**Beroepsprofiel**: Geeft de identiteit van het beroep aan. Het is breed en algemeen opgesteld, met ruimte voor invulling per sector en organisatie. De kernwaarden zijn solidariteit, respect voor waardigheid, en sociale rechtvaardigheid.
- **Kernwaarden**:
- **Solidariteit**: Mensen-in-nood erkennen zonder schuldinductie.
- **Respect voor waardigheid**: Zelfbeschikking en participatie bevorderen.
- **Sociale rechtvaardigheid**: Discriminatie tegengaan, eerlijke verdeling van middelen.
- **Doelen MW**:
1. **Mensen tot hun recht laten komen**: Zelfontplooiing in interactie met de omgeving.
2. **Mensen aan hun rechten laten komen**: Toegang tot rechten en maatschappelijke verantwoordelijkheid bevorderen.
3. **Bouwen aan sociale systemen**: Sociale uitsluiting aanpakken, netwerken versterken.
- **Vijf Krachtlijnen**:
- **Politiserend werken**: Aandacht voor structurele oorzaken van uitsluiting.
- **Nabijheid**: Werken dichtbij de leefwereld van de cliënt.
- **Proceslogica**: Flexibele en evoluerende aanpak.
- **Generalistisch werken**: Holistische benadering van problemen.
- **Verbindend werken**: Verbinden van individuen, groepen, en beleidsmakers.
- **Werkprincipes**:
- **Krachtgerichte hulpverlening**, **maatwerk**, **participatie**, **preventie**, en **signaalfunctie**.
- **Reflectie**: Continue reflectie is essentieel in maatschappelijk werk, zowel op de cliëntsituatie, werkalliantie, als de bredere maatschappelijke context. Het professionele handelen wordt gestuurd door ethische overwegingen en het beroepsgeheim.
- **Professionele identiteit**: Eigenaar nemen van de ontwikkeling van vaardigheden en kennis in het beroep, met aandacht voor de veranderingen in de samenleving.
- **Waardenoriëntatie**: Handel vanuit vragen van cliënten, reflecteer op eigen handelen en balanceer nabijheid en afstand in de werkalliantie.
Het beroep van maatschappelijk werk richt zich op empowerment, sociale inclusie en rechtvaardigheid, met een focus op de kwetsbaarste groepen in de samenleving.