Cel tot Weefsel werkcolleges en practicA - € 2.31
€ 2.31

Cel tot Weefsel werkcolleges en practicA

samenvatting van de werkcolleges en practica van Cel tot Weefsel (CW)


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (3 of 6 pages)
Preview: Cel tot Weefsel werkcolleges en practicA Preview: Cel tot Weefsel werkcolleges en practicA Preview: Cel tot Weefsel werkcolleges en practicA

CW werkcolleges en practica
Werkcollgege 1
Door instulping en afsnoering van het plasmamembraan zijn het ER, nucleaire enveloppe, golgiapparaat, lysosomen, endosomen en peroxisamen ontstaan. Dit zorgt voor:
- oppervlaktevergroting voor membraangebonden processen
- RNA regulatie/transport regulatie
- specialisatie
- bescherming van het DNA
- micromilieu
- vesicel regulatie
Ze staan in verband met communicatie en overdracht (behalve de peroxisomen) = vacuolair systeem
Hepatocyt heeft veel
RER omdat het veel
producten opneemt
en uitscheid.

gepolariseerd
gespecialiseerde
domeinen en
verschillende zijden


SER
Golgi-apparaat
Lysosoom
Peroxisoom
RER
Nucleus
Mitochondrie
Lipide druppel

Ca2+ opslag, vetzuur en fosfolipide synthese
Modigifactie van suikergroepen, sorteren van ER producten
Afbraak van celcomponenten
Oxidatie van vetten en toxines
Eiwit synthese, membraan en secretie eiwitten
RNA synthese en DNA opslag
Energie vorming
Energie opslag

Entrocyt epitheelcel, oppervlakte vergroting door microvilli voor
meer opname van aminozuren, monoglyceriden, vetzuren en
monosacchariden. Deze worden ondersteund door actine filamenten.
Veel mitochondrien voor energieproductie voor actief transport van
macromoleculen.
A: microvilli
B: mitochondrie
C: SER
D: Golgi
E: RER
F: lipide druppel
gepolariseerd
apicaal luminaal secretie
basolateraal cel of bloedvat

CW werkcolleges en practica
Plasmacel (B-lymfocyt), voor productie van
antilichamen met veel heterochromatine opgerold
en inactief. Er is veel RER aanwezig voor de hoge
productie van antilichamen.
Er is veel heterochromatine, omdat de cel maar
n type antilichaam hoeft te maken en dus maar
twee soorten eiwitten, dus weinig coderend DNA.
A: golgi
B: RER

Niet gepolariseerd


kern: transcriptie tot RNA -> via kernporie naar cytosol -> ribosomen op mRNA -> translatie tot
signaalpeptide -> SRP bindt aan de signaalpeptide -> SRP begeleid naar ER naar SRP receptor ->
translocaal kanaal -> eiwitsynthese in ER lumen tot stopcodon -> chaperone eiwitten binden losse
eiwitten -> vesicel -> Golgi (cis) -> modificatie -> Golgi (trans) -> exocytotische blaasjes naar het
plasmamembraan.
Interstitiele cel mannelijke geslacht, produceert veel
testosteron (sterode hormoon) lipide hormoon.
De lipide druppels zijn rond, omdat dit energetisch gunstig
is. Er is veel SER om het sterode hormoon uit de
cholesterol/vet op te nemen en de water oplosbare toxinen
te ontgiften.
Er vormen geen secretieblaasjes, omdat het vettige
hormoon hydrofoob is en door het membraan diffundeert.
A: SER
B: lipide druppel
C: mitochondrie
D: RER

Epitheelcel, in niertubulus voor resorptie. Deze cellen
hebben veel mitochondrien, microvilli en een
geplooid basaalmembraan. Oppervlakte vergroting
door de microvilli en basaalmembraan, veel energie
voor actief transport voor de mitos.
Een herstel van het milieu door de K+/Na+ pomp.
Apicale pits (AP) endocytose door pinocytose
Endocytotische blaasjes (AV) en lysosomen (LY):
endosomen: eiwitopname uit primaire urine in de
blaasjes, versmelten met lysosomen voor afbraak.

CW werkcolleges en practica
Werkcollege 2
interfase = G1, S, G2-fase
G1 = 2n DNA
eerste piek, DNA, veel cellen, duurt het
langst dus meeste cellen
S = DNA replicatie tussen G1 en G2
G2 = 4n DNA
tweede piek, veel DNA, minder cellen
G0 = osteocyten enz. klaar met deling, gedifferentieerd

cellen delen actief in aanwezigheid van nutrienten en groeifactoren, omdat signaaleiwitten en
groeifactoren nodig zijn voor de toename van volume.
- mitogenen: stimuleren de celdeling, heffen blokkade van de G1-fase op;
- survival factoren: onderdrukken apoptose.
Cellen zonder nutrienten - alles in de G1 fase en de rest veel lager, daar worden ze vastgehouden,
omdat de groei te laag is.

Daarna met veel nutrienten alles door naar de G2 fase, S-fase maar 6 uur dus niet veel te zien.

Door ioniserende straling ontstaat er DNA schade en opgehouden in de G1-fase, zodat het niet
gedupliceerd wordt.
Straling -> DNA-schade -> fosforylering P53 -> productie P21 (CDK-inhibitor) -> inactivatie G1/S-CDK
en S-CDK -> G1 vasthouden -> DNA repair/no repair
S-fase
apoptose
Hoge dosis straling geeft morfologische verandering zoals apoptose:
veel DNA schade -> activatie proteolytische enzymen -> afbraak kernenvelop en DNA ->
condensatie van cellen.
necrose

apoptose

Necrose: - opzwelling en openbarsten
- ontsteking -> wondgenezing
Apoptose: - gekrompen
- condensatie
- langzaam en normaal weggewerkt

Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 2,31

Buy this documentAdd document to cart
  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
Iris95
Iris95

Number of documents: 42

Recommended documents
Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit