Hormoonstelsel en hormonen - € 2.89
€ 2.89

Hormoonstelsel en hormonen

In het boek het hormoonstelsel komt de rol van onder andere de pancreas, hypofyse, bijnieren, pijnappelklier, testikels en ovaria als hormoonproducerende organen aan bod. Er wordt beschreven welke verschillende hormonen er zijn en wat hun rol is. Voor het boek 'het hormoonstelsel' betaalt u 2,40 Euro. Voor het volledige boek 'Introductie in de fysiologie' betaalt u 10,50 Euro


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (10 of 28 pages)
Preview: Hormoonstelsel en hormonen Preview: Hormoonstelsel en hormonen Preview: Hormoonstelsel en hormonen Preview: Hormoonstelsel en hormonen Preview: Hormoonstelsel en hormonen Preview: Hormoonstelsel en hormonen Preview: Hormoonstelsel en hormonen Preview: Hormoonstelsel en hormonen Preview: Hormoonstelsel en hormonen Preview: Hormoonstelsel en hormonen

WWW.ZOWERKTHETLICHAAM.NL

Het hormoonstelsel
Hormoonstelsel en hormonen
www.zowerkthetlichaam.nl
4-12-2014

Het hormoonstelsel

COPYRIGHT: De door www.zowerkthetlichaam.nl gepubliceerde inhoud en werken zijn auteursrechtelijk
beschermd. Elk geoorloofd gebruik behoeft voorafgaande schriftelijke toestemming van
www.zowerkthetlichaam.nl. Dit geldt voor vermenigvuldiging, bewerking, vertaling, opslag, verwerking of
weergave van de inhoud in databases of andere elektronische media en systemen. Ongeoorloofde
vermenigvuldiging of weergave van afzonderlijke delen van de inhoud of complete pagina's is niet toegestaan
en strafbaar. Slechts vervaardiging van kopieen en voor persoonlijk, priv, niet-commercieel gebruik van
inhoud is toegestaan.

Inhoud


Hormoonstelsel; werking van hormonen ............................................................................... 4


Hormoonstelsel; de hypothalamus en hypofyse .................................................................... 6


Hormoonstelsel; de schildklier: calcitonine, T4 en T3 ............................................................ 9


Hormoonstelsel; de bijschildklier en parathormoon (PTH) ................................................... 12


Hormoonstelsel; de bijnieren; (nor)adrenaline en cortisol ................................................... 14


Hormoonstelsel; de nieren: renine, calcitriol en erytropoetine ........................................... 16


Hormoonstelsel; het hart: Atriaal Natriuretisch Peptide (ANP) ............................................ 18


Hormoonstelsel; leptine, CCK, PYY, incretine en ghreline .................................................... 20


Hormoonstelsel; de alvleesklier (pancreas): insuline en glucagon ....................................... 22

H10

Hormoonstelsel; epifyse (pijnappelklier); melatonine .......................................................... 24

H11

Hormoonstelsel; stress en de gevolgen van stress ............................................................... 26

LITERATUURLIJST.................................................................................................................................. 28

H1

Hormoonstelsel; werking van hormonen

Hormonen zijn boodschapstoffen die effect hebben op de activiteit van bepaalde doelcellen in het
lichaam. Hormonen veranderen de activiteit van bepaalde doelcellen van het lichaam. Hormonen
veranderen de activiteit van doelcellen door zich te binden aan receptoren van de doelcellen. Het
veranderen van de activiteit van de doelcellen heeft uiteindelijk als doel om de homeostase van
het lichaam te handhaven. Het hormoonstelsel lijkt dus erg op het zenuwstelsel. Beide stelsels
handhaven de homeostase. Hormonen hebben echter een langdurig effect en hebben meestal
geen directe invloed op de homeostase waar het zenuwstelsel dat wel heeft. Hormonen worden
vaak via het bloed vervoerd, waar het zenuwstelsel met neurotransmitters werkt. Hormonen
kunnen bestaan uit eiwitachtige, of vetachtige stoffen. Het hormoonstelsel bestaat uit
verschillende hormoonproducerende organen.

