Use the 50 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartwat bedoelt men in portaal met “taal heeft een systeem”?
je kunt de regels van worden, zinsdelen en zinnen maken
input text value
wat is een foneem?
een spraakklank die betekenisverschil kan uitmaken
input text value
uit hoeveel morfemen bestaat het word nestkastjes?
4 want nest, nestkast, nestkastje en nestkastjes
input text value
Krysta is in Nederland geboren. Haar ouders spreken goed pools en Nederlands en er is veel taalaanbod in het gezin. Krysta leert vanaf har geboorte pools en Nederlands. Wat zijn deze talen voor haar?
bij welke benadering van eerste taalontwikkeling hoort de opvatting dat kinderen hun moedertaal alleen leren door het opstellen en consequent toepassen van regels op grond van de taal die ze al hebben gehoord?
een kind zegt “fies” in plaats van “fiets”. Op welk niveau van de taal is het kind bezig om de taal te leren?
in welke fase van de taalverwerving leert het kind vooral de morfologische en pragmatische aspecten van de taal?
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 50 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizhier een aantal goede oefenvragen voor het tentamen in PABO 1: Kennis taal in de onderbouw
50 questions
4x sold
Nederlands
10-30-2022
HBO / Hogeschool Inholland / Leraar Basisonderwijs / Kennis taal in de onderbouw
wat bedoelt men in portaal met “taal heeft een systeem”?
je kunt de regels van worden, zinsdelen en zinnen makenwelke kwestie behoort tot het terrein van de semantiek?
welke betekenissen het woord “arm” heeftwat is een foneem?
een spraakklank die betekenisverschil kan uitmakenuit hoeveel morfemen bestaat het word nestkastjes?
4 want nest, nestkast, nestkastje en nestkastjesKrysta is in Nederland geboren. Haar ouders spreken goed pools en Nederlands en er is veel taalaanbod in het gezin. Krysta leert vanaf har geboorte pools en Nederlands. Wat zijn deze talen voor haar?
ze zijn allebei haar moedertalenbij welke benadering van eerste taalontwikkeling hoort de opvatting dat kinderen hun moedertaal alleen leren door het opstellen en consequent toepassen van regels op grond van de taal die ze al hebben gehoord?
bij nativismeeen kind zegt “fies” in plaats van “fiets”. Op welk niveau van de taal is het kind bezig om de taal te leren?
fonologisch niveauin welke fase van de taalverwerving leert het kind vooral de morfologische en pragmatische aspecten van de taal?
de differentiatiefaseSadiha zegt: ja juf want ferhat jarig en wij taart eten. LK: luister eens, sadiha het moet zijn: ferhat is jarig en jullie hebben taart gegeten. Is dit volgens portaal een vorm van taal ontwikkelend reageren?
leerkracht vraagt aan de kinderen: hoe komt het eigenlijk dat je niet van de aarde kan vallen? De kinderen geven allemaal verklaringen. Welke cognitieve taalfunctie is hier aan de orde?
In welke situatie komt meer taalgebruik voor van het type DAT dan van het type CAT voor?
Leerkracht: je moet altijd goed uitkijken voordat je oversteekt. Merel: Ja, poes auto overgerijd. Hoe moet de leerkracht hierop reageren?
hoe vaak moet een kind een woord minstens gehoord hebben voordat het eigen gemaakt is?
welke van de 2 is een controle vraag?
1 welke kleuren heb je nodig om de kleur groen te maken?
2 wat zou er gebeuren als iedereen gelukkig is?
hoe wordt het vermogen om te kunnen reflecteren op de klankvorm van de taal, d.w.z. kunnen opdelen van woorden in klankgroepen, genoemd?
Anne leest K-l-i-m- boom, klimboom. Volgens welke lees strategieën leest zij?
een radende lezer gebruikt vooral de volgende lees strategieën:
met auditieve discriminatie wordt bedoeld
met welke oefening wordt het temporeel ordenen geoefend?
juf janneke zit met groep 2 in de kring en klapt de woorden au/to/sleut/el. De kleuters zeggen autosleutel aan elkaar. Op welke deelvaardigheid heeft deze oefening betrekking?
kas herkent de letter van de naam in het woord kinderboerderij. Welke visuele vaardigheid hoort hierbij?
kleuter heeft een puzzel gemaakt. Welke vaardigheid wordt hierbij gebruikt?
juf inge geeft de volgende opdracht: “ zet een streepje onder de laatste letter”. Welke deelvaardigheid wordt hier geoefend?
onder beginnende geletterdheid verstaan we….
juf heeft in haar groep een tafel waarop papier ligt en briefkaarten en materialen als stempels, pennen, potloden en omtrekletters. Er liggen al voorgedrukte teksten klaar met bijvoorbeeld fijne verjaardag? Waarvan is dit het voorbeeld?
meester max neemt als introductie thema dieren zijn hond mee. Hij praat met de kinderen in de kring over de hond. Waarvan is dit een voorbeeld?
Welke rij van woorden is in zijn geheel klankzuiver?
in groep 3 hangt het lokaal vaak vol met de platen van de kernwoorden van de lees- en spellingmethode met de woorden eronder. Wat doe je als je een auditief dictee geeft?
de meester heeft een digitaal prentenboek. De kinderen luisteren naar het verhaal. Iedere keer als ze een dier horen moeten ze erop klikken. Dan zien ze het dier, plaatje en woord. Aan welk tussendoel word gewerkt?
1. Een nadeel van het pictografisch schriftsysteem is dat abstracte begrippen niet goed kunnen worden weergegeven
2. in een alfabetisch schriftsysteem wordt elke spraakklank in principe door een samengestelde teken weergegeven
groep 4 oefent in de spellingsles met de woorden die eindigen op -ooi. Op het bord staan de woorden die erbij horen: mooi, kooi, zooi, tooi. Via welke strategie leren de kinderen de woorden op het bord
enkele kinderen krijgen een werkblad met het onderwerp zet een rondje om dezelfde letter. Dit is een oefening met? B – b
de leraar zegt: zeg het woord poppenkast in stukjes en leg voor elk stukje een blokje op tafel. Dit is een oefening met?
voorkennis over een prentenboek kan je het best activeren door
1. Luisteren naar verhalen draagt bij aan de emotionele ontwikkeling van kinderen. Verhalen doen een sterk beroep op inleving en verbeelding.
2. door vertrouwd te raken met boeken groeien kinderen op in de wereld van geschreven teksten. Anders gezegd ze worden “geletterd”
wat word er verstaan onder het begrip “leescultuur”
jim van 3 ziet een koekje liggen en zegt: koekie. Wat laat dit voorbeeld zien
de ib’er neemt een woordenschat toets af bij een leerling uit groep 2. Ze laat een plaatje zien van een schommel en het kind moet het woord noemen dat afgebeeld staan. Welke type woordenschat toets is dit?
wat is een voorbeeld van een functioneel geschreven tekst in de fase van de beginnende geletterdheid
wat is de beste verklaring voor hoe kinderen taal verwerven?
Het door elkaar gooien van de taal. In de moedertaal is het anders dan in de andere taal?
In welke fase van de taalverwerving leert het kind de morfologische pragmatische aspecten van de taal?
functiewoorden die in de vroeg linguale fase ontbreken
geef een verklaring voor het feit dat een kind eenwoords fase papa zegt in plaats van een paard
welk aspect van de taal gebruikt een kind als hij klanken kan onderscheiden in een taal
De leraar zegt: “zeg het woord motorboot in stukjes en leg voor elk stukje een blokje op de tafel. Dit is een oefening in:
Kinderen leren het beste taal in levensechte situaties in een actief proces. Waarin het kind zelf betekenissen construeert. Bij welke pijler van het interactief taalonderwijs past dit?
Wat is het verschil tussen algemene – en specifieke leesvoorwaarden?
Wat is het doel van interactief voorlezen?
Welke soort vragen geven veel interactie?
4e jaars PABO student in Haarlem aan InHolland