Use the 64 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartWanneer gebruik je a en wanneer gebruik je an in het Engels?
We gebruiken a voor woorden die beginnen met een medeklinkerklank (bijvoorbeeld a table) en an voor woorden die beginnen met een klinkerklank (bijvoorbeeld an apple).
input text value
Gebruik je een lidwoord voor vervoersmiddelen in het Engels?
Nee, we gebruiken geen lidwoord voor vervoersmiddelen.
input text value
Hoe geef je bezit aan met een zelfstandig naamwoord dat eindigt op s?
Voor zelfstandige naamwoorden die eindigen op s, voeg je een apostrof toe (bijvoorbeeld his friends’ games).
input text value
Wanneer gebruik je some in een zin?
We gebruiken some in positieve zinnen, en in aanbiedingen en verzoeken.
input text value
Wat is het verschil tussen few en little in het Engels?
Few wordt gebruikt voor telbare zelfstandige naamwoorden, terwijl little wordt gebruikt voor ontelbare zelfstandige naamwoorden.
input text value
Welke voornaamwoorden gebruik je om te verwijzen naar een ding dat dichtbij is in het enkelvoud?
We gebruiken this om te verwijzen naar een ding dat dichtbij is in het enkelvoud.
input text value
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 64 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizDeze reeks oefenvragen is ontworpen om je kennis en begrip van de Engelse taal te testen, met name gericht op de onderwerpen die in de derde graad van het TSO worden behandeld. De vragen bestrijken een breed scala aan grammaticale onderwerpen, waaronder lidwoorden, zelfstandige naamwoorden, voornaamwoorden, werkwoorden, bijvoeglijke en bijwoordelijke bepalingen, en meer. Elk vraag biedt een kans om de regels en uitzonderingen van de Engelse grammatica te verkennen en toe te passen.
64 questions
Nederlands
01-23-2025
Wanneer gebruik je a en wanneer gebruik je an in het Engels?
We gebruiken a voor woorden die beginnen met een medeklinkerklank (bijvoorbeeld a table) en an voor woorden die beginnen met een klinkerklank (bijvoorbeeld an apple).Gebruik je een lidwoord voor vervoersmiddelen in het Engels?
Nee, we gebruiken geen lidwoord voor vervoersmiddelen.Wat is de meervoudsvorm van baby in het Engels?
De meervoudsvorm van baby is babies.Hoe geef je bezit aan met een zelfstandig naamwoord dat eindigt op s?
Voor zelfstandige naamwoorden die eindigen op s, voeg je een apostrof toe (bijvoorbeeld his friends’ games).Wanneer gebruik je some in een zin?
We gebruiken some in positieve zinnen, en in aanbiedingen en verzoeken.Wat is het verschil tussen few en little in het Engels?
Few wordt gebruikt voor telbare zelfstandige naamwoorden, terwijl little wordt gebruikt voor ontelbare zelfstandige naamwoorden.Wat is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord she?
De objectvorm van she is her.Welke voornaamwoorden gebruik je om te verwijzen naar een ding dat dichtbij is in het enkelvoud?
We gebruiken this om te verwijzen naar een ding dat dichtbij is in het enkelvoud.Hoe maak je een bijwoord van een bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op le?
Wat is de overtreffende trap van big?
Welke voorzetsel gebruik je om een relatie in tijd aan te geven die na betekent?
Hoe zeg je het getal 0 in een telefoonnummer?
Hoe gebruik je will in een vraagzin?
Hoe geef je een bevel in het Engels?
Wat is de verleden tijd van het onregelmatige werkwoord to go?
Hoe maak je een negatieve zin met het werkwoord to be in de tegenwoordige tijd?
Wat is de reflexieve vorm van het voornaamwoord they?
Wanneer gebruik je whose in een zin?
Wat is de verleden tijd van to have als hulpwerkwoord?
Hoe gebruik je do als hulpwerkwoord in een vraagzin?
Wat is de meervoudsvorm van mouse?
Welke bijwoordelijke bepaling gebruik je om aan te geven dat iets vaak gebeurt?
Hoe maak je een vraagzin met can?
Wat is het verschil tussen who en whom?
Hoe gebruik je de genitief voor een naam die eindigt op s?
Wat is de verleden tijd van to read?
Hoe gebruik je it in een zin?
Wat is de bijwoordelijke vorm van good?
Hoe gebruik je must in een zin?
Hoe maak je een vraag met how much?
Wat is de meervoudsvorm van child?
Hoe gebruik je there is en there are?
Hoe gebruik je a lot of in een zin?
Wat is de bijvoeglijke naamwoordsvorm van happy?
Hoe maak je de verleden tijd van regelmatige werkwoorden?
Wat is de overtreffende trap van bad?
Hoe gebruik je who in een relatieve bijzin?
Wat is de reflexieve vorm van I?
Hoe gebruik je will om toekomstige tijd aan te geven?
Wat is de meervoudsvorm van fish?
Hoe gebruik je may in een zin?
Wat is de verleden tijd van to write?
Hoe gebruik je how often in een vraagzin?
Wat is de bijwoordelijke vorm van fast?
Hoe maak je een negatieve zin met can?
Wat is de meervoudsvorm van person?
Hoe gebruik je which in een relatieve bijzin?
Wat is de verleden tijd van to see?
Hoe gebruik je how many in een vraagzin?
Wat is de bijwoordelijke vorm van hard?
Hoe gebruik je should in een zin?
Wat is de meervoudsvorm van leaf?
Hoe gebruik je whose in een vraagzin?
Wat is de verleden tijd van to fly?
Hoe gebruik je how long in een vraagzin?
Wat is de bijwoordelijke vorm van late?
Hoe maak je een negatieve zin met will?
Wat is de meervoudsvorm van tooth?
Hoe gebruik je that in een relatieve bijzin?
Wat is de verleden tijd van to think?
Hoe gebruik je how in een vraagzin?
Wat is de bijwoordelijke vorm van easy?
Hoe gebruik je must not in een zin?
Wat is de meervoudsvorm van foot?