1.1

De overeenkomsten en verschillen tussen hormoonstelsel en zenuwstelsel

De effecten van het hormoonstelsel en zenuwstelsel lijken sterk op elkaar. Beide stelsels handhaven
de homeostase van het lichaam door negatieve feedbacksystemen. Negatieve feedback betekent dat
de daling, of stijging van een bepaalde stof in het lichaam, of proces in het lichaam, zorgt voor een
toename, of afname van een bepaald hormoon, of neurotransmitter, om zo het evenwicht te
bewaken. Een daling van de bloeddruk wordt bijvoorbeeld waargenomen door baroreceptoren in
onder andere de aortawand. Als reactie hier op scheidt het zenuwstelsel noradrenaline af, waardoor
de vaten samentrekken en de bloeddruk stijgt.
Er zijn echter ook verschillen, zo benvloedt het zenuwstelsel de homeostase direct en het
hormoonstelsel niet. De effecten van het zenuwstelsel op de homeostase zijn van korte duur en van
het hormoonstelsel van lange duur en werkt het zenuwstelsel met neurotransmitters en het
hormoonstelsel met hormonen.

1.2

Algemene vormen en werking van hormonen

Hormonen zijn boodschapperstoffen die zich binden aan receptoren aan doelcellen. Deze receptoren
kunnen op verschillende plaatsen van de doelcel zitten. De receptoren kunnen aan de buitenzijde
van het celmembraan, binnenzijde van het celmembraan, de mitochondrie en de celkern zitten.
Afhankelijk van het soort hormoon bindt het hormoon aan een bepaalde receptor. Wanneer het
hormoon bindt aan de receptor wordt er een reactie in gang gezet die de activiteit van de doelcel
verandert. Grofweg kunnen hormonen in twee groepen worden ingedeeld. Deze groepen zijn de
groep hormonen die uit een of meer aminozuren (aminozuurderivaten en peptidehormonen)
bestaan en de groep hormonen die meer uit vetachtige stoffen bestaan, zoals steroden,
schildklierhormonen en eicosanoden. Deze groepen hormonen veranderen op verschillend
manieren de activiteit van de doelcel.
1.2.1 Werking van hormonen die uit aminozuren bestaan (aminozuurderivaten en
Peptidehormonen)
De hormonen die uit aminozuren bestaan kunnen niet door de celmembraan, omdat de
celmembraan uit vetachtige stoffen bestaat. De hormonen die uit aminozuren bestaan, binden dus
aan receptoren aan de buitenzijde van de celmembraan. De receptor aan de buitenzijde van de
celmembraan activeert vervolgens G-eiwit. Het G-eiwit activeert adenylaatcyclase. Adenylaatcyclase
is een enzym dat ATP omzet in cAMP (cyclisch AMP). Waar het hormoon de eerste signaalstof wordt
genoemd, wordt cAMP de tweede signaalstof genoemd. cAMP wijzigt vervolgens de celactiviteit.
Uiteindelijk wordt cAMP afgebroken tot AMP door PDE (fosfodiesterase).

1.2.2 Werking van hormonen die uit hormonen die uit vetachtige stoffen bestaan (steroden,
schildklierhormonen en eicosanoden)
Steroiden, schildklierhormonen en eicosanoden zijn vetachtige stoffen en kunnen vanuit het bloed
door de vetachtige celmembraan diffunderen en in de cel binden aan receptoren die op de
binnenzijde van de celmembraan zitten, aan receptoren die op de celkern zitten en aan receptoren
die op de mitochondrie zitten. Schildklierhormonen binden aan de mitochondrie. De mitochondrie is
verantwoordelijk voor de energieproductie van de cel. Schildklierhormonen (T3 en T4) verhogen de
energieproductie van de mitochondrie. Schildklierhormonen en de andere vetoplosbare hormonen
kunnen zich ook aan de receptoren van de celkern binden en wijzigen op deze manier de
eiwitproductie van de cel door de activiteit van bepaalde eiwitproducerende genen te stimuleren. Zo
is testosteron een hormoon dat zich bindt aan receptoren op de celkern en genen activeert die de
aanmaak van spiereiwitten stimuleren.

