Het hart en de circulatie - € 2.89
€ 2.89

Het hart en de circulatie

In het boek het het hart en de circulatie wordt beschreven uit wat de bouw en werking van het hart en het circulatiestelsel is. Aan bod komt de anatomie en fysiologie van het hart en het circulatiestelsel. Zo wordt de bouw van de binnen- en buitenzijde van het hart beschreven. Ook wordt de bouw van slagaders (arteriën), arteriolen, haarvaten, venulen en venen beschreven. Daarnaast wordt beschreven hoe de bloeddruk tot stand komt. Voor het boek 'het hart en de circulatie' betaalt u 2,40 Euro. Voor het volledige boek 'Introductie in de fysiologie' betaalt u 10,50 Euro


Ask questions about the document or view comments (0)
Preview (10 of 28 pages)
Preview: Het hart en de circulatie Preview: Het hart en de circulatie Preview: Het hart en de circulatie Preview: Het hart en de circulatie Preview: Het hart en de circulatie Preview: Het hart en de circulatie Preview: Het hart en de circulatie Preview: Het hart en de circulatie Preview: Het hart en de circulatie Preview: Het hart en de circulatie

WWW.ZOWERKTHETLICHAAM.NL

Het hart en de circulatie
Bouw en werking van het
circulatiestelsel
www.zowerkthetlichaam.nl
19-12-2014

Het hart en de circulatie

COPYRIGHT: De door www.zowerkthetlichaam.nl gepubliceerde inhoud en werken zijn auteursrechtelijk
beschermd. Elk geoorloofd gebruik behoeft voorafgaande schriftelijke toestemming van
www.zowerkthetlichaam.nl. Dit geldt voor vermenigvuldiging, bewerking, vertaling, opslag, verwerking of
weergave van de inhoud in databases of andere elektronische media en systemen. Ongeoorloofde
vermenigvuldiging of weergave van afzonderlijke delen van de inhoud of complete pagina's is niet toegestaan
en strafbaar. Slechts vervaardiging van kopieen en voor persoonlijk, priv, niet-commercieel gebruik van
inhoud is toegestaan.

Inhoud


Het hart; een overzicht van de bouw, ligging en functie ........................................................ 4


Het hart; anatomie van de buitenzijde van het hart ............................................................... 6


Het hart; anatomie van de binnenzijde van het hart .............................................................. 8


Het hart; het ElektroCardioGram (ECG) ................................................................................ 10


Het hart; systolische en diastolische bloeddruk ................................................................... 12


Het hart; regelmechanismen van het hart ............................................................................ 14


De circulatie; soorten bloedvaten ........................................................................................ 16


De circulatie; regulatie van bloeddruk .................................................................................. 18


De circulatie; doorbloeding van weefsels ............................................................................. 20

H10

De circulatie; aanpassingen op duursport ............................................................................ 22

H11

De circulatie; foetale circulatie (bloedsomloop foetus) ........................................................ 25

LITERATUURLIJST.................................................................................................................................. 28

H1

Het hart; een overzicht van de bouw, ligging en functie

Het hart ligt in de ribbenkast (thorax) achter het borstbeen (sternum) en iets links van het
sternum. Het hart bestaat uit twee boezems (atria) en twee kamers (ventrikels). Het hart verzorgt
zowel de kleine als de grote bloedsomloop. Binnen de kleine bloedsomloop wordt zuurstof door
het bloed uit de longen opgehaald en koolstofdioxide afgegeven. Binnen de grote bloedsomloop
wordt zuurstof aan de weefsels afgegeven door het bloed en koolstofdioxide opgehaald. Het hart
slaat met een bepaalde hartfrequentie en slagvolume. Het product van hartfrequentie en
slagvolume wordt hartminuutvolume genoemd.

1.1

De globale ligging en opbouw van het hart

Het hart ligt in de ribbenkast (thorax) achter en iets links van het borstbeen (sternum). Het hart is
omgeven door het viscerale en parietale pericardium (hartzakje). Het hart is ongeveer even groot als
een vuist en bestaat in totaal uit vier holle ruimten. Twee van deze ruimten zijn kamers (ventrikels)
en twee van deze ruimten zijn boezems (atria). Tussen het rechter atrium en rechter ventrikel
bevinden zich de tricuspidaliskleppen en tussen het linker atrium en linker ventrikel bevinden zich de
mitraliskleppen. Tussen het rechter ventrikel en de longslagader (a. pulmonalis) en tussen het linker
ventrikel en de aorta bevinden zich de halve maanvormige kleppen (semilunaire kleppen). De
kleppen tussen de atria en de ventrikels voorkomen dat bloed terugstroomt vanuit de ventrikels naar
de atria. De kleppen tussen de longslagader/aorta en de ventrikels voorkomen dat bloed
terugstroomt vanuit de longslagader/aorta naar de ventrikels.

1.2

De kleine bloedsomloop

De kleine bloedsomloop is de bloedsomloop tussen het hart en de longen. De kleine bloedsomloop
verzorgt het verzadigen van zuurstofarm bloed, zodat het zuurstofrijk wordt en zorgt ervoor dat
koolstofdioxide wordt afgegeven aan de longen. De kleine bloedsomloop begint in het rechter atrium
en eindigt in het linker atrium. Hieronder wordt aangegeven welke route het bloed aflegt in de kleine
bloedsomloop:
1. Het rechteratrium verplaatst het bloed richting de rechter ventrikel
2. De rechterventrikel pompt het bloed de arterie pulmonalis (longslagader) in
3. De longslagader vertakt zich in capillairen
4. Het bloed in de longcapillairen geeft koolstofdioxide af en neemt zuurstof op
5. De longcapillairen komen weer bijeen in de longader (vene pulmonalis)
6. De longader komt het linker atrium binnen

1.3

De grote bloedsomloop

De grote bloedsomloop is de bloedsomloop tussen het hart en alle perifere weefsels. In de grote
bloedsomloop pompt het hart zuurstofrijk bloed naar alle weefsels. De weefsels gebruiken het
zuurstof voor de verbranding en geven vervolgens koolstofdioxide af. De grote bloedsomloop begint
in het linker ventrikel en eindigt in het rechter atrium. Hieronder wordt aangegeven welke route het
bloed aflegt in de grote bloedsomloop:
1. Het linker atrium pompt het bloed richting linker ventrikel
2. Het linker ventrikel pompt het bloed in de aorta
3. De aorta vertakt zich in steeds kleinere arterien (slagaders)
4. De arterien vertakken zich in arteriolen en uiteindelijk in capillairen
5. De capillairen in de grote bloedsomloop geven zuurstof af en nemen koolstofdioxide af
6. De capillairen verenigen in venulen (kleine aders)
7. De venulen verenigen zich in venen (grotere aders)
8. De venen monden uiteindelijk uit in de vena cava superior en inferior (onderste en bovenste
holle ader)

1.4

Hartminuutvolume (HMV) is hartfrequentie vermenigvuldigd met slagvolume

Het hart slaat het bloed met een bepaalde slagfrequentie. Deze slagfrequentie wordt vaak
weergegeven als de hartfrequentie per minuut. In rust ligt de hartfrequentie tussen de 60 en 80
slagen per minuut. Tijdens zeer intensieve inspanning kan de hartfrequentie bij jonge mensen
oplopen tot wel 200 slagen per minuut. Het hart heeft ook een bepaald slagvolume. Het slagvolume
is de hoeveelheid bloed die het hart per slag rond pompt. In rust is het slagvolume ongeveer 70 ml
per slag en kan bij ongetrainde mensen tijdens inspanning oplopen tot wel 115 ml per slag. Bij
duurgetrainde atleten kan het slagvolume in rust wel 100 ml zijn en tijdens inspanning oplopen tot
wel 150 ml. Het product van hartfrequentie en slagvolume wordt het hartminuutvolume (HMV)
genoemd. Het HMV is gemiddeld genomen 5 liter in rust zowel bij ongetrainden als duurgetrainden.
De hartfrequentie zal echter bij duurgetrainden een stuk lager liggen dan 60 slagen per minuut,
omdat het slagvolume een stuk hoger ligt. Bij inspanning zal het HMV bij duurgetrainden stukken
hoger liggen, dan bij ongetrainden.

H2

Het hart; anatomie van de buitenzijde van het hart

Het hart ligt in het hartzakje in de borstholte. Het hart bestaat uit drie lagen. Deze lagen van het
hart zijn het pericardium, het myocard en het endocard. Het myocard is de eigenlijke spierlaag van
het hart. Deze spierlaag van het linker ventrikel is dikker dan de spierlaag van het rechter ventrikel.
De ventrikels en atria van het hart worden gescheiden door sulci (groeven). Binnen de
atrioventriculaire sulcus liggen de coronairvaten. De coronairvaten (kransslagaders) zijn cruciaal
voor de bloed- en dus zuurstofvoorziening van het hart. Wanneer de kransslagaders verstopt
raken, spreekt men van een myocardinfarct.

2.1

Bouw en functie van het pericardium

Het hart ligt in de borstholte in het hartzakje. Het hartzakje wordt het pericardium genoemd en
ontstaat uit het mesoderm (een embryonale kiemlaag). Het hartzakje is vliezig van aard. Het
hartzakje ligt als een opgeblazen boterhamzakje om het hart heen. Op deze manier bestaat het
hartzakje uit drie onderdelen:
1. Het viscerale pericardium dat het dichtst bij het hart ligt
2. De pericardiale ruimte
3. Parietale pericardium
Het hartzakje voorkomt dat het hart wrijving opwekt, wanneer het hart contraheert. De cellen van
het hartzakje scheiden namelijk een vloeistof af die ervoor zorgt dat het viscerale pericardium en
parietale pericardium zonder wrijving langs elkaar bewegen.

2.2

Bouw van de hartwand

De hartwand bestaat van buiten naar binnen uit drie onderdelen:
1. Viscerale pericardium, dat een onderdeel is van het hartzakje
2. Myocard, de eigenlijke spierlaag van het hart. Het myocard contraheert bij de hartslagen
3. Endocard, het endocard is een cellaag aan de binnenzijde van het hart
De hartwand van het linker ventrikel is een stuk dikker dan de hartwand van het rechter ventrikel.
Deze dikte van de hartwand wordt met name bepaald door het myocard. Aangezien het linker
ventrikel verantwoordelijk is voor de grote bloedsomloop, is het myocard van het linker ventrikel een
stuk dikker, dan het myocard van het rechter ventrikel.

2.3

Spiercellen van het myocard

Zoals eerder geschreven is het myocard de eigenlijke spierlaag van het hart. Deze spierlaag bestaat
uit bepaalde spiercellen die kenmerkend zijn voor het hart. De hartspiercellen ontstaan uit het
mesoderm. Hartspiercellen lijken op spiercellen van het skeletspierweefsel. Ook hartspiercellen zijn
net als skeletspiercellen dwarsgestreept. Hartspiercellen zijn echter mononucleair, of hebben twee
celkernen. Deze celkern ligt vaak in het midden van de hartspiercel. Hartspiercellen hebben erg veel
mitochondrien. Mitochondrien zijn nodig voor de aerobe stofwisseling. Aangezien het hart bijna
alleen aeroob (met zuurstof) energie vrijmaakt om te contraheren, zijn de mitochondrien talrijk in
het hartspierweefsel. Ten slotte worden de hartspiercellen door intercalaire schijven gescheiden van
elkaar. Over deze intercalaire schijven wordt de actiepotentiaal geleid.

2.4

Groeven (sulci) van het hart

Het hart heeft een aantal kenmerkende groeven, ook wel sulci genoemd. Tussen de atria en
ventrikels bevindt zich de atrioventriculaire sulcus. In deze sulcus lopen de coronairvaten. Daarnaast
zijn er ook nog de ventrale en dorsale interventriculaire sulci. Deze sulci liggen tussen de ventrikels
aan de voor- en achterzijde van het hart.

2.5

Bloedvoorziening van het hart

Aangezien het hart aeroob werkt en dus afhankelijk is van een goede zuurstofvoorziening, is de
bloedvoorziening van het hart ook heel erg goed. De bloedvoorziening van het hart wordt verzorgd
door de zogenaamde coronairvaten (of kransslagaders). Wanneer deze kransslagaders verstopt
raken, krijgt een deel van het hart geen bloed en dus geen zuurstof. Het gevolg hiervan is dat een
deel van het hartspierweefsel afsterft. Men spreekt dan van een hartinfarct (of myocardinfarct). Een
kransslagader kan verstopt, of vernauwd raken door aderverkalking (atherosclerose). Roken, veel
verzadigd vet eten, alcoholmisbruik, onvoldoende vezels, fruit en groente eten, overgewicht en
obesitas, stress en inactiviteit vergroten de kans op een myocardinfarct.

H3

Het hart; anatomie van de binnenzijde van het hart

Het hart van een zoogdier, dus ook van de mens bestaat uit twee boezems (atria; enkelvoud
atrium) en twee kamers (ventrikels). Het hart bestaat uit twee harthelften. Elke harthelft bestaat
uit een atrium en een ventrikel. Daarnaast monden aders in elke harthelft uit (in de atria) en
ontspringen aan elke harthelft (uit de ventrikels) slagaders. Tussen de atria en ventrikels zitten AVkleppen en tussen ventrikels en slagaders zitten semilunaire kleppen. De hartkleppen voorkomen
terugstromen van bloed. Omdat het hart afhankelijk is van een goede zuurstofvoorziening om
goed te kunnen werken, is ook de bloedvoorziening van het hart goed. Het hart wordt middels de
coronairvaten (kransslagaders) voorzien van bloed.

3.1

Boezems (atria), kamers (ventrikels) en wanden van het hart

Het hart van een zoogdier, dus ook van de mens bestaat uit twee boezems, ook wel atria (enkelvoud
atrium) genoemd en twee kamers, ook wel ventrikels genoemd.
Voordat bloed in de ventrikels komt, komt eerst het bloed in de atria. Wanneer de atria contraheren,
stroomt het bloed de ventrikels binnen. Het rechter en linker ventrikel pompen het bloed
respectievelijk in de longslagader (a. pulmonalis) en aorta. Het linker ventrikel is een stuk dikker
(dikkere spierwand; myocard), dan het rechter ventrikel. Dit komt omdat het linker ventrikel met
meer kracht het bloed moet rondpompen, dan het rechter ventrikel. Het linker ventrikel is immers
verantwoordelijk voor de grote bloedsomloop en het rechter ventrikel is verantwoordelijk voor de
kleine bloedsomloop (bloedsomloop tussen longen en hart).
De atria en ventrikels en de ventrikels onderling worden gescheiden door wanden. Een wand wordt
een septum genoemd. De wand tussen de ventrikels wordt het ventrikelseptum genoemd. Bij een
foetus bestaat er nog een open verbinding tussen het linker en rechter ventrikel. Bij de geboorte sluit
echter het septum. Soms sluit het ventrikelseptum niet, dit wordt dan een ventrikelseptumdefect
genoemd.
Tussen de atria en ventrikels zit ook een wand. Deze wand wordt het atriaventriculaire septum
genoemd.

3.2
Hartkleppen; semilunaire kleppen (halvemaanvormige kleppen) en AV-kleppen
(atrioventriculaire kleppen)
Zowel tussen de atria en ventrikels, als tussen de ventrikels en aorta en a. pulomonalis (longslagader)
komen kleppen voor. De kleppen tussen de atria en ventrikels worden AV-kleppen (atrioventriculaire
kleppen) genoemd. Tussen het linker atrium en linker ventrikel worden de AV-kleppen de
mitraliskleppen (mitraalkleppen) genoemd en zijn er twee slippen. Bij mitralisklepstenose sluit de
mitralisklep niet meer goed en moet het hart harder werken. Tussen het rechter atrium en rechter
ventrikel worden de AV-kleppen de tricuspidaliskleppen genoemd en zijn er drie kleppen. De AVkleppen voorkomen dat bloed vanuit de ventrikels terugstromen naar de atria wanneer de ventrikels
contraheren. De AV-kleppen zitten middels peesdraden, de zogenaamde chordae tendinae vast aan
papillairspieren. Wanneer de papillairspieren contraheren, trekken zij middels de chordae tendinae
de AV-kleppen dicht.
Ook tussen de slagaders die ventrikels verlaten en de ventrikels zitten kleppen. Deze kleppen worden
de semilunaire kleppen (halvemaanvormige kleppen) genoemd. Zodra het linker en rechter ventrikel
bloed in respectievelijk de aorta en a. pulmonalis heeft gepompt, sluiten de semilunaire kleppen. De
semilunaire kleppen verhinderen het terugstromen van bloed vanuit de aorta en a. pulmonalis naar
de ventrikels.

3.3
Aders die de rechter harthelft binnenkomen en slagader die de rechter harthelft
verlaat
De aders die de rechter harthelft binnenkomen zijn de vena cava superior en inferior (bovenste en
onderste holle ader). De slagader die de rechter harthelft verlaat, is de a. pulmonalis. In de vena cava
superior en inferior komt al het bloed van het hele lichaam samen. De vena cava superior en inferior
monden uit in het rechter atrium. De vena cava superior en inferior bevat zuurstofarm bloed. Ook
bevat dit bloed veel koolstofdioxide. De a. pulmonalis bevat eveneens zuurstofarm bloed en
ontspringt aan het rechter ventrikel. De a. pulmonalis is de enige slagader van het lichaam die
zuurstofarm bloed bevat. De a. pulmonalis gaat richting de longen. In de longen wordt het
zuurstofarme bloed verzadigd met zuurstof. Bloed dat de longen verlaat is zuurstofrijk.

3.4

Ader die de linker harthelft binnenkomt en slagader die de linker harthelft verlaat

De ader die de linker harthelft binnenkomt is de v. pulmonalis (longader). De slagader die de linker
harthelft verlaat, is de aorta. De v. pulmonalis bevat zuurstofrijk bloed en mondt uit in het linker
atrium. De slagader die de linker harthelft verlaat, is de aorta en bevat eveneens zuurstofrijk bloed.
De aorta vertakt zich in vele slagaders die de weefsels voorzien van zuurstof.

3.5

Bloedvoorziening van het hart

Het hart is een spier die afhankelijk is van een goede zuurstofvoorziening. Het hart kan alleen aeroob
(met zuurstof) energie vrijmaken om te kunnen functioneren. Om deze reden moet de
bloedvoorziening van het hart goed zijn. De slagaders die het hart voorzien van bloed en zuurstof
ontspringen aan de aorta. De slagaders van het hart worden kransslagaders, of coronairvaten
genoemd. Aan de aorta ontspringen twee kransslagaders; de a. coronaria sinister en dexter (linker en
rechter kransslagaders). De a. coronaria sinister verdeelt zich vervolgens in een ramus circumflexus
en ramus interventricularis anterior (of ventrale interventriculaire tak). De a. coronaria dexter
verdeelt zich in een ramus interventricularis posterior (dorsale interventriculaire tak) en ramus
interventricularis marginalis.
De vena cordis magna en media (aders; venen van het hart) verzamelen zuurstofarm bloed en voeren
dit bloed af naar de coronaire sinus. De coronaire sinus is een opening nabij de atrioventriculaire
sulcus dicht bij de vena cava inferior.

H4

Het hart; het ElektroCardioGram (ECG)

De contractie van het hart is een uitermate gecordineerd proces. Wanneer het hart niet goed
gecordineerd contraheert, kan het niet goed bloed rondpompen. Voordat de ventrikels
contraheren, contraheren eerst de atria. De hartspiercellen contraheren als reactie op een
actiepotentiaal. Het actiepotentiaal dat over het hart loopt, kan in kaart gebracht worden met een
ECG (ElektroCardioGram). Het ECG bestaat uit een P-golf, een QRS-complex en T-golf.

4.1

Hartspiercellen en de hartspiercontractie

De gecordineerde contractie van hartspiercellen zorgt ervoor dat het hart bij elke slag bloed rond
pompt. Het hart slaat gemiddeld in rust tussen de 60 en 80 keer per minuut. Om de hartspiercellen
te laten contraheren is een actiepotentiaal nodig. Een actiepotentiaal is een soort elektrisch signaal
dat over de hartspiercellen gaat en de hartspiercellen aanzet tot een contractie. Een actiepotentiaal
zorgt ervoor dat de hartspiercel contraheert. In rust is de membraanpotentiaal van een hartspiercel 85 millivolt en wordt tijdens een actiepotentiaal ongeveer 30 millivolt. De actiepotentiaal van de
hartspiercel bestaat uit drie fasen en bestaat uit een samenspel van het openen en sluiten van
natriumkanalen, kaliumkanalen en calciumkanalen. Bij aanvang van de actiepotentiaal zorgt het
openen van de natriumkanalen en sluiten van de kaliumkanalen voor het instromen van
natriumionen in de hartspiercel en voorkomt het uitstromen van kaliumionen uit de hartspiercel.
Hierdoor stijgt het membraanpotentiaal en leidt uiteindelijk tot depolarisatie. Hierna volgt de
plateaufase. In de plateaufase openen naast de natriumkanalen ook de calciumkanalen. Hierdoor
blijft de membraanpotentiaal nog positief en gaan de hartspiercellen uiteindelijk contraheren. Na de
plateaufase volgt de repolarisatiefase. In de repolarisatiefase sluiten de natriumkanalen en
calciumkanalen en openen de kaliumkanalen. Hierdoor kunnen geen natrium- en calciumionen meer
instromen en stromen kaliumionen de hartspiercel uit doordat de kaliumkanalen zich openen. De
depolarisatie en de plateaufase duren samen ongeveer 300 milliseconden. Vlak nadat de
hartspiercellen depolariseren, zullen ze contraheren.

4.2

Het geleidingssysteem van het hart

Speciale cellen van het hart zijn verantwoordelijk voor het opwekken en geleiden van een elektrisch
signaal over het hart. Deze speciale cellen en uitlopers van deze speciale cellen komen op
verschillende plaatsen in het hart voor. De plaatsen waar deze cellen voorkomen, zijn in de
sinusknoop, of SA-knoop (sinu-artriale-knoop, of nodus sinuatrialis), de AV-knoop (atrioventriculaire
knoop), de bundel van His, de linker en rechter takken van de bundel van His en de Purkinjevezels.
De SA-knoop bevindt zich in het dak van het rechter atrium. De SA-knoop genereert autonoom
periodiek een elektrisch signaal (tussen de 60 en 100 per minuut). Het sinusritme wordt opgepikt
door de AV-knoop. De AV-knoop bevindt zich precies tussen atria en ventrikels. De AV-knoop heeft
ook een eigen ritme tussen de 40 en 60 impulsen per minuut. Het ritme van de AV-knoop wordt
echter overwonnen door het ritme van de sinusknoop. AV-knoop geeft het elektrisch signaal van de
sinusknoop door aan de bundel van His. De bundel van His geeft het elektrisch signaal vervolgens via
de bundeltakken door aan de Purkinjevezels. De Purkinjevezels liggen verspreid tussen de
hartspiercellen aan de buitenzijde van de ventrikels en genereren een actiepotentiaal in de
hartspiercellen, die vervolgens contraheren.

Show preview as text ▼
Comments (0)

Be the first to comment on this document.

€ 2,89

Buy this documentAdd document to cart

4 students were before you!


  • check Money back guarantee
  • check Documents can be downloaded immediately
Specifications
Seller
Zowerkthetlichaam
Zowerkthetlichaam

Number of documents: 17

Recommended documents
Log in via Facebook
Log in via e-mail
New password
Subscribe via Facebook
Subscribe via e-mail
Aanmelden via Facebook
Shopping cart

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

Deal: get 10% off when you purchase 3 or more documents!

[Inviter] gives you € 2.50 to purchase summaries

At Knoowy you buy and sell the best studies documents directly from students.
Upload at least one item, please help other students and get € 2.50 credit.

Register now and claim your credit