Use the 40 quiz questions to prepare yourself and test whether you know the subject matter.
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cartWat betekend socialisatie?
Socialisatie is het proces waarbij een individu vaardigheden en gedrag leert waarmee hij binnen de maatschappij kan functioneren.
input text value
Hoe wordt het proces genoemd waarin geleerd wordt zich belangrijke normen, waarden en opvattingen eigen te maken en zich te gedragen zoals de ouder dat wenst?
Wat zijn de opvoedmilieus?
-Het gezin.
-De school (of kinderopvang).
-De maatschappij.
input text value
Welke bijdrage levert de school als opvoedingsmilieu aan de ontwikkeling van het kind?
- De school biedt het kind de mogelijkheid om op een andere manier dan in het
gezin om te gaan met leeftijdgenoten, door deze omgang leert het kind zich
zelfstandig in de groep handhaven.
- Het kind leert contacten te leggen en zijn mogelijkheden, kwaliteiten en
beperkingen daarin te onderkennen en het leert sociale vaardigheden, waardoor
het een beeld krijgt van hoe anderen over hem denken.
- Het kind krijgt ook een beeld van zichzelf bij het werken aan intellectuele
opdrachten.
- Het kind leert zich te meten met anderen en ontdekt daarin zichzelf (rivaliteit).
- Het kind leert ook zijn kunnen en falen kennen.
input text value
Noem drie zaken waarin de inmenging van de maatschappij als opvoedingsmilieu tot uiting komt?
- De wet op de kinderopvang.
- Het club- en buurthuiswerk.
- Kinderwetten en kinderbeschermingsmaatregelen.
input text value
In een harmonisch gezin is er sprake van ....
vriendelijkheid en geborgenheid. Ze kunnen het goed vinden met elkaar.
input text value
Noem de 3 gezinstype
Loszandgezin.
Kluwengezin.
Half-open / half-gesloten gezin.
input text value
Welke opvoedingsstijl hanteert de gezinstype loszandgezin?
Een verwaarlozende opvoedingsstijl of een toegeeflijke of permissieve opvoedingsstijl.
input text value
Buy the quiz questions and be prepared for your next test.
Add to cart
Do you prefer to learn the quiz questions from paper? Then download the 40 questions as PDF.
Add to cart
Earn money by making quiz questions and learn directly for your upcoming test.
Create quizOefenvragen van het hoofdstuk 'het opvoedproces'. Hoofstuk 3 van het boek inleiding in de pedagogiek
Annemarie Becker.
- als er over voordelen, valkuilen, nadelen wordt gesproken, zijn er een aantal punten genoemd en niet allen.
Wat betekend socialisatie?
Socialisatie is het proces waarbij een individu vaardigheden en gedrag leert waarmee hij binnen de maatschappij kan functioneren.Hoe wordt het proces genoemd waarin geleerd wordt zich belangrijke normen, waarden en opvattingen eigen te maken en zich te gedragen zoals de ouder dat wenst?
Verinnerlijking of internalisatie.Wat zijn de opvoedmilieus?
-Het gezin.Welke bijdrage levert de school als opvoedingsmilieu aan de ontwikkeling van het kind?
- De school biedt het kind de mogelijkheid om op een andere manier dan in hetNoem drie zaken waarin de inmenging van de maatschappij als opvoedingsmilieu tot uiting komt?
- De wet op de kinderopvang.In een harmonisch gezin is er sprake van ....
vriendelijkheid en geborgenheid. Ze kunnen het goed vinden met elkaar.Noem de 3 gezinstype
Loszandgezin.Welke opvoedingsstijl hanteert de gezinstype loszandgezin?
Een verwaarlozende opvoedingsstijl of een toegeeflijke of permissieve opvoedingsstijl.Geef van de onderstaande kenmerk aan bij welk gezinstype ze horen.
- De gezinsleden hebben geen cohesie met elkaar, het is 'ieder voor zich'.
Geef van de onderstaande kenmerk aan bij welk gezinstype ze horen.
- De ouders zijn onbereikbaar voor het kind en anderen buiten het gezin.
Geef van de onderstaande kenmerk aan bij welk gezinstype ze horen.
- Basisveiligheid ontbreekt
Geef van de onderstaande kenmerk aan bij welk gezinstype ze horen.
- Het kind moet zichzelf vormen omdat het geen grenzen, ondersteuning, instructie en controle krijgt aangeboden van ouders.
Geef van de onderstaande kenmerk aan bij welk gezinstype ze horen.
- Grote gezinscohesie: gezinsleden zijn zeer betrokken bij elkaar.
Geef van de onderstaande kenmerk aan bij welk gezinstype ze horen.
- De ouder houdt geen rekening met de uniciteit van het kind waardoor het zijn eigenheid niet kan ontwikkelen.
Geef van de onderstaande kenmerk aan bij welk gezinstype ze horen.
- Het kind kan zichzelf niet redden zonder de aanwezigheid van andere gezinsleden.
Geef van de onderstaande kenmerk aan bij welk gezinstype ze horen.
- gehoorzaamheid is het belangrijkste opvoedingsdoel van de ouder
Geef van de onderstaande kenmerk aan bij welk gezinstype ze horen.
- Duidelijke grenzen waaraan alle gezinsleden zich dienen te houden.
Met welke opvoedingsstijl gaat de gezinstype kluwengezin samen?
Van welke opvoedingsstijl wordt er veelal gebruikt bij de half-open/half-gesloten gezinstype?
Geef van de onderstaande kenmerk aan bij welk gezinstype ze horen.
- Zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfvertrouwen worden gestimuleerd.
Geef van de onderstaande kenmerk aan bij welk gezinstype ze horen.
- De ouder biedt het kind intimiteit en veiligheid.
Geef van de onderstaande kenmerk aan bij welk gezinstype ze horen.
- De ouder is bereikbaar voor de school en andere instellingen waar het kind mee te maken heeft.
Welke vier opvoedingsstijlen zijn er?
Wat zijn de 3 kernmerken van de autoritaire opvoedingsstijl?
Wat zijn de voordelen van de autoritaire opvoedingsstijl?
Noem een valkuil van de autoritaire opvoedingsstijl.
Bij welke opvoedingsstijl past deze 3 kenmerken?
1. Hoge mate van betrokkenheid (responsiviteit) van de ouder.
2. 'Warm' en liefdevol gedrag van de ouder richting het kind.
3. Het communicatiepatroon is van een onderhandelingshuishouden. waarbij ouder en kind met elkaar overleggen op basis van gelijkwaardigheid.
Wat is een valkuil met betrekking tot de autoritatieve of democratische opvoedingsstijl?
Noem 2 voordelen van de autoritatieve of democratische opvoedingsstijl.
Wat zijn de 3 kenmerken van de toegeeflijke of permissieve opvoedingsstijl?
Wat zijn de twee voordelen van de toegeeflijke of permissieve opvoedingsstijl?
Noem 3 valkuilen van de toegeeflijke of permissieve opvoedingsstijl.
Bij welke opvoedingsstijl horen deze 3 kenmerken?
- De ouder heeft geen aandacht voor het kind.
- Het kind kan zijn gang gaan zonder controle, ondersteuning, instructies en grenzen van de ouder.
- Er bestaat geen opvoedrelatie tussen de ouder en het kind.
Noem een voordeel van de verwaarlozende opvoedingsstijl.
Benoem de juiste opvoedingsstijl die bij deze valkuil hoort.
- Vaak is de zelfredzaamheid van het kind niet positief ontwikkeld.
Benoem de juiste opvoedingsstijl die bij deze valkuillen hoort.
- Het kind is vaak slachtoffer van fysieke en psychische mishandeling.
- Het kind neemt vaak ee slachtofferrol aan.
Benoem de juiste opvoedingsstijl die bij deze valkuil hoort.
- Het kind leert niets van de ouder omdat het geen instructies, ondersteuning en grenzen krijgt aangeboden.
Wat zijn de belangrijkste functies die een gezinsleven heeft?
Noem een positieve punt van de school als opvoedingsmilieu voor de ontwikkeling van het kind.
Wat is een voorwaarde waaraan school moet voldoen?