1.3

Hormoonproducerende organen

Het menselijk hormoonstelsel bestaat uit verschillende hormoonproducerende organen. De meest
bekende hormoonproducerende organen met de hormonen die het produceert worden hieronder
beschreven:
1. De testikels (teelballen) produceren met name testosteron (androgeen hormoon) en inhibine
2. De ovaria (eierstokken) produceren progesteron, oestrogeen en inhibine
3. De nieren produceren EPO (erytropoetine) en geactiveerd Vitamine D3 (calcitriol)
4. De bijnieren (adren) produceren corticosteroden, noradrenaline, adrenaline en een kleine
hoeveelheid androgenen
5. De thymus (zwezerik) produceert met name op jonge leeftijd thymosinen
6. De schildklier (thyroid) produceert calcitonine, T3 (tri-joodthyronine) en T4 (tetrajoodthyronine, thyroxine)
7. De bijschildklieren produceren PTH (parathormoon, parathyrodhormoon)
8. Het hart produceert ANP (Alfa-anti-Natriuretisch Peptide)
9. De pancreas (alvleesklier) produceert insuline en glucagon
10. De pijnappelklier (epifyse) produceert melatonine
11. De hypothalamus produceert oxytocine en ADH (Anti Diuretisch Hormoon) geeft deze aan de
hypofyse af. De hypothalamus produceert ook TRH (thyrotropine releasing hormone), CRH
(corticotropine releasing hormone), GnRH (gonadotropine releasing hormone), PRF
(prolactine releasing hormone), PIH (prolactine inhibiting hormone), GH-RH (Groeihormoon
Releasing Hormone) en GH-IH (Groeihormoon Inhibiting Hormone)
12. De hypofyse producreert ACTH (Adrenocorticotroop hormoon), LH (Luteniserend hormoon),
FSH (Follikel stimulerend hormoon), PRL (Prolactine), GH (Groeihormoon), MSH (Melanocyt
stimulerend hormoon) en TSH (Thyroid stimulerend hormoon
13. De vetcel produceert onder andere leptine

H2

Hormoonstelsel; de hypothalamus en hypofyse

De hypofyse bestaat uit twee delen; de adenohypofyse (de voorkwab van de hypofyse) en de
neurohypofyse (de achterkwab van de hypofyse). In totaal scheidt de hypofyse negen hormonen
uit. Deze hormonen zijn allemaal peptidehormonen (hormonen die bestaan uit aminozuren). De
adenohypofyse maakt zeven hormonen. In de neurohypofyse worden de hormonen opgeslagen die
de hypothalamus maakt. De hormonen die in de neurohypofyse worden opgeslagen en door de
hypothalamus worden gemaakt zijn ADH (antidiuretisch hormoon) en oxytocine. Daarnaast
stimuleert de hypothalamus direct de noradrenaline- en adrenalineproductie van de bijnieren. De
hypothalamus regelt verder de hormoonproductie van de adenohypofyse. De adenohypofyse geeft
hormonen af die vaak de hormoonproductie van een ander orgaan stimuleert. De
hormoonproductie wordt middels negatieve feedbacksystemen gereguleerd. Dat wil zeggen dat de
stijging van een bepaald hormoon in het bloed, de hormoonproductie van dat hormoon remt.

2.1

De productie en opslag van ADH en oxytocine

ADH en oxytocine worden door zenuwcellen (neuronen) van de hypothalamus geproduceerd. Aan
deze neuronen zitten axonen. Deze axonen eindigen in de neurohypofyse. Daar komt de naam
neurohypofyse vandaan. ADH en oxytocine worden door de axonen vervoerd en in het einde van de
axonen opgeslagen.
2.1.2 ADH (antidiuretisch hormoon)
ADH is een belangrijk hormoon in de vochthuishouding. ADH zorgt ervoor dat water vanuit de
voorurine door de nieren wordt teruggeresorbeerd in het bloed. Ook zorgt ADH ervoor dat in het
spijsverteringsstelsel meer water wordt opgenomen en dat zweet meer geconcentreerd wordt en er
dus minder water met zweten wordt verloren. ADH komt vrij wanneer er sprake is van ondervulling
(hypovolumie) en hypertensie. Wanneer mensen alcohol drinken, wordt de productie van ADH
geremd. Het gevolg is dat mensen na het drinken van alcohol vaker en meer moeten plassen.
Wanneer iemand Diabetes Insipidus heeft, is er sprake van polyurie (extreem veel plassen) en
polydipsie (extreem veel dorst). Dit kan komen doordat de hypothalamus geen ADH maakt, of omdat
de nieren niet gevoelig zijn voor ADH.
2.1.3 Oxytocine (knuffelhormoon)
Oxytocine wordt ook wel het knuffelhormoon genoemd. Oxytocine wordt namelijk geproduceerd
wanneer mensen elkaar knuffelen. Oxytocine zorgt er voor dat mensen zich prettig bij elkaar voelen
en zich hechten. Zo komt er oxytocine vrij bij zowel baby (of kind), als ouder, wanneer de baby wordt
geknuffeld. Dit zorgt er voor dat baby en ouder zich goed hechten. Daarnaast is oxytocine een
belangrijk hormoon in de voortplanting, baring en het geven van borstvoeding. Oxytocine zorgt
namelijk bij de man voor de ejaculatie. Bij de vrouw zorgt oxytocine voor spiercontracties van de
vagina en baarmoeder, waardoor het sperma richting de eileiders wordt vervoerd. Tijdens de baring
zorgt oxytocine voor contracties van de baarmoeder, waardoor de baby naar buiten wordt geperst.
Tijdens het geven van borstvoeding zorgt oxytocine voor de toeschietreflex, waardoor melk uit de
borstklier wordt geperst.

2.2

Stimulatie van de hormoonproductie van de adenohypofyse door de hypothalamus

De hypothalamus stimuleert de hormoonproductie van de adenohypofyse. Vervolgens stimuleert de
hypofyse vaak de hormoonproductie van een ander orgaan. De hypothalamus stimuleert de
hormoonproductie van de adenohypofyse wanneer de homeostase van het lichaam wordt bedreigd.
Hieronder wordt aangegeven op wat voor manier de hormonen van de hypothalamus en de
hypofyse uiteindelijk voor de hormoonproductie van een mogelijk doelorgaan hebben. Tevens wordt
kort beschreven wat het effect is van het hypofysehormoon op het doelorgaan.
2.2.1 Schildklierhormonen T3 en T4
De hypothalamus produceert TRH. TRH stimuleert de productie van TSH door de hypofyse. TSH
stimuleert de productie van T3 (tri-joodthyronine) en T4 (tetra-joodthyronine, thyroxine) door de
schildklier. T3 en T4 stimuleren de energiestofwisseling. Deze hormonen zorgen ervoor dat er
energie beschikbaar komt voor onder andere groei.
Bij een te traag werkende schildklier is er sprake van hypothyreodie. Bij een te snel werkende
schildklier is er sprake van hyperthyreodie.
2.2.2 Hormonen van de bijnierschors; corticosteroden
De hypothalamus produceert CRH. CRH stimuleert de productie van ACTH door de hypofyse. ACTH
stimuleert de productie van corticosteroden. Twee bekende corticosteroden zijn aldosteron en
cortisol.
Aldosteron is een belangrijk hormoon voor het handhaven van de zoutbalans. Aldosteron zorgt
ervoor dat het lichaam zout vasthoudt.
Cortisol is een belangrijk hormoon in de energiestofwisseling. Cortisol komt vrij bij stress. Cortisol
zorgt ervoor dat glucose beschikbaar komt. Cortisol stimuleert namelijk de gluconeogenese. ACTH
zorgt er tevens voor dat de bijnierschors een klein beetje androgenen (mannelijk geslachtshormoon)
afgeeft aan het bloed.
2.2.3 Hormonen van de testikels en de eierstokken (ovaria)
De hypothalamus produceert GnRH. GnRH stimuleert de productie van LH en FSH door de hypofyse.
LH stimuleert de rijping van spermacellen en afgifte van testosteron door de testikels. Bij de vrouw
zorgt LH voor de ovulatie , de vorming van het gele lichaam en de afgifte van progesteron.
2.2.4 Invloed van de hypothalamus en adenohypofyse op de melkproductie
De hypothalamus produceert PRF en PIH. PRF stimuleert de productie van prolactine door de
hypofyse. PIH remt de productie van prolactine door de hypofyse. Prolactine stimuleert de
melkproductie van de melkklieren.
2.2.5 Invloed van de hypothalamus op de afgifte van groeihormoon (GH) door de adenohypofyse
De hypothalamus produceert GH-RH en GH-IH. GH-RH stimuleert de productie van groeihormoon
(GH) door de hypofyse. GH-IH remt de productie van GH door de hypofyse. GH is een hormoon dat
de groei van kraakbeen en spieren stimuleert. Ook zorgt GH voor het vrijmaken van energie uit
glucose en vetten.
Tenslotte maakt de hypofyse ook MSH aan. De rol van MSH is niet geheel duidelijk.

