vaardigheden in het herkennen van veelvoorkomende taalfouten in het Nederlands te testen en te verbeteren. Lees elke zin zorgvuldig en bepaal of deze grammaticaal correct (g) of fout (f) is. %4 Q1: Wil je vader ook iets te drinken? A1: g Q2: De eenzame cliënt voerde vaak oppervlakkige gesprekken met andere. A2: f (Het moet zijn anderen in plaats van andere.) Q3: Staatssecretaris Teeven wilt meer gedetineerden in een cel plaatsen. A3: f (Het moet zijn wil in plaats van wilt.) Q4: De opstandige puber had weer eens geblowd tussen de lessen door. A4: g Q5: Een groepje actievoerders nam het op voor het meisje. A5: g Q6: Zij was erg ondaan door het lage cijfer voor haar eindopdracht. A6: f (Het moet zijn ontdaan in plaats van ondaan.) Q7: Bij de keuzes die ik maak, houdt ik rekening met de gevoelens van de cliënt. A7: f (Het moet zijn houd in plaats van houdt.) Q8: Een jaar na de stroomstoring werden in het dorp veel baby’s geboren. A8: g Q9: De student had te lang moeten wachtten op het antwoord op zijn vraag. A9: f (Het moet zijn wachten in plaats van wachtten.) Q10: Heeft u man soms iets van het ongeval gezien? A10: f (Het moet zijn uw in plaats van u.) Q11: De VN besloten om de VS op de vingers te tikken. A11: f (Het moet zijn besloot omdat VN als een enkelvoudig onderwerp wordt beschouwd.) Q12: De verbitterdde vrouw gooide haar minnaar zonder pardon op straat. A12: f (Het moet zijn verbitterde in plaats van verbitterdde.) Q13: De docent reageerde quasi-intellectueel op de vraag van de studente. A13: g Q14: We hebben heerlijk gelunched in het pannenkoekenhuisje. A14: f (Het moet zijn geluncht in plaats van gelunched.) Q15: Ik kan een duidelijke weergaven maken van mijn handelen. A15: f (Het moet zijn weergave in plaats van weergaven.) Q16: Gisteren heb ik wel twee uur gejogd. A16: g Q17: Na de gemistte penalty, was het snel gedaan met de sfeer. A17: f (Het moet zijn gemiste in plaats van gemistte.) Q18: Het gebeurd gelukkig niet zo vaak dat Depay niet scoort. A18: f (Het moet zijn gebeurt in plaats van gebeurd.) Q19: Hij was beretrots op het geven van een elleboog aan zijn tegenspeler. A19: g Q20: Studenten eten graag een kant-en-klaar maaltijd voor het uitgaan. A20: g Q21: De keuzenmogelijkheden zijn bij deze toets erg beperkt. A21: f (Het moet zijn keuzemogelijkheden in plaats van keuzenmogelijkheden.) Q22: De docenten lachtten allemaal hard om de grap van hun teamleider. A22: f (Het moet zijn lachten in plaats van lachtten.) Q23: Wat vind je moeder ervan dat je je propedeuse niet hebt gehaald? A23: f (Het moet zijn vindt in plaats van vind.) Q24: Toen de voetballer scoorde, werd er door iedereen gejuicht. A24: g Q25: De politie heeft ons bekeurt voor te hard rijden in de stad. A25: f (Het moet zijn bekeurd in plaats van bekeurt.) Q26: Het jongetje leedt zichtbaar onder het pesten. A26: f (Het moet zijn leed in plaats van leedt.) Q27: De vergrote foto’s kunt u morgen bij ons filiaal ophalen. A27: g Q28: De man schreef een ongedekte chêque uit voor de prachtige sieraden. A28: f (Het moet zijn cheque in plaats van chêque.) Q29: Hij heeft na een lange nacht vergaderen bepaald, dat dit niet mag. A29: g Q30: Zij is het verwaandste mens dat ik ken! A30: g Q31: Het aantal jonge mannen dat gebruik maakt van slachtofferhulp is groot. A31: g Q32: Het na controleren van het werkstuk viel nog niet mee. A32: f (Het moet zijn nacontrole of het controleren zonder na.) Q33: Ongeveer een kwart van de jongeren waren in 2012 slachtoffer van geweld. A33: f (Het moet zijn was in plaats van waren.) Q34: Mannen zijn vaker slachtoffer van een geweldsdelict als vrouwen. A34: f (Het moet zijn dan in plaats van als.) Q35: Vorige periode heb ik samen met hen gewerkt aan de groepsopdracht. A35: g Q36: De rest van zijn vroegere klanten gaat nu naar de concurrent. A36: g Q37: Na lang doorvragen, heeft zij de waarheid tegen mij verteld. A37: g Q38: Khalid solliciteert op een hoge functie bij Pameijer. A38: g Q39: De oorzaak is te wijten aan het roekeloze rijgedrag van de wilde chauffeur. A39: f (Het moet zijn dankzij in plaats van te wijten aan omdat te wijten aan een negatieve oorzaak impliceert.) Q40: De verlegen stagiaire keek liever eerst de aap uit de boom. A40: g Q41: Er blijkt grote behoefte te zijn aan extra lessen Nederlands. A41: g Q42: Als de hittegolf nog lang aanduurt, dan is de kans op zonnesteken erg groot. A42: f (Het moet zijn aanhoudt in plaats van aanduren.) Q43: Na dagenlang zoeken, vond zij eindelijk haar autosleutels in de koelkast. A43: g Q44: Het luie projectlid zat het project ons werk in gevaar. A44: f (De zin is ongrammaticaal en onvolledig.) Q45: De kat is een dier, wie dolgraag op muizen en vogels jaagt. A45: f (Het moet zijn dat in plaats van wie.) Q46: AMA’s zijn minderjarige asielzoekers die bij aankomst minderjarig zijn. A46: g Q47: Als je methodisch werkt, dan begeleid je cliënten niet in het Wilde Westen. A47: g Q48: Verexcuseert u mij voor het lange wachten. A48: f (Het moet zijn Excuseert u zonder Ver-.) Q49: Bij een goede hulpverlener kan de cliënt altijd door de deur komen lopen. A49: g Q50: ‘s Ochtends ga ik altijd met vriendinnen tennissen. A50: g Q51: In het Najaar vallen de blaadjes van de bomen. A51: f (Het moet zijn najaar zonder hoofdletter.) Q52: Het gebeurt wel vaker dat mensen liegen. A52: g Q53: Dames die zich vaak opmaken, zijn over het algemeen ongelukkiger. A53: g Q54: “Hij zei: ik ben heel boos op jou!” A54: g Q55: Zij is een spring in ’t veld. A55: g Q56: Vroeger, voor 2008, mocht je roken in de horeca. A56: g Q57: Let op! Dit is een belangrijk tentamen. A57: g Q58: Elke burger wordt verondersteld de wet te kennen. A58: g Q59: Surmaya’s moeder heeft eindelijk weer een nieuwe vriend. A59: g Q60: Kortom, je staat volledig in je recht. A60: g