2.3
Directe stimulatie van de bijnieren door de hypothalamus; productie van adrenaline
en noradrenaline
De bijnieren produceren naast corticosteroden ook catecholaminen. Deze catecholaminen zijn
adrenaline en noradrenaline. Adrenaline en noradrenaline zijn hormonen die het lichaam in een staat
van paraatheid brengen. Ze brengen het lichaam in vlucht-vechtstand (fight or flight). De
catecholaminen worden in het bijniermerg gemaakt, waar de corticosteroden in de bijnierschors
worden gemaakt. De bijnieren worden zonder tussenmenging van de hypofyse direct door de
hypothalamus gestimuleerd om catecholaminen te produceren.

H3

Hormoonstelsel; de schildklier: calcitonine, T4 en T3

De schildklier is een belangrijk hormoonproducerend orgaan. De schildklier produceert drie
hormonen. Deze hormonen zijn: calcitonine, T3 (tri-joodthyronine) en T4 (tetra-joodthyronine,
thyroxine). Calcitonine is een belangrijk hormoon in de calciumhomeostase (evenwicht) van het
bloed. Wanneer de calciumspiegel van het bloed te hoog dreigt te worden, maakt de schildklier
calcitonine. Calcitonine zorgt voor een verlaging van de calciumspiegel van het bloed. T3 en T4 zijn
hormonen die de energiestofwisseling (energieproductie) van het lichaam stimuleren. De energie
die beschikbaar komt, kan onder andere gebruikt worden voor groei. Bij een te traag werkende
schildklier spreekt men van hypothyreodie. Zwaar (dik) worden en extreme vermoeidheid zijn
mogelijke symptomen hiervan. Een te snel werkende schildklier wordt hyperthyreodie genoemd.
Gewichtsverlies is een mogelijk symptoom van een te snel werkende schildklier. De ziekte van
Graves leidt tot een snel werkende schildklier.

3.1

Het effect van calcitonine op de calciumspiegel van het bloed

Het hormoon calcitonine houdt samen met de hormonen parathormoon (PTH) en calcitriol de
calciumspiegel van het bloed binnen zeer nauwe grenzen. Wanneer de calciumspiegel te hoog dreigt
te worden, zorgt calcitonine voor een verlaging van de calciumspiegel. Wanneer de calciumspiegel te
laag dreigt te worden, zorgen PTH en calcitriol voor een verhoging van de calciumspiegel. Er zijn een
aantal organen waar calcitonine, PTH en calcitriol op in kunnen werken om de calciumspiegel van het
bloed te benvloeden. Deze organen zijn de nieren, de beenderen en de dunne darm. De nieren zijn
in staat om meer, of minder calcium met de urine uit te scheiden. In de beenderen zitten twee
soorten cellen die invloed hebben op de calciumspiegel van het bloed. Deze cellen zijn de
osteoclasten en de osteoblasten. Osteoclasten maken het calcium vrij uit het beenweefsel en geven
het af aan het bloed. Osteoblasten nemen calcium op uit het bloed en leggen het vast in
beenweefsel. De dunne darm kan meer, of minder calcium uit het voedsel opnemen. Wanneer de
calciumspiegel te hoog dreigt te worden, komt calcitonine vrij. Calcitonine stimuleert de
osteoblasten en remt de osteoclasten om zo calcium op te nemen uit het bloed en vast te leggen in
beenderen. Tevens stimuleert calcitonine de uitscheiding van calcium door de dunne darm en de
nieren. PTH en calcitriol hebben een tegengesteld effect op de osteoblasten, osteoclasten, nieren en
dunne darm als calcitonine. Door PTH en calcitriol stijgt de calciumspiegel.

3.2

Belang van het handhaven calciumspiegel van het bloed

Het lichaam streeft er altijd naar om de calciumspiegel van het bloed binnen nauwe grenzen te
houden. Een te hoge (hypercalciemie), of juist te lage calciumspiegel (hypocalciemie) van het bloed
verstoort namelijk de functie van de cellen van het lichaam. Een te lage calciumspiegel kan onder
andere verminderde bloedstolling veroorzaken, zorgen voor zeer prikkelbare spiercellen, waardoor
spierspierspasmen en ernstige botontkalking (osteoporose) kunnen optreden. Daarnaast zorgt
hypocalciemie voor een minder prikkelbaar hart, waardoor hartzwakte kan optreden. Een te hoge
calciumspiegel kan spierzwakte en hartspasmen, ongewenste bloedstolling en nieraandoeningen
veroorzaken.

3.3

Effecten van T4 (thyroxine) en T3 (tri-joodthyronine) op de energiestofwisseling

Voor de vorming van T4 en T3 zijn jodium en tyrosine (een aminozuur) noodzakelijk. Bij een tekort
aan jodium in de voeding zal de schildklier vergroten om op deze manier meer jodium uit het bloed
te halen. Een vergrote schildklier wordt struma genoemd.
De productie van schildklierhormonen wordt gestimuleerd door TSH (thyreoid stimulerend
hormoon). TSH is een hormoon dat door de hypofyse (adenohypofyse, voorkwab van de hypofyse)
wordt gemaakt. Ongeveer 10% van de schildklierhormonen is T3 en 90% is T4. T3 heeft echter een
veel groter effect op de energiestofwisseling van cellen, dan T4. Uit T4 kan overigens T3 worden
gemaakt. Om deze reden wordt T4 ook wel als prohormoon voor T3 gezien. De schildklierhormonen
T3 en T4 stimuleren de energiestofwisseling van de cellen. Het stimuleren van de
energiestofwisseling wordt het calorigene effect genoemd. T3 en T4 zorgen ervoor dat de cellen
meer ATP produceren. Deze energie kan gebruikt worden om groei van weefsels te stimuleren en
herstelwerkzaamheden van cellen en weefsels mogelijk te maken. Voor groei en herstel is namelijk
energie nodig. Daarnaast is er tijdens bijvoorbeeld sport ook energie (ATP) nodig. T3 en T4 maken het
mogelijk dat er in de spiercellen ATP gemaakt kan worden uit vetten en koolhydraten.

3.4

Belang van de schildklierhormonen T4 en T3, traag en snel werkende schildklier

De schildklierhormonen T3 en T4 zijn belangrijk in het stimuleren van de stofwisseling. T3 en T4
zorgen ervoor dat de weefsels ATP (energie) kunnen produceren. De schildklier kan echter ook te
veel of juist te weinig T3 en T4 produceren. In de volksmond wordt een schildklier die te veel T3 en
T4 produceert een te snel werkende schildklier genoemd. Een schildklier die te weinig T3 en T4
produceert wordt een trage schildklier genoemd. Iemand die een te snel werkende schildklier heeft,
lijdt aan hyperthyreodie. Iemand die een te traag werkende schildklier heeft, lijdt aan
hypothyreodie. Hieronder wordt kort beschreven wat de symptomen van hypo- en hyperthyreodie
zijn.
3.4.1 Symptomen van hyperthyreodie
Bij een te snel werkende schildklier worden de cellen gestimuleerd om energie te produceren en te
gebruiken. Wanneer cellen en weefsels te veel energie produceren en gebruiken, passen daar
specifieke symptomen bij. De symptomen van hyperthyreodie zijn:
1. Vermoeidheid, maar niet kunnen slapen
2. Spierzwakte
3. Osteoporose
4. Gewichtsverlies ondanks voldoende eten
5. Hoge hartslagfrequentie (Tachycardie) en hartkloppingen
6. Hogere lichaamstemperatuur en zweten
7. Angst
8. Nervositeit
9. Prikkelbaarheid
10. Ander darmpatroon
De ziekte van Graves is een auto-immuunziekte waarbij het afweersysteem zich tegen de schildklier
richt en de schildklier aanspoort om meer T3 en T4 te produceren. Andere ziekten die kunnen leiden
tot hyperthyreodie zijn de ziekte van Plummer, ontsteking van de schildklier en een te grote
productie van TSH.

Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 2,89

Buy this documentAdd document to cart

2 students were before you!


  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
Zowerkthetlichaam
Zowerkthetlichaam

Number of documents: 17

Recommended documents
Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit